‘een vracht aarde zoveel als een koppen muildieren kan dragen’

Preek op de 28ste zondag door het jaar op 12/13 october 2019 in Willibrordkerk en Mariaker

“Geef mij tenminste een vracht aarde mee zoveel als een koppel muildieren kan dragen” 1) Dit verzoek richtte de Syrische generaal Naaman tot Elisa, de profeet. Die wilde geen geschenk aannemen voor de genezing van de officier. Want het was niet zijn verdienste. God alleen kwam die eer toe.
Waarom vroeg de Syriër om die vracht aarde zoveel als een koppel muildieren kan dragen? Om in zijn eigen land een klein altaar te bouwen voor die vreemde, onzichtbare levende God van Israël.
Het is verleidelijk om er over na te denken waar Naaman die vracht aarde naar toe gebracht heeft. Naar zijn huis in Damascus vermoedelijk. Ergens in dat door burgeroorlogen verscheurde land waar nu bovendien door de inval Turkije een nieuw afschuwelijk menselijk drama zich voltrekt. We houden allemaal ons hart vast. Vanwege de slachtoffers en vanwege de gevolgen voor de vrede in wereld in deze explosieve regio. Ergens in Damascus moet een vracht aarde liggen zoveel als een koppel muildieren kan dragen. Heilige grond die roept om genezing van wonden en vrede in Syrie en de wereld. Een protest tegen machtspolitiek, tegen verheerlijking van eigen groep, stam, volk en natie. Geloof in de levende God verzet zich tegen zulk denken dat groepen mensen en landen en religies scheidt en tegen elkaar opzet in plaats van in vrede met elkaar te leven.
Naaman ontdekte dat de God van Abraham anders was. Geen god die gebonden was een land of een volk of een groep. Naaman besefte dat hij persoonlijk in eigen verre land toch deze God kon dienen want deze God is aan geen plaats of tijd of groep gebonden. Naaman hoefde hij niet in Jeruzalem of in Israel te blijven om deze verrassende menselijke God te dienen. Voor ons een hele gewone gedachte, maar toen een baanbrekend idee.

Ook Jezus doorbreekt voortdurend dit denken. De overtuiging dat God aan een bepaalde groep is verbonden. De melaatse die genezen is en terugkeert, is een Samaritaan. Iemand die door de Joden als heiden beschouwd en behandeld werd. Trouwens dat gebeurde ook wederzijds, zoals meestal bij groepsdenken en bijbehorende superioriteitsgevoelens. Maar juist deze Samaritaan looft God om zijn wonderbaarlijke genezing. “Is er niemand teruggekeerd om God eer te brengen dan alleen deze vreemdeling?” roept Jezus verwonderd uit 2). Ze waren alle tien genezen. Allemaal zullen ze uitzinnig geweest zijn dat ze weer beter waren en aan het gewone leven konden deelnemen. Maar voor die ene, een buitenstaander, betekende zijn genezing veel meer. Voor hem werd leven nu een overgave aan God. Zijn leven kreeg een nieuwe betekenis net als voor Naaman.

We hebben als mensen steeds weer de neiging te vervallen in groepsdenken. Dan hebben we vanzelfsprekend het gelijk en het recht en ook God aan onze kant. Laten we daar voor waken. Laten alert zijn op degenen die dit groepsdenken aanwakkeren en zichzelf op het schild laten hijsen. Ze spreken altijd in ‘wij en zullie’. Ze stralen kracht uit, maar het is in feite luiheid, zelfgenoegzaamheid en bedrog.
Het begint al op school waar leerlingen gepest worden omdat ze anders zijn. Anderen uitsluiten is niet beperkt tot vorige generaties en geschiedenisboeken. Het is helaas steeds actueel. Een kwaad dat als het ware wordt doorgegeven. Iets wat de kerk met een beetje ouderwets, maar soms verrassend actueel woord ‘erfzonde’ noemt. Een menselijk tekort dat soms heel kwaadaardige vormen kan aannemen.
Maar God is onpartijdig. Hij kijkt niet naar de buitenkant, naar het etiket dat we anderen of onszelf opplakken. Hij spreekt ons persoonlijk aan. Niet als groep, maar als persoon, met een eigen innerlijk. Hij noemt ons zijn kind zoals Jezus ons verzekert. Hij schenkt ons persoonlijke vrijheid en ruimte om Hem met hart en ziel te dienen. We hoeven niet te zijn zoals de ander. De ander hoeft ook niet te zijn zoals wij.

“Het woord van God laat zich niet in boeien slaan” zegt Paulus 3). Hij is zelf in boeien geslagen vanwege zijn verkondiging van het Evangelie van de vrijheid van Gods kinderen. Een volslagen revolutionair idee in de tijd dat goden gebonden waren aan landen, stammen, gewoontes. Ook in onze tijd laat het woord van God dat mensen vrijmaakt, zich niet in boeien slaan van groepsdenken, nationalisme en racisme. Hij blijft ons, mensen, niet alleen christenen, bij de kraag vatten. Hij roept ons weg uit het slavenhuis van groepsdenken, van conformisme van wat de meerderheid denkt.
Laten we God zoals we die hebben leren kennen door Jezus Christus, de God die we door hem onze Vader mogen noemen, eren en dienen met ons leven.
Laten we ons inzetten voor vrijheid en vrede tussen mensen, om te beginnen in eigen omgeving.
Laten we bidden voor Syrie en de arme machteloze burgers daar en overal. Ook voor de kerken en de christenen in Syrie die sinds de apostelen in dit land wonen.
“Geef mij tenminste een vracht aarde mee zoveel als een koppel muildieren kan dragen” . Hoeveel vracht zijn we zelf bereid om te dragen omwille van ons geloof en als bereidheid om deze God te dienen die ons vrijmaakt en uitzicht geeft?

