Verrijzenis vraagt om geloof.

Korte preek 2e Paasdag 2 april 2018

“Zeg maar: zijn leerlingen zijn Hem in de nacht komen stelen terwijl wij sliepen” *) Lieve zusters en broeders, er is in onze tijd veel aandacht voor wat echt nieuws is en wat nep-nieuws is. Politici verwijten elkaar dat ze feiten verdraaien. Dus dat wat zij beweren eigenlijk niet waar is. Inderdaad is nieuws vaak gekleurd. En nieuws wordt ook vaak gemanipuleerd in eigen voordeel of ten nadele van de ander. Roddel en laster zijn natuurlijk ook een vorm van nep-nieuws op alle niveaus van de samenleving. Men zegt: dit of dat is een feit. Maar wat een feit is hangt ook af van de context en van het gezichtspunt dat men inneemt.
Het Evangelie van vandaag spreekt ook over manipulatie met feiten. De bewakers van het graf van Jezus komen de autoriteiten vertellen dat de steen van het graf was weggerold en het graf leeg was. Ze hebben daar zelf geen verklaring voor. Maar hun opdrachtgevers zeggen: vertel maar aan iedereen dat zijn leerlingen hem in de nacht zijn komen stelen. Zeg maar dat jullie sliepen. Ze kregen er zelfs voor betaald om deze leugen te verspreiden.
Ook de bewakers hebben geconstateerd dat de steen was weggerold en het graf leeg. Nergens staat dat zij sliepen toen dat gebeurde. Het moet in een splitsecond gebeurd zijn. Niet door mensenhanden.
De vrouwen meenden ook eerst dat het lichaam van hun meester geroofd was. Er is een engel voor nodig om hen uitleg geven. Een soort goddelijke ingeving, zou je kunnen zeggen. En de leerlingen die gewaarschuwd door de vrouwen komen kijken, komen tot geloof dat de Heer is verrezen doordat zij nu nog beter gaan begrijpen dat Jezus de Christus is, de zoon van de levende God.
Dus zonder geloof kunnen we niet als we de verrijzenis van Jezus aanvaarden als uitgangspunt voor ons leven.
Is de opstanding van Christus dan niet een feit, niet iets historisch? Want feiten hoef je niet te geloven. Die zijn gewoon werkelijk gebeurd. Is de opstanding niet fakenews?Ik zei al, dat ook wat wij feiten noemen altijd mede bepaald wordt door de context. Een jongen die stapel verliefd is op een meisje ziet haar anders dan anderen. Is zijn beleving daarmee onwaar?
De weggerolde steen en het lege graf, de opgerolde zweetdoek zijn historisch. De verrijzenis is niet iets onhistorisch in de zin van verzonnen. Ze overstijgt onze werkelijkheid. Ze past er niet in. Want Jezus is niet schijndood geweest en weer teruggekomen in de werkelijkheid. Hij is verrezen in een nieuwe werkelijkheid waar de dood en het kwade en de zonde geen macht meer over hebben. Hij heeft de dood niet overleeft. Hij is de levende zelf. Hij is de gever van het nieuwe leven dat vervuld is van Gods kracht.
Daarom vraagt de verrijzenis niet om bewijs. Ook al zijn er sterke aanwijzingen voor de objectieve beschouwer dat er iets heeft plaats gevonden dat menselijke bevattingsvermogen te boven gaat. Zelfs de autoriteiten geven dit aan de bewakers toe om dat zij hen afkopen om een leugen te verspreiden. Ze hadden ook kunnen zeggen: wat een onzin.
Is het geloof dan een sprong in het duister? Nee, want geloof wordt gewekt door de persoon van onze Heer Jezus. Door zijn woorden en wondere daden. Door zijn persoon. Door zijn ultieme daad van liefde door zijn dood als onschuldig lam aan het kruis voor de zonden der wereld.
Wij mogen Jezus kennen. Door de Heilige Geest. Dank zij de woorden van en over Jezus die in de kerk zijn overgeleverd, en door zijn tegenwoordigheid in de sacramenten die we mogen ontvangen. Zo vervult Hij ons van zijn leven. Van het eeuwige leven. Amen

Martin Los, pr
Evangelie van deze dag: Mattheus 28:8-15
afbeelding: wandtapijt gemaakt door http://www.benedictinessen-schoten.be

Kennen is omgaan met. Over het lege graf.

