honger naar levend brood

Preek op de 19e zondag door het jaar B in het weekend van 12 augustus 2018 Mariakerk en Willibrordkerk

‘Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eten, zal hij leven in eeuwigheid’ 1)
Lieve zusters en broeders, dit woord van Jezus klinkt als een hartelijke uitnodiging aan iedereen die honger heeft, om toe te tasten en dit brood tot zich te nemen. Waarom deze uitnodiging aan het adres van alle mensen? Hebben we voor ons leven niet genoeg aan ons dagelijks brood? Ja, we mogen blij zijn met dat dagelijks brood want velen ontberen het. Maar toch ‘leeft de mens niet van brood alleen’.
Wij, mensen, vragen wat de zin van ons leven is. Dat doen we van nature omdat we geestelijke wezens zijn. Die zin vinden we gelukkig inderdaad voor een deel in het werk dat we doen, het huwelijk dat we sluiten, de kinderen die we krijgen, onze vriendschappen, de vrijwillige bijdrage die we aan de samenleving leveren.
Maar we krijgen ook te maken wat ons doet twijfelen aan de zin van alles. Zelfs iemand als de grote profeet Elia ziet het op een keer niet meer zitten 2). We krijgen te maken met tegenslag, idealen die niet uitkomen, onrecht, verlies van geliefden, allerlei tekortkomingen, keuzes waar we achteraf spijt van hebben, de wetenschap dat we tegenover het leed in de wereld vaak machteloos staan. Tenslotte is ons allemaal en altijd dat vreemde lot beschoren, dat we allemaal sterfelijke mensen zijn.
Een beproefd middel tegen het gevoel van zinloosheid is zo lezen we in het boek Prediker om te genieten van het goede, te eten en te drinken van wat je als mens door je harden werken en ploeteren hebt bereid, want “dat is dan een geschenk van God’.
Maar dat stilt niet de honger naar echte vervulling van ons leven, het verlangen naar de zin van ons leven in het licht van de eeuwigheid. Een zekere onrust in elk mens dat er meer met ons aan de hand is. Dat we verbonden zijn met iets dat groter is dan wij. Verlangen naar God.
Deze week uitte iemand tegenover mij vanuit een diepe existentiële nood een groot verlangen naar God, een tastbaar verlangen, krachtig als een windstoot, genoeg om het mee te voelen en ook sluimerend in mijzelf te herkennen, een oerhonger die alleen door Één gestild kan worden die zegt: ‘Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eten, zal hij leven in eeuwigheid’,
Hij zegt dit niet omdat Hij zichzelf iets verbeeldt, zoals de mensen hem tegenwerpen: “Is dit niet zoon van Jozef?” Met andere woorden: Hij is toch maar een gewoon mens zoals wij. Jezus zegt dit omdat Hij het brood uit de hemel zelf is. Hij kan zizchzelf neit verloochenen. En onze honger naar Hem herkent Hem omdat Hij die honger zelf in ons opwekt.
Waarom voelen we die honger niet altíjd? Waarom hebben zelfs christenen moeite om die honger in zichzelf te herkennen. Waarom hebben de afgelopen decennia zovelen van ons teleurgesteld afgehaakt omdat ze die honger niet meer voelden? Waarom hebben we in onze moderne wereld sowieso moeite met ons bezig te houden met wat ons echt verzadigen kan. Waarom nemen we met veel minder genoegen?
