Het bad van Pallas

Als op een lezenaar met partituur voor de dirigent liggen de menus voor de vele restaurants klaar voor de voorbijgangers om open te slaan en in gedachten te proeven van de afgebeelde maaltijd.  What you see is what you get. Maar voor ze die stap doen, begroet de eigenaar hoffelijk zijn mogelijke gasten: kalimera, you like something to eat, to drink, cafe, ice or whatever you want? Hij heeft hij al gezien dat we geen Grieken zijn en helemaal geen Kretenzers. Zijn we gewoon één van de vele anonieme toeristen voor hem? Is er toch iets speciaals wat hem opvalt? Misschien een gevoelige plek, een zweem van ijdelheid of een onzekere houding waarbij hij kan aanknopen ons te verleiden het niet bij kijken te laten.
Bij het vierde terras werpen we nonchalant een blik in de partituur. Het is aan het einde van de siësta, veel te vroeg voor een hele maaltijd. Een glas ice-cafe of fresh orangejuice met een gebakje dat we met zijn tweeën delen, is genoeg. Op dat moment stapt de uitbater op ons af en wijst ons op de afbeeldingen van de gerechten. Hij bladert behendig door geplastificeerde bladen. Het wordt nu lastiger om hem af te wimpelen en verder te zoeken naar een volgend terras dat ons aanspreekt. De wat oudere man, grijs haar, getaande huid, in een soort bakkersjasje, maakt een bescheiden indruk. Zijn vriendelijkheid is niet gekunsteld. Dat bevalt ons. We knikken naar hem. ‘Evcharisto’ zeg ik uit respect voor zijn gastvrijheid en die van zijn landgenoten. ‘Parakaló’ antwoord hij met een ontspannen glimlach.
We nemen plaats bij een tafeltje vooraan in twee gemakkelijke stoelen. Een beetje ouderwets, rotan met kussentjes. We komen niet alleen om iets fris te drinken, maar ook om wat uit te rusten en te genieten van deze prachtige plek. Voulismeni, mysterieus binnenmeertje op een steenworp van de haven van Agios Nikolaos. Een klein smal kanaal – minder dan anderhalve halve eeuw oud – verbindt deze plas na een eeuwigheid met de azuurblauwe zee. Een opstaande kraag van hoge zandkleurige rotsen met aan de beide uiteinden van de heuvel een lint van terrassen omgeeft het meertje.
Alsof we nu aan de andere kant van de lezenaar met de partituur hebben plaatsgenomen, in het orkest, krijgen we een kleiner exemplaar van het menu aangereikt, onze eigen partij. We bestellen een ice-capuccino, een glas geperst sinaasappelsap en één punt aardbeienkwark voor ons beiden. ‘No strawberry’ verontschuldigt de gastheer zich. Hij legt uit dat het deze morgen heel druk was geweest en dat iedereen de aardbeikwark had gekozen. Er is alleen nog appeltaart. We hebben bijna met hem te doen.
Even later wordt onze bestelling geserveerd door een vrouw. Gezien haar leeftijd en voorkomen de echtgenote van onze gastheer. Hijzelf staat alweer op de uitkijk. Langs de kade liggen kleine bootjes, de meeste wit met blauwe randen. Ze liggen hier voor de sier, lijkt het. Onze ogen dwalen over het rimpelloze donkergroene water. ‘Ik heb gelezen in de reisgids dat volgens de legende Pallas Athene ooit in dit meertje gebaad heeft” merkt mijn vrouw op. ‘Dan is het maar te hopen dat er niemand heimelijk heeft gekeken’ grap ik ‘want met stervelingen die een godin naakt zien baden loopt het altijd slecht af. Als de jonge jager Aktaion door het struikgewas Artemis bespiedt die daar baadt, smijt ze water naar zijn hoofd. Ogenblikkelijk verandert hij in een edelhert dat door zijn eigen honden verscheurd wordt.’ ‘Maar als dat zo is heeft niemand het na kunnen vertellen. Hoe weten we dan dat Pallas een duik in dit water hier genomen heeft?’ antwoordt zij de glimlach van een overwinnares alsof Pallas zelf even deelnam aan ons gesprek. Om beurten prikken we met ons ene vorkje een stukje van de appeltaartpunt af.
