De vriendschap van de Heilige Geest. Homilie op het Hoogfeest van Pinksteren 2016 Mariakerk

Schriftlezingen volgens het universele r.k. lectionarium van zon- en feestdagen voor het Pinksterfeest. 1e lezing: Handelingen der apostelen 2:1-11; 2e lezing: Romeinen 8:8-17; Evangelie: Johannes 14:15,16, 23b-26

Lieve zusters en broeders, “dan zal de Vader u een andere Helper schenken die voor altijd bij u zal blijven” zegt Jezus bij zijn afscheid.
Deze woorden zouden ons als muziek in de oren moeten klinken: een Helper die voor altijd bij ons zal zijn. Maar is dat ook zo? Klinken deze woorden als muziek in onze oren?
Ik bedoel: we zijn in onze tijd helemaal behept met de gedachte dat je jezelf moet redden. Je bent geslaagd in het leven als je geen hulp nodig hebt. “Ik heb alles onder controle” hoor je mensen zeggen. Ach, het klink geruststellend dat we alles onder controle hebben, maar we weten dat er achter die façade veel onzekerheid schuilgaat. Artsen en psychologen krijgen heel veel mensen op spreekuur die gebukt gaan onder angsten. We leven allemaal in een onzekere tijd. Of we willen of niet.
De filosoof Aristoteles schreef in de oudheid een boek getiteld “over de vriendschap”. Hij valt op de eerste bladzij meteen met de deur in huis met de stelling: ieder mens heeft als eerste taak een vriend te zoeken. Want er kan een tijd komen dat je door tegenslag getroffen wordt. Nu ben je jong en gezond, maar je kunt ziek worden. Nu ben je welvarend, maar een ramp kan jou treffen net als iedereen. Nu heb je en goede reputatie, maar één ongelukkige mail of tweet, en je kunt wel inpakken.
Zorg er daarom voor dat je een echte vriend hebt, op wie je aan kunt en die je helpt als het je opeens slecht gaat.
Jezus belooft ons een vriend die altijd bij ons zal blijven: de heilige Geest. Zijn leerlingen moeten zonder Jezus verder. Hij is verrezen. Hij is opgestegen naar de Vader. Maar zij zijn in de wereld. Ze hebben de opdracht gekregen van de Heer om zijn zending voort te zetten. Maar hoe? Ze staan voor een onmogelijke taak, lijkt het. Op dit Pinksterfeest vieren we dat zij een Helper hebben gekregen, een vriend waar ze altijd op aan kunnen, de Heilige Geest.
Wees niet bang dat deze Helper is gekomen om ons alle werk en initiatief uit handen te nemen. Hij is zijn taak om ons extra energie te geven zodat we ons talenten kunnen ontwikkelen.
Alle dingen die we zouden willen doen uit liefde voor God, maar waartoe we de kracht missen, daartoe stelt de Heilige Geest als vriend ons in staat. Als persoon en als gemeenschap.
Het eerste wat de Heilige Geest doet is dat hij in onze menselijke geest een licht doet opgaan waardoor we wonder boven wonder gaan beseffen dat we kinderen van God zijn door het geloof in Jezus. “De Geest getuigt met onze eigen geest dat we kinderen van God zijn” schrijft Paulus.
Misschien is er iemand die vindt dat ik wel heel gemakkelijk over één probleem heen stap. Dat de Heilige Geest als vriend en helper onzichtbaar is.
Aan een Joodse geleerde die hiermee zat, maakte Jezus zelf dit al eens duidelijk aan de hand van het beeld van de wind. Je ziet de wind niet. Je weet niet waar hij vandaan komt en heengaat. Maar je ziet bomen buigen onder zijn grote kracht. Zo is ook de heilige Geest zelf onzichtbaar maar zijn werking is heel concreet zichtbaar. En denk ook aan de adem die ons in leven houdt.
Het zou helemaal niet zo gek zijn als we daarover met elkaar in gesprek zouden gaan: “waar zie jij de heilige Geest als onze vriend en helper aan het werk? Waar in de wereld? Waar in de kerk? Waar in onze geloofsgemeenschap? Waar in je eigen leven?” Gegarandeerd dat als je eenmaal iets van onze grote vriend, de heilige Geest, gezien hebt dat je dan steeds meer van Hem gaat zien en ervaren.
