Een knipoog van de werkelijkheid

Met haar man woonde ze een paar jaar in Nederland vanwege zijn werk bij een internationaal ICT-bedrijf. Zij was verpleegkundige. Ze kwamen uit India. Ik leerde hen kennen omdat ze katholiek waren en regelmatig naar de kerk kwamen. Ze wonen inmiddels alweer drie jaar in een ander West-Europees land. Ze nodigde me indertijd uit om vrienden op Facebook te worden. Ondanks dat ze niet meer in Leidsche Rijn wonen, zie ik dus af en toe een berichtje van haar passeren.
“Happy diwali to all my dear friends” las ik vorige week donderdag 19 october op mijn tijdlijn. Di-wa-li. Klinkt als rinkelende belletjes. “Vast een Indiaas feest” dacht ik “Misschien later op de dag als ik even tijd heb, nog eens aan haar vragen wat Diwali betekent”.
Ik stapte in de auto om naar het Pastoraal Centrum in Vleuten te gaan waar het kantoor van de parochie is. Daar heb ik een werk- en ontvangkamer.
Tegen de lunch bedacht ik dat ik niets te eten had meegenomen. Ik liep naar de supermarkt in het winkelcentrum. Aan de achterzijde is een fleurig Surinaams restaurant Narains. Mijn oog viel op een wit A4tje aan de binnenkant van deur: “Wegens Divali gesloten”.
Wat een toeval. Nooit heb ik van dit feest gehoord. En nu op één morgen tweemaal achter elkaar. “Als de eigenaar van Narains zijn zaak sluit vanwege Divali, moet dit voor hem wel een belangrijke dag zijn” dacht ik onderweg naar de supermarkt “en voor zijn doorsnee-klanten iets vanzelfsprekends”.
Terug op mijn kamer zocht ik via google Diwali op. Hindoestaans lichtjesfeest las ik. “Ah. In ons wonen veel Surinaamse Nederlanders die Hindu zijn”. Een paar maanden geleden is in het voormalige Wit-Gele Kruisgebouw naast kerk en pastorie in De Meern een Mandir gevestigd. Een Surinaams-Hindoestaanse tempel.
“Vieren katholieken in India ook Diwali? “vroeg ik mijn Facebookvriend toen ik terug op kantoor was? Later op de middag kwam het antwoord in het Engels: “Nee, Diwali is een Hindu lichtjesfeest. Maar iedereen heeft vrij. We steken samen vuurwerk af met onze Hindu- en Moslimburen en vrienden van verschillende andere geloven. Maar de Hindus offeren in eigen kring bijzondere gebeden zoals Pooja”
Die dag en de volgende dagen hield mij het toeval bezig dat ik binnen een uur op twee verschillende plaatsen en om geheel verschillende redenen op het Diwali-feest stuitte.
Wat is de betekenis en de werking van coïncidentie? Meerdere gebeurtenissen die een gelijkenis vertonen, vallen uit het niets samen. Toeval heeft geen betekenis, zeggen de meesten. Aan toeval betekenis hechten is bijgeloof denken velen.
Op mij komt een coïncidentie eerder over als een creatieve poets die ons rechtlijnige denken gebakken wordt. Een vorm van ironie. Een knipoog van de werkelijkheid. Het ligt in onze eigen vrijheid om er betekenis aan te hechten. Dat vraagt ook om een ontvankelijke houding die niet alles wil beheersen of gelijk wil hebben, maar zich wil laten verwonderen. Ik weet nu in elk geval dat miljoenen mensen elkaar jaarlijks een gelukkig Diwali toewensen. Ook bij ons in de buurt.
Wat mooi als we elkaar de feesten die we vieren, gunnen, ongeacht verschillen in godsdienst (inclusief atheisme) of leefstijl.
Happy Diwali, Eid Mubarak, Zalig Kerstfeest, Shanah Tova. Etc. Ik zie een vreedzamere, vrolijkere en wijzere wereld voor mij.

