mensen tot leven wekken

Preek op de vijfde zondag door het jaar op 10 februari 2019 in de Mariakerk en Willibrordkerk

‘Vrees niet. Van nu af aan zul je mensen vangen’ 1)
De mensen aan de oever van het meer van Galilea hangen aan Jezus lippen. Ze verdringen elkaar om zijn woorden op te vangen. Hij stapt in een vissersbootje en vraagt visser Simon Petrus om een klein stukje het water op te varen.
Mooi om te zien, hoe praktisch Jezus is. Nu kan iedereen hem zien en horen. Kijk eens, nu lijkt Jezus een visser die een grote menigte door zijn boodschap als vissen in zijn net gevangen heeft. Ze luisteren geboeid.
Wat blijkt hieruit? Dat deze mensen – en mensen in het algemeen – een grote behoefte hebben aan voedsel voor de ziel. Door de woorden die hij spreekt en de wijze waarop, stilt hij de honger van de ziel van de mensen. Met ‘ziel’ bedoelen we de mens met haar en zijn verlangen naar zin en betekenis in het leven. We willen niet alleen functioneren en onze plicht doen en consumeren en onze behoeften bevredigen. We verlangen geraakt te worden door wat mooi is, door wat waar en oprecht is, en door wat puur is en onze liefde wekt. Zaken die het leven waardevol maken. Ervaringen die ons verzoenen met de teleurstellingen op onze levensweg en met onze eigen tekortkomingen. Misschien mogen we die honger van onze ziel wel honger naar God noemen. Of dorst naar God zoals het koor in de tussenzang zong. Jezus peilt deze enorme honger van de mensen naar God. God zoals hij zelf die kent. Hij voelt die honger van binnen uit. Hij wil het prachtige dat hij ontdekt heeft en dat hij in zich draagt en dat hem blij maakt niet voor zichzelf houden. Hij is vervuld van de liefde van God. En de mensen vóelen dat. Ze willen geen woord missen van wat hij zegt. Ze willen ook vervuld zijn van Gods liefde.
Op dat moment pauzeert Jezus. Hij geeft Petrus de opdracht om het water op te gaan: ‘vaar nu naar het diepe en werp uw netten uit voor de vangst’ . In de oorspronkelijke Griekse tekst staat niet dat Jezus zijn toespraak beeindigt, maar dat hij pauzeert. Dat is een belangrijke aanwijzing. Het wil zeggen dat wat Jezus tot nu gezegd en gedaan heeft, gaat uitbeelden en toepassen. De tweede akte. Jezus heeft een grote menigte gevangen door zijn boodschap. Maar hij wil dat niet voor zichzelf houden. De vreugde dat hij God kent, niet, maar ook niet de vreugde van die vreugde doorgeven aan anderen.
Petrus werpt tegen dat ze de hele nacht gezwoegd hebben en niets gevangen. Maar ook hij is diep onder de indruk van Jezus’ verkondiging: “Meester, op uw woord zal ik de netten uitwerpen”.  Als ze de netten weer inhalen dreigen ze te scheuren vanwege de grote menigte vissen. Zelfs als ze hun maats op de andere boot erbij roepen, dreigen de boten zinken onder de vracht.
