Wie meent te staan

Wie keek niet verbijsterd toe toen bekend werd dat minister van Buitenlandse Zaken, medearchitect van het nieuwe kabinet, Halbe Zijlstra, gelogen had over een bezoek aan president Putin in diens Datsja. Die gebeurtenis zou hebben plaatsgevonden in 2006 toen Zijlstra als ICT-medewerker in gezelschap van Shell-topman van der Veer een bezoek aan Moskou bracht.
Op een VVD-partijbijeenkomst in 2016 voerde Halbe Zijlstra voor het oog van alle partijprominenten onder wie op de voorste rij premier Rutte, zijn bezoek aan Putin ten tonele. Theatraal maakt hij de aanwezigen deelgenoot van wat Putin vertrouwelijk in zijn Datsja gezegd zou hebben over de sinistere expansiedroom van de president. Het was in jaar waarin de verkiezingscampagne op volle toeren kwam.
Iedereen heeft inmiddels de video van deze conference op de partijbijeenkomst die echt heeft plaatsgevonden via de media kunnen zien.
Premier Rutte en de fractievoorzitters van de coalitie probeerden de berichten over het bedrog van Halbe Zijlstra in eerste instantie te bagatelliseren. Een klein leugentje was toch geen reden om zoveel ophef over te maken. Iedereen gebruikt toch wel eens een leugentje om bestwil? Vooral in de politiek.
Inmiddels is de kersverse minister van Buitenlandse zaken afgetreden. Zijn positie was onhoudbaar geworden. Het kabinet zou fakenieuws gaan aanpakken. Met een voorbeeld van overduidelijk verzonnen nieuws in haar eigen gelederen zou het kabinet niet geloofwaardig overkomen. Bovendien begon door te dringen dat de Nederlandse regering, in het bijzonder het ministerie van Buitenlandse zaken, in haar zware taak het dossier MH17 tot een aanvaardbaar einde te brengen, door het optreden van Halbe Zijlstra ernstig verzwakt is. In dit dossier staat waarheidsvinding centraal: ‘de onderste steen moet boven komen’ (Rutte). Dan laat je je in je kaarten kijken als blijkt dat je zelf niet betrouwbaar bent.
De arme Halbe Zijlstra is zich natuurlijk helemaal niet bewust geweest van de mogelijke gevolgen van zijn komedie op het VVD-partijcongres. Wat hem bezield heeft, weet niemand. Mogelijk tast hij achteraf zelf ook in het duister over zijn werkelijk motief. Heeft zijn schaduw even het stuur overgenomen? Soms is een mens volkomen blind voor eigen diepste motieven. In de Griekse mythologie wemelt het van personen die onbedoeld fatale beslissingen nemen met tragische gevolgen. Dat is het menselijke aspect aan deze zaak.
Er is veel leedvermaak om Halbe Zijlstra. Politieke tegenstanders genoeg. In de wereld van kunst en cultuur heeft hij veel vijanden gemaakt als staatssecretaris. Door de bezuinigingen die hij doorvoerde, en vooral de onnodig neerbuigende taal die hij daarbij gebruikte ten opzichte van kunstenaars. De val van Halbe Zijlstra herinnert ons allen aan onze menselijke kwetsbaarheid. ‘Wie meent te staan, zie tot dat hij niet valle’ sprak mijn vader wel eens met een glimlach op zijn gezicht als ik mij als kind over iets op de borst klopte. Het is een in de klassieke gereformeerde wereld heel bekend citaat uit de Bijbel van de apostel Paulus.
Je bent van steen als je geen fractie medeleven voelt bij de tragische teloorgang van onze ex-minister. Het kan elk mens overkomen.
Dat is heel iets anders dan zijn daad vergoelijken of bagatelliseren . Daar lijkt het een beetje op in sommige Haagse kringen, en bij onze minister-president. Hoe verbijsterd hij zelf ook moge zijn nu de waarheid over het bezoek aan Putin’s Datsja aan het licht is gekomen, en hoe hij ook zelf persoonlijk onderste boven zal zijn van het verlies van zijn strijdmakker, dat neemt de ernst van wat Halbe Zijlstra – wellicht met goede bedoelingen – heeft gedaan niet weg. Dat de ministerpresident al enige tijd op de hoogte was van de uitglijder, maar er het zwijgen toedeed, wellicht hopend op een wonder of een doofpotscenario, pleit niet voor zijn liefde tot de onpartijdige waarheid.
Wanneer een belangrijke politicus op een breed podium – een partij congres – een volkomen fabel vertelt waarin hij zelf de hoofdrol speelt, op weg naar verkiezingen en  een nieuwe formatie, dan valt dat in dezelfde categorie als plagiaat. Rene Diekstra en Diederik Stapel waren niet langer te handhaven als wetenschappers. De één omdat hij onderzoeken van anderen als de zijne had gepresenteerd. De tweede omdat hij onderzoeken niet had uitgevoerd, maar gewoonweg fingeerde en compleet met meestal politiek correcte conclusies publiceerde. Beiden maakten furore. Ze verschenen in talkshows als bewonderde gasten.
Halbe Zijlstra pronkte met de veren van iemand anders, namelijk Shelltopman van der Veer, met de bedoeling om indruk te maken. En dat is ook gelukt. Op dat moment werd, met terugwerkende kracht gezien, de rode loper naar het prestigieuze ministerschap van Buitenlandse zaken uitgelegd. Zie daar een man die Putin ontmoet heeft. Een geschenk uit de hemel.
Hoe sneu voor Halbe Zijlstra persoonlijk het moge zijn, zijn plagiaat – níet een te hard oordelende publieke opinie – heeft hem in een onmogelijke positie terecht gebracht en het aanzien van de Nederlandse politiek geschaad. .
Diekstra en Stapel hebben intussen hopelijk een weg gevonden uit het slob waarin ze terecht waren gekomen. Elk mens verdient een nieuwe kans, en om in de leerschool van het leven een beter mens te worden. Aan het licht komen van bedrog kan zelf een verlossing zijn uit een zelfgesponnen web. Misschien kan Halbe Zijlstra in deze gelouterde ervaringsdeskundigen en lotgenoten heilzame leermeesters vinden.