Martin Los

Beeld en gelijkenis

Preek op de 29ste zondag door het jaar op 21/22 oktober 2017 Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, ‘Geef de keizer wat des keizers is, en geef aan God wat van God is’ *) is een gevleugeld woord geworden.
Globaal bedoelen mensen die deze uitspraak van Jezus aanhalen in een gesprek, dat je in een maatschappij leeft mét een overheid; dat die overheid belasting heft en dat je daar niet moeilijk over moet doen, omdat die overheid ook bescherming biedt en voorzieningen biedt zoals wegen en bruggen, en allerlei andere zaken waarvan je zelf profiteert. Maar dat er aan de andere kant ook zaken zijn die de overheid moet respecteren zoals gewetensvrijheid, vrijheid van meningsuiting, en vrijheid van godsdienst. En dat je daar zelf ook voor op moet komen.
Soms schuren deze belangen tegen elkaar aan zoals de zondagsrust, hoofddoekjes bij ambtenaren, en dieper gaande zaken als euthanasie, stamcelonderzoek, enzovoort.
Dus het gaat dan niet alleen over belasting betalen, maar over de invloed van de overheid. Sommige pleiten voor een kleine overheid met zoveel mogelijk eigen zeggenschap voor de burgers, anderen leggen liever zoveel mogelijk taken bij de overheid om ongelijkheid te voorkomen. Globaal vinden we hier ook het onderscheid tussen politiek rechts en links.
Het is een zaak van wijsheid om het juiste midden te vinden. Probleem in onze tijd is dat dit midden ver te zoeken is. Meningen en belangen staan steeds vaker recht tegenover elkaar.
Maar we doen Jezus heel erg tekort als we hem maken tot iemand die alleen maar politiek commentaar levert in de marge.
“Welke afbeelding staat er op de munt die je daar in je hand hebt?” vraagt Jezus aan zijn tegenstanders? “Van de keizer” antwoorden ze. Ja, van wie anders? Dan zegt Jezus: “geef dan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is”.
Het gaat om die afbeelding. Als ze profiteren van het geld omdat de keizer met zijn afbeelding garant voor de waarde staat, moet ze ook de keizer zijn deel geven.
Maar nu de sprong naar ‘aan God geven wat van God is’. Wat en waarom moeten we aan God geven wat van God is? Dat moet met die afbeelding te maken hebben? Wie draagt Gods afbeelding? De Schriftgeleerden weten onmiddellijk waar Jezus op doelt. In het begin van de Bijbel staat: God schiep de mens naar zijn beeld.
Ieder mens vertoont op de een of andere manier een gelijkenis met God. Dat beeld kan beschadigd zijn zoals de afbeelding op een munt door krassen. Van antieke gouden of zilveren munten vijlden oplichters stukjes eraf. Zo kan ook de mens als beeld van God bijna onherkenbaar worden door het onrecht dat iemand doet, door onbarmhartigheid, door lelijk tegen elkaar te doen. En voor een deel ook omdat we gewoon onvoldoende ons telkens verwonderen over dat wij leven, samen met onze medemensen. Door de sleur.
De mens als beeld van God betekent niet dat we superieur zijn boven andere schepselen zoals ooit wel gedacht is. Elk schepsel is op zijn eigen manier super en uniek, van een grasspriet tot een woudreus en van een regenworm tot een olifant.
In zijn encycliek Laudato’si (2015) over de zorg voor het milieu en de schepping zegt paus Franciscus: de hele schepping inclusief de mens is beeld van God. In alles mogen we iets van God herkennen. Wij, mensen, staan niet boven de natuur. We maken er deel van uit. Maar we zijn wel uniek beeld van God door onze geest, doordat we vrije keuzes kunnen maken en doordat we kunnen liefhebben en barmhartigheid kunnen tonen, en elkaar kunnen vergeven.
Door zo te leven komt het beeld van God op bijzondere wijze in mensen aan het licht. Dat is de kroon op de schepping. Op die manier gebruiken we het beeld van God dat we dragen zoals het bedoeld is en vruchtbaar is. Door dankbaar te zijn, schenken we God zijn deel terug. Dankbaar dat we het unieke avontuur mogen beleven van het menszijn. En daarvoor verantwoordelijkheid nemen.
Wat Jezus doet, is dit. Hij vraagt aan zijn tegenstanders waarom ze in hem niet de ware mens, Gods beeld en gelijkenis herkennen, Gods eigen Zoon. Door hun argwaan en vijandschap doen ze Hem te kort, maar ook zichzelf. Zo verduisteren ze het beeld van God in zichzelf.
Maar zelfs dat kan het beeld van God niet volledig uitwissen in hen. Want God is groter dan ons hart, groter dan het kwade dat we doen. Aan het kruis zien we het beeld van God oplichten op een manier die nooit meer dooft.
Velen van degene die Jezus aan het kruis brachten bekeren zich. En nog steeds komen mensen terug van een leven zonder God om in Jezus de ware mens en Zoon van God te herkennen om zelf nu te leven als kinderen van God.
Laten ook wij dagelijks dankbaar zijn dat we God onze Vader mogen noemen en zo aan God geven wat van God is. Tot zegen van ons zelf, van onze medemensen en van heel de schepping. Amen

Pastoor Martin Los

Evangelielezing van deze zondag in de eucharistie volgens het lectionarium van de r.k. kerk: Mattheus 22:15-21