homilie op de 2e zondag van de Advent in de Mariakerk 7 en 8 december 2013

Preek tijdens de eucharistie op de 2e adventszondag
in de Mariakerk in De Meern  (7 en 8 december 2013)
voorgeschreven schritlezingen uit het r.k. leesrooster voor zon- en feestdagen: 1e lezing Jesaja 11:1-10  Evangelie Matteus 3:1-12

Lieve zusters en broeders,  “Hij die na mij komt, is sterker dan ik” roept Johannes de mensen toe die zich door hem komen laten dopen in de Jordaan.
“Wat zou dat voor iemand zijn die nog veel sterker is dan Johannes” moeten de mensen gedacht hebben. Want Johannes was echt een geweldenaar. Krijg het maar eens voor elkaar: duizenden inwoners van Jeruzalem en Judea die helemaal op weg gaan naar de Jordaan om Johannes te horen.

Drie weken geleden stond ik daar zelf nog aan de oever van de Jordaan met een grote groep zorgpelgrims. Sommigen van u hebben mij misschien wel op Facebook zien pootje baden in de Jordaan.
Wanneer je daar staat en je overziet het landschap dan besef je pas goed wat een lange, vermoeide en gevaarlijke reis de mensen hadden moeten afleggen om helemaal te voet bij Johannes te komen.
Vanuit Jeruzalem zijn er alleen maar kale bergen. Het is een onherbergzame woestijn. Nergens een druppel water. Wel struikrovers die zich in grotten schuil hielden. Helemaal afdalen tot aan Jericho. En vandaar weer verder door de verschroeiende hitte. Nergens een schaduw of een zuchtje wind.
Toch kwamen de mensen bij duizenden op hem af om hem te horen. Wat kan één mens voor indruk maken op anderen. En dan ook nog eens op een godvergeten plek in de woestijn..

U vindt het vast niet vreemd dat ik onwillekeurig moet denken aan een andere man? Een man die ook zoiets voor elkaar heeft gekregen: Nelson Mandela.
Hij was ver van de bewoonde wereld opgesloten in de gevangenis van Robbeneiland. Eerst als een gewone verzetsstrijder die in geweld en revolutie geloofde.
Zevenentwintig jaar lang zat hij opgesloten. Machteloos moest hij toezien hoe het apartheidsbewind in Zuid-Afrika medemens op grond van hun huidskleur van elkaar scheidde en hoe zijn volksgenoten openlijk en wreed gediscrimineerd werden en vermoord.
Machteloos moest hij toezien hoe dat bewind vanuit de meeste rijke landen in de wereld gesteund werd. In die machteloosheid kwam hij tot de overtuiging dat niet geweld maar verzoening die enige weg zou zijn.
Zo groeide in zijn gevangenschap zijn gezag over de hele wereld als verzetsheld tegen de apartheid. Uiteindelijk was zijn gezag zo groot dat de regering hem na zevenentwintig jaar vrijliet. In korte tijd werd mede door Mandela op geweldloze wijze de apartheid afgeschaft. Een absoluut wonder.

Mandela zegt over zichzelf: “als ik alle haat en wrok niet had achterlaten in de gevangenis zou ik zelf in vrijheid een gevangene gebleven zijn”.
Wie zoiets zegt en daar ook naar handelt is een groot man. Terecht staat de hele wereld stil bij zijn overlijden en bij zijn betekenis.

Bijzondere mensen zoals Nelson Mandela roepen alom bewondering op. Daarmee vergeleken  kun je jezelf  klein voelen, onbetekend, schamel, teleurgesteld in jezelf.
Iemand twitterde: “Mandela roept in mensen diegene op die zij zelf niet zijn maar die ze ten diepste zouden willen zijn, een mens die ertoe doet, iemand die het verschil maakt”.

Zo iemand moet Johannes de Doper ook geweest zijn. Zijn persoon en zijn boodschap maakten diepe indruk. Mensen verlangden weer zelf echte integere mensen te zijn, zonder bedrog en zonder halfhartigheid en dubbele agenda’s.
Daarom lieten ze zich door Johannes dopen. Ze maakten een nieuw begin. Ze begonnen weer met een schone lei. Geïnspireerd door Johannes de doper begonnen ze een beter leven.
Mooi dat één mens dat bij zo velen kan teweegbrengen. Dat is ook wat velen voelen bij Mandela.

