Preek op het Hoogfeest van Maria ten Hemelopneming 2016

Preek op het Hoogfeest van onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming op zondag 14 augustus (en zaterdag 13 augustus) 2016 in Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, van alle heiligen vieren we de sterfdag in de vaste overtuiging dat zij in de hemel opgenomen zijn bij God. Zij zijn allen gestorven en begraven. In veel gevallen zijn op hun graven kerken gebouwd die naar hen genoemd zijn. Of van hen zijn relieken overgebleven – stukjes gebeente of stukjes linnen windsels – die in een kistje in altaren zijn gemetseld.
exossibusHier in de Mariakerk zijn 75 jaar geleden relikwieën van HH. Flores en Damianus in het altaar opgenomen. Het zijn tamelijk onbekende heiligen van ver hier vandaan die in het verhaal van onze parochie bij mijn weten tot nu toe nauwelijks een rol hebben gespeeld. Bij gelegenheid van dit jubileumjaar zijn nu bovendien relikwieën opgenomen van heiligen die meer tot onze verbeelding spreken omdat ze met de geschiedenis van ons land verbonden zijn: van de heilige Bonifatius die zoals we allen weten in 754 als missionaris te Dokkum werd vermoord en van de heilige Martelaren van Gorkum die in de verwarrende turbulente tijd van de Reformatie in 1572 in Den Briel gedood zijn vanwege hun geloof in de werkelijke tegenwoordigheid van de Heer in het Allerheiligst sacrament.
Onze katholieke kerken zijn dus gebouwd op de graven van de heiligen of de altaren bevatten hun relikwieën. Dat vertelt het verhaal dat ons geloof gebouwd is op het geloof van hen die ons zijn voorgegaan. In het bijzonder van hen die op een bepaalde manier uitblonken in dat geloof, door hun gebedsleven, of door hun wijsheid of door hun daden van liefde of door hun volharding in zware beproevingen. Velen hebben zelfs hun leven gegeven als martelaren. Het is mooi dat in onze katholieke traditie de heiligen die in de hemel zijn opgenomen ook zo bijna tastbaar dichtbij zijn in onze kerken door de cryptes en de altaren.
Zo beleven wij als gelovigen dat hemel en aarde elkaar raken in het huis van God dat de kerk is, en innig verbonden zijn. We zijn thuis bij de heiligen. Dat verkondigen de later vervaardigde kunstige beelden van heiligen in elk kerkgebouw, maar vooral en al veel eerder ook de relikwieën. We genieten hun voorspraak en bescherming.
Des te opmerkelijker is het dat er van Maria geen relikwieën zijn. En er is geen kerk op haar graf. Zij is voor ons de eerste onder alle heiligen, de begenadigste onder al Gods kinderen. En toch is er van haar die al tijdens haar leven door alle gelovigen als moeder van de Heer werd bemind, niets tastbaars overgebleven. Het was toch tot troost en steun voor de gelovigen door de eeuwen dat hun kerken en dus hun geloof gegrondvest waren op de relikwieën van de heiligen als trouwe getuigen van Jezus Christus? Hoeveel te meer zou dat gelden voor Maria de moeder van de Heer?
Nee, het is geen onachtzaamheid van de kerk geweest dat niets stoffelijks van haar bewaard is gebleven alsof men ooit haar graf had kunnen vergeten of verwaarlozen. Waarom is er dan geen kerk gebouwd op haar graf? Omdat er helemaal geen graf is.
dormition2Er is niets stoffelijks overgebleven. Volgens de gelovige overlevering van der kerk is Maria bij haar ontslapen ten hemel opgenomen, heel haar bestaan, naar ziel én lichaam. Dat vieren we ook op dit feest van Maria ten Hemelopneming.
Maria die op aarde een ereplaats had als moeder van de Heer te midden van de apostelen en de eerste christenen, heeft naast Jezus een ereplaats in de hemel.
Maar als daarmee elk spoor van haar aardse bestaan hier is uitgewist, missen we dan niet iets heel wezenlijks, iets unieks, iets tastbaars zoals bij de andere heiligen?
Een logische vraag. Maar Maria heeft ons méér geschonken en nagelaten dan wie dan ook, want zij mocht de moeder van Jezus worden. Wanneer wij Hem aanvaarden en in Hem geloven als onze levende Heer, ontvangen we daarmee het kostbaarste wat er is.
En wij mogen Hem tastbaar in geloof ontvangen in de Eucharistie waar Hij zegt: “dit is mijn lichaam”. Dat is het lichaam dat Jezus ontvangen heeft uit de moederschoot van Maria. Het is ondenkbaar dat we de Eucharistie vieren en de communie ontvangen zonder Maria.
Maar bovendien mogen we Maria op een bepaalde manier bijna tastbaar ervaren door de liefde waarmee zij als een moeder de kerk vervult. De kerk is meer dan een instituut. Zij is een moeder voor alle gelovigen en een gastvrij huis voor iedereen die zoekt naar God en vraag naar haar zoon Jezus. Het is die moederliefde van Maria die ons als broeders en zusters met elkaar verbindt. Het is die liefde die ons raakt en die ons van de kerk als lichaam van Christus doet houden.
De verheerlijking van Maria bij God wil niet alleen zeggen dat zij verkeert in een toestand van geluk en eeuwige vreugde. Het betekent ook dat zij mag meeregeren en meewerken aan het rijk van God, in elke tijd en generatie opnieuw.
En hoe werkt ze mee? Door de liefde voor haar zoon in ons aan te wakkeren. Daardoor de onderlinge liefde tussen alle gelovigen. Daardoor de liefde voor de kerk. En tenslotte de liefde voor alle schepselen en voor heel de schepping.
Het is die tastbare hemelse liefde die ons verbindt in moeilijke tijden voor de kerk. Een mantel om ons heen geslagen. Het is die liefde die ons de kerk ondanks alle menselijke tekorten als thuis laat ervaren. Het is die liefde die ons doet verlangen naar eenheid in de kerk en tussen alle christenen.
Het is die liefde die ons iets van de hemelse vreugde al doet ervaren. Het is de moederliefde die ons de kerk hier als raakpunt van hemel en aarde beleven. Laten we door Maria die liefde koesteren. Laten we onszelf in die liefde koesteren. Dan zal ons leven en ons geloof ons gemakkelijker vallen. En onze hoop op het eeuwige leven onophoudelijk aanvuren en versterken. Wees gegroet, Maria…………Amen

