Niet bij brood alleen

Preek op de 1e zondag van de Veertigdagentijd 10 maart 2019 Mariakerk en Willibrordkerk

“De mens leeft niet van brood alleen’ 1)
Lieve zusters en broeders, Mozes geeft de Israëlieten voordat ze het beloofde land beginnen gaan, een bijzondere opdracht mee, zo hoorden we. 2) De Israëlieten moesten vanaf het moment dat ze het beloofde land binnentrokken een ritueel voltrekken. Als het graan rijp is, moet de landbouwer op de plek waar dat het graan het eerst rijp is – zoiets als bij het vinden van het eerste kievietsei – een armvol korenaren afsnijden. Daarna moet hij de korf met aren naar het heiligdom brengen – in een feestelijke processie, denk ik – en aanbieden aan de priester bij het altaar. Dan zal hij tegenover God belijden: “mijn vader was een zwervende Arameeër” – verwijzing naar aartsvader Jakob –  hij werd in Egypte een groot volk, maar de Egyptenaren verdrukten ons en legden ons slavenarbeid op. Maar wij riepen tot God. Hij heeft ons bevrijd en ons dit land geschonken. “Daarom breng ik nu de eerste vruchten van de aarde die Gij, Heer, mij hebt geschonken”.
Zo herinnerde heel het volk zich elk jaar de wonderlijke bevrijding uit de slavernij door God en ook dat het de grond en alles wat het voortbracht aan God te danken had. Deze levende traditie is en gebaar van dankbaarheid en nederigheid. Van dankbaarheid want een heel volk dankt God elk jaar zijn vrijheid aan God. Van nederigheid – of liever gezegd ‘bescheidenheid’ – want de mensen danken de aarde en de opbrengst allereerst aan God. Ze plaatsen niet de eigen economie en productiecijfers voorop, maar ze zien in alles een geschenk van God. Het is een prachtige manier om je bewust te blijven dat een mens meer is dan iemand die ploetert voor zijn dagelijks bestaan. Meer is dan een consument van goederen. “Een mens leeft niet van brood alleen”. We zijn voor alles voorwerp van Gods liefde en genade. En dat moet ook uitmonden in dankbaarheid naar elkaar in de samenleving. Want we hebben elkaar allemaal nodig, en we moeten elkaar allemaal gunnen te delen in de opbrengst van de aarde en in de vreugde van het bestaan.

In zo’n visie past het niet om rijkdom aan jezelf te danken en de armoede als eigen schuld van de armen. In zo’n overtuiging past het niet om wrok te koesteren tegen andere bevolkingsgroepen met een andere huidskleur, afkomst, of cultuur. We genieten als burgers van ons land stemrecht. We mogen binnenkort naar de stembus. Laten we daar onze stem uitbrengen vanuit diezelfde dankbaarheid en bescheidenheid als van de man die met de korf met aren in zijn arm uitsprak: ‘mijn vader was een zwervende Arameer’.
Dit hele ritueel van de korf met aren voor het altaar vertelt een verhaal dat doorgegeven wordt van generatie op generatie. Het vertelt dat we onze vrijheid te danken hebben aan het geloof in God en dat we de aarde en het brood uit de aarde danken aan God die ons liefheeft en het geluk gunt. Want ‘de mens leeft niet van brood alleen’. Wij mensen verlangen naar zin en betekenis in ons leven. Daar hebben we het verhaal van God en mensen voor nodig. Anders redden we het met al ons bezit en luxe niet. Dan stranden we in de leegte en zinloosheid. Alleen met dankbaarheid en nederigheid redden we het. We zijn niet in de wereld geworpen om de medemens alleen als concurrent te zien in een strijd om wie het sterkste is.
Dat is ook de les die Jezus ons voorhoudt in het Evangelie: ‘de mens leeft niet van brood alleen’. Dat is trouwens en aanhaling uit de Heilige Schrift, uit het vijfde boek van Mozes.
Jezus geeft in het verhaal van de verzoeking in de woestijn een les in nederigheid door de nederigheid zelf te zijn. Hij laat zien dat hij een echte leerling is. Want hoe weert onze Heer de verleidingen van de duivel af? Alle drie de keren dat de duivel probeert een wig te drijven tussen Jezus en God, antwoord Jezus met een citaat uit de Bijbel. Hij past geen ingewikkelde bezweringen toe die geen mens hem zou kunnen nadoen. Hij prikt door de zeepbellen van de duivel heen met bijbelcitaten die iedereen kent en die ouders door de eeuwen heen aan hun kinderen hebben doorgegeven.

Aan het eind van de veertig dagen vasten Jezus heeft honger en de duivel zegt: ‘Als je de Zoon van God bent, beveel dan die steen daar dat hij in brood verandert’. Antwoord van Jezus:  er staat geschreven – er staat geschreven, iedereen kan het lezen! – ‘de mens leeft niet van brood alleen’ ,
De duivel voert hem op een hoge berg en zegt: ‘ik zal u macht geven over al deze heerlijke gebieden als ge mij aanbidt’. Antwoord van Jezus: ‘er staat geschreven – er staat geschreven, iedereen kan het lezen! : ge zult de Heer uw God aanbidden en Hem alleen’
De laatste keer neemt de duivel hem mee naar de tempelmuur. Hij beroept zich zelfs ook op de Schrift: “als ge de Zoon van God zijt, werp u dan naar beneden. Want er staat geschreven: “aan zijn engelen zal hij bevel geven u te beschermen en zij zullen u op handen dragen”. Antwoord van Jezus: er is gezegd: ge zult de Heer uw God niet op de proef stellen’ Daarmee geeft de duivel het op.
We komen ook in aanraking met allerlei verleidingen. Eenvoud, nederigheid en dankbaarheid zijn voldoende afweer tegen verleidingen die een wig tussen God en ons en ons geluk te drijven. Als we dreigen te kiezen voor eigen succes ten koste van anderen verkopen we onze ziel aan de duivel. Maar nederigheid maakt dat we hart voor anderen houden. Als we dreigen te kiezen voor een nationalisme, at anderen uitsluit, boven vrijheid en gelijkheid voor iedereen, verliezen we ook God uit het oog en zullen we ooit de wrange vruchten daarvan plukken.
“De mens leeft niet van brood alleen”. Het is eigenlijk zo eenvoudig. We gaan weer op weg naar Pasen, het feest van de Verrijzenis, de overwinning van het leven op de dood. Veertig jaar verbleef het volk in de woestijn. Veertig dagen gaan wij op weg om met Pasen te danken voor het nieuwe leven dat Hij ons door de doop en het geloof schenkt. Ja, we mogen zelf de eerstelingen van de oogst zijn, een nieuwe schepping, bewoners van een nieuwe hemel en een nieuw aarde. Amen

Martin Los

Schriftlezingen volgens het liturgische leesrooster voor zon- en feestdagen op de 1e zondag van de Vastentijd

1) Evangelielezing: Lukas 4:1-13
2) 1e lezing: Deuteronomium 26:4-
10

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.