In liefde gedenken en verbonden blijven

Preek tijdens de eucharistie b.g.v. de gedachtenis van de overledenen in onze parochie in het afgelopen jaar

“Wees niet bedroefd zoals de mensen die geen hoop hebben” horen we Paulus zeggen tot de gelovigen in Thessaloniki 1).
Onze eerste reactie is misschien: hoe kan hij nou zoiets zeggen? Wij voelen allemaal de tranen opwellen bij de gedachte aan onze dierbare overledenen die nog maar zo kort geleden gestorven zijn. Droefheid hoort tot bij verlies en gemis? Ja, dat is zo. Vandaag delen we zelfs in elkaars verdriet om te laten zien dat we niet de enigen zijn die tranen in de ogen hebben en pijn in ons hart voelen. Dat verlicht. Want door ons verdriet voelen we ons soms afgezonderd van de wereld om ons heen en lopen verloren rond. Maar we herkennen hier lotgenoten. We zijn níet alleen.
Paulus bedoelt niet dat we geen droefheid zouden mogen voelen, maar dat we niet de hoop moeten verliezen. Hoop dat onze gestorvenen niet voorgoed verdwenen zijn in een zwart gat. Hoop dat zij nu bij God zijn en dat Jezus Christus door zijn dood en verrijzenis hen heeft meegevoerd naar de hemel. Zijn Pasen is ook hun Pasen geworden.
Heeft Jezus niet gezegd: “Ik ga heen om een plaats voor jullie te bereiden en als ik dat gedaan heb, kom ik terug om jullie op te nemen bij mij, opdat ook jullie mogen zijn waar ik ben”? 2)  Die belofte geldt niet alleen voor ons die nu leven. Ze geldt ook en allereerst voor onze gestorvenen. Wij bewaren hen in ons hart. We blijven innig verbonden met ze. De hemel is het hart van God waarin Hij hen voor ons bewaart. Zijn schatkamer waar geen onheil hen kan deren; waar zij in vrede zijn in afwachting van de dag waarop Gods rijk aanbreekt.
Die hoop moet ons verdriet verzachten zoals we ons in de kou warmen aan een houtvuur. Laten we door het geloof die hoop levend houden. Die hoop is ook een grote steun om onze band met onze overledenen te onderhouden. Want we blijven met elkaar verbonden. Een mens die sterft is geen ding dat het niet meer doet. Iedere mens is een persoon met een naam en een gezicht zonder wie we ons leven niet kunnen denken. Die door de herinneringen, de woorden en de daden en gebeurtenissen, ons blijven vergezellen en tot ons blijven spreken.
Daarom is het goed om die band te onderhouden. Door een foto in de kamer, door een bloemetje, een kaarsje, door met elkaar over hen te blijven spreken en verhalen te vertellen, door ons te laten bemoedigen door hun voorbeeld, en door dagelijks hen aan God in gebed op te dragen. Zij leven voor God, laten we ook op een nieuwe manier blijven leven voor onszelf.
Het geloof van de kerk en de liturgie wil ons daarbij helpen. Door haar gebed. In het bijzonder in de eucharistie. Zij is “bron en hoogtepunt van christelijk leven”, ook in onze omgang met onze overledenen. In de eucharistie komt Jezus Christus telkens op ons toe als de levende Heer die door zijn liefde voor ons de dood heeft overwonnen. Zoals Hij eens zal komen en de doden zullen verrijzen, om allen levenden en doden met zich mee te voeren, zo komt Hij nu al op ons toe in de eucharistie. We zien als het ware de hemel openstaan met alle engelen en gelovigen die ons zijn voorgegaan rondom het Lam van God dat wegneemt de zonden der wereld. Zo mogen we in gedachten en geloof ook onze overleden broeders en zusters in de hemel rondom de Heer verenigd zien. En als Hij ons in de communie zijn lichaam schenkt, schenkt Hij ons daardoor ook de gemeenschap met onze gestorvenen. Juist de eucharistie is een buitengewoon troostvol middel om de band met hen die gestorven zijn en die we blijven beminnen, te onderhouden.
“Weest niet bedroefd zoals degenen die geen hoop hebben”. Laten we de hoop in ons koesteren en aanwakkeren. Ze helpt ons niet alleen de moed niet te verliezen, maar ze versterkt ook de band met onze gestorven en met allen die leven vanuit de hoop. Amen

Martin Los
Schriftlezingen in deze Mis voor de gestorvenen van het afgelopen jaar
1) 1e lezing: I Thessalonicenzen 4:13-18
2) Evangelie: Johannes 14:1-7
afbeelding: na afloop van de eucharistie volgde het bezoek aan het kerkhof en de graven. Op elk graf werd een witte chysant gelegd