(c) Martin Los
Bij de foto: Marmeren kistje met daarin sinds 2015 relikwieën uit de beenderen van H. Bonifatius en HH. Martelaren van Gorkum in het altaar van de OLV ten Hemelopnemingkerk De Meern
Bij de Ikoon: Dormition, Ontslapen van Maria, Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming
Schriftlezingen tijdens de Mis op dit feest volgens het leesrooster voor zon- en feestdagen: 1e lezing: Openbaring 11:19a;12:1-6a.10ab 2e lezing: I Kor. 15:20-26. Evangelie: Lukas 1:39-56

Een Klein Leven (A Little Life). Recensie

Een Klein Leven door Hanya Yanagihara Nieuw Amsterdam uitgevers 2016

Drijfzand
EenKleinLeven0001
Eigenlijk zou op de omslag van de roman Een klein leven van de Amerikaanse schrijfster Hanya Yanagihara de waarschuwing moeten staan: “Gevaarlijk. Drijfzand”. In een interview kort na de voltooiing van haar boek vertelt de schrijfster dat zij welbewust een roman heeft willen schrijven die als Quicksand zou werken. Inderdaad, als je begonnen bent met lezen, kom je niet meer los ook al zou je willen. Als je je probeert te ontworstelen, raak je steeds dieper verstrikt in deze ongemakkelijke roman. In niet minder dan 750 bladzijden wordt de diepe vriendschap en trouw van vier vrienden aan elkaar beschreven. Ook de belangeloze liefde van mensen voor elkaar. De momenten dat het schuurt en kraakt. De pijn die ze aan elkaar beleven. Maar ook de bewondering voor elkaar door de verschillende levensfasen heen. Ook het intense verdriet om het verlies dat ongenadig komt.

Argeloos begin: vrienden op kamers
Het begin is nog argeloos. Het beschrijft hoe de vier vrienden als studenten met elkaar omgaan, bij elkaar op kamers wonen in Manhattan, met heel weinig genoegen nemen, want ze leven van de vriendschap. De één studeert architectuur, de ander volgt de kunstacademie om schilder te worden, de derde volgt de opleiding tot toneel- en filmacteur, en de vierde, de hoofdpersoon, Jude, studeert aan de rechtenfaculteit. Niets van drijfzand. Maar op het moment dat je daarin verzeild, is het te laat. Onverwachts blijkt Jude’s verleden een struikelblok voor hem te zijn om zich helemaal uit te leven in de vriendschap. Hij probeert min of meer onzichtbaar te zijn. Het is één van de vele aspecten doorheen de roman van een klein leven.

Alleen op de wereld
Gaandeweg het boek blijkt dat hij ooit te vondeling is gelegd bij een klooster. De broeders behandelen hem hardvochtig. Er is sprake van misbruik. En de enige aardige broeder gaat er met hem vandoor om hem als kinderprostitué te exploiteren in het ene motel na het andere. Als hij daaruit ontsnapt en als wees alleen in de wereld is, is zijn beproeving nog niet ten einde. Hij komt terecht in een tehuis waaruit hij na veel ellende ontvlucht om uiteindelijk te belanden in de handen van een zich dokter noemende psychopaat.
Denk niet dat Hanya Yanagihara deze verschrikkelijke kindertijd in chronologische volgorde vertelt in een afgebakend hoofdstuk. Zelfs aan het einde van het boek is nog niet alles verteld. En wat wel onthuld wordt, gaat met horten en stoten, door heel de roman heen. Wat we te horen krijgen en op welk moment, hangt af van de herinnering van Jude zelf als hij is opgenomen in de vriendenkring, een succesvolle student is, een door iedereen geaccepteerd of zelfs geliefde. Pas dan komen de vragen wie hij eigenlijk zelf is, al of niet onder invloed van het verlangen van de anderen om hem beter te leren kennen. Dat geldt het meest van een van de vier vrienden, die later gevierd filmacteur wordt, en een relatie met hem aangaat. En van zijn leermeester, professor Harold Klein en diens vrouw die hem als volwassene adopteren als hun eigen zoon.