‘In dezelfde reisgids’ vervolgde ze ‘las ik dat men vroeger dacht dat dit meer geen bodem had. Geen duiker die zo diep kon duiken dat hij ook maar in de verte iets van een bodem ontwaarde. Met nieuwe technieken ontdekte men later dat het meer in werkelijkheid drieënzestig meter diep is.’ ‘Ah, nu begrijp ik het verhaal dat Pallas hier gebaad heeft. Ze is de wijsheid die alles doorgrondt – de diepste diepten – maar zelf niet doorgrond kan worden. Haar bad moet dus wel bodemloos zijn. Niet oeverloos.
De gastheer had intussen steeds voorbijgangers geprobeerd naar binnen te loodsen. Soms met succes. We begonnen ons te verdiepen in de reacties van de toeristen die een blik in de openliggende partuur wierpen. Kon je aan hun houding al zien dat ze zich zouden laten verleiden? Waarom liepen sommigen door en kwamen dan toch weer aarzelend terug. Lag het aan het uitgebreide menu, de prijzen, de aanblik van de tafels en stoeltjes? Sommigen mensen durven niet op een leeg terras te gaan zitten omdat ze dit zien als bewijs dat er iets met zo’n zaak aan de hand is. Twee dames waren eerst doorgelopen, ze hadden even in de het menu gekeken, ze hadden zelfs de charme van onze gastheer doorstaan, en kwamen toch terug. Ze namen plaats en meteen vroeg één van de vriendinnen waar het toilet was. Toen zij terug was, stond de ander op. Misschien zou in de partuur ook een afbeelding van een onberispelijk schoon toilet moeten staan.
‘Dit is zo’n filmische plek’  zei ik ‘ik zie het zo voor me dat hier een serie wordt opgenomen. In elke  aflevering staan toeristen centraal die hier op dit terras plaatsnemen. De kijker krijgt in een kijkje in hun leven, waarom ze hier even neerstrijken voor een rustpauze. Dit restaurant is vast een familiebedrijf waarin man en vrouw, kinderen, opa’s en oma’s allemaal meewerken. Een overvloed aan thema’s en verhalen levert dat op. Een scenarioschrijver kan er zijn hart aan op halen’.
We keken beiden naar het meer vlak voor ons, een peilloze bron van inspiratie voor een nieuwe serie op Netflix. Zoiets als een A Modern Family. Of juist heel anders?|
Na een uurtje stonden we op om het kapelletje onderaan de rotswand te bezoeken. Kalkwit tegen de achtergrond van de zandkleurige heuvel schitterde het in de zon. We wandelden tussen de bootjes en de terrasjes door. Waar het laatste terras eindigde en de rotswand begon zag ik een bord staan. Wit met blauwe letters en in de vier hoeken een druiventros: ‘This is the place. The Lotuseaters is a BBC television drama made between 1972 and 1973’ “ Moet je kijken’ riep ik uit tegen mijn lieve metgezel: ‘wat wij zoeven bedacht hebben, is vijfenveertig jaar geleden ook al gerealiseerd’. Er stond dat de serie ging over Britse expats die hier in Hagios Nikolaos een eethuis runden, Erik en Ann Shepherd, over de lotgevallen van hen en hun gasten. De naam van de taverne “Sheperd’s Bar’. ‘Was dat niet de tijd dat Pia Beck een bar had aan de Costa Brava?’  opperde mijn vrouw ‘Dat was ook een soort serie met gasten. En ook allemaal expats in de hoofdrollen’. ‘Inderdaad, andere tijden’ zei ik ‘nog een beetje koloniaal. We zouden nu zeker de hoofdrol laten spelen door echte Kretensers en de toeristen als echte buitenlanders.’
‘Ach’  dacht ik ‘ fantasie is ook als een bodemloos meer. Er komt geen einde aan de vondsten hoe diep je ook duikt.  Daar heb je toch de oude legende weer’.
We liepen verder naar het witte kerkje dat in haar eenvoud alle aandacht op zich vestigde. We beklommen de vijf treden naar het kleine plateau voor de kerk. We voelden aan de deur. Op slot. Siesta? The good Shepherd shall never slumber no sleep but his employees need a little rest now and then. Ook ik, nietwaar?

(c) Martin Los