Martin Los

Schriftlezingen volgens het universele rooms-katholieke leesrooster voor zon- en feestdagen: de 28ste gewone zondag door het jaar:
1) eerste lezing 2 Koningen 5:14-17
2) Evangelielezing: Lukas 17:11-19
3) twee lezing: 2 Timoteus 2:8-13



Onder handoplegging

Preek middag voor zieken en ouderen donderdag 3 oktober 2019 Mariakerk

“Wij delen in zijn lijden om ook te delen in zijn verheerlijking” 1)
Lieve zusters en broeders, ouderdom is geen ziekte, maar in veel gevallen een zegen: dat je je kleinkinderen mag zien opgroeien of dat je mag terugblikken op een mooi en geslaagd leven of dat je nog de tijd krijgt om dingen te doen waar je door je werk nooit aan toegekomen was.
Maar ouderdom kan ook een beproeving worden als je afhankelijk wordt. Dan brengt ouderdom ook lijden met zich mee. Je worden dan dagelijks geconfronteerd met pijn en gebrek. Je leefwereld wordt kleiner. Dat werpt je op jezelf terug. Je vraagt je dan af: wat is nog de zin van mijn leven? Doe ik er nog toe? Je voelt je soms in de steek gelaten of over het hoofd gezien zoals een dik-honderdjarige mij toevertrouwde?
Dat geldt ook voor onze zieken. Je voelt je aan de kant staan. Zelfs een last voor anderen. En zal er ooit nog verbetering komen? Wat is het dan een enorme troost als er mensen zijn die om je geven. Van wie je weet dat ze aan je denken, met je meevoelen, voor je klaar staan waar dat nodig is. Belangeloos.
Voor ons die geloven, helpt het ook als je weet dat je er niet alleen voor staat, maar dat God je nabij is. Dat Hij je draagt en dient als zijn kind: “De Geest van God zelf bevestigt het getuigenis van onze geest dat wij kinderen zijn van God”.
Door het geloof in Jezus mogen we weten dat we kinderen van God zijn. En als we daaraan twijfelen door de beproevingen die we meemaken, komt de Heilige Geest ons te hulp. Hij versterkt ons bewustzijn dat God voor ons zorgt als zijn kinderen.
Het sacrament van de zieken is het teken en bezegeling daarvan. Onder handoplegging smeken we de heilige Geest af over u. En de zalving op u voorhoofd met olie raakt de Geest uw eigen geest en bewustzijn, uw hart en ziel. Dat versterkt ons geloof. Dat verwarmt ons innerlijk. Dat maakt dat je weet: ik ben niet in de steek gelaten. Ik doe er toe. Als kind van God beteken ik veel voor Hem. Ik mag Hem altijd dienen, ook in mijn zwakheid. En ik mag mij in mijn lijden en onmacht heel innig verbonden voelen met Jezus en zijn lijden voor de hele wereld.
Men verwijt ons christenen vaak dat wij het lijden verheerlijken. Maar dat doen we niet. We verheerlijken niet het lijden. Lijden is lijden. Daar is niks moois aan. Maar we leven in relatie met Jezus. Door de verbinding met Jezus Christus weten we dat we juist als we het moeilijk hebben, gekend en bemind zijn door God. Dat we vol goede moed mogen zijn want we tellen voluit mee als zijn kinderen. En dat zoals Paulus zegt: “het lijden van deze tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid waarvan de openbaring ons nog te wachten staat”. We mogen daarmee ook anderen bemoedigen in onze omgeving en hun angst wegnemen dat als je ziek en gebrekkig bent, je leven niets meer voor stelt. Als persoon ben je niets minder dan jonge en gezonde mensen.
Toen Jezus zijn apostelen uitzond zei hij: “in welke stad je binnengaat, geneest de zieken en zegt tot hen: het rijk van God is nabij” 2)
Het evangelie van Jezus maakt ons tot hele mensen. Het geneest ons van de gedachte dat ziekte en gebrek je tot een verliezer en een waardeloze figuur maken. Dat is de beproeving die maakt dat mensen denken: van mij hoeft het niet meer. Zeker niet als ik helemaal afhankelijk wordt.
Laten we niet mee gaan met deze trend van de tijd die maakt dat zieke en lijdende mensen gezien worden als een probleem, een stoorzender in ons op gemak en genot gerichte levensgevoel.
“Het rijk van God is nabij”. Blijf uw leven vol vertrouwen in Gods hand leggen. Tot het einde toe. Ons leven hier op aarde is nog niet voltooid. Het is pas voltooid voorbij de horizon van de dood in Gods liefde.
U bent ook de kerk. Dat zijn niet alleen zij die naar de kerk gaan. Het zijn niet alleen de zichtbaar actieve vrijwilligers. U als zieken en ouderen bent het kostbaarste deel van de kerk. Uw getuigenis is onbetaalbaar en onvervangbaar. Wij staan biddend om  heen. Bid ook voor ons zolang God u adem geeft. Amen

Pastoor Martin Los
Schriflezingen tijdens deze Eucharistieviering met ziekenzalving
1) Brief van Paulus aan de Romeinen 8, 14-18
2) Evangelie:
Lucas 10, 5-6. 8-9