Zou dit niet het antwoord zijn? We zijn in alle opzichten rijk. Nederland staat in de top van rijkste landen. We hebben alles al. We zijn alleen bang om te verliezen. Daardoor kunnen we zelfs niet eens meer echt genieten. We verdoven onze vrees of onze verveling met consumeren, niet alleen eten en drinken en kleren, maar ook goederen en diensten, tot en met frequente luxe vakanties. Zoals mensen die aan drugs verslaafd zijn om hun innerlijke behoeften niet onder ogen te zien en hun vrees voor zinloosheid te dempen, kunnen we ook door louter nog te consumeren onze diepere behoeften verdoven. Net zoals bij een verslaving hebben we steeds mee nodig en raken steeds minder bevredigd. Wie neerkijkt op verslaafden begrijpt nog helemaal niet dat zij ons allen als consumenten een spiegel voorhouden. Zij verdienen ons medeleven.
De stem van Hem die zegt: “Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald” zullen we herkennen als we uit de verdoving ontwaken en weer zorg hebben voor de diepste behoeften van ons leven, verlangen naar de liefde van God.
Ik vergelijk het graag hiermee. Regelmatig kom ik volwassen kinderen tegen waarvan een ouder ernstig ziek is geworden. Die kinderen hadden carrière gemaakt, waren altijd druk, gingen van event naar event. Plotseling is daar die zieke ouder die hulp nodig heeft. Ze nemen na enige aarzeling zorgverlof. En dan na enige tijd daalt er een gevoel over hen dat ze gemist hebben, een soort vrede, genieten van de zorg en aandacht voor die kwetsbare vader of moeder. Ineens is daar dat besef van: “gek genoeg maakt dit mijn leven echt de moeite waard”. Als ze dan weer in het gewone leven en werk terugkeren, kijken ze daar voorgoed anders tegen aan.
Zo kunnen mensen ook ontwaken en de diepe honger naar echte vervulling van hun leven ervaren door de liefdevolle stem die zegt: ‘Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald is. Wie van dit brood eet zal nooit meer honger hebben”
Wat mooi als we die stem ons eigen hart herkennen doordat we van dit brood eten.
Deze honger is geen gebrek ,aar rijkdom. Laten we die honger ook in ons koesteren door echte aandacht voor onze medemensen. Zij die echt honger en gebrek lijden. Laten we hen helpen. En in hun honger weer onze eigen honger herkennen naar een zinvol leven. Laten we oog hebben voor wat hen ten diepste beweegt. Laten we luisteren naar hun verhalen, naar hun noden en zorgen. Wie weet mogen we daardoor de honger in andere opwekken naar onze Heer die het ware brood is dat uit de hemel neerdaalt. Dan zullen we zelf die honger des te levendiger ervaren en steeds opnieuw voelen en ook de vervulling omdat we gaan proeven dat leven in wezen eeuwig leven is met God.
Amen