Begrijpen we wat hier gebeurt? De menigte op de oever ziet het voor hun ogen gebeuren. Begrijpen zij het? Jezus laat hen zien dat hij mensen roept om de blijde boodschap verder te verspreiden. Hij stelt hen daartoe in staat. Hij staat achter hen. Hij klemt hen niet tegen zijn borst alsof zijn woorden krachteloos woorden op het moment dat hij hen loslaat. Hij wil dat ze op eigen benen gaan staan en zijn vreugde doorgeven.
De mensen aan de kant zien ook hoe Petrus en al zijn metgezellen Jezus te voet vallen: “Heer, ga weg van mij want ik ben maar een zondig mens’. Dat is altijd onze reactie. We voelen ons onwaardig en niet in staat om zoiets moois als de liefde van God door te geven. Als we het woord ‘God’ in de mond nemen, klinkt het al goedkoop. Alsof we God voor de voeten lopen. We zoeken duizend en één uitvluchten. Wij, mensen in aanraking brengen met God? Dat kan niet waar zijn! Dat was al de reactie van de profeet Jesaja geconfronteerd met zijn roeping: “wee mij, want ik ben een zondig mens met onreine lippen” 2). We zijn bang dat we buiten onze schoenen gaan lopen als wij denken de honger van de ziel van mensen in onze omgeving te kunnen stillen. Bang dat we niet verder komen dan wat stuntelen.
“Wees niet bang’ zegt Jezus “van nu af zul je mensen vangen’. Voor ‘vangen staat in het Grieks eigenlijk een heel uniek woord, dat het beste vertaald kan worden als “tot leven wekken”. Dus niet ‘vangen’ in de zin van ‘vrijheid ontnemen’, maar ‘vangen’ in de zin van ‘ontrukken aan de dood, aan een leven zonder God. Volksmenners en Ideologieën vangen ook mensen in menigte, maar hun net is een fuik waarin je bekneld en verstikt raakt. Het Evangelie van Christus maakt vrij.
Begrijpen we wat Jezus hier doet? Hij laat zien dat zijn leerlingen zijn vreugde over God mogen doorgeven. Hij staat achter hen. Hij spreekt door de apostelen. Maar we mogen allemaal in de vreugde delen dat we de honger van de ziel van mensen mogen stillen door samen kerk te zijn, door onze toewijding en liefde in een wereld waaruit God verdwenen lijkt, mensen in aanraking te brengen met God. Met passie en vreugde. Belangrijk is ook dat we die vreugde samen delen door ervaringen te delen. In de liturgie en daarbuiten. We mogen de hoop die in ons geplant is door Jezus, doorgeven. Hoe meer we die honger van de ziel in ons zelf ontdekken, hoe meer we verlangen die honger te stillen in een wereld die God niet kent: mensen in aanraking brengen met het leven dat niet vergaat.
Het devies van onze parochie is “zorgzaam en zichtbaar”. Veel van het goede dat we doen uit liefde voor onze Heer gebeurt in het verborgene. We lopen er niet mee te koop. Maar laat in elk geval de hoop en de vreugde van het geloof uit ons doen en laten spreken. Dan komt de rest ook wel goed.  “Zorgzaam en zichtbaar”. Jezus doet ons voor. “van nu af zul je mensen vangen”.