We mogen de vriendschap van de Heilige Geest ook op een heel bijzonder concrete manier zien. In de handoplegging. Want aan ieder van ons zijn als gelovigen bij de doop en bij het vormsel de handen opgelegd.
Die handoplegging is heel concreet teken dat we in geloof de Heilige Geest zelf hebben ontvangen. Hij rust op ons eigen hoofd. Hij woont in ons die Helper die altijd bij ons is. Concreter teken kan er niet zijn. Misschien zijn we ons er niet zo van bewust. Misschien begrijpen we de betekenis daarvan nog niet zo goed. Misschien denken we: “dat is iets voor later”. Misschien moeten we wel erkennen dat we een beetje langs Gods vriendschap heen geleefd hebben omdat we het toch niet helemaal vertrouwden of dat we dachten dat zoiets voor ons toch niet is weggelegd.
Maar, lieve mensen, al zijn wij voor ons gevoel kilometers van God verwijderd, Hij is altijd maar één stap van ons vandaan. (hier keert de predikant zich om en blijft een paar seconden zo staan). Het enige wat we hoeven te doen is ons om te keren, omkeren naar Hem toe.
Juist de handoplegging herinnert ons eraan dat de heilige Geest nooit ver weg was. Hij bevestigt dat God ons nooit heeft losgelaten. Door de handoplegging zijn we aangesloten op het grote vriendschapsnetwerk van de Heilige Geest. Groter dan Facebook want de Heilige Geest verbindt ons ook met de gelovigen van alle voorgaande eeuwen, met de heiligen in de hemel. En Facebook wordt vast wel weer eens ingehaald zoals Hyves al weer jaren verdwenen is. Maar het netwerk van de Heilige Geest is blijvend. Het is de kerk van Jezus Christus.
pentecostesDoor de handoplegging zijn we op dat netwerk aangesloten dat hemel en aarde omvat. Die handoplegging gaat helemaal terug naar Jezus zelf. Bij zijn hemelvaart legde Hij zijn apostelen de handen op. Zij legden vervolgens hun opvolgers de handen op. Zo is het gegaan tot op deze dag. Een ononderbroken netwerk van leidingen waardoor de Heilige Geest stroomt. Je kunt de handoplegging vergelijken met de aansluiting van een huis op het electriciteitsnet, op de waterleiding, op het gas. Je bent aangesloten, maar je moet wel de schakelaar omdraaien voor de verlichting.
Zo moeten we ook zelf daadwerkelijk geloven om de werking van de heilige Geest te ondergaan als vriend en helper die Jezus ons beloofd heeft.
Het Pinksterfeest nodigt ons allemaal uit om weer de vurige vlam op onze hoofden te voelen. Het is de liefde van God die ons aanvuurt als zijn kinderen. Het is Jezus Christus zelf die ons in de arm neemt om zijn zending in deze wereld vol blijdschap en verwachting voor te zetten.
De Paaskaars die hier zeven weken aast het altaar gestaan heeft, blazen we straks aan het eind van de viering de Paaskaars uit. Als we hem naar zijn vaste plaats bij het doopvont terugbrengen, dan doven we het vuur niet, maar het wordt over ons allen geblazen en verspreid als een vuur dat zich verdeelt over alle hoofden als we naar buiten gaan en het gewone leven ingezonden worden als vrienden van Jezus. “Kom, Heilige Geest, Vervul de harten van Uw gelovigen, en ontsteek in hen het vuur van Uw liefde. Zend Uw Geest uit, en alles zal herschapen worden; En Gij zult het aanschijn van de aarde vernieuwen”.
Laat ons bidden: “God, Gij hebt de harten van de gelovigen door de verlichting van de Heilige Geest onderwezen. Geef dat wij door diezelfde Geest de ware wijsheid mogen bezitten, en ons altijd over Zijn vertroosting mogen verblijden. Door Christus onze Heer. Amen”.

