Beeld en gelijkenis

Preek op de 29ste zondag door het jaar op 21/22 oktober 2017 Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, ‘Geef de keizer wat des keizers is, en geef aan God wat van God is’ *) is een gevleugeld woord geworden.
Globaal bedoelen mensen die deze uitspraak van Jezus aanhalen in een gesprek, dat je in een maatschappij leeft mét een overheid; dat die overheid belasting heft en dat je daar niet moeilijk over moet doen, omdat die overheid ook bescherming biedt en voorzieningen biedt zoals wegen en bruggen, en allerlei andere zaken waarvan je zelf profiteert. Maar dat er aan de andere kant ook zaken zijn die de overheid moet respecteren zoals gewetensvrijheid, vrijheid van meningsuiting, en vrijheid van godsdienst. En dat je daar zelf ook voor op moet komen.
Soms schuren deze belangen tegen elkaar aan zoals de zondagsrust, hoofddoekjes bij ambtenaren, en dieper gaande zaken als euthanasie, stamcelonderzoek, enzovoort.
Dus het gaat dan niet alleen over belasting betalen, maar over de invloed van de overheid. Sommige pleiten voor een kleine overheid met zoveel mogelijk eigen zeggenschap voor de burgers, anderen leggen liever zoveel mogelijk taken bij de overheid om ongelijkheid te voorkomen. Globaal vinden we hier ook het onderscheid tussen politiek rechts en links.
Het is een zaak van wijsheid om het juiste midden te vinden. Probleem in onze tijd is dat dit midden ver te zoeken is. Meningen en belangen staan steeds vaker recht tegenover elkaar.
Maar we doen Jezus heel erg tekort als we hem maken tot iemand die alleen maar politiek commentaar levert in de marge.
“Welke afbeelding staat er op de munt die je daar in je hand hebt?” vraagt Jezus aan zijn tegenstanders? “Van de keizer” antwoorden ze. Ja, van wie anders? Dan zegt Jezus: “geef dan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is”.
Het gaat om die afbeelding. Als ze profiteren van het geld omdat de keizer met zijn afbeelding garant voor de waarde staat, moet ze ook de keizer zijn deel geven.
Maar nu de sprong naar ‘aan God geven wat van God is’. Wat en waarom moeten we aan God geven wat van God is? Dat moet met die afbeelding te maken hebben? Wie draagt Gods afbeelding? De Schriftgeleerden weten onmiddellijk waar Jezus op doelt. In het begin van de Bijbel staat: God schiep de mens naar zijn beeld.
Ieder mens vertoont op de een of andere manier een gelijkenis met God. Dat beeld kan beschadigd zijn zoals de afbeelding op een munt door krassen. Van antieke gouden of zilveren munten vijlden oplichters stukjes eraf. Zo kan ook de mens als beeld van God bijna onherkenbaar worden door het onrecht dat iemand doet, door onbarmhartigheid, door lelijk tegen elkaar te doen. En voor een deel ook omdat we gewoon onvoldoende ons telkens verwonderen over dat wij leven, samen met onze medemensen. Door de sleur.
De mens als beeld van God betekent niet dat we superieur zijn boven andere schepselen zoals ooit wel gedacht is. Elk schepsel is op zijn eigen manier super en uniek, van een grasspriet tot een woudreus en van een regenworm tot een olifant.
In zijn encycliek Laudato’si (2015) over de zorg voor het milieu en de schepping zegt paus Franciscus: de hele schepping inclusief de mens is beeld van God. In alles mogen we iets van God herkennen. Wij, mensen, staan niet boven de natuur. We maken er deel van uit. Maar we zijn wel uniek beeld van God door onze geest, doordat we vrije keuzes kunnen maken en doordat we kunnen liefhebben en barmhartigheid kunnen tonen, en elkaar kunnen vergeven.
Door zo te leven komt het beeld van God op bijzondere wijze in mensen aan het licht. Dat is de kroon op de schepping. Op die manier gebruiken we het beeld van God dat we dragen zoals het bedoeld is en vruchtbaar is. Door dankbaar te zijn, schenken we God zijn deel terug. Dankbaar dat we het unieke avontuur mogen beleven van het menszijn. En daarvoor verantwoordelijkheid nemen.
Wat Jezus doet, is dit. Hij vraagt aan zijn tegenstanders waarom ze in hem niet de ware mens, Gods beeld en gelijkenis herkennen, Gods eigen Zoon. Door hun argwaan en vijandschap doen ze Hem te kort, maar ook zichzelf. Zo verduisteren ze het beeld van God in zichzelf.
Maar zelfs dat kan het beeld van God niet volledig uitwissen in hen. Want God is groter dan ons hart, groter dan het kwade dat we doen. Aan het kruis zien we het beeld van God oplichten op een manier die nooit meer dooft.
Velen van degene die Jezus aan het kruis brachten bekeren zich. En nog steeds komen mensen terug van een leven zonder God om in Jezus de ware mens en Zoon van God te herkennen om zelf nu te leven als kinderen van God.
Laten ook wij dagelijks dankbaar zijn dat we God onze Vader mogen noemen en zo aan God geven wat van God is. Tot zegen van ons zelf, van onze medemensen en van heel de schepping. Amen

