Overweging op de drempel van het nieuw jaar

Preek op Nieuwjaarsdag, het feest van H. Maria, Moeder van God (jaarwisseling 2018/2019)

‘Toen de acht dagen voorbij waren, en men het kind moest besnijden, ontving het de naam Jezus’ 1)
Lieve zusters en broeders, op deze dag, bij zijn besnijdenis die altijd een week na de geboorte plaatsvond, ontvangt het kind van Maria en Jozef de naam Jezus. Dat is voor ons een bijzonder vreugdevol moment. Doordat we die naam kennen en aanroepen is ons leven en ons levensverhaal verbonden met God. Heden, verleden en toekomst staan voor ons in het teken dat Jezus in de wereld en in ons leven gekomen is en dat wij Hem mogen kennen. Dit ‘kennen’ wordt in de Bijbel ‘ eeuwig leven’ genoemd. Door het geloof in Jezus neemt God ons zelfs aan als zijn kinderen, houdt Paulus ons voor. 2)
Het begin van het nieuwe jaar herinnert ons altijd aan het moment waarop de naam van Jezus voor de eerste keer klonk, en sindsdien voor ontelbaar veel mensen en generaties een hoop en houvast is geworden. Door zijn verrijzenis is hij de levende Heer die altijd bij ons is. We mogen het samen beleven in de Kerk waarin hij tegenwoordig is en in de sacramenten waarin Hij ons bijstaat en als de Goede Herder zijn kudde leidt opdat ‘het ons aan niets zal ontbreken’ (Ps. 23)
Het afgelopen jaar is zonder twijfel anders verlopen dan we ons hadden voorgesteld, zowel waar het de positieve punten betreft, als de tegenvallende of pijnlijke. Dat zal het komende jaar niet anders zijn. Terecht wensen we persoonlijk elkaar alle goeds toe voor het Nieuwe jaar. Maar natuurlijk weten we dat het niet altijd rozengeur en maneschijn zal zijn. Wil dat zeggen dat op de moeilijke momenten we niet kregen wat we wilden? Dat God op die momenten niet thuis gaf? Wil dat zeggen dat Hij wel op de mooie momenten zorg voor ons had?
Bij de voorbereiding van deze preek moest ik denken aan Psalm 92. In die psalm komt een mooie regel voor. De beginregel: “Het is goed de Heer te loven, uw naam te bezingen, Allerhoogste, bij de dageraad uw goedheid te prijzen en in de nachten uw trouw”
“Het is tof de Heer te loven en uw naam te bezingen
”. Tof is hetzelfde woord dat klinkt aan het begin van de schepping: ‘En God zag, dat het tof was’. Tof is iets wat in zichzelf goed is, dus niet een middel tot iets anders. Alleen al het noemen van de naam van Jezus is tof. Het is goed. Op welk moment van de dag en van ons leven dan ook. Laten we daarom niet beknibbelen op onze gebeden waarin de naam Jezus voorkomt. We kunnen wel denken: ‘Ach, waarom bidden, God weet toch alles al?’ God heet niet ons gebed nodig, maar wijzelf. Om steeds weer innerlijk een blij en gerust gevoel te krijgen. En om nieuwe kracht te krijgen en gevoed te worden door die naam. “Het is tof uw naam te bezingen” fluistert de Psalm ons in.
“Bij de dageraad uw goedheid te prijzen en in de nachten uw trouw”. Bij de dageraad gaat de zon op. Alles lacht ons toe. Het is licht, dus we kunnen ver kijken, kunnen plannen maken, we kunnen doen wat onze hand vindt om te doen. Dan voelen we ons gezegende mensen die alle reden hebben tot dankbaarheid.
Maar ’s nachts als het pikkedonker is, zien we niets. We tasten in het duister en moeten op passen niet te vallen. De dageraad is symbool van het geluk dat ons toelacht. De nacht is symbool voor momenten van pijn en onzekerheid, van teleurstelling en bitterheid. Dat je je afvraagt: “waar is God nou?”
Soms hebben we de neiging God te verbinden met succes hebben en dat het ons voor de wind gaat. Gaat het slecht, dan wenden we ons teleurgesteld van God af en twijfelen aan zijn bestaan.
Soms verbinden we God juist met de moeilijke momenten in ons leven. Toen voelde echt Gods nabijheid, hoor ik soms iemand zeggen. Maar als het dan weer goed gaat, men vindt weer werk, men hersteld van een ziekte, dan lijkt God opeens niet meer nodig.
De psalm leert ons dat we in alle omstandigheden aan God moeten vasthouden en zijn naam bezingen. Zowel als het ons goed gaat, als wanneer het tegenzit. Want in het duister van de nacht mogen we rekenen op zijn trouw.
Laten we met die wetenschap het oude jaar afsluiten in dankbaarheid dat we de naam van Jezus mochten kennen en aanroepen, en laten we het nieuwe jaar beginnen met diezelfde naam aan te roepen en te bezingen. Die naam die Maria al voordat ze zwanger werd van de engel Gabriel ontving: Jezus. De naam die vandaag bij zijn besnijdenis voor het eerst openbaar in deze wereld klonk.
We wensen elkaar alle goeds toe en Gods zegen in het nieuwe jaar. Maar vooral dat we met het goede en het kwade zo mogen omgaan dat we gesterkt mogen worden in ons geloof als vrije en verantwoordelijke kinderen van God. Ja, dat we een wijs hart verkrijgen door de naam van Jezus.
Ik moet denken aan dit lied dat ik als kind mijn moeder vaak hoorde zingen als ze ontwaakte uit een sombere bui en in de keuken aan de slag ging voor het avondeten.

