Homilie op de 28e zondag door het jaar in Mariakerk 10/10 en Willibrordkerk 11/10 2015

Voorgeschreven lezingen voor deze zondag uit het universele lectionarium van de r.k. kerk: Wijhsheid 7:7-11; Hebreeen 4:12-13; Evangelie: Markus 10:17-30

Lieve zusters en broeders, de man die voor de voeten van Jezus op de knieën, valt, roept: “Goede Meester!” Hij spreekt onze Heer dus aan op zijn leraarschap.
Dat is een goede aanleiding om even stil te staan bij hoe wij in onze tijd tegen een leraar, juffen en meesters aankijken.
In onze tijd komt steeds meer nadruk te liggen op het zelflerend vermogen van de kinderen. In plaats van kant en klare leerstof over te dragen, die je uit het hoofd moet leren, wijst de leerkracht de leerlingen de weg hoe je informatie op kunt zoeken en kennis moet vergaren.
Dat komt natuurlijk door de computers die een onuitputtelijke bron van informatie zijn. Het is inderdaad belangrijk dat kinderen leren hoe je aan kennis en informatie komt, want als ze later op eigen benen komen te staan, moeten ze ook hun weg vinden in een onzekere wereld die steeds aan verandering onderhevig is.
Maar is een leerkracht dan alleen een soort doorgeefluik van informatie of hoe je aan informatie kunt komen, een soort medewerker aan een informatiebalie voor leerlingen?

Een leraar is meer. Zij is voor de kinderen ook iemand die met hen meeleeft. Iemand aan wie ze zich toevertrouwen. Iemand aan wie ze zich optrekken en als voorbeeld nemen. Iemand door wie ze iets van de zin van het leven proeven.
Een leraar wil de leerlingen vormen tot mensen die als volwassenen weten welke waarden belangrijk en betrouwbaar zijn.
Die waarden moet een leraar zelf ook uitstralen tegenover de klas en de kinderen. Een leraar die de kinderen voorhoudt dat ze niet mogen pesten, maar wel  kinderen voortrekt of negeert, is niet geloofwaardig.
Kortom, onderwijs kan niet zonder persoonlijke betrokkenheid tussen leraar en leerling.

rijkejongeling2015Jezus is ook een meester. Laten kijken hoe persoonlijk hij betrokken is. “Goede meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?” vraagt de man die zich voor hem op de knieën werpt”.
Jezus antwoordt door als een echte meester te beginnen wat de man weet: “Je kent de geboden…….”
De man is opgevoed met de visie dat als je de geboden van God volgt, je een gelukkig mens bent. “Meester, dat alles heb ik zorgvuldig gedaan, vanaf mijn jeugd” antwoordt de man.

Let nu op de persoonlijke betrokkenheid van meester Jezus: “Hij keek hem liefdevol aan”.  Letterlijk: “Terwijl hij hem aankeek, toonde hij hem zijn liefde.”
Hier gebeurt iets. Wanneer een juf aan een kind in de klas haar hart opent, ervaart dat kind dit ook.
Jezus opent zijn hart voor de man. Dat voelt de man natuurlijk. Dat raakt hem diep.

Laten we dat nooit vergeten als wij met onze levensvragen bij Jezus komen.
Het is belangrijk dat we dan Jezus’ liefdevolle blik zien, zoals de man in het Evangelie die zag. In de liefdevolle blik voelen we ons gekend en bemind.
De weg die de Jezus ons wijst, is een bewijs van zijn liefde.
Hij is niet die van een leraar die ons voor onmogelijke opgaven stelt en zware lasten oplegt die we niet kunnen volbrengen.
Het is zijn liefde waardoor we ons gekend en gesterkt voelen en niet bang zijn te falen.

Vanuit Jezus’ liefde voor de man gunt hij hem het beste: “Verkoop al was je hebt, geef het aan de armen, en volg Mij”.
We moeten goed begrijpen dat Jezus hier niet een onmogelijke barrière opwerpt. “Verkoop was je hebt en geef het aan de armen” zegt Hij. Dat wil zeggen: “Je bent er bijna. Nog één stapje” Als je bij Jezus komt, omdat je niet echt gelukkig bent, dan ben je er bijna. Nog maar één laatste stapje.

