De Heilige Geest: vinger van God

Preek op de Pinksterfeest 2019 in de Mariakerk en Willibrordkerk 8 en 9 juni

‘Als jullie Mij liefhebben, zullen jullie mijn geboden onderhouden. Dan zal de Vader op mijn gebed jullie een andere Helper geven om voor altijd bij jullie te blijven’.1)
Lieve zusters en broeders, voor zijn lijden en sterven gaf Jezus zijn leerlingen deze belofte mee. Ze zouden niet alleen en aan zichzelf overgeleverd in de wereld achterblijven. Ze zouden een andere Helper krijgen.
‘Een andere Helper’. Was er dan al een Helper? Ja, tot nu toe was Jezus hun helper, hun steun en toeverlaat geweest. Ze konden hem alles vragen, ze hadden zijn voorbeeld steeds voor ogen. Hij bepaalde hen steeds weer bij de les van de Blijde Boodschap. Maar als hun meester niet meer zichtbaar bij hen zou zijn, zouden ze dan zelf verder kunnen? Zou hun kennis voldoende zijn. En zij zelf waren sterfelijke mensen die ooit hun inspanningen zouden staken en hun ogen moeten sluiten. Zou dan de prachtige boodschap van het rijk van God dat nabij is, niet verstommen na hun generatie? Zou de verkondiging van de liefde van God die ze door Jezus geproefd hadden, dan niet uitsterven? Een reële zorg die wijzelf in onze ook hebben in een tijd dat het aantal gelovigen jaarlijks schrikbarend lijkt af te nemen. Met als zichtbaar resultaat sluiting van kerken en verdwijnen van allerlei christelijke instellingen. We voelen ons soms onmachtig om het Evangelie van Jezus zo over te brengen, dat er een vonk overspringt. Wat is er voor nodig dat wij niet denken dat het met ons is afgelopen, dat we de moed niet opgeven, en vooral, wat is er nodig dat we vreugde beleven aan het feit dat wij door het geloof geroepen zijn volgelingen van Jezus te zijn, en dat wij dat als een groot voorecht beschouwen?
Laten we daarom nog even aandachtig luisteren naar de woorden van Jezus die we zoeven in het Evangelie gehoord hebben. ‘Als jullie mij liefhebben, zullen jullie mijn geboden onderhouden”. Allereerst moeten we trouw aan onze eerste liefde blijven. De liefde voor Jezus die ons geroepen heeft en een centrale plaats in ons hart verworven heeft. “Als jullie Mij liefhebben, zullen jullie mijn geboden onderhouden”. De liefde voor Jezus is niet alleen een gevoel. Die liefde uit zich in de wil om Hem na te volgen in zijn liefde. Want de hoogste opdracht van Jezus aan zijn leerlingen is: “Heb elkaar lief”. Als we die liefde tot Jezus verwaarlozen en ook zijn opdracht tot liefde van elkaar, dan bevinden we ons op een doodlopende weg. Dan zien we niet meer hoe Jezus zijn belofte trouw blijft aan ons. Maar als we Hem blijven liefhebben, dan zullen we niet in paniek raken en denken dat met ons het prachtige avontuur van het geloof is afgelopen. “Dan zal de Vader, op mijn gebed, jullie een andere helper zenden”. Jezus zegt dat zijn hulp niet ophoudt. Want door zijn gebed tot de Vader, door zijn offer van liefde voor de mensen, is en blijft Jezus onze voorspreker, onze steun en toeverlaat. We moeten dus altijd voor ogen houden dat Jezus voor ons op komt in de hemel bij God, de Vader. Door Jezus zijn we het voorwerp van liefde en zorg, in de hemel. Bij “Onze Vader in de hemel’. Ook dat moeten we voor ogen houden. Door Jezus weten we zelfs dat we Gods kinderen zijn, die we “pappa” 2) vader mogen noemen. Dus als we Jezus liefhebben en zijn voorbeeld volgen en beseffen dat we kinderen van God zijn, dan zal ‘de Vader, op mijn gebed een andere helper zenden die voor altijd bij jullie zal blijven’ “de Heilige Geest”. Dat is de kracht van omhoog die ons altijd en overal bijstaat. Een hemelse metgezel die ons verbindt God, onze Vader, en met Jezus, de Zoon. Die ons allemaal verbindt met elkaar door de onderlinge liefde. We zien de heilige Geest niet. Net zoals je de wind niet ziet, maar wel de takken die bewegen. Je bespeurt zijn aanwezigheid overal. In de raad die Hij geeft, de kracht die je ontvangt. In de herkenning van elkaar als gelovigen. Dat we de dingen gaan zien met Gods ogen.
Jezus noemt de Heilige Geest ook de’ vinger van God’. Als wij mensen iets aanwijzen voor aan ander, dan nodigen we die ander uit om ons perspectief te delen. Zo mogen we door de Vinger van God de dingen en de mensen zien vanuit Gods ogen. Het is de innerlijke verlichting die ons helpt om vanuit Gods liefde te denken en te handelen. Dat is de betekenis van het vuur op de hoofden van de leerlingen in Jeruzalem op het Pinksterfeest. Dat is de betekenis van de ene taal die iedereen verstaat, de taal van Gods liefde. Van mensen die elkaar aankijken, die beseffen dat we allemaal kinderen van God zijn.
Dat is de eenheid van de Heilige Geest die verbindt. God en mensen en mensen met elkaar. Geen verstikkende eenheid, maar een bevrijdende eenheid, de eenheid van de liefde. Gemeenschap en persoonlijke vrijheid tegelijk. Éen grote familie, waarin we allemaal één zijn door het geloof in Jezus , en toch vrij als kinderen van één Vader. Dat is het wonder van de Heilige Geest dat ook vandaag geschiedt. We mogen het zien en beleven als we Jezus van harte liefhebben en zijn opdracht in praktijk brengen. En als we niet vergeten dat Jezus in de hemel bij God, de, Vader, ons zaak behartigt, en het ons aan niets laat ontbreken wat we nodig hebben om als kinderen van God te leven in deze wereld, en zo getuigen te zijn van Gods liefde. Amen