Daar ruist langs de wolken een lief’lijke Naam,
die hemel en aarde verenigt te zaam,
Geen naam is er zoeter en beter voor ’t hart,
Hij balsemt de wonden en heelt alle smart.
Kent gij, kent gij, die Naam nog niet?
Die Naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied!

Amen

(c) Martin Los
Evangelievolgens r.k. leesrooster voor zon- en feestdagen1 januari: Lukas 2: 16-21
2e lezing: Galaten 4:4-7

Blijde ontmoeting op de drempel van een nieuwe wereld

Preek op de 4e zondag van de Advent 23 december 2018 Willibrordkerk en Mariakerk

“Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte sprong het kind van vreugde op in mijn schoot’ 1)
Lieve zusters en broeders, het tafereel van het bezoek van Maria aan Elizabeth straalt een grote vreugde uit. Een vreugde die heel aanstekelijk is. Lukas heeft het verhaal opgetekend om ons te laten delen in die vreugde. De twee vrouwen hebben een blijde boodschap voor elkaar. Ze zijn beiden in verwachting. Normaal is dat al genoeg reden tot vreugde. Dat een mens, een moeder, leven mag geven aan een nieuwe mens. Een onuitsprekelijk wonder.
Deze beide vrouwen beseffen dat wat zij elkaar te vertellen hebben van grote betekenis is voor héél Gods volk en voor heel de wereld. Een boodschap van vreugde. Zelfs het nog ongeboren kind van Elisabeth springt erdoor van vreugde op in haar schoot. Het is diezelfde vreugde waarvan de engel spreekt in de kerstnacht tot de herders: “Zie ik verkondig u grote vreugde die zal zijn voor heel het volk. U is heden de Redder geboren, Christus, de Heer!’”.
 Heel de kerk is vervuld van die vreugde. Want zij mag altijd vol zijn van Christus en zij mag Hem altijd verkondigen aan de mensen. Als christenen hebben we altijd reden tot vreugde. Als we in Jezus geloven heeft Hij de centrale plaats in ons hart. Aan een wereld die Hem nog niet kent, mogen we hem verkondigen door te leven vanuit ons geloof in Hem. Ons leven wordt zelf een blijde boodschap aan anderen. We mogen die vreugde met elkaar als gelovigen delen. Dat maakt dat we kostbaar zijn in elkaarsogen. Dat we liefdevol met elkaar omgaan. Dat we elkaar het goede wensen.
Het stemt ons treurig dat in deze tijd steeds minder mensen die vreugde met ons delen. Juist in deze dagen voor Kerst kwam opnieuw een rapport uit dat nog slechts een kwart van de bevolking van ons land zich verbonden voelt met de kerk. We weten dat ook uit eigen ervaring. Dat stemt treurig omdat we zo graag de vreugde van de Blijde Boodschap, de boodschap van de verlossing, met velen delen. Des te meer gaan we nu beseffen hoe bijzonder het is dat wij zelf die vreugde nog wel bezitten in ons hart. En hoe kostbaar we als christenen in elkaars ogen zijn. Dat kan een nieuw saamhorigheidsgevoel en een nieuw vuur in de kerk waar zij nog leeft, aanwakkeren. Waar we echt de vreugde dat we God en Jezus mogen kennen zelf ervaren en koesteren en met elkaar delen kan de kerk zomaar als een vuurvogel uit de as herrijzen. Daar kan ze ook weer de harten die misschien onverschillig geworden zijn, raken.
