elke haar op je hoofd geteld

Preek op de 12e zondag door het jaar op 25 juni 2017 Mariakerk en Willibrordkerk

De profeet Jeremia had het zwaar te verduren, zelfs zijn vrienden lieten hem in de steek. Hij stond moederziel alleen. Men sprak achter zijn rug om. Hij werd gepest. Mikpunt van spot en hoon. Toch had hij een rotsvast vertrouwen in God zoals we hoorden *) . Dat hielp hem door alles heen zijn taak te vervullen.
Veel mensen zullen zeggen: “ja maar als God zijn helper was, waarom liet God dan toe dat Jeremia vervolgd werd?”
In de tijd van Jeremia concludeerde men dat als iedereen je met de nek aan keek, dit een teken was dat God je in de steek had gelaten:  ‘Het kan toch niet zo zijn dat één mens het bij het rechte eind heeft, en alle anderen niet?’ Met zo iemand kon je alleen maar de spot drijven of erger.
Dat is helaas van alle tijden. Personen of groepen die op de éen of andere manier zwak en kwetsbaar zijn, worden al gauw slachtoffer van discriminatie. Het lijkt alsof het feit dat iemand kwetsbaar is en anders, bijvoorbeeld vanwege kleur, geaardheid of godsdienst, een extra drijfveer is om die ander met een scheef oog aan te kijken,  te pesten of zelfs het leven onmogelijk te maken.
Het begint al op school. Ondanks alle projecten tegen pesten steekt het telkens weer de kop op. Maar ook op straat en op de werkvloer kom het voor. Zelfs in parochies. Vergeet Twitter niet, Facebook en allerlei whatsappgroepen. Het lijkt alsof het feit dat iemand anders is en kwetsbaar een soort roofdier in anderen oproept.
Laten we daar als gelovigen nooit aan mee doen. Wanneer we als christen bekend staan en we maken ons schuldig aan discriminatie maken we Christus zelf te schande. We geven onze Heer als het ware een klap in het gezicht. Ook zorgen we ervoor dat mensen die juist steun nodig hebben, ons geloof in God gaan wantrouwen en het verafschuwen in plaats van als troost te omarmen.
Tegen zijn leerlingen zegt Jezus dat ze ook mikpunt van spot kunnen worden en vervolgd, als ze hem navolgen. Als je echt als volgeling van Jezus leeft, maakt dat je kwetsbaar omdat je opvalt en anders bent. ‘Wat verbeeld jij je wel dat je anders denkt en doet dan wij met zijn allen?’
Soms zal men argwanend zijn, je motieven in twijfel trekken, bijvoorbeeld als je onrecht wordt aangedaan en je vergeldt geen kwaad met kwaad. Men zal zeggen dat je laf bent. Of ouderwets omdat je aan bepaalde principes vasthoudt, bijvoorbeeld rondom de heiligheid van het leven. Men zal zeggen dat je de ontwikkeling in de weg staat. Soms worden christenen vanwege hun levenshouding weggewerkt of niet aangenomen.
Er zijn talloze situaties waarin je als gelovig mens het gevoel hebt alleen te staan. Je zult je zelfs afvragen of God je niet in de steek gelaten heeft. We hebben het hier niet over een soort eigenwijsheid of gelijkhebberij of fanatisme. Terecht dat de mensen daardoor heen prikken. Het gaat hier om oprecht vreedzaam diep geloof.
We weten wat Jezus zelf is overkomen. Hij werd uitgejouwd en niet meer als een mens die respect verdiend, beschouwd. Jezus steekt ons allemaal een hart onder de riem wanneer we in een situatie terecht komen als Jeremia.
Ook al lijkt zelfs God je in de steek gelaten te hebben, vertrouw op Hem, leert Jezus ons. ‘………..Elke haar op je hoofd is geteld’ zegt hij in het Evangelie **). Met andere woorden: Je bent kostbaar in zijn ogen. Geef de moed niet op. Blijf vertrouwen. Hij staat achter je. Ja, dat is juist vertrouwen. Op het moment dat je nergens meer van op aan lijkt te kunnen, dan moet je juist vertrouwen. Zolang je vertrouwen gebaseerd is op zekerheden, die in je in handen hebt, is dat wel vertrouwen, maar het is nog niet echt beproefd. Pas als vertrouwen absurd lijkt, als je voltrekt met lege handen staat, dáár begint echt vertrouwen in God. Het is de uiterste vorm van getuigenis die soms van ons als christen gevraagd wordt: dat we stand houden in het aangezicht van alles wat onze waarden en zekerheden lijkt te ontkennen.
Als we uitgelachen worden om ons geloof, als we eronder lijden, dan komt het op geloof aan. En dan zal je ervaren, zegt Jezus, dat er geen haar op je hoofd gekrenkt wordt. En hij voegt eraan toe:  Iedere die Mij bij de mensen belijdt, zal ook ik als de mijne erkennen bij mijn Vader die in de hemel is’.
Je staat dus niet alleen wanneer je soms het gevoel hebt als gelovige in je hemd te staan. Want God staat achter je. En Jezus Christus zelf identificeert zich met je. Zoals je deelt in zijn lijden mag je delen in zijn overwinning en in zijn verheerlijking.
Laten we niet bang zijn vanwege ons geloof soms ook onbegrepen of zelfs gediscrimineerd te worden. Laten we niet in de schulp kruipen en niet voor ons geloof in het Evangelie uitkomen. Op zulke momenten neemt juist het respect van anderen voor ons als mensen die in God geloven, toe. Zulke momenten zijn ook de momenten waarop ons geloof enorm versterkt wordt. Dat we groeien in de verwachting van het koninkrijk van God. Dat we ervaren hoe kostbaar ons geloof is. En hoeveel we ertoe doen in Gods oog. Amen