Pastoor Martin Los
1) Evangelielezing voor deze Pinksterzondag volgens het universele r.k. lectionarium: Johannes 14:15-16,23-26
2) eerste lezing voor het Pinksterfeest: Handelingen der apostelen 2:1-11

Een heel bijzonder, maar toch gewoon gezin

Preek op het feest van de H. Familie – Jezus, Maria en Jozef 29/30 december 2018 Mariakerk en Willibrordkerk

“Waarom heb je toch naar mij gezocht. Wist je niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’ 1)

Lieve zusters en broeders, het is voor ouders en kinderen een troost dat in het gezin waarin Jezus opgroeide, ook misverstanden en conflicterende belangen voorkwamen zoals in elk gezin.
Een goed gezin is geen gezin waarin nooit onderlinge problemen voorkomen, tussen ouders onderling en tussen ouders en kinderen. We begrijpen soms niet waarom de ander zich anders gedraagt dan je zelf zou willen vanuit je eigen perspectief. Een goed, veilig gezin is wel een gezin waarin men op een goede manier met die verschillen en conflicten omgaat. Belangrijk is dat je zaken uitpraat en elkaar begrijpt. Voorwaarde is dat ieder respect voor de ander heeft, de ouders voor elkaar, de kinderen voor de ouders en de ouders voor de kinderen.
Het helpt enorm om steeds oplossingsgericht te werk te gaan. Niet gekwetste eer mag de sfeer bepalen, niet behoefte aan vergelding van onbetaalde onderlinge rekeningen, maar de wil om te leren van wat er mis ging in de omgang met elkaar. Laat het ook niet ontbreken aan humor en relativeringsvermogen. Kortom, als er conflicten zijn is dat geen teken dat er gebrek is aan liefde en wijsheid. Liefde blijkt uit de wijze waarop we misverstanden en botsende belangen waardoor we elkaar soms onbedoeld pijn doen, oplossen.
Daarvan is het gezin waarin Jezus opgroeide, wel een mooi voorbeeld. Jezus is nu twaalf jaar oud. Een puber, zouden wij zeggen. Wij zijn allemáál pubers geweest. Als Maria en Jozef na dagenlang koortsachtig zoeken hun zoon eindelijk vinden in de tempel, zegt zijn moeder niet: “kind, hoe kun je zo ongehoorzaam te zijn tegen je vader en mij. Heb je dan helemaal geen respect voor ons?” Ze blijft dicht bij haar eigen gevoel, niet van gekwetste eer, maar van de zorg die ze gehad hebben, de angst die ze hebben uitgestaan: “Waarom heb je ons dit aangedaan. Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar je gezocht hebben?’
En Jezus op zijn beurt antwoordt, niet aangebrand, maar oprecht verbaasd, bijna enthousiast : ‘Wat heb je toch naar mij gezocht. Wist je dan niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?” Hij was al twaalf jaar bij hen? Hadden ze dan niet kunnen bedenken dat hij als een vis in het water was in de tempel waar diepzinnige gesprekken over God gevoerd werden, door vrome en wijze geleerden? Hij was nu twaalf jaar, dan mocht je al met de grote mannen meepraten, al deden de meeste jongens dat natuurlijk niet. Die waren liever bezig met spelen, of ze durfden nog helemaal geen vragen te stellen omdat ze bang waren te worden uitgelachen.
