Eens gegeven blijft gegeven

Homilie op de zevende zondag van Pasen 24 mei 2020 online Mariakerk

“Vader, ik bid voor hen die Gij Mij gegeven hebt” zegt Jezus met zijn ogen ten hemel geheven 1).
Wie zijn dat? Wie zijn degenen van wie Jezus zegt: “Die Gij Mij gegeven hebt”? U zult antwoorden: “degenen die Jezus geroepen heeft om hem te volgen. of dat zijn allen die in hem geloven. Of dat zijn de mensen die lijden door ongerechtigheid. Of de verschoppelingen in deze wereld, degenen die niemand hebben die voor hen opkomt. Misschien durft u zelfs te zeggen: “dat zijn wij die proberen hem te volgen”.
Allemaal waar. Maar let even op. Jezus zegt: “Die Gij, Vader, Mij gegeven hebt”. Jezus ziet allen die hem toebehoren als een geschenk van God. Hij dankt God voor hen.
Wat is het mooi wanneer je – om te beginnen – als mens je leven niet beschouwt als jouw bezit, maar als een geschenk. In onze moderne tijd ligt er veel nadruk op zelfbeschikking. Dat je jezelf moet zijn. Jezelf ontwikkelen. Je moet baas over jezelf zijn. Je moet als het ware je eigen product zijn. Zodat je kunt zeggen: “Ik heb het gemaakt”. Dat brengt veel spanning met zich mee. Teleurstelling en eenzaamheid. Maar als je je leven als geschenk beschouwt, dan ben je dankbaar en vol verwondering. Je leeft in het hier en nu zonder dat alles om jou hoeft te draaien. Bovendien, je zult andere mensen die je op jouw levensweg ontmoet als geschenk ervaren. Je voelt je verbonden. Wat goed als je je leven als een geschenk beleeft. Dan zul je ook beseffen dat we ook elkaar als mensen gegeven zijn. Jezus is dankbaar voor alle mensen die God, de Vader, hem gegeven heeft.
Tijdens elke uitvaartdienst – de afgelopen maand waren er vele – heb ik het voorrecht als priester om de kerk in te kijken. Rondom de overledene voorin de kerk zie ik dan de nabestaanden, de  familie en vrienden en medegelovigen. Heel vaak zijn dat er meer dan honderd, regelmatig zelfs een kerk vol. Allemaal mensen die ervoor uitkomen en die dankbaar zijn dat hun leven verbonden is met dat van de overledene. Zo komen niet alleen om de nabestaanden te condoleren, maar ook om te laten zien dat de overledene een betekenisvolle plaats in hun leven inneemt.
Ik zie dan de overleden broeder of zuster door zijn/haar keuze om vanuit de kerk uitgeleide gedaan te worden bij het laatste aanwezigheid in de kerk zeggen: “Hier ben ik, God. Dankbaar voor het leven dat u mij gegeven hebt. Dankbaar voor allen die u mij gegeven hebt. Ik vertrouw mijzelf aan U toe. Ik vertrouw allen die ik liefheb aan U toe. Bewaar hen in uw liefde’.
Het is triest dat we nu vanwege de corona pandemie slechts met een aantal van niet meer dan dertig aanwezigen het kerkelijke afscheid kunnen vieren. Ook deze week nemen we weer afscheid van iemand die veel voor de parochie betekend heeft als kerkmeester in de tijd van mijn voorganger pastoor Vaessen. Iemand die we veel dank verschuldigd zijn. Maar er mag slechts een beperkt aantal mensen aanwezig zijn. Het is niet anders. Dat ontneemt wel vele familieleden, vrienden en collega’s de mogelijkheid om door hun aanwezigheid te zeggen: “we zijn dankbaar dat we jou mochten kennen. We bewaren jou in ons hart. We blijven met elkaar verbonden”.
Het is zo mooi dat we zoals bij een uitvaart kunnen tonen hoezeer we met velen verbonden zijn en dat we om iedere mens een gemeenschap staat. Al die personen die de gestorvene meeneemt in zijn of haar hart naar de hemel en daar voor hen bidt.
“Ik bid U, Vader, voor hen die Gij Mij gegeven heeft” zegt Jezus. Hij ziet alle mensen die bij Hem horen als geschenk van God. De leerlingen met wie hij even te voren het laatste avondmaal heeft gevierd, de vrouwen en de vele anderen die Hem gevolgd zijn. En ook al degenen die in Hem zullen gaan geloven nadat zijn leerlingen de wereld ingetrokken zijn om Hem te verkondigen de Christus, de Zoon van God die God en mensen verbindt. Hem heeft God macht gegeven om eeuwig leven te schenken “aan allen die Gij, Vader, mij gegeven hebt”. Hij heeft hen allen voor eeuwig in zijn hart gesloten.
Jezus heeft steeds benadrukt dat hij mensen terugbrengt bij God. Mensen zijn van God. Hij heeft hen het leven gegeven. God en mensen horen bij elkaar. Zonde en dood hebben een wig gedreven tussen God en mensen. Daar komt nu een einde aan.
“Ik bidt U, Vader, voor hen die Gij Mij gegeven hebt, omdat zij U toebehoren”. Of met andere woorden: “Al het mijne is van U en al het uwe is van Mij”.
Jezus legt door het offer van zijn leven “allen die God Hem gegeven heeft” in handen van de Vader. Zo eert Jezus de Vader. Het is nu aan de Vader om Jezus te eren doordat Hij allen die Jezus achter moet laten in de wereld, bewaart voor Jezus en het eeuwige leven.
Zo laat Jezus ons niet alleen in de wereld, want Hij heeft allen aan God toevertrouwd om één met hem te blijven. Ook de in de wereld kan niets ons hier scheiden van Gods liefde. Zelfs als we leed ondervinden vanwege ons geloof, vanwege onze inzet voor vrede en gerechtigheid onder de mensen, is dat geen teken dat we in de steek gelaten zijn. Petrus schrijft: “het is een teken dat de Geest van de heerlijkheid, de Geest van God, op u rust” 2).
Laten we dat voor ogen houden. We zijn in de wereld niet in de steek gelaten. Ook ten tijde van een pandemie niet. Jezus is ons vóórgegaan naar God. Hij is het Hoofd, de Kerk is zijn lichaam. We zijn gezonden in de wereld, om getuigen te zijn van Gods liefde. Met al onze onvolkomenheden, zwakheden en twijfel, zijn we daarin één met Jezus. Laten we niet voor onszelf alleen leven. Dat is geen leven. In elk geval niet zoals God het heeft bedoeld. Jezus gunt iedereen zijn leven, zijn leven met God. “Vader, ik bidt u voor allen die Gij Mij gegeven hebt”. Eens gegeven blijft gegeven. Amen

Lezingen volgens het rooms-katholieke lectionarium voor Zon- en Feestdagen voor de 7e zondag in de Paastijd
1) Evangelie: Johannes 17:1-11
2) Epistel: I Petrus 4:13-16

(c) Martin Los

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.