Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst synoniem?

Vandaag volgde ik op Cafe Weltschmerz een gesprek van Esther van Fenema en Theodor Holman, winnaar van de Pim Fortuyn onderscheiding voor hen die opkomen voor de vrijheid van meningsuiting. Een felicitatie waard.

Al gauw kwam het gesprek op het verschil tussen vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting. Volgens Theodor is er geen verschil. De vrijheid van godsdienst wordt geheel gedekt door de vrijheid van meningsuiting.
Op het eerste gezicht lijkt dit misschien zo wanneer we godsdienst voornamelijk zien als een overtuiging waaruit allerlei leerstellingen voortvloeien die al of niet waar zijn, en dus bekritiseert moeten kunnen worden. Theodor acht dit zelfs gunstig voor een godsdienst omdat ze op die manier deel kan nemen aan het debat en zich niet verschuilt achter onaantastbare dogma’s. Godsdienst mag gerust meepraten –  graag zelfs – maar dan moet ze zich zoals iedereen kwetsbaar opstellen volgens Theodor

Het opmerkelijke is dat de oorspronkelijke bedoeling van het grondwetartikel van de godsdienstvrijheid een heel andere reden had. Voor de grondwet in 1848 was in ons land – evenals in andere landen – één godsdienst de dominante en enige officieel toegestane. Hier de Nederduits Gereformeerde Kerk (vanaf 1816 Nederlands Hervormde Kerk genoemd) Er was nog geen sprake van het moderne secularisme waartegen de godsdienst beschermd zou moeten worden. Tot die tijd mochten rooms-katholieken, doopsgezinden, Joden, alleen samenkomen en hun eredienst vieren in gebouwen die van buiten niet als kerk herkenbaar waren. Deze toestand heeft in ons land ongeveer driehonderd jaar geduurd. Aanhangers van deze hooguit alleen maar gedoogde godsdiensten konden geen officiële beroepen uitoefenen. Iedereen kan zich voor stellen wat dat betekende voor hen die niet de officiële godsdienst – De Nederduits Gereformeerde – aanhingen. Ook afsplitsingen werden door de overheid die toezag op de officiële godsdienst niet toegestaan. Dit alles tot 1848.

Het ging in het artikel van de vrijheid van godsdienst dus niet allereerst of alleen om vrijheid van religieuze overtuigingen die men met enige goede wil onder meningen zou kunnen scharen. Wat op het spel stond – en nog steeds staat – was de vrijheid van de eigen cultus en organisatie. Vrijheid van godsdienst houdt in vrijheid om Kerken, Synagoges en tegenwoordig Moskeen en Mandirs te bouwen en daarbinnen op de eigen manier te bidden en rituelen te voltrekken. Ook de vrijheid om een eigen religieuze organisatie op te bouwen.

Het zijn deze zaken die mede verankerd zijn in de grondwet in het artikel van de vrijheid van godsdienst. Het is onjuist om te denken dat Kerkenbouw, Rituelen, en kerkelijke organisatie geheel vallen onder de vrijheid van meningsuiting. Het is bovendien naief, want ook de moderne geschiedenis laat zien dat vrijheid van godsdienst helemaal niet vanzelfsprekend is. Denk aan de monopoliepositie die bepaalde religieuze groeperingen nog steeds hebben in bepaalde landen. Maar ook het saecularisme neigt ertoe zichzelf op te werpen als enige officiele leer. Ze is weliswaar geen godsdienst maar door haar allergie voor religieuze uitingen is ze toch meer een spiegelbeeld dan haar lief is

Martin Los
foto ontleend aan https://dagblad010.nl/6-mei-kandidaten-pim-fortuyn-prijs-2018/