Jezus wilde zijn ouders niet kwetsen, maar hij wist toen al dat God een bijzondere weg met Hem zou gaan. Hij wist dat de tijd nog niet rijp was. Hij zou wachten tot God, de Vader, hem riep. Daarom voegde hij zich weer naar zijn ouders en ging met hen mee. Hij wilde hen geen pijn doen. Thuis kon hij ook verder groeien in wijsheid en toewijding aan God en mensen. Maria begreep dat ze wat eerder gebeurd was niet moest afdoen als een incident, een kwajongensstreek. “Ze bewaarde alles wat er gebeurd was –  net als toen de herders in Bethlehem haar vertelden wat de engel had gezegd – in haar hart”. Ze koesterde niet de pijn, maar keek uit naar hoe haar kind zich verder zou ontwikkelen, al begreep ze nog niet hoe.
Dit mooie Evangelieverhaal vertelt over loslaten, kinderen de kans geven een eigen verantwoordelijkheid te leren. Alle ouders weten dat dit soms pijn kan doen. Bij de ouders die het beste met hun kind voor hebben, én bij de kinderen die een leven moeten leren leiden en daarvoor ruimte vragen.
Maria en Jozef waren echt geen overbezorgde ouders. Ze vertrouwden erop dat hun zoon geen gekke dingen zou doen. En ze vertrouwden op de gemeenschap. Dat die ook een oogje in het zeil hield. “In de mening dat Jezus zich bij de karavaan bevond gingen ze een dagreis verder en zochten hem onder familieleden en bekenden”.
Het is zo belangrijk dat kinderen opgroeien in een gemeenschap – een “karavaan” die groter is dan de ouders alleen. Dat kinderen op zoek naar de juiste waarden ooms, tantes, en bekenden, verschillende rolmodellen ontmoeten. En ook kunnen zien hoe andere kinderen uit diezelfde gemeenschap zich gedragen. Ze delen allemaal in dezelfde normen en waarden, maar passen ze toch steeds net iets anders toe. Zo leren kinderen dat regels geen dictaten zijn, maar met situaties te maken hebben en keuzes. Voor de geloofsopvoeding is het ook zo belangrijk dat we onder onze familie, vrienden en bekenden ook medechristenen mogen rekenen, een omgeving waarin kinderen zien dat ook andere ouders thuis bidden, regelmatig naar de kerk gaan, en proberen evangelische waarden als vergeving, iets voor anderen overhebben, voorop staan.
Laten we een omgeving voor elkaar en onze kinderen creëren waarin ze kunnen opgroeien tot goede mensen. Maar we hopen ook dat onze kinderen gaandeweg gaan ontdekken dat zij niet alleen onze kinderen zijn, maar ook kinderen van God. Dat ze opgroeien in een sfeer waarin voorgeleefd wordt dat God liefde is en dat Hij hen altijd nabij is. Dat Hij met hen het goede voorheeft, en hen roept om in het voetspoor van Jezus gave en krachtige mensen te zijn.
“Vrienden” zegt Johannes “nu al zijn wij kinderen van God, maar wat wij zijn is nog niet geopenbaard” 2). Als mensen die geroepen zijn in Jezus Christus zijn we een leven lang in ontwikkeling. “Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard”:  Ook wij ondergaan tegenslagen en zijn sterfelijk. Ook wij schieten vaak tekort, maken fouten en laden soms schuld op ons. Maar in geloof mogen we al Gods kinderen zijn. We mogen steeds verrast zijn door wat God in zijn liefde in ons ziet. We mogen steeds verwonderd en blij zijn met de genade die Hij ons geeft om te groeien als zijn kinderen binnen het hele huisgezin van God dat de kerk is en zou moeten zijn.
‘En dat God in ons woont, weten de door de Geest die Hij ons gegeven heeft” Amen

(c)Martin Los
Evangelielezing: Lukas 2:41-52
1e lezing: Eerste brief van Johannes 3:1-2,21-24
Afbeelding: Palestijnse familie door Sliman Mansour