Herinneringen met een eigen leven
De herinneringen doen zich aan hem voor. Ze zijn geen beelden die hij zelf naar believen oproept en van zich af kan zetten. Soms worden ze getriggerd door nieuwe ervaringen van geweld en misbruik en door ingrijpend verlies. Maar door alles heen is er zijn lichaam. Dat gekwetste lichaam dat de sporen draagt van zijn verleden als kind en puber. Hij schaamt zich ervoor. Hij laat niemand toe. Uit afschuw en wantrouwen. Maar gaandeweg raakt hij door de littekens uit het verleden gehandicapt zodat het zijn omgeving niet kan ontgaan dat hij er slecht aan toe is en hulp nodig heeft.

Pijn doen om pijn te verzachten
Bovendien heeft hij zich aangewend zichzelf te snijden om door deze pijn het gevoel te hebben dat hij toch de controle heeft over zijn lichaam en zijn leven. Zelf ben ik in mijn pastoraat vaak mannen en vrouwen tegengekomen die slachtoffer geworden zijn van het gedrag van anderen of gebeurtenissen, en die liever zelf schuld op zich namen, dan hun volkomen onmacht te accepteren. Het kan verleidelijk lijken door je zelf pijn doen, ook geestelijk, diepere pijn te verzachten. Hanya Yanagihara is er in geslaagd om het verhaal van het geschonden lichaam en de pijn zo op te nemen in het grote ontroerende verhaal van de vriendschap dat het in mijn beleving geen moment voyeuristisch of sentimenteel overkomt. Het betrekt de lezer wel in de worsteling van Jude in de zoektocht naar wie hijzelf eigenlijk is. En in de worsteling van zijn vrienden in de zorg om hem. Vaak voel je je als lezer ongemakkelijk, misselijk en vol deernis. Maar je ontworstelen aan de worsteling kun je niet. Je waadt door drijfzand. Je worstelt mee. Tot tranen toe.

Heling en verlossing
De binnenste kring vrienden, maar ook de kring daarom heen wil Jude helpen, behoeden voor pijn en genezen. Ze hebben er alles voor over. Maar het roept bij hem de vraag op of zijn leven zoals het is dan niet telt. Vormt de pijn van het verleden en de beperkingen van nu niet een wezenlijk deel van zijn leven. Zijn heling en genezing niet een voortijdige verlossing van een klein leven dat in al zijn kleinheid groot is? Is een gaafheid van lijf en geest, zo die al mogelijk is, niet een soort lethargie waardoor iemand een vreemdeling wordt in eigen leven? Mag je houden van het leven ook als het geschonden is? Een klein leven stelt de onvermijdelijke vraag naar de zin van het leven. Ik ervaar de roman als een vraag naar verzoening met leven dat onvolkomen is. Het is de vraag naar verlossing. Vriendschap en liefde spelen daarin een grote rol. Maar zij zijn broos en breekbaar. En je vrienden en die je liefhebben kunnen weggerukt worden. Voor mij is een vraag naar de zin van ons bestaan, naar verzoening met het bestaande, en verlossing, hoe impliciet ook, een vraag naar God.

De wereld rondom
De roman beschrijft gebeurtenissen die een halve eeuw bestrijken. En de vriendschap betreft de studietijd en de ontwikkeling en maatschappelijke bloeitijd van ieder van de vrienden en de personen daarom heen. Het is tegenwoordig gebruikelijk dat in romans en films die over langere periodes spelen het wereldtoneel als achtergrond wordt gebruikt. In het eerder genoemde interview wordt aan de schrijfster de vraag gesteld waarom zij alle verwijzingen naar contemporaine gebeurtenissen heeft weggelaten. Hanya Yanagihara antwoordt dat zulke verwijzingen relativerend werkend ten aanzien van de eigen tijd van het feitelijke verhaal. Zij wilde dat juist voorkomen in deze roman omdat de lezer geen ontsnapping geboden zou worden. De lezer moet als het ware in het verhaal gezogen worden. Aan het drijfzand is geen ontkomen

Ter afsluiting
Echte kunst, zeker literaire kunst, moet de lezer in de gelegenheid stellen zijn of haar wereld en het eigen bestaan, zichzelf, als het ware opnieuw te verstaan. Met bestaande taal en beelden wordt als het ware de taal en de werkelijkheid opengebroken. De lezer is na de laatste bladzijde niet meer dezelfde als aan het begin. In die opzet is Hanya Yanagihara wat mij betreft geslaagd. Als was het maar door de vragen die de roman oproept en die nablijven als een zeurende pijn en een ongemakkelijk soort jeuk. Ik bewonder de schrijfster voor haar empathische manier van vertellen, verrassende metaforen, en vermogen om ons rond te leiden in een bijna filmische wereld. Maar u bent gewaarschuwd: “Gevaarlijk. Drijfzand!”

© Martin Los