Waarom dan toch die dreigende taal bij Johannes: “Adderengebroed, wie heeft u voorgespiegeld dat ge de dreigende toorn kunt ontvluchten?”
Bedoelde Johannes dat de mensen die hitte en gevaar getrotseerd hadden om bij hem te komen, het niet echt meenden dat ze betere mensen wilden worden?
Dat hangt ervan af van wat je verstaat onder “echt menen”.
Johannes houdt de mensen voor dat ze misschien wel een nieuw leven willen beginnen, maar niet echt uit overtuiging. Nee, uit angst. Angst voor de toorn van God. En zelfs die ging bij sommigen niet zo diep omdat zelf redelijke tevreden waren met zichzelf: “wij zijn toch kinderen van Abraham”

Wanneer je als mens iets nalaat omdat je bang bent dat je straf krijgt, is dat op zich geen verkeerde reden. Heel veel mensen houden zich aan wetten voor een boete of straf.
En ook aan de stem van ons geweten gehoorzamen we vaak uit angst dat de gevolgen voor ons slecht uitpakken.
Maar wat gebeurt er als de angst verdwijnt? Verdwijnt dan ook niet de prikkel om je aan de wet te houden of om het goede te doen in plaats van wat je zelf goed uitkomt?
Angst voor straf is een belangrijke reden om je aan de wet te houden. Maar je verlangen om het goede te doen zit dan niet diep. Dus als je uit angst iets nalaat, meen je het dan wel echt?
“Meen je het echt?” was de vraag. “Menen jullie het echt? ”is de vraag van Johannes.

Een veel overtuigender reden, en een duurzame reden om geen dingen te doen waarvoor je je eigenlijk schaamt, is liefde. Liefde voor God. Liefde voor je medemensen. Liefde kent geen angst. Geen dwang. Liefde doet alles in volle vrijheid.
Daarom wijst Johannes op Hem die sterker is dan hij. “Ik ben niet waardig de riem van zijn sandaal los te maken” roept Johannes uit. Degene die na hem komt is in vergelijking met hem tot veel meer in staat is.
“Ik doop met water…..Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur!”
Met dat vuur is het vuur van Gods liefde bedoeld. De liefde is veel verwoestender ten opzichte van het kwade in de wereld dan de angst. Angst maakt dat we niet echt korte metten maken met het kwade in ons leven. Maar liefde is sterker dan het kwade. Liefde wil zelfs offers brengen om geen kwaad te hoeven doen.
Degene die na Johannes komt, is sterker dan hij omdat Hij die na hem komt, mensen zal aanraken door de liefde. Hij zal andere mensen van hen maken. Kinderen van God.

Johannes de Doper weet zelf ook nog niet hoe degene die hij moet aankondigen eruit ziet en hoe die zal handelen.
Maar één ding weet Johannes zeker. Als de Messias is gekomen, dan zullen mensen niet meer uit angst en vrees zich bekeren. Ze zullen in volle vrijheid uit liefde Gods wil doen. “Dan huist de wolf bij het lam, vlijt de panter zich neer bij het geitje, grazen kalf en leeuwenjong samen” heeft de profeet Jesaja gezegd.
En is dat niet precies wat Jezus heeft gebracht? Is dat niet precies wat hij ook nu nog te weegbrengt. Dat we anders naar onszelf en de wereld gaan kijken.

Bij een Johannes de Doper of een Nelson Mandela kunnen we ons nog klein voelen en ons schamen voor ons gebrek aan moed, onze onechtheid, gebrek aan idealen.
Dat kan op zich een goede reden zijn om ons te beteren. En dat is het ook. Niets mis mee. En het gebeurt gelukkig ook. Of we gaan weer gewoon over tot de orde van de dag.

Maar Jezus komt níet op ons toe als de meest volmaakte mens tegenover wie we ons klein en beschaamd voelen. Hij komt op ons toe als degene die onze zonden op zich neemt. Hij komt op ons toe als degene die onze zwakheden kent. Als degene die onvoorwaardelijk liefheeft. Als de gekruisigde..
Tegenover Jezus staan we niet tegenover de volmaakte mens bij wie vergeleken we ons klein en schamel voelen. Tegenover Jezus staan we oog in oog met Gods barmhartigheid. Hij raakt de wereld aan met Gods liefde en verzoent de wereld met zich.

Elke tijd heeft zijn eigen Johannes de Doper of zijn Nelson Mandela. Onvoorstelbare personen voor wie mensen uit hun stoel komen en dromen van betere mensen te zijn. Ze zijn een geschenk van God. Een teken van hoop. Ze zijn het hoogste en edelste wat deze wereld aan mensenkinderen voorbrengt.
Maar het rijk van God is nog weer van een andere orde. “Johannes de
Doper” zegt Jezus ergens “is de grootste die uit vrouwen geboren is, maar de kleinste in het koninkrijk van God is groter dan hij”.
Dat rijk van God is van een nieuwe orde. Dat is het rijk van de liefde waarin iedere mens telt. Waarin niemand zich onbetekenend hoeft te voelen. Waar liefde het verschil maakt ongeacht wie we zijn.
Jezus Christus komt op elke tijd en op iedere mens toe als Gods laatste woord. Hij raakt ons aan met Gods liefde. Daardoor voelen we ons aanvaard met ons tekortkomingen. Daardoor voelen we ons bemind als zijn geliefde kinderen

We hoeven niet allemaal één van die grote persoonlijkheden te zijn als Johannes de Doper of Nelson Mandela om er voor God toe te doen.
Gods liefde omarmen en zelf uit alle kracht proberen lief te hebben dat is het rijk van God. En daar mogen we hier en nu en al aan deelnemen. Duurzaam. Zonder angst. In volle vrijheid. Vol vreugde. Amen

(c) Pastoor Martin Los

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.