Niet los verkrijgbaar

Overdenking in de eucharistie op donderdag in het Paasoctaaf 16 april 2020 Willibrordkerk Vleuten
bij de schriftlezingen volgens het r.k.leesrooster: 1e lezing Handelingen 3:11-26 en Evangelielezing Lukas 24:35-48

“Hij maakte hun geest toegankelijk voor de Schriften” horen we in het Evangelie van Lukas. In deze week van Pasen overdenken we met heel de kerk elke dag één van de verschijningen van de verrezen Heer aan zijn leerlingen. Vandaag vertelt Lukas het vervolg op het heel bekende en ontroerende verhaal van de Emmausgangers. Als zij de Heer herkend hebben in het breken van het brood en als Hij op dat moment uit hun gezicht verdwijnt, gaan ze onmiddellijk terug naar de apostelen in Jeruzalem. Ze vertellen wat ze hebben meegemaakt.
Wat aan alle Verschijningsverhalen opvalt, is dat de leerlingen en de vrouwen aan wie Jezus verschenen is, dat onmiddellijk aan elkaar gaan vertellen. De vrouwen die het leve graf ontdekten en snelden naar Petrus en zijn medeleerlingen. De vrouwen die de verrezen Heer ontmoeten vertellen het de leerlingen. De leerlingen vertelden aan Thomas, die er niet bij was geweest, dat ze de Heer ontmoeten. En nu de twee leerlingen uit Emmaus die bedroefd Jeruzalem verlaten hadden vanwege de kruisdood van Jezus, maar nu verheugd terugkeerden naar de stad om hun vreugde te delen met de anderen. De verrijzenis van de Heer en de ontmoeting met Hem is niet iets dat je voor je zelf kun houden als een geheim dat je in je graf meeneemt. De steen is van het graf gerold. De dood is overwonnen. Het is een bron van vreugde en hoop en kracht.
Een kracht die ook naar anderen uitgaat en hen opwekt, zoals we hoorden in het verhaal van de Handelingen, van Petrus die een lamme genas.
Lukas vertelt dat Jezus hen iets te eten vraagt en dit opeet. Het is niet omdat Jezus honger heeft. Hij wil als Meester hen nog iets leren. Dat Hij het echt is en geen geest. De verschijningen van Jezus aan zijn leerlingen zijn allemaal nog leermomenten zoals tijdens leven. Maar één ding staat steeds centraal, dat Jezus hen aan de hand van de Heilige Schriften – de Wet en de profeten en de psalmen – uitlegt dat de Messias moest lijden, en ter dood gebracht zou worden, maar op de derde dag zou opstaan. Met andere woorden de hele Heilige Schrift getuigt voor de goede verstaander van de Christus, zijn dood en verrijzenis.
Laten we dit goed tot ons doordringen. Eigenlijk waren het lege graf, en al de verschijningen niet nodig geweest als de leerlingen de Schrift goed begrepen hadden. Maar ze konden ze niet begrijpen omdat Jezus nog niet was opgestaan. Daarom zijn het lege graf en de verschijningen om hen te hulp te komen en hun ogen te openen. Vanaf nu hebben ze genoeg aan de Schriften te openen.
De Farizeeën en Schriftgeleerden die Jezus ter dood hadden gebracht, hadden in onwetendheid gehandeld, zoals Petrus hen verkondigde. Ze mogen dus rekenen op vergeving als ze tot inkeer komen. Maar de apostelen waren in zekere zin ook onwetend. Ze hadden de Schriften ook nog niet helemaal begrepen. De verrezen Jezus opent hen de ogen. We kunnen het Evangelie en in het bijzonder de Paasverhalen en heel het Nieuwe Testament nooit los lezen van de Schriften. Ze getuigen van Hem met de Heilige Geest. Jezus is niet los verkrijgbaar. De Heer is waarlijk opgestaan, alleluia. Amen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.