Pastoor Martin Los
Schriftlezingen uit het lectionarium voor zon- en feestdagen in de r.k. kerk
1) Evangelie: Lukas 5:1-11
2) 1e lezing: Jesajan6:1-8

‘Ik mis mezelf’ In de huid kruipen van een mens met Alzheimer

Recensie ‘Ik mis mezelf’ Lisa Genova (2008) Foreign Media Books, Amsterdam

Geheel toevallig viel mijn oog in de bibliotheek op “Ik mis mezelf” van de Amerikaanse auteur Lisa Genova. Op de omslag las ik “Een prachtige roman over de vernietigende kracht van alzheimer”. Deze gelikte aanbeveling ontnam me bijna de lust om het boek mee te nemen en te gaan lezen. Mijn nieuwsgierigheid en mijn verlangen naar een roman waarin de auteur het waagde zich serieus probeerde in te leven in een persoon met de ziekte van Alzheimer kregen toch de overhand.
Als pastoor heb ik in de loop der tijden veel mensen die leden aan deze ziekte, meegemaakt, thuis of in een verzorgingshuis. Grijsaards, maar ook mannen en vrouwen in de vijftig met vroegtijdige Alzheimer. Ook heb ik van heel nabij gezien hoe de naaste omgeving met hen omging, en de verzorgers. Wat heb ik vaak verzucht dat ik graag een keer voor even in de huid zou kunnen kruipen van iemand die aan dementie lijdt, om de verwarring van binnen uit te ervaren. Hoe groot is de ontreddering, hoe spookachtig de ervaringen? Wat zijn de misschien de schaarse lichtpuntjes of momenten van blijdschap? Want zou ik na de dementie van binnenuit beleefd te hebben, als een astronaut die op aarde is teruggekeerd, niet veel beter met onze naaste die Alzheimer heeft kunnen omgaan? Deze roman zou niet deze wens vervullen, maar me misschien toch in staat stellen om beter in de huid te kruipen van een mens met dementie doordat deze de hoofdrol speelde in “Ik mis mijzelf”. Een treffende titel voor een mens die niet alleen de anderen en de dingen en de gebeurtenissen niet meer herkent, maar gaandeweg ook zichzelf niet. De oorspronkelijke titel “Still Alice” is bijna onvertaalbaar, ook vanwege de dubbelzinnigheid.
De hoofdpersoon, Alice, in het drama dat zich voltrekt, is een 50 jarige psychologieprofessor aan de vermaarde Harvard Universiteit. Ze heeft zich verdiept in de taal, de processen in het menselijk brein die voor de interne en externe communicatie zorgen. Ze heeft een baanbrekend werk geschreven op haar vakgebied, samen met haar man John. Sommigen van de gebruikelijke psychologische testen om stoornissen vast te stellen, zoals Alzheimer, heeft zij zelf ontworpen en toegepast. Uitgerekend bij haar wordt in een vroeg stadium, door haar eigen alertheid, de vroege en agressieve vorm van Alzheimer vastgesteld. Door de hoofdstukken heen, genummerd zijn naar de maanden waarin het proces zich afspeelt, september 2003-2005, verhaalt Lisa Genova hoe de ziekte voortschrijdt, wat de symptomen zijn, en wat de gevolgen zijn voor Alice zelf, haar man, de drie studerende kinderen, voor de collega’s en studenten aan de faculteit. Ik vind dat de auteur dit op een overtuigende, niet sentimentele manier doet. Ze maakt de dingen niet mooier en ook niet afstotelijker dan ze zijn. Hoewel goed geschreven is het geen literaire roman. De oorzaak is de intentie van Lia Genova om de ziekte en de symptomen uit te leggen aan de lezer. Dat geeft de lezer het gevoel om buitenstaander te zijn, niet alleen wat betreft de ziekte – dat is vrijwel onvermijdelijk –  maar ook in relatie tot de persoon van Alice en het verhaal. Dat is jammer want het chaotische dat Alice beleeft wordt zo gladgestreken door de verhaalvorm. Naar mijn idee zou een nog begaafdere schrijver mogelijk in staat zijn iets van de chaos in de tekst van het verhaal zelf te verwerken.
“Ik mis mezelf” is een informatief en ontroerend boek. Het gegeven dat Alice buitengewoon intelligent, geleerd, kundig is en benijdenswaardig goed college geeft en inleidingen op congressen houdt, maakt haar vroegtijdige Alzheimer bijzonder dramatisch, want de ziekte raakt haar juist waarin zij zo goed is en zoveel van weet. Dat deed mij al lezend wel af en toe verlangen naar een roman waarin een ‘gewoon’ mens, een profvoetballer, een violiste, een filiaalhoudster van een supermarkt, de hoofdpersoon was.
Ik kan “Ik mij mezelf” iedereen aanraden. Nog steeds zie ik teveel mensen die vergeten dat een man of vrouw met Alzheimer niet minder mens is, geen ding dat het niet meer doet. Zij is een mens met gevoel, met behoefte aan aandacht, serieus genomen worden, zorg, en ontspanning. Gelukkig constateer ik dat vrijwel niemand meer woorden ‘ kinds’ of ondeugend inde mond neemt zoals in mijn jeugd nog vaak gebeurde. Dit boek kan er zeker toe bedragen dat we nog meer begrip krijgen
voor mensen met Alzheimer en andere stoornissen, en dat we niet met een boog om heen heenlopen, maar oprecht geïnteresseerd zijn in hen als medemens.
“Ik mis mezelf” eindigt niet in de dood van Alice, ook niet in de complete geestelijke verwarring. Het boek stopt op het punt waar liefde voor elkaar nog ervaarbaar is ondanks alle verwarring en vervreemding. Zou het dan daarna niet meer zo zijn? Een respectvol en uitdagend einde van een treurige en trotse roman.

© Martin Los

Oorspronkelijke titel Still Alice, 2009 Pocket Books a Division of Simon&Schuster New York