©Pastoor Martin Los

Evangelielezing van deze zondag in de eucharistie volgens het lectionarium van de r.k. kerk: Mattheus 22:15-21

Luther. Een nieuwe biografie door Lyndal Roper

Martin Luther. De biografie. Door Lyndal Roper. 2016 Londen. Nederlandse vertaling 2017 Ambo/Anthos Robert Hartmans en Dirk Jan Snel

Aan de vooravond van vijfhonderd jaar Reformatie in 2017 verscheen een nieuwe biografie van Maarten Luther. De auteur is Lyndal Roper, hoogleraar geschiedenis in Oxford. Valt er nog iets nieuws te schrijven over zo’n bekende figuur als Luther, is de eerste gedachte die opkomt. Wat feiten en ideeën betreft nauwelijks. Maar geschiedenis bestaat uit veel meer. Dat blijkt uit het boek van Roper. Geschiedschrijving is ook verwondering, interpretatie en ordening. Als geboren Australische kijkt ze met een frisse blik naar de persoon van Luther en zijn tijd en omgeving.
Misschien is Roper wel de eerste vrouw die zich er toe gezet heeft een uitvoerige biografie van Luther te schrijven. Zij is er tien jaar mee bezig geweest. De omvangrijke briefwisseling van Luther met vrienden, medestanders, tegenstanders, en vijanden heeft ze bestudeerd in de volgorde waarin de brieven geschreven zijn. Heel haar interesse was gericht op de innerlijke ontwikkeling van de belangrijke Reformator om vandaaruit inzicht te krijgen in de handelwijze en de gevolgen daarvan en voor de lezer begrijpelijk te maken.
In tegenstelling tot onderzoekers die zich richten op zijn ideeën  zoals de rechtvaardiging door het geloof en de gewetensvrijheid, en de doorwerking daarvan in kerk, politiek en maatschappij, verdiept Roper zich allereerst in de gewone en tastbare dingen. Woonomstandigheden, financiën,  ziektes, menselijke omgang, vriendschappen, seksualiteit.
In het eerste hoofdstuk bijvoorbeeld beschrijft ze de mijnbouw in Mansfeld waar Hans Luther, de vader van Maarten, ondernemer was. Een hard en heel onzeker leven. Men moest investeren in materiaal en mensen, geld lenen, terwijl aan de buitenkant niet te zien was of dat deel van de berg dat jij bij opbod pachtte, zilver bevatte. Je moest geluk hebben. Booming business, maar niet voor iedereen en niet voor lang, ook niet voor Hans en zijn gezin. Hierdoor creëert Roper een duidelijke achtergrond voor persoon en leven van Luther.
Interessant is bijvoorbeeld ook dat Wittenberg doordat Luther er ging wonen als augustijner monnik en professor, in korte tijd zoveel studenten aantrok dat een hele stad uit de grond moest worden gestampt. De instandhouding van de universiteit legde een hele verantwoordelijkheid op Luther die hem feitelijk aan een territorium bond, anders dan humanisten als Erasmus die door Europa reisden. De enige buitenlandse reis die Luther maakte was in 1510 maakte, zeven jaar voor de beroemde 95 stellingen die hij bevestigde op de deur van de slotkapel in Wittenberg. Roper heeft zeker geen lofrede op Luther geschreven zoals zo vaak gebeurt met stichters van wie alle plooien worden gladgestreken. Ze brandt