Aan het verhaal van het bezoek van Maria aan Elisabeth gaat het verhaal van de boodschap van de engel Gabriel aan Maria vooraf. Hij vertelt Maria dat haar nicht Elisabeth, hoewel ze al in haar ouderdom was en ‘onvruchtbaar’ heette te zijn, in verwachting is van een zoon. Maria heeft van de engel gehoord dat zij de moeder van de Verlosser mag worden. Ze heeft ‘ja’ gezegd. Ze gaat daarna niet buiten haar schoenen lopen. We zien dat ze onmiddellijk aan haar oudere nicht denkt: “als Elisabeth op haar hoge leeftijd zwanger is, zal ze wel een hulp in de huishouding kunnen gebruiken”. Ze onderneemt meteen de reis naar de stad in het bergland van Judea waar haar nicht woont. Maria is blij voor Elisabeth. Ze denkt niet in de eerste plaats aan zichzelf. Het is een vreugde voor haar om haar nicht te helpen. Elisabeth is natuurlijk stomverbaasd dat ze haar nichtje plotseling voor zich ziet staan. Wie heeft haar verteld dat ze een kind verwacht? Het kan geen toeval zijn dat Maria – juist nu ze in haar laatste maanden is – bij haar komt om te helpen. Ze ziet daar een aanwijzing in dat God zelf voor haar zorgt.
“Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte sprong het kind van vreugde op in mijn schoot’.
Op bepaalde momenten in ons leven vindt een betekenisvolle ontmoeting plaats met een ander mens. In die ontmoeting lijkt het alsof de dingen op zijn plaats vallen. Alsof die ander op ons pad geplaatst is door God om ons iets duidelijk te maken over onszelf, over de weg die we moeten gaan.
Zo’n ontmoeting vergeten we nooit meer. Ze bemoedigt ons steeds weer. Ze inspireert ons steeds weer.
Elisabeth verwonderde zich over het bezoek en de spontane dienstbaarheid van Maria. Daardoor mocht zij als eerste mens de uitroep doen dat Maria de moeder van de Heer zou worden.
Laten wij ook ons niet afsluiten voor de ander die ons pad kruist, maar laten we openstaan voor elkaar. Hartelijk voor elkaar zijn. Mogelijk zijn we als mensen allemaal een boodschap aan elkaar. Een boodschap van God. Als christenen hebben we zeker een boodschap voor elkaar en voor heel de wereld. Als we niet buiten onze schoenen lopen alsof we de waarheid in pacht hebben, maar als we de ander willen dienen, gaat de boodschap al voor ons uit en opent de deur naar de harten van onze medemensen, net zo goed als zij een boodschap van God aan ons kunnen zijn. Amen

Martin Los
1) Evangelie van de 4e Adventszondag jaar B: Lukas 1:39-45