(c) Martin Los
1) Evangelie van de zondag in de Mis: Johannes6:41-15
2) 1e lezing in de Mis: I Koningen 19:4-6
afbeelding Kreuzbrot www.gehri-baeckerei.de

dorst en droogte als metafoor

Preek op de 18e zondag door het jaar 4 en 5 augustus 2018 Willibrordkerk en Mariakerk

‘Ik ben het brood des levens: wie tot Mij komt zal geen honger meer hebben en wie in Mij geloof zal nooit meer dorst krijgen’ *)
Lieve zusters en broeders, nooit meer honger lijden, nooit meer dorst hebben, het lijkt te mooi om waar te zijn.
Ik ben een jaar na de Tweede Wereld oorlog geboren. Ik had de hongerwinter niet meegemaakt. Maar ik werd er heel mijn kindertijd aan herinnerd. Want als ik zeurde dat ik honger had – waarschijnlijk omdat er een schaal koekjes op tafel stond – antwoordde mijn moeder steevast: je hebt geen honger, honger leden mensen tijdens de oorlog. Je hebt trek.
Dorst hadden we zeker nooit, want we konden altijd water uit de kraan drinken.
We hebben hier in ons land nog steeds geen honger of dorst, maar door de grote en langdurige hitte en droogte van deze zomer zie je veel mensen toch enigszins bezorgd kijken. Stel je voor dat deze toestand nog weken voortduurt. Wat betekent dat voor de oogst. Gaat die niet voor een deel verloren. Wat betekent het voor de watervoorziening als voorraden slinken. Wat betekent het voor de dieren, voor de gezondheid van kwetsbare mensen, zieken, ouderen. Er is niemand in ons land – behalve misschien vluchtelingen uit Azie of Afrika – die zo’n toestand als deze ooit heeft meegemaakt. Begrijpelijk dat we iets van zorg voelen en ons afvragen: ‘waar gaat dit heen?’
Natuurlijk denken we dan aan allerlei oplossingen en voorzieningen. Er zijn gelukkig ook allerlei instanties die maatregelen treffen en vooruit denken. Maar zo’n lange droogte is niet alleen een probleem dat om een oplossing vraagt. Zo’n uitzonderlijke toestand confronteert ons ook met de kwetsbaarheid van ons leven op aarde, met het mysterie van het leven dat steeds weer anders gaat dan we dachten.
Dat kan de vraag oproepen: “als ik geconfronteerd wordt met de kwetsbaarheid van mijn leven, waar vind ik dan houvast. Met andere woorden: “Waar leef ik eigenlijk van. Ik leef van brood en water. En als die er in overvloed zijn, ben ik tevreden. Maar uiteindelijk leef ik toch niet van brood en water alléén? Ik verlang naar voedsel en drank die niet alleen mijn lichaam voedt en verzadigt, maar ook mijn ziel, die mysterieuze kant van mijn bestaan die ik zelf ben. Vragen als ‘waarvoor leef ik eigenlijk’ en ‘wat verzoent mij met mijn fouten en tekortkomingen’ komen voort uit onze ziel.
 Juist zo’n uitzonderlijke periode als we nu meemaken van droogte en hitte kan ons daarvan weer bewust maken. Wie en wat helpt mij als mens, als geestelijk wezen, om het hoofd boven water te houden in tijden van nood en gebrek? Dat zijn verlangens, niet van een knorrende maag of een droge keel.
Tot alle naar zin hongerende en dorstende mensen roept Jezus: “Ik ben het brood des levens. Wie tot Mij komt zal nooit meer honger hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst krijgen”.
Jezus geeft niet iets van zichzelf aan ons. Hij geeft zichzelf. Zijn leven. Zijn leven vanuit God de Vader. Zijn goddelijk leven waardoor we niets te kort komen. We horen in Jezus uitroep zijn smachten naar de mensen, zijn dorst naar ons, dat we zijn liefde aanvaarden, het brood dat Hij te eten geeft, de drank die Hij te drinken geeft.
Hoeven we daar helemaal niets voor te doen? Voor gewoon brood moeten we werken om het voort te brengen of te kopen. Is dit brood helemaal gratis voor iedereen?
Ja en nee. Ja, want Jezus schenkt het ons uit liefde. Het is niet voor geld te koop. Zoals met alle belangrijke zaken in het leven. Alles wat echt waarde heeft. Liefde is daarvan de hoogste waarden.
Maar tegelijk moeten we er wel iets voor doen: ‘werkt niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft ten eeuwigen leven’
“Wat voor werk moeten we dan verrichten voor God” vragen de mensen. Jezus antwoordt: dit is het werk dat God van u vraagt: te geloven in Hem die Hij gezonden heeft”
Geloof is het werk dat we verrichten om dat voedsel te verkrijgen dat ons voorgoed verzadigt, en de drank die voorgoed verkwikt.
Geloof is werk en inspanning. Geloof is het wagen met de boodschap en de persoon van Jezus. Geloof is zelf gaan hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Oog hebben voor de nood van onze naaste. Zijn honger en dorst bespeuren en voelen en proberen te stillen.
“Zalig zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid’ **) roept Jezus zijn leerlingen toe wanneer Hij voor het eerst zijn leer verkondigt aan de oever van het meer. “Zalig zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid want zij zullen verzadigd worden’
Dat is niet te mooi om waar te zijn. Dat is te mooi en te werkelijk om níet waar te zijn. Amen

(c) Pastoor Martin Los
*) Evangelielezing van deze zondag: Johannes 6:24-35
**) Mattheus 5:1 e.v.
afbeelding ontleend aan http://www.boerenbusiness.nl/artikel/10879416/