hem ook niet af zoals in de loop der tijd door tegenstanders is gebeurd. Soms uit ze haar bewondering, maar ook maakt ze geen geheim van dingen waar ze moeite mee heeft. Bijzondere aandacht schenkt ze aan de angsten, de twijfels, de vurigheid en humor, de woede en onbuigzaamheid van Luther. Niet omwille van deze emoties zelf, maar om hun effect te laten zien op de ontwikkeling van Luther en zijn verhouding tot medestanders en vrienden van wie hij gaandeweg velen van zich vervreemdde.
Lyndal Roper komt tot de conclusie dat de Reformatie als beweging van hervorming van de kerk succesvoller was geweest wanneer Luther net als zijn vriend Melanchton geneigd was, meer bereid was geweest tot compromissen sluiten met de andere protestantse stromingen in die tijd. Ze voert dit voor een belangrijk deel terug op zijn karakter. Daardoor bleef volgens haar de Hervorming van Luther tamelijk beperkt tot delen van Duitsland.
Meest bevreemdend vindt zij dat Luther uiteindelijk vasthield aan de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in het sacrament van brood en wijn. Hij verafschuwde de Rooms-katholieke kerk geleid door de paus in Rome om allerlei redenen, hij schafte veel Roomse zaken zoals kloosters en ordes, aflaten, heiligenverering, private Missen, de sacramenten (op doop en avondmaal na) af, maar toch hield hij vast aan iets dat hij niet kon verklaren en waaraan hij toch vasthield: de onverklaarbare tegenwoordigheid van de Heer in het heilig sacrament van de communie. Dit is precies het mysterium fidei (mysterie van het geloof) van de katholieke kerk.
In een interview geeft Roper toe dat ze een soort haat/liefde verhouding heeft tot Luther omdat zij op bepaalde punten bewondering voor hem heeft, zijn vernieuwingsdrang, doorzettingsvermogen, literaire productiviteit (onder andere Bijbelvertaling), zijn herkenbaarheid als mens en op latere leeftijd genieter van de aangename dingen van het leven. Maar ze heeft duidelijk afkeer van de antisemitische kanten van Luther in zijn geschriften en uitlatingen in gezelschap. Dit gedrag is volgens haar niet te verklaren of te vergoelijken met een verwijzing naar de cultuur van die tijd.
Deze biografie van Luther geeft veel stof tot nadenken. Wellicht binnen Lutherse kringen. Maar ook in het gesprek tussen de kerken. Niemand zal zich meer met huid en haar willen identificeren met de verschillende standpunten van 500 jaar geleden. Niemand is gediend bij een herdenking waarbij ieder zijn gelijk van vijf eeuwen geleden probeert te halen. Gedenken is vooruitzien. Hervorming is een proces dat steeds opnieuw nodig, en dat geen kerk op stroming voor zichzelf kan claimen als iets dat voltooid is. Er is in de loop van de laatste vijftig jaar veel meer toenadering en begrip gekomen. Er is overeenstemming bereikt op veel punten nu de mist van de verzuiling is opgetrokken. We leven in een andere tijd, met nieuwe vragen. Daarvoor is alle hands aan dek nodig. Moge deze biografie daaraan bijdragen.

© Martin Los