De hemel verslinden. de nieuwe roman van Paolo Giordano

Divorare il cielo “De hemel verslinden” is het nieuwste boek van Paolo Giordano. Wie zijn eerste boek ‘De eenzaamheid van de priemgetallen’ gelezen heeftde film is helaas geen schijn van het boek –  zal steeds benieuwd zijn naar een nieuw werk van deze schrijver. Ik zag toevallig vorige week “De hemel verslinden” als sprinter in de bibliotheek liggen en kon het niet laten het mee te nemen en tussen de kerstdrukte door te lezen.
Het is een boeiende roman over een meisje en drie jongemannen die elk op weg gaan naar de volwassenheid. Ze ontmoeten elkaar als tieners enige jaren in de zomervakantie op dezelfde hofstede in Zuid-Italie. Daarna begint voor hen het werkelijk leven van vallen en opstaan. Het verhaal komt langzaam op gang, een beetje dromerig, maar wie volhoudt, wordt beloond met een ongeëvenaarde ontknoping, of moet ik zeggen conceptie waarin dood en leven in elkaars verlengde liggen. Ik leg dit verder niet uit want dit zou in zekere zin verraad aan het boek zijn en aan de lezer die recht heeft op zijn eigen ontdekking en escape uit de droom/nachtmerrie.
Grondtoon van ‘De hemel verslinden’ is het verlangen naar schoonheid, oprechtheid, dicht bij de natuur leven, dat op vele wijzen gefrustreerd wordt door ingebakken menselijke tekorten, door de eeuwige erfenis van het verleden, en door onvoorziene omstandigheden die buiten ieders wil omgaan. Op de bruiloft van zijn aangenomen zoon en neef, Bern, met de ik-figuur Teresa, houdt Don Cesare een toespraak waarin hij verkondigt dat met het licht ook de schaduw onontkoombaar in het leven komt. Deze grondtoon doortrekt de hele roman zonder eentonigheid. Het doet denken aan de leer van de erfzonde. Buiten de directe persoonlijke schuld hebben mensen te kampen met situaties waarin ze terecht komen en met gebrek aan inzicht in zichzelf en anderen. Hoe kun je daaraan ontkomen? Door reincarnatie? Andere, spirituele vormen van wedergeboorte? Is er een escaperoom uit de tragiek? Zonder te vervallen in goedkope romantiek wijst Giordano de weg van de liefde aan als antwoord, liefde die sterker is dan de dood én het leven.
Divorare il cielo is geen godsdienstige lectuur, maar de grondvragen die erin gesteld worden zijn diep religieus. Ze zijn algemeen menselijk en universeel. Ze stellen behoedt ons voor de onverschilligheid en oppervlakkigheid die maken dat het leven met zijn licht én donker ons niet meer raakt. Dat is pas echt tragisch. Dan kun je beter ‘de hemel verslinden.‘

“De hemel verslinden” oorspronkelijke titel Divorare il cielo 2018
De Bezige Bij 459 pagina’s
vertaling door Mieke Geuzenbroek en Pietha de Voogd

Preek op het feest van H. Maria, Moeder van God 2017

Preek tijdens de eucharistievieringen op het feest van Heilige Maria, moeder van God, tevens jaarwisseling 31 december 2016 /1 januari 2017

