Niet in de wereld geworpen, maar geroepen

Preek op de 2e zondag door het jaar op 13 en 14 januari 2018 Mariakerk en Willibrordkerk

Samuel kende de Heer nog niet. Een woord van de Heer was hem nog niet geopenbaard’ 1)
De jonge Samuel hoorde een stem die hem riep. Die stem kon hij eerst nog niet onderscheiden van de stem van de priester, Eli. Tot dan toe was Eli degene die over hem waakte, die hem riep en opdrachten gaf. Op een duidelijke manier vertelt het verhaal hoe Samuel gaandeweg onderscheid leert maken tussen de stem van buiten, zoals van ouders, priesters en andere autoriteiten, en een alleen innerlijk hoorbare stem van God.
Dit verhaal beschrijft hoe wijzelf als kinderen leren onderscheiden. Eerst is de wereld voor ons voorhanden als een soort toneel. We lopen erin rond als toeschouwers met ogen op steeltjes, als potjes met grote oren. Gaandeweg worden we ons bewust dat we geen toeschouwers zijn en ook niet samenvallen met die wereld, alsof we er niet toe doen. We mogen een eigen plaats en taak vervullen. We gaan een eigen verantwoordelijkheid ervaren, die verder gaat dan besef van wetten en regels van buiten. Het is een eigen weg die we ontdekken en gaan. Zelfs als dat ons op kritiek komt te staan van onze omgeving.
Het is een voorrecht wanneer we op die weg ontdekken dat we niet op de een of andere manier in de wereld geworpen zijn met de boodschap “zoek het maar uit”. Wat mooi als we ontdekken dat het leven een geschenk is. Dat God ons het leven geschonken heeft, en dat Hij ons roept om het leven met Hem te wagen en ons leven in zijn dienst te stellen. En dat juist zo ons leven zich ten volle kan ontplooien.
Die ontdekking deed Samuel. Het deed hem besluiten om te zeggen: “Spreek. Heer, uw dienaar luistert”.
Samuel stelde zijn leven in dienst van God. In volledige vrijheid. Als hoogste goed.
Of met de woorden van de antwoordpsalm 40: ‘uw Wil te doen, mijn God, is mijn vreugde’. 2)
God heeft ons dit leven en dit lichaam gegeven. We mogen er zelf voor zorgen en daardoor ook genieten van alles wat ons als mensen ten dienste staat, eten, drinken, kleding, spel, liefde, vaardigheden. Maar daardoor kunnen we Hem ook dienen met ons lichaam. Uit liefde en dankbaarheid. In ons dagelijks leven, maar ook in de eredienst.
In de katholieke liturgie met de tastbare rituelen, de wierook, de belletjes, staan en knielen, brood en wijn, mogen we op een bijzondere manier “God met ons lichaam eren” 3) zoals Paulus in zijn brief ons oproept. Zo mogen we met elkaar het leven mooi maken.
Eli, de priester, hielp Samuel te ontdekken dat God hem riep. Ook voor Eli was dit een proces van ontdekken en van loslaten. Eerst dacht Eli dat Samuel gedroomd had, want zelf had hij de jongen niet geroepen. Maar bij de derde keer ging de priester een lichtje branden. Hij begreep dat Samuel geen kind meer was, maar een persoon op weg naar de volwassenheid. Een mens met een eigen roeping en bestemming.
Ouders staan voor de taak hun kinderen te helpen zelfstandig te worden in denken en doen, en een eigen innerlijke ontwikkeling door te maken.. Datzelfde geldt voor leraren met hun leerlingen. Ook voor geestelijken met de zielen die hun zijn toevertrouwd. We moeten onze kinderen en pupillen en geloofsleerlingen niet tot papegaaien maken die ons nazeggen en na-apen.
We mogen onze kinderen en leerlingen vormen tot mensen die hun innerlijke roeping gaan verstaan en volgen, ook als die anders is dan wij ons hadden voorgesteld. Onze kinderen zijn ook Gods kinderen. We moeten vertrouwen hebben in zijn Geest.
We mogen onze kinderen en leerlingen en vrienden en andere mensen met wie we omgaan wel de weg wijzen en hen attent maken op het bestaan van God. Al heeft dat eigenlijk alleen maar kans van slagen als we zelf op een hartelijke geloofwaardige manier geloven.
Johannes de Doper wees zijn leerlingen op Jezus: ‘Zie het lam Gods’ 4). Meteen gingen zijn eigen leerlingen zonder om te zien Jezus achterna. Zo krachtig was de boodschap van Johannes. De twee leerlingen braken niet met Johannes. Ze liepen niet over. Ze waren juist echte zelfstandige leerlingen van Johannes doordat ze niet bij hem bleven maar Jezus volgden. Eén van hen was Andreas. Hij bracht eerst een etmaal in Jezus nabijheid door. Dat was genoeg om vanuit zijn eigen ervaring met Jezus de eerste die hij daarna ontmoette, zijn broer Petrus, bij Jezus te brengen.
Lieve zusters en broeders, laten we allereerst onze eigen roeping koesteren. Laten we ons persoonlijk elk moment verheugen dat we God mogen dienen en Jezus mogen volgen. Laten we ook anderen helpen hun roeping te ontdekken door in hun zoeken naar de zin van hun leven, de mogelijkheid van de ontmoeting met God ter sprake te brengen door te zeggen: “misschien is het God wel die jou roept”. Laten we ons niet schamen anderen actief te wijzen op Jezus, natuurlijk zonder enige dwang of opdringerigheid, maar meedenkend en zoekend.
Wat mooi als we zelf elke dag beginnen met de groet: ‘Tot uw dienst, Heer! Uw wil te doen, God, is mijn vreugde”

