Preek Welkomstviering Bedevaart Lourdes 23-28 september 2014

Preek Welkomstviering 23 september 2014 Chapelle St. Joseph Lourdes
Schriftlezingen: 1e lezing Jona 3:1-5.10  Evangelie: Marcus 1:1-8.14-15

Lieve zusters en broeders medepelgrims, het is een lange dag geweest vandaag. U bent heel vroeg van huis gegaan naar het vliegveld Eindhoven. Met zijn allen zijn we met het vliegtuig in Lourdes geland. En nu na het uitpakken van uw koffer en de avondmaaltijd zijn we hier echt in Lourdes aangekomen, want we zijn nu op het heiligdom, in de Chapelle St. Joseph.

Nu we hier zijn, is het goed om ons de vraag te stellen: waarom zijn we hier? Ieder heeft daarop zijn eigen antwoord. Maar de meesten van ons hopen toch iets bijzonders te ervaren. Al is het maar dat je weer nieuwe moed krijgt, of dat je gesterkt wordt in je geloof, of dat je dingen los kunt laten.
Hoe zal dat gebeuren? Door ontmoetingen met medepelgrims. Door inspirerende vieringen. Door het verhaal van Maria en Bernadette.

Lourdes is in staat ons veel te geven. Maar ze is niet los verkrijgbaar. Ze geeft veel. Maar ze vraagt ook iets van ons. Om dat te begrijpen moeten we naar de ontmoeting van Bernadette en Maria.
Dat is niet een gebeurtenis uit een ver verleden. Het is ook een voorbeeld of model voor ons allen.
Alleen al de plek waar we zijn. Nu lopen er snelwegen langs. Er is zelfs een heel behoorlijk vliegveld. Maar toen was het een godvergeten oord aan de voet van de Pyreneeën. Een rots aan de overzijde van een soms kolkende rivier.
Hier was Bernadette als jong meisje bezig hout te sprokkelen. Teken van armoede. Een nederig werk. Zwaar. Telkens bukken met een zware takkenbos op je rug van wat je al opgeraapt hebt.
Aan dit arme meisje in hele nederige omstandigheden op die troosteloze plaats verscheen die Grande Dame waarin zij Maria herkenden.

Dus als wij hier iets willen ervaren moeten we ons niet gedragen als mensen die zeggen: “Nou, hier ben ik. Laat nu maar eens wat zien!”
Nee, we komen hier in het besef van onze gebreken, met lasten waaronder we gebukt gaan, met onze schaamte en teleurstellingen.
We doen er goed aan om als het ware naast Bernadette te staan en te buigen en te knielen zoals zij. Niet onszelf op de voorgrond plaatsen, maar ruimte geven aan God, aan de ander. Een luisterend oor zijn. Dan komt er ruimte voor de ontmoeting met Maria en met Jezus Christus, haar Zoon. Want Hij heeft gezegd: “waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn, daar ben ik zelf in hun middel”.

We staan als het ware dus naast Bernadette. Maria gaf haar verschillende opdrachten in de verschijningen die elkaar opvolgende gedurende enige dagen. Bij de zevende maal geeft Maria Bernadette de opdracht om de mensen op te roepen zich te bekeren en boete te doen.
Ik vraag u bij deze voor het gevoel van velen ouderwetse woorden “bekering” en “boete doen” niet meteen af te haken.
Wij hebben zo’n negatief gevoel erbij. Want we denken meteen aan schuld en straf.  Daar gaat het juist níet om. Het gaat om een nieuwe kans op vreugde en geluk. Die gunt Maria alle mensen. Bekering is ommekeer naar het licht, naar God. Boete betekent beter maken. Denk aan de vissersvrouwen vroeger op het strand die de kapotte netten boetten, dat is herstelden.
Maria gunt ons “de vreugde van de bekering” (jaarthema Lourdes 2014)

Benadette geeft gehoor aan de opdracht. Maar hoe? Ze gaat niet op een verhoging staan om tegen de mensen te zeggen: “Maria, roept jullie op je te bekeren!” Nee, ze knielt zelf neer op de grond. De mensen die haar gevolgd zijn, zien het gebeuren. Ze doet zelf als eerste boete.

Maar zo’n onschuldig meisje heeft toch nog nooit iets verkeerds gedaan? En je bent toch een heilige als Maria speciaal aan jou verschijnt? Dat zijn onze gedachten. Niet die van Bernadette. Ze verklaart zich solidair met alle mensen, met allen die misschien wie gebukt gaan onder hun verleden, teleurgesteld zijn in zichzelf en zich schamen, en snakken naar nieuw leven. Bernadette doet het ons allen voor.

Op de plek waar ze neerknielde en daarna plat op de stenen grond ging liggen, at ze van het (on)kruid dat er groeide. De volgende dag kwam ze weer op die plek. Er welde een bron op. De bron waaruit we allemaal dezer dagen drinken, waar we ons mee wassen en waaruit we water mee naar huis nemen.

We hoeven ons hier niet anders voor te doen dan we zijn. We zijn hier allemaal gekomen met onze eigen levensverhalen, met onze littekens en butsen. Allemaal mensen met beperkingen en kwetsbare kanten.
Wie verlangt niet om zichzelf weer met nieuwe ogen te zien. Wie verlangt niet naar die aai over de bol van boven, van Hem die zegt: “Jij, bent mijn kind!
Die ontmoeting met God, de bron van ons leven, mogen we hier ervaren. En als je jezelf met nieuwe ogen ziet, ga je anderen met nieuwe ogen zien. Een nieuwe wereld gaat voor ons open door Hem die zegt: “Zie, Ik maak alles nieuw”.