Wie meent te staan

Wie keek niet verbijsterd toe toen bekend werd dat minister van Buitenlandse Zaken, medearchitect van het nieuwe kabinet, Halbe Zijlstra, gelogen had over een bezoek aan president Putin in diens Datsja. Die gebeurtenis zou hebben plaatsgevonden in 2006 toen Zijlstra als ICT-medewerker in gezelschap van Shell-topman van der Veer een bezoek aan Moskou bracht.
Op een VVD-partijbijeenkomst in 2016 voerde Halbe Zijlstra voor het oog van alle partijprominenten onder wie op de voorste rij premier Rutte, zijn bezoek aan Putin ten tonele. Theatraal maakt hij de aanwezigen deelgenoot van wat Putin vertrouwelijk in zijn Datsja gezegd zou hebben over de sinistere expansiedroom van de president. Het was in jaar waarin de verkiezingscampagne op volle toeren kwam.
Iedereen heeft inmiddels de video van deze conference op de partijbijeenkomst die echt heeft plaatsgevonden via de media kunnen zien.
Premier Rutte en de fractievoorzitters van de coalitie probeerden de berichten over het bedrog van Halbe Zijlstra in eerste instantie te bagatelliseren. Een klein leugentje was toch geen reden om zoveel ophef over te maken. Iedereen gebruikt toch wel eens een leugentje om bestwil? Vooral in de politiek.
Inmiddels is de kersverse minister van Buitenlandse zaken afgetreden. Zijn positie was onhoudbaar geworden. Het kabinet zou fakenieuws gaan aanpakken. Met een voorbeeld van overduidelijk verzonnen nieuws in haar eigen gelederen zou het kabinet niet geloofwaardig overkomen. Bovendien begon door te dringen dat de Nederlandse regering, in het bijzonder het ministerie van Buitenlandse zaken, in haar zware taak het dossier MH17 tot een aanvaardbaar einde te brengen, door het optreden van Halbe Zijlstra ernstig verzwakt is. In dit dossier staat waarheidsvinding centraal: ‘de onderste steen moet boven komen’ (Rutte). Dan laat je je in je kaarten kijken als blijkt dat je zelf niet betrouwbaar bent.
De arme Halbe Zijlstra is zich natuurlijk helemaal niet bewust geweest van de mogelijke gevolgen van zijn komedie op het VVD-partijcongres. Wat hem bezield heeft, weet niemand. Mogelijk tast hij achteraf zelf ook in het duister over zijn werkelijk motief. Heeft zijn schaduw even het stuur overgenomen? Soms is een mens volkomen blind voor eigen diepste motieven. In de Griekse mythologie wemelt het van personen die onbedoeld fatale beslissingen nemen met tragische gevolgen. Dat is het menselijke aspect aan deze zaak.
Er is veel leedvermaak om Halbe Zijlstra. Politieke tegenstanders genoeg. In de wereld van kunst en cultuur heeft hij veel vijanden gemaakt als staatssecretaris. Door de bezuinigingen die hij doorvoerde, en vooral de onnodig neerbuigende taal die hij daarbij gebruikte ten opzichte van kunstenaars. De val van Halbe Zijlstra herinnert ons allen aan onze menselijke kwetsbaarheid. ‘Wie meent te staan, zie tot dat hij niet valle’ sprak mijn vader wel eens met een glimlach op zijn gezicht als ik mij als kind over iets op de borst klopte. Het is een in de klassieke gereformeerde wereld heel bekend citaat uit de Bijbel van de apostel Paulus.
Je bent van steen als je geen fractie medeleven voelt bij de tragische teloorgang van onze ex-minister. Het kan elk mens overkomen.
Dat is heel iets anders dan zijn daad vergoelijken of bagatelliseren . Daar lijkt het een beetje op in sommige Haagse kringen, en bij onze minister-president. Hoe verbijsterd hij zelf ook moge zijn nu de waarheid over het bezoek aan Putin’s Datsja aan het licht is gekomen, en hoe hij ook zelf persoonlijk onderste boven zal zijn van het verlies van zijn strijdmakker, dat neemt de ernst van wat Halbe Zijlstra – wellicht met goede bedoelingen – heeft gedaan niet weg. Dat de ministerpresident al enige tijd op de hoogte was van de uitglijder, maar er het zwijgen toedeed, wellicht hopend op een wonder of een doofpotscenario, pleit niet voor zijn liefde tot de onpartijdige waarheid.
Wanneer een belangrijke politicus op een breed podium – een partij congres – een volkomen fabel vertelt waarin hij zelf de hoofdrol speelt, op weg naar verkiezingen en  een nieuwe formatie, dan valt dat in dezelfde categorie als plagiaat. Rene Diekstra en Diederik Stapel waren niet langer te handhaven als wetenschappers. De één omdat hij onderzoeken van anderen als de zijne had gepresenteerd. De tweede omdat hij onderzoeken niet had uitgevoerd, maar gewoonweg fingeerde en compleet met meestal politiek correcte conclusies publiceerde. Beiden maakten furore. Ze verschenen in talkshows als bewonderde gasten.
Halbe Zijlstra pronkte met de veren van iemand anders, namelijk Shelltopman van der Veer, met de bedoeling om indruk te maken. En dat is ook gelukt. Op dat moment werd, met terugwerkende kracht gezien, de rode loper naar het prestigieuze ministerschap van Buitenlandse zaken uitgelegd. Zie daar een man die Putin ontmoet heeft. Een geschenk uit de hemel.
Hoe sneu voor Halbe Zijlstra persoonlijk het moge zijn, zijn plagiaat – níet een te hard oordelende publieke opinie – heeft hem in een onmogelijke positie terecht gebracht en het aanzien van de Nederlandse politiek geschaad. .
Diekstra en Stapel hebben intussen hopelijk een weg gevonden uit het slob waarin ze terecht waren gekomen. Elk mens verdient een nieuwe kans, en om in de leerschool van het leven een beter mens te worden. Aan het licht komen van bedrog kan zelf een verlossing zijn uit een zelfgesponnen web. Misschien kan Halbe Zijlstra in deze gelouterde ervaringsdeskundigen en lotgenoten heilzame leermeesters vinden.

(c) Martin Los
afbeelding: https://www.leidenuniv.nl/nieuwsarchief2/652.html