(c) Martin Los
afbeelding: https://www.leidenuniv.nl/nieuwsarchief2/652.html

Overwinning past niet bij de nieuwe wet op orgaandonatie

Fractieleider Alexander Pechtold kustte Pia Dijkstra om haar te feliciteren nadat haar wetsvoorstel inzake orgaandonatie de meerderheid in de Tweede Kamer gehaald had. Het moet voor Pia een grote voldoening zijn dat haar jarenlange inzet voor patiënten die wachten op een donororgaan, beloond is. Het zou inderdaad heel mooi zijn als er meer organen beschikbaar kwamen om hen te helpen en perspectief op een langer leven te geven. Dat is nog lang niet zeker omdat volgens deskundigen het aantal “hersendoden” jaarlijks afneemt door verbeterde medische zorg.
zeteltweedekamerToch blijft het voor mijn gevoel onbevredigend, dat met een meerderheid van 75 tegen 74 stemmen een zo ingrijpend wetsvoorstel is aangenomen. Het verhaal gaat zelfs dat een kamerlid die tegengestemd zou hebben, in een file was blijven steken, en niet op tijd voor de stemming kwam. Dat is all in the game van de parlementaire democratie, maar onbevredigend als het gaat om een onderwerp dat diep ingrijpt in de persoonlijke omstandigheden van elke burger. Want als je niet uitdrukkelijk hebt aangegeven dat je geen donor wilt zijn, dan vallen je organen straks toe aan de staat tenminste als je “hersendood” bent verklaard. Dient bij wetsontwerpen als deze niet een grote mate van consensus te bestaan, of in elk geval een meerderheid die groter is dan een stem? Zeker lijkt het mij een te delicaat onderwerp om te spreken over een “overwinning”.
Bovendien krijgt de familie van een nog levende maar “hersendode” patiënt straks een belangrijke stem of de verwijdering van organen doorgaat. Dit zal voor artsen en families vrees ik bijzonder pijnlijke situaties gaan opleveren. Er wordt nu als het ware een voorschot genomen op de positieve uitkomst van deze gesprekken die onder grote tijdsdruk zullen plaatsvinden. Maar ik heb daar grote twijfels over.
Onlangs werd ik zelf geconfronteerd met het overlijden van één van mijn kinderen. Orgaandonatie was niet aan de orde, omdat ze na een ongeneeslijke ziekte van minder dan een jaar toch vrij plotseling stierf. De zaalarts kwam na het overlijden informeren of obductie nodig was. Dit verzoek overviel de aanwezige familie, zoals ook het overlijden hen overvallen had. Het was zaterdagmiddag. Obductie betekende overbrenging van het lichaam naar het mortuarium van het ziekenhuis. Daar zou in verband met het weekend pas maandagmorgen de obductie kunnen plaatsvinden. Eerste vraag was of obductie iets toe zou voegen aan wat wij of de artsen al wisten. De arts kaartte de mogelijkheid heel neutraal aan. Maar desondanks legde dit toch een druk want er moest een beslissing genomen worden op een moment dat iedereen met zijn gedachten bij heel andere zaken was. Toen herinnerde een van de aanwezige familie dat mijn dochter de wens had uitgesproken dat haar zussen en schoonzusje haar na haar overlijden zouden wassen, en aankleden en opmaken. We vroegen aan de arts of die wens wel te rijmen viel met een mogelijke obductie. Hij beaamde dat het voor de zussen tamelijk confronterend zou zijn om hun overleden zus te wassen omdat de obductie een grote snijwond zou overlaten. Mede om dit vooruitzicht werd besloten obductie achterwege te laten.
Ik noem dit voorbeeld om aan te geven dat na het overlijden de familie met allerlei zaken te maken krijgt wordt die met verwerking van verlies te maken hebben. Dat zal zeker ook zo zijn wanneer de arts orgaantransplantatie moet bespreken met nabestaanden die door de plotselinge “hersendood” van één van hen voor hun gevoel in de verkeerde film terecht gekomen zijn en nauwelijks begrijpen wat er gebeurt. Je kunt deze bezwaren wegwuiven door te wijzen op de spanning bij patiënten die wachten op een nieuwe nier of hart of long en bij uitblijven daarvan mogelijk sterven. Maar gevoelens van mensen in nood kan en mag je niet met elkaar vergelijken.
Mocht de wet van Pia Dijkstra ook door de Eerste kamer komen en straks in werking gaan, dan ga ik dat ervan uit dat er een eerlijke evaluatie zal komen. Dan zullen behandelende artsen zich echt openlijk moeten kunnen uitspreken. Ook zullen nabestaanden die door de nieuwe wet voor een hele moeilijke keuze zijn komen te staan, hun ervaringen achteraf kwijt moeten kunnen bij een onafhankelijke instantie.
Ik hoop dat in de komende periode tussen de beslissing in de Tweede Kamer en de behandeling in de Eerste Kamer voor de parlementariërs maar ook voor de burgers van ons land de contouren duidelijk mogen worden van een weg en waarheid die niet bepaald wordt door één stem, namelijk de meerderheid plus één. Persoonlijk vind ik daar een onderwerp als dit te delicaat voor.

(c) Martin Los