We eren op deze Nieuwjaarsmorgen Maria als de moeder van God. Met die titel wil de kerk tot uitdrukking brengen dat het kind in de schoot van Maria God en mens tegelijk was. Al in de oudheid waren er stromingen in het christendom die zeiden dat Jezus weliswaar de Zoon van God was, maar pas na zijn geboorte. Door goddelijke adoptie. In dat geval zou Maria alleen de mens Jezus ter wereld hebben gebracht. Zijn goddelijkheid zou dan een later toegevoegde waarde zijn, zoals bij de doop in de Jordaan toen een stem uit de hemel zei: “Dit is mijn geliefde Zoon!” De kerk en het orthodoxe christelijke geloof hebben altijd vastgehouden aan het mysterie dat Jezus vanaf de conceptie in de moederschoot God en mens tegelijk was. Vandaar die opmerkelijke titel “Moeder van God”.
Met die titel, die Maria al in de eerste eeuwen kreeg, eren we haar. Maar ook belijden we daarmee dat Jezus niet voor een deel van zijn menszijn goddelijk is, alleen zijn bewustzijn, geest of ziel of vanaf barmitswa als twaalfjarige, of vanaf een moment dat hij als volwassene zelf tot inzicht en verlichting kwam. Nee, al meteen vanaf de conceptie in de moederschoot op het moment dat hij “ontvangen werd van de Heilige Geest”.
Dat is van groot belang. God is één met ons geworden, niet voor een deel, een hoger deel of voor een bepaalde periode vanaf de volwassenheid. Hij heeft zich verenigd met onze mensheid met huid en haar. Dit is niet zomaar een stukje abstracte theologie. Met de menswording in de moederschoot toont God hoe kostbaar en belangrijk het menselijk bestaan in zijn ogen is. Hij heeft er alles voor over gehad. Hij is mens geworden om ons, mensen, weer tot zijn kinderen te maken. Niet sommige mensen, omdat die zo voortreffelijk zijn, maar alle mensen, ook mensen die zich schamen voor zichzelf, mensen die het gevoel hebben er niet toe te doen. De mens, ook in al zijn hulpeloosheid, in de moederschoot die nog niets heeft gepresteerd.
Om deze reden wijst de kerk de moderne opvatting af dat een vrucht in de moederschoot pas na enige tijd een mens is. Dat het de eerste periode niet meer is dan een klompje vlees. Het is vanaf de conceptie al een unieke persoon. Als wij, mensen, gaan bepalen vanaf wanneer een embryo echt mens is, grijpen we in in het menszijn zelf. Het is vanaf het begin heilig, een mysterie, beeld van God, ongeacht hoe het eruit ziet. Net zoals we levende mensen niet afmeten aan wat wij menselijk vinden of niet. Een mens is een mens. In ieder mens komt dé mens aan het licht. Ook de zwaar gehandicapte, ook de dementerende oudere, ook de arme sloeber aan de kant van de weg die om een bijdrage bedelt, ook de vluchteling.
Als wij die ander niet als mens zien, houden we ook op onszelf als mens te zien en te beleven. Want die mens zijn we samen. Pas als we in de misvormde mens of in de berooide mens onszelf als mens herkennen, zullen we het mysterie en het geschenk van ons eigen menszijn beginnen te doorgronden.
Het is dus niet alleen een vrome opvatting dat wij met de kerk belijden dat Jezus al vanaf het begin in de moederschoot echt mens en God tegelijk was. Deze overtuiging bepaalt ook hoe we tegen de mens aan kijken. De mens is een mysterie. Zo’n groot mysterie dat God om dit mysterie te behouden mens geworden is. Zo heeft de belijdenis dat Maria, moeder Gods is, ook maatschappelijke consequenties.
De apostel Paulus steekt, zoals we hoorden, al zijn energie erin om zijn medegelovigen duidelijk te maken dat wij door het geloof in Jezus als de Zoon van God zelf kinderen van God worden. En als kinderen van God vrije mensen die God “abba” pappa, Vader *) mogen noemen. Dat is die wonderlijke ruil die plaats vind door het Evangelie dat in de wereld gekomen is. Wanneer wij Jezus aannemen als Zoon van God worden wij op onze beurt kinderen van God die nu zijn liefde mogen ervaren en eens zelfs zijn heerlijkheid mogen aanschouwen en beleven.
We staan op de drempel van een nieuw jaar nu we deze dingen overdenken op deze wijze zoals Maria “al de woorden die zij hoorde bewaarde in haar hart” **). We blikken in deze geest terug op wat het afgelopen jaar met ons gedaan heeft, zowel de dingen waarvoor we dankbaar zijn, als datgene waar we verdrietig om zijn.
We mogen dat doen in de vrijheid van Gods kinderen. Niet als ontevreden consumenten of zuchtende slaven of mensen die onderworpen zijn aan het oordeel van anderen, hun meningen en hypes, of onszelf, ons geweten dat ons aan klaagt. We mogen het afgelopen jaar evalueren als geestelijke vrije mensen. Zo mijmeren we ook over wat belangrijk is voor ons in het nieuwe jaar. Waar we tegen op zien. Wat we hopen. Het maakt zo veel uit als we weten dat we het nieuwe jaar aan Gods hand binnen gaan.
De boodschap van Jezus die ons het afgelopen jaar gemotiveerd heeft, dat we door het geloof kinderen van God zijn, blijft ook het komende jaar onverminderd van kracht blijft. Bedenk dat niets of niemand ons de vrijheid van Gods kinderen kan afnemen. God is mens geworden. Voor eens en voor altijd. Emmanuel. God-met-ons.
Vandaag op de achtste dag van de geboorte ontving het kind van Maria de naam Jezus zoals de engel had opgedragen. Op die naam mogen we ook vertrouwen in het nieuwe jaar. Ons leven, onze wereld, is voor ons ondenkbaar zonder die naam die vreugde brengt en uitzicht biedt, en ons tot kinderen va God maakt. “Zie, ik ben met u” zegt Jezus aan het einde van zijn verblijf hier op aarde “tot de voleinding der wereld”. Zo mogen we met opgericht hoofd het nieuwe jaar ingaan.
Omdat God zelf ons daarin tegemoet komt. Zoals in de priesterlijke zegen gezegd wordt: “Moge Hij het licht van zijn gelaat over u spreiden en u genadig zijn. Moge Hij uw vriendelijk aankijken en u zijn vrede geschenken!” ***) Amen

(c) Pastoor Martin Los
Lezingen voor dit feest en deze zondag volgens het universele lectionarium van de r.k. kerk voor zon- en feestdagen: 1e lezing: Numeri 6:22-27 ***); 2e lezing: Galaten 4:4-7 *); Evangelie: Lucas 2:16-21 **)