Op weg naar de stad van God

Preek op het hoogfeest van Allerheiligen op 1 november in de Mariakerk De Meern

Lieve broeders en zusters, wat is het een ongelofelijk mooi vooruitzicht dat wij eenmaal ooit God mogen zien zoals Hij is. Dat is wat de apostel en evangelist Johannes ons voorhoudt 1). Niet alleen zullen wij God mogen zien zoals Hij is, maar wij zullen aan Hem gelijk zijn, want anders zouden we hem niet kunnen zien. We zullen onszelf mogen zien als kinderen van God. Kinderen van God zijn we al door het geloof in Jezus Christus en door ons verlangen bij Hem te behoren en in zijn voetspoor te treden. Maar zo lang wij leven zijn we nog niet af. We twijfelen nog omdat ons geloof soms zwak lijkt en aangevochten wordt door beproevingen en gebeurtenissen die de macht van God en de overwinning van Jezus lijken tegen te spreken. Er ligt om zo te zeggen nog een sluier over ons en deze wereld. We wachten op de onthulling. “Wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard”.
Het is niet alleen óns verlangen om eenmaal God te zien, geraakt door de liefde van God in Jezus Christus. Hij laat ons niet meer los. Zijn aangezicht wekt in ons het verlangen om God te zien als het ultieme doel van ons leven en deze wereld. God verlangt er zélf in de eerste plaats naar dat wij Hem zien in al zijn heerlijkheid en daarin delen. Om die reden heeft Hij alles geschapen. Om die reden is de geschiedenis een schreeuw naar de zin van alles. Om die reden is ieder mens op zoek naar de zin van zijn of haar leven.
We zijn dus op weg. We proberen met vallen en opstaan te ontdekken wat God van ons verwacht als zijn kinderen en hoe we het Evangelie van Jezus in praktijk kunnen brengen. Maar het avontuur van God met de mensen begint niet bij ons. Ontelbaren 2) zijn ons voorgaan op deze weg. Omdat zij gestorven zijn, zouden we bevreesd kunnen zijn, dat zij om zo te zeggen ‘buiten de boot gevallen zijn’. Maar dat is niet zo. Omdat zij voor ons uit zijn, zijn zij al bij God. Ze hebben al deel aan het rijk van God: “ zalig de armen van geest want aan hen behoort het rijk der hemelen” roept Jezus uit aan het begin van de verkonding van zijn leer 3).
De hoop die wij hebben dat we eens God zullen zien en op Hem gelijken als zijn kinderen, die hoop die ons gaande houdt en moed geeft om trouw te blijven aan de opdracht die Christus ons gegeven heeft, om als goede, rechtvaardige, integere mensen te leven, die hoop schenkt ons de zekerheid dat de gelovigen en mensen van goede wil die ons zijn voorgegaan al deel mogen hebben aan Gods heerlijkheid. Ze zijn om zo te zeggen de poort van de stad van God die uit de hemel neerdaalt, al binnengegaan. We zijn nog onderweg, we zien de muren en de poorten nog niet eens, nog niet eens de contouren, maar we weten dat we op weg zijn naar ons doel.
De wetenschap dat ontelbaren ons zijn voorgegaan, onder wie onze eigen familieleden en vrienden, vervult ons van blijdschap. Dat vieren we vandaag in het bijzonder op deze dag van alle heiligen. Met nadruk álle heiligen, want we denken niet alleen aan hen die alom bekend zijn en blijven, aan wie zelfs een bepaalde dag gewijd is, nee, alle heiligen, ook de ontelbaren die niet heilig verklaard zijn, maar het natuurlijk wel zijn. Je wordt niet heilig door een heiligverklaring. Je bent het al door Gods genade.
Al die mensen die het geloof in praktijk hebben geprobeerd te brengen door hun eenheid met Jezus, door hun liefde tot de naaste, door hun eerlijkheid, door hun eenvoud. Zij allen die geprobeerd hebben God te eren met hun leven, en daardoor soms het onderspit dreigden te delven, en door de wereld als verliezers worden beschouwd, verheffen nu voor eeuwig hun stem in het hemelse koor van stemmen van engelen en heiligen.
Af en toe stellen mensen mij de vraag: “hoe kan het nou in de hemel een feest zijn, als wij hier verdriet hebben, of zelfs lijden?” De heilige Anselmus geeft er dit antwoord op: “stel je staat in de rij voor een feest. Door de deur aan het eind van de gang gaan de gasten naar binnen. Het is een onafzienbare rij. Zij die buiten in de spaarzaam verlichte gang staan zien nog niet wat er binnen is. Zij die naar binnen zijn gegaan, zien de prachtige verlichte zaal en dat alles klaar is voor het feest. Voor hen valt het wachten niet lang. Want ze weten: niets kan het feest nog tegen houden.
Zo vieren de heiligen niet al feest terwijl wij nog in nood zijn en de wereld nog in barensnood is. Zij verwachten ons. Ze inspireren ons door hun voorbeeld. Ze pleiten voor ons, dat wij ook onder de feestgangers zullen zijn samen met hen.
Nee, ze zijn intens met ons verbonden. Maar zonder zorg of pijn of twijfel of ongeduld. Want ze weten dat het goed komt met de overwinning van Jezus Christus. Die vreugde en zorgeloosheid gunnen wij hen van harte. En het geeft ons extra moed en blijdschap voor onderweg.

Martin Los

Schriftlezingen voor dit feest (r.k. lectionarium)
2) Openbaring van Johannes 7:2-4;9-14 2
1) I Johannes 3:1-3
3) Mattheus 5:1-11




Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.