Pastoor Martin Los

homilie tijdens de Eucharistie bgv de inkleding van zr. Marie-Madeleine

Homilie tijdens de Eucharistie bgv de inkleding van zr. Marie-Madeleine (Marije Verwolf) op zaterdag 6 februari in het klooster van de Monialen van het H. Sacrament en van Onze-Lieve-Vrouw in Halle B.

Geachte moeder en zusters monialen van het Heilig Sacrament, ouders, broers, familie van zr. Marie-Madeleine, ambtsbroeders, vertegenwoordiger van de aartsbisschop van Brussel Johanna van Hoegaarden, beminde medegelovigen,
het is een groot voorrecht dat ik vandaag de Mis, zr. Marie-Madeleine, bij gelegenheid van jouw inkleding mag opdragen.
Ik vind het ook fijn dat ik een paar woorden mag spreken over jouw roeping. Vooral in het licht van het Evangelie van de Goede Herder en het verhaal van de jonge Samuel Je hebt deze schriftlezingen zelf uitgekozen omdat ze jouw bijzonder na aan het hart liggen.
We hoorden dat de jonge Samuel tot driemaal toe in de nacht bij de hogepriester Eli kwam om te vragen of die hem geroepen had. Want Samuel heeft duidelijk zijn naam horen roepen. Pas bij de derde keer gaat er een lichtje branden bij de hogepriester: het moet de Heer zijn die de jongen roept.
Dit verhaal laat zien dat het meestal wat tijd vraagt om te ontdekken of iemand echt een roeping heeft. Of het geen inbeelding is, maar werkelijk de Heer die roept. Samuel zelf hoort zijn naam noemen, maar hij denkt nog dat het een mens is die hem roept, en er is maar een mens in de buurt: Eli.
Omgekeerd denkt Eli in het begin nog helemaal niet aan de mogelijkheid dat God zijn jonge knecht heeft geroepen.
Zo ben jij, zr. Marie-Madeleine ook langzaam toegegroeid naar het besef dat het Jezus zelf is die jou roept. Daarvoor was nodig dat je je verlangen naar een kloosterleven durfde te delen. Dat deed je met behulp van Facebook.
Sommige mensen staan verbaasd als ze horen dat een jonge vrouw die wil intreden in een klooster handig is met sociale media. Maar je bent een mooi voorbeeld van hoe een roeping zelfs ontdekt kan worden via deze sociale media.
Ik was een van de eerste met wie je op Facebook contact zocht, en niet lang daarna vroeg of je wat meer over je zelf mocht vertellen over je innerlijke verlangen. Zo kwam jij als een jonge Samuel bij mij, als oude priester Eli.
Je bleek door de dood van een oud-tante die kloosterlinge was, een bijzonder interesse gekregen te hebben voor het kloosterleven. Alsof je het voelde dat er daardoor een vacature was ontstaan die je aandacht trok. Maar er zijn in het rijk van God geen vacatures. Alleen roepingen zoals je gemerkt hebt.
Daarnaast had je hele bijzonder nachtelijke dromen. Je vertelde hoe het beeld dat op je kamer stond van Jezus de Goede Herder en het verloren schaap op zijn schouders, tot leven kwam en hoe Hij jou als dat schaap in de armen nam. Je voelde een geluk zoals je nog nooit gevoeld had. Je had die nachtelijke ervaring meerdere malen.
Ik was best ontroerd door jouw dromen, maar ze waren voor mij niet direct een onbetwistbaar teken dat je werkelijk een roeping had. Misschien had je wel aanleg als schrijfster met een rijke fantasie.
Wat wel pleitte voor een mogelijke roeping was dat jijzelf die bijzondere ervaringen van je dromen niet als bewijs aanvoerde. Je had niets van iemand die pronkte “Kijk mij eens. Ik heb bijzondere ervaringen. God roept mij!” Je bleef zelf bescheiden en verwonderd als de jonge Samuel.
Wel durfde je openlijker te spreken over je verlangen om zuster te worden. Je nam kleine liturgische taken over in mijn parochie. Steeds duidelijker werd dat het geen bevlieging was of een vlucht uit de wereld maar een oprecht verlangen om de Heer te dienen door een leven als religieuze. Je keek ook om je heen in de wereld van de religieuzen.
Zo ontdekte je roeping als een echte roeping in de ontmoeting met anderen. Wat mooi dat je ook via Facebook in aanraking kwam met zr. Marie-Gabrielle, de priorin hier, ook al bekwaam met sociale media. Zij was ook geraakt door jouw verlangen. Jullie chatten met elkaar.  Ze nodigde je uit om hier in Halle kennis te maken. Je voelde je meteen thuis vertelde je me.
Je bent meer dan een vol jaar hier geweest. De zusters hier herkenden in jou een echte roeping tot een leven in hun gemeenschap. En vandaag zijn we getuigen van jouw inkleding en begin van je noviciaat. Het is te vergelijken met een verloving. Vanaf nu bereiden jullie je samen voor op de definitieve opname in de orde van de Sacramentinnen.