Hun namen geschreven in Gods hand

Preek op Allerzielen op 2 november 2019 in de Mariakerk te De Meern

“ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven ook al is hij gestorven” 1)
Lieve zusters en broeders, de gedachtenis van alle gestorvenen die we op deze dag vieren, is door de kerk in gesteld omdat niet voor alle gelovigen na hun dood een heilige Mis werd opgedragen of een wake werd gehouden. Simpel omdat veel mensen in eenzaamheid stierven en meteen in vergetelheid raakten. Ook was van doorreizigers en vreemdelingen die plotseling stierven onderweg, lang niet altijd hun geloof bij de mensen bekend.
Families van overleden baden voor hun overledenen, lieten een Requiemmis voor hen opdragen. De Mis die begon met de zang van het gebed: “Heer, geef de gestorvenen de eeuwige rust en het eeuwige licht verlichte hen”. Gilden en verenigingen droegen Missen op voor hun overleden vakgenoten, leden en vrienden. Maar heel veel gelovigen stierven in grote armoede en vergetelheid. Niet voor niets heet één van de zeven werken van barmhartigheid “begraven van de doden”. Want veel mensen stierven zonder kind of kraai.
Bovendien zaaide de pest in de Middeleeuwen dood en verderf in de huizen en op de straten. De slachtoffers kwamen terecht in massagraven. Er was op veel plaatsen geen priester meer die de Mis kon opdragen voor een gestorvene omdat zij zelf geveld waren door die vreselijke ziekte.
Daarom werd in de Middeleeuwen een jaarlijkse gedachtenis van alle gestorven gelovigen ingesteld (op de dag na het grote feest van Allerheiligen) om dit gebrek aan aandacht en zorg voor elke gestorven medegelovige en mens van goeden wille goed te maken. Want voor de kerk doet iedereen er toe. Zij gedenkt iedereen in haar gebed. Christus heeft zijn leven niet alleen gegeven voor aanzienlijken en voor mensen die in een tijd van vrede en voorspoed leven. We herinneren ons de gelijkenis die Jezus vertelt over de rijke man en de arme Lazarus. De rijkaard sterft en krijgt een eervolle luxe begrafenis maar heeft het nakijken. Zelfs zijn naam wordt niet genoemd. Terwijl de arme Lazarus door de engelen naar de hemel wordt gedragen.
Aan het einde van elke kerkelijke uitvaart klinkt vaak nog het In Paradisum met de woorden:  “het koor van de engelen moge u ontvangen en moogt gij, samen met de arme Lazarus, de eeuwige rust vinden”.  Onze dood toont onze armoede in het licht van de eeuwigheid. We zijn helemaal afhankelijk van Gods genade. Niet dat wij náám gemaakt hebben, maar dat onze namen staan geschreven in de palm van Gods hand, daar gaat het om. Dat belooft Jezus Christus ons. Dat schenkt Hij ons door het geloof: dat God naar ons omziet en ons nooit vergeet: “Wie in Mij gelooft zal leven, ook als is hij gestorven. Gelooft ge dat?” zei Jezus tot Martha. “Ja, Heer, ik geloof dat u de Christus bent die in de wereld zou komen”.
Het is dit geloof dat ons troost dat onze broeders en zusters die in vergetelheid gestorven zijn, daarom niet minder door Gods engelen naar het hemels koninkrijk zijn geleid. Christus is voor hen net zo goed als voor ons “de verrijzenis en het leven”.
In één van de bekende eucharistische gebeden klinkt de bede: “erbarm u, Vader, over onze broeders en zusters die in de vrede van Christus naar u zijn teruggekeerd, en over allen van wie Gíj alleen het geloof hebt gekend, breng hen tot het licht van de verrijzenis”.
Het gebed dat wij bidden vanuit het geloof in de verrijzenis troost ons niet alleen voor allen die in de wereld niet meetelden en over het hoofd zijn gezien en aan wie niemand na hun dood nog dacht. Het troost ook onszelf bij voorbaat. Want niemand kan met zekerheid zeggen dat wij ook niet sterven zonder dat iemand aan ons denkt. In tijden van rampspoed of oorlog of godgeklaagd individualisme. Maar dan weten we dat onze namen staan geschreven in Gods hand.
We weten dat wij niet uit Gods hand vallen door de dood, al ziet er niemand nog naar ons om. Ook als anderen ons verlaten en veroordelen, weten we dat niets ons kan scheiden van de liefde van Christus, die door zijn kruis en verrijzenis de weg naar de hemel voor ons geopend heeft:
“Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij geloof zal leven, ook al is hij gestorven, en wie in Mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven”.
Daarom hoeven we niet te vrezen voor allen die ons zijn voorgegaan, ook niet voor hen die in vergetelheid gestorven zijn. En ook niet voor onszelf als dit ons zou overkomen.
Dat vervult ons van hoop en van liefde voor God en voor alle mensen die stervelingen zijn zoals wij en net als wij van Gods genade afhankelijk zijn.
Het geeft ons ook de moed om het leven te vieren en als een geschenk van God te beleven door het goede te doen en onze naaste lief te hebben en voor zover het in onze macht ligt een goede verzorging te geven, en onze doden begeleiden wij met liefde en respect in onze gebeden. Want de dood, kwade, geweld, de zonde heeft niet het laatste woord over ons leven. Het is veilig en geborgen bij God. Amen

pastoor Martin Los

Schriftlezingen in de Allerzielenmis:
1) I Thessalonicenzen 4:13-18
2) Evangelie: Johannes 11:20-28