Homilie 1e Adventszondag 30 november en 1 december 2013 Willibrordkerk Vleuten

Preek op de zondag van de 1e Advent  op zaterdag 30 november en zondag 1 december 2013 in de Willibrordkerk te Vleuten
Evangelielezing voor de 1e adventszondag volgens het voorgeschreven r.k.rooster voor zon- en feestdagen: Mattheus 24:37-44

Lieve zusters en broeders, “Weest waakzaam want ge weet niet op welke dag uw Heer komt” zegt Jezus in het Evangelie van deze zondag.
Als iemand je zegt dat je op je hoede moet zijn, bekruipt je gewoonlijk een ongemakkelijk gevoel. Er dreigt kennelijk gevaar. Aan de ene kant ben je blij voor de waarschuwing, maar aan de andere kant voel je ongerustheid. Of zelfs een soort kramp.
Is dat de bedoeling van Jezus? Moeten we als mensen die waarde hechten aan zijn woorden, altijd op onze hoede zijn voor gevaar. En welk gevaar is dat dan?

Er zijn christenen die overal gevaar in lijken te zien. Gevaar in de zin van zonde tegen God. Dans, zang, kleuren, vrolijkheid, pluriformiteit, de eigen fantasie en media als film, televisie worden door hen gemeden omdat het je zou kunnen verleiden tot zonde. Ja, het lijkt erop alsof het leven zelf een bedreiging vormt in ogen van zulke christenen.
Men perst het leven in een keurslijf van allerlei verboden en plichten. Maar hoe meer verboden en plichten hoe onzekerder je wordt, want de overtreding ligt op de loer.

Als geloof zo beleefd wordt,  wordt het een controlemechanisme dat alle spontaniteit uit het leven verbant. Het leven zelf wordt dan vreugdeloos en gevoelloos omdat het niet meer geleefd mag worden. Zo’n geloof heeft niets aanstekelijks.
Is dat wat Jezus bedoelt met zijn oproep “Weest waakzaam”: is christelijke leven leven waar bijna geen lachje meer van af kan?

In zijn 1e pauselijke aansporing van de christenheid die deze week verschenen is, waarschuwt paus Franciscus voor deze houding: “Er zijn gelovigen”zegt hij “voor wie het altijd vastentijd is in plaats van Pasen”.  Alle vreugde lijkt uit hen verdwenen. De vreugde van Pasen, van de Heer die leeft en altijd bij ons is.
Christelijk geloof is een blij geloof. Het is vervuld van vreugde. Dat is iets anders dan angst voor het leven uit vrees voor God.

“Weest waakzaam want ge weet niet wanneer uw Heer komt
”moeten we dus niet opvatten als een pleidooi tegen de spontaniteit van het leven omdat we voortdurend op onze hoede zouden moeten zijn.
Nee, het lijkt er eerder op dat Jezus ons ervoor waarschuwt de ware vreugde niet uit ons leven te laten verdwijnen. De vreugde van het geloof. De vreugde dat we Hem hebben leren kennen als de levende Heer die altijd bij ons is. De vreugde dat we God hebben leren kennen als onze Vader. Dat we als mensen zijn kinderen mogen zijn. Dat we elke dag uit zijn liefde mogen leven. Hoe meer we vervuld zijn van vreugde hoe minder we aangetrokken worden door het kwade.
Die aansporing om waakzaam te zijn, moet ons niet verlammen. Die aansporing moet ons eerder als muziek in de oren klinken.

Toch zou er twijfel kunnen opkomen als we horen wat Jezus in dit verband als voorbeeld noemt: “Zoals het ging in de dagen van Noach, zo zal het gaan bij de komst van de Mensenzoon” en ‘dan zullen er twee op de akker zijn: de één wordt meegenomen, de ander achtergelaten”.
Klinkt dat niet behoorlijk dreigend? Als een stok achter de deur? Maar bedoelt Jezus het ook zo?

We kennen allemaal het verhaal van Noach. Hij had opdracht gekregen een enorme ark te bouwen. Want God wilde een nieuw begin maken met de mensheid. Ze was door en door verdorven geraakt in zijn ogen. Van Gods bedoeling met de wereld, dat de mensen het leven mooi zouden maken,  kwam niets terecht. Het dreigde op een fiasco uit te lopen.

Noach moest de ark te bouwen . Eigenlijk geen boot, zeker geen plezierjacht, zoals je in platenboeken ziet, maar een enorme kist van planken, die ook nog met pek bestreken was. Een soort doodskist. Een reuzecocon waar ooit de mensheid en de schepping opnieuw uit te voorschijn moest komen.
De mensen gingen gewoon door alsof er niets aan de hand was. Totdat het onverwacht hevig begon te regenen. Noach was in de ark gegaan met zijn gezin en met één paar van alle diersoorten. De hele wereld kwam onder water te staan. Hetzelfde water droeg Noach en zijn ark naar een nieuwe aarde, naar een nieuwe begin.

Wíj, moderne mensen, die het verhaal van Noach horen, doen alsof we het in de krant lezen. Of alsof we het zien voor de t.v.. Een ongekende tsunami, ondergang van de wereld.
De naam Noach betekent “troost” betekent.  Maar het klink in de oren van ons, moderne mensen, nauwelijks als een troost dat de hele mensheid onderging en slechts een mens met zijn gezin en een paar van alle dieren, gered werd.