inkleding2016metpriorin

zr. Marie Madeleine na de inkleding tussen moeder overste zr. Marie Gabrielle en mij die als kerkelijk getuige aanwezig was, en habijt, scapulier, cingel en sluier voor de inkleding mocht zegenen

Ik heb met opzet iets langer stil gestaan bij het verhaal van jouw roeping zoals ik het ervaren heb, omdat een roeping altijd heel persoonlijk is. God roept jou zoals jij bent. Je krijgt een nieuwe naam om dat te onderstrepen.
Anderen hoeven niet te denken: moet ik net zo als Marije zijn? Nee, de Heer gaat met ieder een eigen weg. Elke roeping is bijzonder. Het gaat erom dat ieder zijn of haar roeping verstaat in eigen leven zoals hij of zij is.
Laat vooral niemand denken dat je een beetje saai moet zijn om een roeping tot het gewijde leven te hebben. Als er een niet saai is, dan ben jij het wel zr.Marie-Madeleine. Je speelt voortreffelijk accordeon. Je bent jarenlang een prachtige Zwarte Piet met Sint Nicolaas geweest. Je zong met je jongerenkoor de sterren van de kerkelijke hemel. Je bent van nature enthousiast.
Veel zegt over jou dat je de lijfspreuk van je moeder tot de jouwe hebt gemaakt: het leven is een feest, maar je moet wel zelf de slingers op hangen.
Is dat feest nu voor jou nu voorbij zoals sommigen misschien zullen denken? Nee, je neemt je zelf mee in dit nieuwe leven. Zoals een verloofde die zich bindt, niet haar persoon achter laat, maar nog meer tot haar recht komt. Je wilt je leven wijden aan de liefde voor onze Heer en zijn blijvende aanwezigheid in ons midden.
Jij en je medezusters bewaren dat geheim door jullie leven door de Aanbidding van het heilig Sacrament, en bijzondere door te kijken met de ogen van Maria, en door voor elkaar te zorgen.
We danken jullie voor dit innige beschouwelijke leven. Want dankzij de werkelijke tegenwoordigheid van onze Heer in het Heilig Sacrament mogen we allemaal weten dat het feest van ons leven niet op een fiasco uitloopt. De Heer is altijd in ons midden. Allereerste in de eucharistie, maar zijn tegenwoordigheid is blijvend. Hij gaat met ons mee in vreugde en verdriet. Als de Goede Herder die zijn schapen roept en kent bij hun naam. Die ons voert naar de voltooiing van ons leven in de heerlijkheid van God.

Van harte proficiat, zr, Marie-Madeleine, met je inkleding, van harte proficiat zusters met uw medezuster. De Heer heeft jullie aan elkaar toevertrouwd. Verrijk elkaar, versterk en beantwoordt elkaars roeping tot zegen van elkaar en van heel de kerk. Geloofd zij Jezus Christus, in eeuwigheid. Amen

(c) pastoor Martin Los
met toestemming van zr. Marie Gabrielle, priorin, en zr. Marie Madeleine