Preek tijdens de Paaswake en op 1e Paasdag in de Mariakerk De Meern

“De Heer is waarlijk opgestaan, Alleluia”. Lieve zusters en broeders, met deze boodschap begroeten de christenen elkaar sinds mensenheugenis op het Paasfeest. Alleen op die eerste Paasmorgen nog niet. Want de vrouwen die als eerste de steen weggerold van het graf vonden, schrokken. Zij dachten dat het lichaam gestolen was. En de twee leerlingen die op onderzoek uit gingen, en het lege graf binnengingen, staarden in een groot raadsel. Zij begrepen het nog helemaal niet.
Hoe komt het, vragen we ons af, dat die ontsteltenis en die verbazing over is gegaan in vreugde en in het verlangen elkaar en de hele wereld toe te roepen: “De Heer is waarlijk opgestaan”?
Omdat ze zich Jezus zelf herinnerden. Wanneer wij iemand van wie we houden en die heel belangrijk is voor ons is, iemand die een centrale plaats in ons hart inneemt, verliezen, lijkt die ander in het niets opgelost. Maar tegelijk verschijnt die ander in allerlei beelden aan ons, wat je samen hebt beleefd, wat die ander heeft gezegd en gedaan. Dingen die je vergeten leek, komen plotseling boven. Zo komt die ander als het ware op een nieuwe manier op je toe. Ik heb dit uitgebreid beschreven in mijn boek over het verlies van mijn dochter Rosa.
“Die andere leerling die het eerste bij het graf was aangekomen, ging – na Petrus – ook het graf binnen. Hij zag en hij geloofde”. Voor hem was de steen die was weggerold zonder dat er iemand aan te pas was gekomen, het lege graf, de opgerolde doeken teken dat de Heer was opgestaan. Want hij kende Jezus. Hij had bij de maaltijden aan zijn borst gelegen. Hij had altijd een grote liefde voor Jezus gehad. Omdat Jezus anders was. Met niemand te vergelijken. De Zoon van God. Nu drong de laatste consequentie daarvan door: zijn meester was niet dood. Zijn Heer was opgestaan.

Later zouden hij en de andere leerlingen bij elkaar zitten en herinneringen ophalen aan wat Jezus hun gezegd had: dat de mensenzoon veel moest lijden, maar dat hij op de derde dag zou verrijzen. Ze zouden steeds beter gaan begrijpen dat Jezus altijd al degene was geweest, zoals hij nu aan hen verscheen. Hij leefde niet alleen voort in hun herinnering. Hun herinnering hielp hen te geloven dat Hij werkelijk de levende Heer is.
In het Marcusevangelie vertelt de engel aan de vrouwen, dat ze de leerlingen moeten verkondigen dat ze naar Galilea moeten gaan: “daar zullen jullie Hem zien, zoals Hij gezegd heeft”. Galilea is de plaats waar Jezus hen geroepen heeft. Daar heeft Hij hen alles geleerd en zijn wonderbare tekenen laten zien. Wanneer ze zich dat allemaal herinneren, zullen ze ervaren dat Jezus bij hen is als de levende Heer.
Die woorden en daden van Jezus hebben de leerlingen doorgegeven in de Evangeliën, zodat ook wij hun herinneringen en getuigenissen mogen delen. En in de Eucharistie waarvan Jezus gezegd heeft: “doet dit tot mijn gedachtenis” en in de opdracht om elkaar lief te hebben: “Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie ook elkaar lief hebben”. Dat zijn niet alleen herinneringen aan Jezus in een verleden. Het zijn woorden van de levende Heer. Vanuit Pasen zijn ze vervuld van goddelijke nabijheid en kracht. Het zijn woorden waarin we de steen van het graf zien weggerold, woorden die ons tonen dat het graf leeg is en de dood geen macht heeft. “Uw woorden, Heer, zijn woorden van eeuwig leven” roepen de leerlingen uit. De woorden zijn vervuld van zijn kracht, van zijn persoon, van zijn leven.

Door zijn dood en verrijzenis heeft Jezus voor ons de poort van het eeuwige leven geopend. Maar wat is dat eeuwige leven? Hoe krijg je dit eeuwige leven?
Bij de volwassenendoop vraag de priester aan de dopeling: wat vraag je van de kerk? Antwoord: het geloof. Priester: Wat schenkt u het geloof? Antwoord: het eeuwige leven. Priester: dit is het eeuwige leven, dat zij u kennen, Vader en de Zoon Jezus Christus.
Ziet u de steen weggerold? Ziet u het lege graf? Het geloof verbindt ons met Jezus en met God. Die verbinding, die relatie, is het eeuwige leven. In onze tijd wordt veel gesproken over ‘verbinden’ en over ‘inclusief denken en handelen’. De ultieme binding is ons leven verbinden met God. Dat is leven waar dood en bederf geen vat meer op hebben.
God kennen en Jezus kennen, is niet allerlei informatie bezitten over God, hele boekenkasten vol hebben staan. Jezus kennen, is omgaan met Hem. Zijn woorden ter harte nemen. Bij de beslissingen die we nemen te rade gaan bij Hem en bij wat Hij heeft gezegd en heeft voorgedaan. Daarin mogen we de levende Heer ontmoeten. Vanouds betekent ons woord ‘kennen” omgaan met. Een stelletje had vroeg “kennis aan elkaar”. Maar ook het Engelse woord ‘kin’ betekent je familie en vrienden. Ons woordje ‘kind’ – je eigen vlees en bloed -is daarmee verwant.
Dat eeuwige leven mogen we hier en nu dus al in beginsel ervaren. Want we mogen Jezus nu al kennen, en door Hem ook zijn hemelse Vader. We mogen hier en nu al als zijn kinderen leven en het leven als een geschenk van God ervaren dat Hij ons nooit meer afneemt. Tot we eens helemaal met Hem verenigd worden in het eeuwige licht.
We mogen met ons eigen leven getuigen: “De Heer is waarlijk opgestaan. Alleluia!” Amen

pastoor Martin Los
Evangelielezing Paaswake: Marcus 16:1-8; en 1e Paasdag:  Johannes 20:1-9
afbeelding: doop van een volwassene in de Paasnacht met het nieuw gewijde water en het licht van de nieuwe paaskaars