(c) Martin Los

leesrooster r.k. voor zon- een feestdagen: 2e reguliere zondag door het jaar
1) 1e lezing: I Samuel 3:3b-10.19
2) Antwoordpsalm: Psalm 40
3) 2e lezing:  I Korinthiers 6:13-15a,17-20
4) Evangelie: Johannes 1:35-42

geloof vraagt om onderhoud

Preek op het Hoogfeest van de Openbaring des Heren (Driekoningen) 2018 Mariakerk en Willibrordkerk 6/7 januari

“Waar is de pasgeboren Koning der Joden? Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen”  1) met die vraag overvallen de Drie Wijzen de bewoners van Jeruzalem die nog van niets weten.
Dachten de inwoners van de hoofdstad onmiddellijk aan de woorden van de profeet Jesaja 2): Volken komen af op uw licht….Sla uw ogen op en zie om u heen. Van overal stromen ze op u toe”? Gezien hun reacties niet. Ze leken ziende blind.
Een profeet als Jesaja is niet iemand die komt laten zien wat iedereen al weet. Hij komt juist verkondigen wat níemand nog ziet. Wij kunnen niet in de toekomst kijken. God is al aan het werk voordat wij het zien.
Lieve zusters en broeders, aan het begin van dit nieuwe jaar denken we natuurlijk ook na over onze eigen toekomst. Ook de toekomst van ons geloof en over de kerk. Wanneer we ons louter baseren op wat we zien en weten hebben we weinig reden tot grote verwachtingen.
Geloof en kerk hebben de toekomst. Want de toekomst is aan God. Laten we met die blik dit nieuwe jaar beginnen, dan zullen we nooit onverschillig worden of moedeloos.
Laten we ons aansluiten bij de Drie Wijzen en samen met hen neerknielen voor het mysterie dat God mens geworden is in ons midden. “Zij gingen het huis binnen, zagen er het Kind met zijn moeder Maria en op hun knieën vallend betuigden zij het hun hulde”. De kerststallen bij ons thuis die overal dit weekend nog staan, laten ons delen in dat mysterie.
Voor ons geloof in Christus heeft ons leven een diepe, duurzame, betekenis gekregen. Ons levensverhaal is verbonden met het leven en de verrijzenis van Jezus. Ons leven heeft zin want het is opgenomen in het verhaal van God met de mensen.
Dat geloof is een groot geschenk maar het is ook een opgave die dagelijkse zorg en inspanning met zich mee brengt.
Wanneer we ons geloof niet persoonlijk onderhouden door gebed, respect voor God, liefde tot Jezus, daden van barmhartigheid kunnen we vervreemden van dat prachtige geloof.
We staan er gelukkig niet alleen voor als gelovigen. De kerk en onze medegelovigen staan om ons heen om ons te helpen ons geloof te onderhouden. Door de gemeenschappelijke vieringen in de kerk. Door de vieringen van de sacramenten. Van de wieg tot het graf om zo te zeggen. Door de onderlinge betrokkenheid. Door het vertrouwen dat we samen dezelfde waarden erkennen en in praktijk brengen.