Pastoor Martin Los

lezingen voor deze 12e zondag uit het universele leesrooster van de r.k. kerk: *) 1e lezing: Jeremia 20:10-13 **) Evangelie: Mattheus 10:6-33

Homilie op de 4e zondag door het jaar in Mariakerk en Willibrordkerk 30/31 januari 2016

Schriftlezingen voor deze 4e reguliere zondag door het jaar uit het universele lectionarium voor zon- en feestdagen van de r.k. kerk: 1e lezing Jeremia 1:4-5,17-19 2e lezing : I Korinthiers 12:31-13:31 Evangelie: Lukas 4:21-30

Lieve zusters en broeders, de mensen in de synagoge van Nazareth waren eerst onder de indruk van Jezus’ woorden. Ze horen als het ware God zelf in hun oren en harten spreken op het moment dat Jezus spreekt.
Maar dan komen onmiddellijk de vragen en de tegenwerpingen. “Hoe kan die zoon van een timmerman uit hun dorp hen raken alsof God zelf tot hen spreekt?”
We kennen dit uit ervaring. Wanneer iemand anders dan anderen is, rijst bij de omgeving de vraag: “waar haalt die ander het vandaan, dat hij of zij iets zegt dat heel anders is dan we gewend zijn?” Al heel gauw ontstaat dan irritatie. “Wat een opschepper!” mompelt men.
Vaak worden mensen gepest omdat ze anders zijn dan anderen. Dat begint al bij kinderen. Daarom durven nogal wat mensen niet voor hun mening uit te komen.