We mogen elkaar een mooi verblijf hier in Lourdes toewensen, een week van betekenisvolle ontmoetingen met elkaar, met ons eigen hart, met Maria. Amen

(c) Martin Los

Homilie tijdens de Mis aan het begin van de Middag voor zieken en ouderen in de Mariakerk 9 oktober 2014

Homilie tijdens de Mis met gemeenschappelijke ziekenzalving aan het begin van de Middag voor zieken en ouderen in de Mariakerk  9 oktober 2014
Schriftlezingen: 1e lezing: Romeinen 8:14-18 Evangelie: Mattheus 8:14-17

Lieve zusters en broeders, meteen na de samenkomst in de synagoge gaat Jezus met Petrus mee naar zijn huis. De schoonmoeder van Petrus heeft plotseling koorts gekregen en ligt in bed. In die tijd was dat reden om onmiddellijk rechtsomkeert te maken. Koorts betekende waarschijnlijk een besmettelijke ziekte. Denk maar aan de angst bij de mensen in de landen waar Ebola heerst. Aanraking kan dodelijk zijn.
Normaal was geweest dat Petrus had gezegd: “U kunt niet naar binnen” of dat Jezus zelf beleefd was omgedraaid. Maar Hij loopt meteen op de vrouw af. Hij raakte haar zelfs aan.
Ik moet denken aan de vele verpleegkundigen en hulpverleners die over de hele wereld nog steeds hun leven wagen om zieken en slachtoffers van rampen te helpen. Dat is niet vanzelfsprekend. Ze verdienen onze steun, respect en gebed.

Wat Jezus doet, was in zijn tijd ongekend. Was hij dan niet bevreesd om zelf een ziekte op te lopen? Was Jezus roekeloos en dacht Hij dat hem niets kon overkomen? We mogen aannemen dat de Heer niet roekeloos was. Hij handelde vanuit het bewustzijn dat geen kwaad hem kon hinderen zijn zending in de wereld uit te voeren: mensen met de liefde van God in aanraking brengen.Hij handelde vanuit de kracht van God.
De vrouw werd vrij van koorts, ze stond op en diende hem. Dat is mooi om te horen. Ze genas. Maar ze beantwoordde wat haar overkomen was, met dankbare toewijding aan Jezus.

ziekenmiddag2014d (2)
“Hij raakte haar aan” horen we. Het is ontroerend dat we vandaag ook die aanraking mogen meemaken. Voor de zalving van de zieken worden hen de handen opgelegd. De priesters die dat doen ondersteund door de pastorale werkers doen dat niet omdat zijzelf over bijzondere krachten beschikken. Nee, ze staan met legen handen, net als u. Maar in geloof weten we dat het Jezus Christus zelf is die u de handen oplegt. Híj raakt u aan. Hij raakt uw lichaam aan, uw gevoel, uw verstand, uw hart.

Wanneer je ziek bent of je bent door ouderdom verzwakt, dan heb je vaak het gevoel dat je er niet meer toe doet. Je staat aan de kant. Je bent afhankelijk. Er wordt over je gedebatteerd in de politiek. Je bent te duur.
Je bent dan misschien wel niet besmettelijk. Maar je voelt je in zekere zin toch aan jezelf overgeleverd, onaanraakbaar, een probleem voor anderen. Niet een kans of een uitdaging voor hen.

Maar voor God doet u er wel degelijk toe. Daarom die hand, die troostende hand van onze Heer die zegt: “van Mij kan niets jou scheiden”.  Zo worden vandaag niet zozeer onze ongemakken van ons afgenomen. Maar God richt ons wel op. Hij doet ons “opstaan” zoals Jezus de schoonmoeder van Petrus. U telt mee. U doet helemaal mee. Voor de volle honderd procent. Als hele mensen. Zo vertrouwt u zichzelf toe aan de machtige hand van God. Het is zijn daad. Maar ook de uwe die die hand grijpt. Uw hand in zijn hand als een ouder met zijn/haar kind.

De schoonmoeder van Petrus greep de hand van Jezus en stond op van haar bed. Geen luxe bed zoals wij. Een matje op de grond. Ze stond op en bediende hem.
Hoe kunt u, zusters en broeders, hoe kunnen wij Jezus dienen? Want dat is wat we graag willen als Hij ons opricht uit onze onmacht en teleurstelling en eenzaamheid?
Daarover zegt Paulus tegen de christenen van Rome: “we zijn erfgenamen van God, samen met Christus, want als we delen in zijn lijden delen we ook in zijn verheerlijking”

We mogen inderdaad iets terug doen en we mogen Jezus dienen door te proberen onze schouders te zetten onder het leed dat wij te dragen krijgen. Niets als iets dat ons overkomt. Iets dat we als slachtoffers ondergaan. Iets wat alleen reden is om te klagen. Maar als een kans.
Nee, als we ons gesterkt weten door ons geloof kunnen we Jezus dienen. Door te proberen toch vriendelijk voor anderen te zijn. Door ondanks onze ongemakken toch iets voor anderen te betekenen. Door de tijd te gebruiken om te bidden voor degenen die u lief zijn, maar ook voor andere mensen.
Ik vind het altijd zo mooi als ik op het kastje naast het bed van een zieke een rozenkrans zie liggen. Dan weet je: zo iemand heeft een houvast, zo iemand vindt kracht uit het gebed en bidt ook voor zijn/haar omgeving. Zo kunnen we Jezus zijn en één met Hem zijn. Door ondanks de moeilijkheden toch vol hoop te zijn. Vol hoop, ja, omdat we immers weten dat we op weg zijn naar het rijk van God.

Dat maakt de last lichter om te dragen. Laten we zo opstaan en Jezus dienen als geheelde mensen, gave mensen, mooie mensen, op weg naar het rijk van God. Amen

© Martin Los, pastoor