Oók die geloofsgemeenschap van de kerk vraagt natuurlijk op haar beurt om onderhoud. Allereerst doordat we ieder persoonlijk ons eigen geloof onderhouden in het dagelijks leven. Maar bovendien kan de geloofsgemeenschap niet zonder dat ieder zijn steentje bijdraagt. Een kerk kan niet zonder vrijwilligers. Van kosters tot bezorgers van het parochieblad, van misdienaars tot helpers bij de groenvoorziening. Van ziekenbezoekers tot onderhouders van de parochiële website.
Natuurlijk kan de geloofsgemeenschap ook niet bestaan zonder financiële bijdragen voor het onderhouden van de gebouwen, voor de ondersteuning van de werkers in het pastoraat, en allerlei kosten die een organisatie met zich meebrengt. Dat vraagt een grote inspanning van ons allemaal.
Maar de kerk is niet alléén mensenwerk. Dat moeten we altijd voor ogen houden. Het is ook het werk van God. Hebben we daar voldoende oog voor, is de vraag. Wanneer wij aan de zwakheid van ons eigen geloof denken, als we kijken naar de marginale positie van de kerk in de samenleving, als we ons oor neigen naar alle sombere voorspellingen over de toekomst van het christelijk geloof, dan dreigen we moedeloos te worden. We raken nauwelijks nog ergens waar of koud van. Onverschilligheid is de dood in de pot.
We mogen nooit uit het oog verliezen dat de kerk van God is. Het is zijn belofte dat Hij onder ons wil wonen, als Emmanuel, God-met-ons. De kerk is het lichaam van Christus. Zij is zijn bruid. De levende Heer is één met haar. Dat is het grote geheim van de Kerk. Het Licht dat ze naar alle kanten mag uitstralen. Dat is het mysterie van het geloof dat we in elke eucharistie vieren. Daarom moeten we ons niet blindstaren op wat wij zien, onze eigen gebreken en zwakheden als gelovigen en als organisatie. Het gaat er juist om dat we oog hebben voor wat we niet zien. Dat is wat God doet en wat de liefde van Christus doet.
Het licht van Christus kan nooit ondergaan. Maar zoals de nacht niet betekent dat het zonlicht niet meer schijnt, zo betekenen moeilijke tijden voor de kerk niet dat het licht van Christus niet meer schijnt. Dat vertelt het verhaal van de Wijzen die een ster zagen en op weg gingen. Dat geldt vandaag nog evenzeer. Aan ons de taak om als het ware op de uitkijk te staan. Door een levend geloof. Door betrokkenheid bij de gemeenschap. Door aandacht voor de noden om ons heen. Door de tekenen van de Heer in ons midden te koesteren.
Het nieuwe jaar 2018 geeft ons daar alle kansen toe. Een gezegend nieuwjaar toegewenst. Amen

Pastoor Martin Los
1) Evangelielezing van het Feest: Mattheus 2:1-12
2) 1e lezing op dit Feest: Jesaja 60:1-6
Foto Willibrordkerk 7 januari 2018 de kinderen ontvangen de Driekoningenzegen die ze als Caspar, Melchior en Balthasar aan de aanwezigen mogen uitreiken om ze thuis een plek te geven