Kijk om je heen, je bent niet alleen

Preek op de 23e zondag door het jaar op 8 september 2019 in de Willibrord kerk tijdens de eucharistie aan het begin van de Parochiedag

‘Als iemand zijn kruis niet draagt en mij volgt, kan hij mijn leerling niet zijn” 1)
Lieve broeders en zusters, ‘Weet waar je aan begint’ lijkt Jezus te zeggen tegen de talloze mensen die hem gevolgd zijn. In het gewone leven doét iedereen dat. Iemand die een huis laat bouwen, maakt eerst een begroting. Want stel je hebt onvoldoende middelen dan kom je misschien niet verder dan het fundament. Dan zullen voorbijgangers hun hoofd schudden omdat je niet goed hebt nagedacht en niet met beleid tewerk bent gegaan. Het doet denken aan veelbekeken t.v. programma’s als ‘Ik vertrek’. Mensen dromen van een nieuw bestaan in een zonnig land, kopen een vervallen huis en een stuk land om een bed&breakfast te starten. Zeggen hun baan op. Steken er al hun spaarcenten in. Maar je voelt al aankomen dat de meesten geen idee hebben waar ze aan beginnen. Een fiasco in het vreemde land dreigt. Wat drijft ons naar zulke programma’s te kijken? Leedvermaak?  Of als een waarschuwing voor iedereen die droomt van een nieuw begin, om je niet zomaar in een avontuur te storten.
Jezus nodigt de mensen ook uit om een nieuw bestaan te beginnen. Hij gunt dat iedereen. Maar hij wil niet dat zij die hem volgen, zich hals over kop in een avontuur storten, en dat anderen zich vrolijk over hen maken omdat ze na een enthousiaste start moeten afhaken.
Waar moet je dan aan voldoen om een echte leerling van Jezus te zijn en hem in je leven te volgen? Wat moet je vooraf beseffen? Jezus zegt niet: ‘als je niet aan die voorwaarde voldoet, deug je niet als mens. Nee, hij zegt: ‘dan kan je mijn léérling niet zijn’.
Waar moet je dan voor je begint aan denken? “Als iemand naar mij toekomt die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen…ja zelfs zijn eigen leven niet haat, kan hij mijn leerling niet zijn”. Wat is dat nou? We houden van nature van onze ouders, onze kinderen, ons leven, en we hebben onze man of vrouw innig lief. Hoe kun je die nou haten? Jezus bedoelt hier niet dat we een hekel aan ze moeten hebben, maar dat we de liefde tot God op de eerste plaats zetten. Je leven als christen kan je in bepaalde situaties in conflict brengen met je familie, zelfs met jezelf. Durf je dan te kiezen voor de weg van Jezus? Als we hem op de tweede plaats stellen, zullen we niets van hem begrijpen. We zullen ons op den duur aan hem gaan ergeren.
Daarom stelt Jezus ons steeds de vraag of we ons werkelijk realiseren wie hij is, de Christus, de Zoon van God die in de wereld is gekomen om ons terug te brengen bij God. Die ons bevrijdt als kinderen van God, en die ons het eeuwige leven schenkt.  Ouders, gezinsleden, vrienden, ons eigen leven, moeten voor onze geloof in hem geen sta in de weg zijn .
Volwassen die tot geloof komen, worstelen vaak lange tijd voordat zij aan hun ouders en omgeving dit durven vertellen uit vrees voor onbegrip en misschien afwijzing. Het voelt als het ware als ‘uit de kast’ komen. Vaak blijkt de familie helemaal  niet zo afwijzend. Ze zijn blij als hun kind gelukkig is met dit nieuwe bestaan als gelovig mens. Maar soms kom je echt alleen te staan. Dan sta je in de kou. Daar is moed voor nodig.
Het kan ook gebeuren dat je als kind gedoopt bent en als christen bent opgevoed, maar dat het je persoonlijk niet zo raakte. Als je dan later Gods liefde opnieuw ontdekt lijkt dat soms op een soort verliefdheid. Dan denk je misschien ook dat anderen dat gek vinden. Maar ze zullen juist blij zijn. Misschien wel een beetje jaloers.

Het lijkt wat vreemd, zusters en broeders, om op een parochiedag zo stil te staan bij het geloof als een heel persoonlijk iets, een persoonlijke beslissing om Jezus te volgen en God boven alles lief te hebben.
Maar zo gek is dat niet. Want dat geloof, en dat je Jezus liefhebt en volgt, vraagt om erkenning. Je wilt dat ook delen met anderen die de zelfde beslissing hebben genomen. Als je ontdekt dat je geloof in Jezus je gelukkig maakt, als het je energie geeft en je leven zinvol maakt, dan wil je dat graag met anderen delen. Je wilt het ook vieren. Samen met alle anderen die zich ook verwonderen over het feit dat Jezus hen gegrepen heeft en hen nooit meer los laat. Daarom vormen we  samen een gemeenschap. Daarom komen we samen om ons geloof te vieren op de zondag. Dat hebben we ook nodig om ons geloof te onderhouden. Want ons geloof is wel zeer persoonlijk, maar in je eentje geloven is moeilijk. En ook niet nodig. Want je bént niet alleen. Als je samenkomt, zie je en voel je dat je niet alleen bent. Dan ga je weer vol goede moed het gewone leven in om daar je geloof handen en voeten te geven.
Geloof heeft onderhoud nodig, en ook de geloofsgemeenschap. Soms is er herstel en vernieuwing nodig. Zoals ook ons kerkgebouw, dat vandaag in de steigers staat.
In zo’n gemeenschap hebben velen ook een bijzondere taak om de gemeenschap te dienen. De ambtsdragers, de bestuurders, de medewerkers, de vrijwilligers van kosters tot bezorgers van het parochieblad, van zangers tot schoonmakers van de kerk.
Laten we blij en gelukkig zijn dat we ieder persoonlijk door God geroepen zijn om te geloven én dat we ook allen samen geroepen zijn om een huis voor God te zijn waar alle mensen welkom zijn. Welkom om nieuwe mensen te worden door de liefde van God. Laten we trots zijn op ons geloof, onze gemeenschap, onze kerk. Laten we elkaar koesteren. En laten we dagelijks bidden voor elkaar en voor het welzijn en de bloei van onze parochie.
“Als iemand zijn kruis niet draagt en mij volgt, kan hij mijn leerling niet zijn’. Wat een troost dat we ons kruis niet alleen hoeven dragen. We mogen het gelukkig samen doen. Kijk eens om je heen. Je bent niet alleen. Amen.
(c) Martin Los

1) De schriftlezingen zijn van de 23e zondag door het jaar volgens het r.k. leesrooster. Evangelielezing: Lukas 14:25-33

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.