De profeten in Israel die door God geroepen werden om het volk op te roepen om andere wegen in te slaan, stonden echt niet te trappelen. We hoorden hoe Jeremia worstelde met zijn roeping. Hij wist dat mensen hem een uitslover zouden vinden. “Jeremia, laat je door niemand afschrikken” zegt God tot hem “Ik maak je tot een sterke vestingstad”.
Jezus weet hoe mensen denken. Hij is onder hen opgegroeid. Hij weet ook wat er met de profeten gebeurd is die door hun eigen volk werden vervolgd of zelfs gedood.
Toch is Jezus niet bang. Hij is vol van God.
Als je ergens vol van bent, dan laat je je dat toch niet door anderen afnemen omdat die jaloers zijn? Als Jezus niet voor de liefde van God uit zou komen, dán pas zou hij zichzelf geweld aan doen. Hij heeft de mensen zoveel te geven: armen de blijde boodschap verkondigen, zieken genezen, boze geesten uit werpen, zonden vergeven, moedelozen hoop geven.
Hij wil niets anders dan zijn leven over hebben voor de mensen, een leven vol van God. Hij gunt God aan alle mensen. Hij wil alle mensen verlichten.

Hoe is dat met ons? Het lijkt erop op dat wij, christenen, in onze tijd ons een beetje verstoppen. Maar doen wij onszelf op die manier geen geweld aan, door niet voor onze overtuiging uit te komen?
Ja, we leven in een tijd waarin de christelijke geloofsovertuiging niet meer vanzelfsprekend is. We horen allerlei andere overtuigingen. Dat is helemaal niet verkeerd. Mensen kunnen elkaar verrijken. En ook het christelijk geloof kan verrijkt worden door te luisteren naar anderen. Zo kan het christelijk geloof nog beter laten zien dat het ook in deze tijd een bevrijdende boodschap heeft voor de mensen van deze tijd.

Eén overtuiging is tegenwoordig heel overheersend. Je hoort van alle kanten dat geloof een privéaangelegenheid is. Achter je eigen voordeur mag je voor je geloof uitkomen, en in de kerk, maar niet in het openbaar.

JezusinNazarethikoon

Jezus uit de synagoge geworpen

Het lijkt erop dat we ons daarbij hebben neergelegd. Wat we vergeten is dat die overtuiging dat geloof een prive-aangelegenheid is, óók ‘zelf een overtuiging is.
Maar wij hebben recht op de onze. De zogenoemde scheiding van kerk en staat, is een hele goede zaak. De overheid mag geen geloof opleggen en voortrekken. De overheid moet zonder aanzien des persoons handelen, of iemand nou christen, moslim of atheïst is.
Maar deze scheiding tussen kerk en staat is iets anders dan scheiding tussen kerk en straat.
In het openbare leven zelf mag iedereen voor zijn overtuiging uitkomen. Als wij door Jezus en met Jezus vol zijn van God, mogen we daarvoor uitkomen, door ons persoonlijke leven, door onze stellingname in de politiek, door onze cultuur. Als we wegstoppen wat ons ten diepste beweegt, doen we ons als tekort als mens en ook als burger.
Dat komt dan niet door de anderen maar door onszelf omdat we zelf bang geworden zijn om te laten zien hoe mooi ons geloof is. Juist dan slaan we een figuur. En we lopen dan gevaar ons geloof te verliezen.
Maar we doen we ook tekort aan al die mensen die op zoek zijn naar de zin van het leven, al die mensen die op zoek zijn naar troost die alleen Christus kan schenken.

We hoeven echt niet bang te zijn. Jezus wist dat God hem zelf beschermde. Daarom konden de mensen uit Nazareth die hem naar het leven stonden, hem niet grijpen. Rustig liep hij door hen heen en vervolgde zijn mooie missie.
Laten ook wij niet bang zijn om zichtbaar vanuit ons geloof in God te leven en te werken en te spreken. Maar waar het op aan komt is, dat we alles met liefde doen. Niet gelijk hebberig, of fanatiek maar vriendelijk en geduldig.
Denk altijd aan wat Paulus in zijn loflied op de liefde (2e lezing) zegt: “Al had ik een geloof dat bergen verzet, als ik de liefde niet heb, ik ben niets”. Amen

Pastoor Martin Los