Zijn wij, gelovigen,  die de komst van de Heer verwachten, net als Noach die in zijn eentje overbleef terwijl alles verging?
En is dat iets om naar uit te zien dat jezelf gered wordt, maar je buurman niet?

En moeten wij ons dan als christenen ook terugtrekken uit de maatschappij. En moeten we alle genietingen van het leven vergeten om in een soort enorme doodskist te kruipen als een soort protest tegen het leven?

En trouwens, was de ondergang van de mensheid, door de zondvloed, eigenlijk niet één geplande genocide. In dat geval zou de zaak met terugwerkende kracht voor het Internationale Strafhof in Den Haag gebracht moeten worden om God ter verantwoording roepen te roepen. En wij zouden als gelovigen mede in het beklaagdenbank moeten plaatsnemen vanwege ons geloof in zo’n wrede God?
Dat is wat atheïstische grappenmakers ons voorhouden die het verhaal lezen als een krantenartikel.

Lieve zusters en broeders, al zulke gedachten komen naar voren omdat wij het verhaal van Noach nauwelijks meer kunnen horen zoals het bedoeld is. Het is juist bedoeld als een verhaal van hoop.
Het verhaal van Noach wil zeggen dat de mensheid nooit aan de slechtheid van mensen ten onder kan gaan.
God is altijd bezig om de mensheid te redden doordat juist die ene mens niet meedoet met alle slechtheid. In zo’n man of vrouw wordt de hele mensheid behouden.
We ontmoeten ze soms. Integere mensen die door het kwade niet aangetast worden, maar van wie een zuiverende werking naar hun omgeving uitgaat.

Want een mens is geen individu. Ieder mens is een vertegenwoordiger van het menselijke geslacht. We zijn allemaal een mens, maar ook de mens. Soms een mens als Noach.

Toppunt van zo’n Noach is natuurlijk Jezus zelf. Hij was anders dan alle anderen. Omdat Hij leefde vanuit de liefde van God. Dat straalde hij uit. Daarmee bouwde hij als het ware aan de ark om heel de mensheid te behouden, en een nieuwe schepping voor te brengen. Zijn offer van liefde voor de wereld, is een nieuw begin voor alle mensen. En allen die in Jezus geloven worden een nieuwe schepping genoemd. Kinderen van God die vervuld zijn van de heilige Geest.

Dus als Jezus de waakzaamheid van het geloof vergelijkt met Noach, dan is dat niet bedoeld om ons alsnog een gevoel van onzekerheid te geven, van angst die verlamt.
Nee, De vergelijking met Noach juist heel hoopvol. Als gelovigen mogen we vervuld zijn van de vreugde van het geloof.

Laten we ons die niet af laten nemen. Want door de vreugde stralen we hoop uit naar een wereld van God waarin het onrecht, het kwade, en de dood niet meer het laatste woord hebben, maar de liefde van God. We zijn al inwoners van dat rijk. We zijn al burgers van die stad van God. We moeten ons niet angstig terugtrekken achter de muren van de kerk, maar juist vervuld van hoop en vreugde ons begeven temidden van de mensen.

Door de vreugde van het geloof zijn we als het ware in deze wereld ambassadeurs van Gods koninkrijk. Elk christen die de vreugde van het geloof op de een of andere manier uitstraalt, is een apostel van Jezus Christus onder de mensen.

Als christenen worden we niet in een keurslijf gejaagd uit angst voor het leven in al zijn spontaniteit en veelkleurigheid. We moeten niet angstig voor het leven zelf zijn. Juist de vreugde van het geloof is een kracht om vol vertrouwen te leven en om het goede te doen en lief te hebben

Advent is een tijd van verwachting en van oefenen in verwachting. Als christenen zijn we vol hoop en verwachting vanwege de vreugde die in ons is.
Laten we daarom “nee”zeggen tegen alle cynisme dat als een soort meeldauw verhindert dat ons geloof groeit en bloeit.
Laten we ook “nee”zegen tegen alle sleur die wellicht door teleurstelling en uit gebrek aan verwachting in ons geloof en in onze geloofsgemeenschap geslopen is.
Laten we “nee zeggen tegen alle jaloezie waardoor we niet genieten van elkaars talenten en geloof.
“Weest waakzaam”  is een oproep dat de vreugde van het geloof, de vreugde van Christus, in ons blijft oplaaien als een vuur.

Maar om vol vreugde te zijn, is daar een aansporing voor nodig? Het zou niet nodig moeten zijn. Want wat is er mooier dan de vreugde van het geloof?  Ja, maar wij zijn mensen, met onze zwakheden. We houden soms ondanks de vreugde van de vreugde de vreugde niet uit. Maar de Heer kent ons. Hij weet dat we elke keer die aansporing nodig hebben om terug te keren tot de vreugde en trouw te blijven aan de vreugde van het geloof in Hem. Amen

© Pastoor Martin Los

2 thoughts on “Homilie 1e Adventszondag 30 november en 1 december 2013 Willibrordkerk Vleuten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.