Voor ieder die Jezus uit liefde roept hem te volgen zal dit weer anders zijn. Voor de één kappen met een verkeerde gewoonte, voor de ander een punt zetten achter zijn verslaving, voor een ander jezelf niet op de eerste plaats stellen.
Dat lijken soms onmogelijke opgaven vanuit onszelf.  We weten het wel, maar we lijken verstrikt. Jezus ziet ons aan en bemint ons en zegt: “je kunt het! Toe, doe het. Doe het nu. Ik sta achter je!’
Jezus is niet de strenge rechter die de lat te hoog legt voor mensen zoals wij. Hij is altijd opnieuw de goede Herder die het verdwaalde schaap zoekt.

Maar de man ging toch bedroefd heen “omdat hij veel goederen bezat”? Ja maar dat betekent niet dat hij geen volgeling van Jezus zou worden.
Het betekent dat hij voelde dat Jezus in de roos geschoten had. Al was hij nog zo’n vroom en voorbeeldig mens, hij zat vast aan zijn bezit. Daardoor was hij niet gelukkig. Maar hij wist nu waar zijn innerlijk ongenoegen vandaan kwam. Zijn weg van bevrijding kon nu beginnen. Dankzij meester Jezus.
Misschien is hij wel die Jozef van Arimathea. Die rijke man die graag zijn graf aanbood om het lichaam van de Heer in te leggen.

De vraag aan ons is natuurlijk in hoeverre wij vast zitten aan onze rijkdom.
Zien we onze rijkdom als ons bezit dat alleen voor onszelf is om van te genieten. Of zien we onze rijkdom ook als een kans om anderen te helpen.
Dat is volgens ons christelijk geloof de betekenis van rijkdom. Dat je daardoor anderen die in nood zijn, blij kunt maken, en weer moed geeft.
Zo mogen we kinderen en dienaren van God zijn, van Hem die er zelf vreugde in schept om aan zijn schepselen het goede te geven.
Onze overvloed en rijkdom zijn als het ware hulpgoederen die we vol blijdschap namens God en namens Christus mogen verspreiden.

De vraag of wij aan onze rijkdom vastzitten, is vandaag weer heel actueel door de stroom vluchtelingen die in de wereld allang op gang is, maar nu ook heel dicht bij ons komt. Er zijn verschillende politieke meningen mogelijk. Tegen vluchtelingen zeggen dat ze hier een schuilplaats hebben totdat ze weer terug kunnen keren. Of dat ze mogelijk hier kunnen blijven. Dat zal de tijd voor het grootste deel leren.

Maar niets doen, vluchtelingen de rug toekeren, niet respecteren als volwaardige mensen, of erger zoals in Woerden eergisteren, dat is een slecht teken.
Het is een bewijs dat we ondanks onze welvaart geestelijk arm zijn. Dat we zelf ook niet gelukkig zijn. Het is een teken van angst. Bang dat als we iets van onze welvaart offeren, zelf tekort komen.
Maar als we onbarmhartig zijn tegenover mensen in nood wat blijft dan over van onze vreugde? Onze rijkdom zal steeds minder smaken.

Moge Jezus Christus ook nu in onze tijd onze leraar zijn. De leraar die ons deel geeft aan zijn leven, die ons deel geeft aan God, de schat in de hemel, aan de echte rijkdom die niet vergaat.
Laten we de zorg voor de vluchtelingen niet als een onmogelijke opgave zien. En ook voor alle anderen die tekort komen in onze samenleving.
Laten we liever de kansen in onze tijd zien om echte christenen te zijn.
Dan hoeven we ons ook geen zorgen te maken of het geloof en kerk in onze tijd nog iets voorstelt. Dit is misschien wel een hele mooie tijd om christen te zijn. Kijk, hoe liefdevol God ons in Jezus aankijkt. Amen.

© Pastoor Martin Los

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.