Blijde ontmoeting op de drempel van een nieuwe wereld

Preek op de 4e zondag van de Advent 23 december 2018 Willibrordkerk en Mariakerk

“Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte sprong het kind van vreugde op in mijn schoot’ 1)
Lieve zusters en broeders, het tafereel van het bezoek van Maria aan Elizabeth straalt een grote vreugde uit. Een vreugde die heel aanstekelijk is. Lukas heeft het verhaal opgetekend om ons te laten delen in die vreugde. De twee vrouwen hebben een blijde boodschap voor elkaar. Ze zijn beiden in verwachting. Normaal is dat al genoeg reden tot vreugde. Dat een mens, een moeder, leven mag geven aan een nieuwe mens. Een onuitsprekelijk wonder.
Deze beide vrouwen beseffen dat wat zij elkaar te vertellen hebben van grote betekenis is voor héél Gods volk en voor heel de wereld. Een boodschap van vreugde. Zelfs het nog ongeboren kind van Elisabeth springt erdoor van vreugde op in haar schoot. Het is diezelfde vreugde waarvan de engel spreekt in de kerstnacht tot de herders: “Zie ik verkondig u grote vreugde die zal zijn voor heel het volk. U is heden de Redder geboren, Christus, de Heer!’”.
 Heel de kerk is vervuld van die vreugde. Want zij mag altijd vol zijn van Christus en zij mag Hem altijd verkondigen aan de mensen. Als christenen hebben we altijd reden tot vreugde. Als we in Jezus geloven heeft Hij de centrale plaats in ons hart. Aan een wereld die Hem nog niet kent, mogen we hem verkondigen door te leven vanuit ons geloof in Hem. Ons leven wordt zelf een blijde boodschap aan anderen. We mogen die vreugde met elkaar als gelovigen delen. Dat maakt dat we kostbaar zijn in elkaarsogen. Dat we liefdevol met elkaar omgaan. Dat we elkaar het goede wensen.
Het stemt ons treurig dat in deze tijd steeds minder mensen die vreugde met ons delen. Juist in deze dagen voor Kerst kwam opnieuw een rapport uit dat nog slechts een kwart van de bevolking van ons land zich verbonden voelt met de kerk. We weten dat ook uit eigen ervaring. Dat stemt treurig omdat we zo graag de vreugde van de Blijde Boodschap, de boodschap van de verlossing, met velen delen. Des te meer gaan we nu beseffen hoe bijzonder het is dat wij zelf die vreugde nog wel bezitten in ons hart. En hoe kostbaar we als christenen in elkaars ogen zijn. Dat kan een nieuw saamhorigheidsgevoel en een nieuw vuur in de kerk waar zij nog leeft, aanwakkeren. Waar we echt de vreugde dat we God en Jezus mogen kennen zelf ervaren en koesteren en met elkaar delen kan de kerk zomaar als een vuurvogel uit de as herrijzen. Daar kan ze ook weer de harten die misschien onverschillig geworden zijn, raken.
Aan het verhaal van het bezoek van Maria aan Elisabeth gaat het verhaal van de boodschap van de engel Gabriel aan Maria vooraf. Hij vertelt Maria dat haar nicht Elisabeth, hoewel ze al in haar ouderdom was en ‘onvruchtbaar’ heette te zijn, in verwachting is van een zoon. Maria heeft van de engel gehoord dat zij de moeder van de Verlosser mag worden. Ze heeft ‘ja’ gezegd. Ze gaat daarna niet buiten haar schoenen lopen. We zien dat ze onmiddellijk aan haar oudere nicht denkt: “als Elisabeth op haar hoge leeftijd zwanger is, zal ze wel een hulp in de huishouding kunnen gebruiken”. Ze onderneemt meteen de reis naar de stad in het bergland van Judea waar haar nicht woont. Maria is blij voor Elisabeth. Ze denkt niet in de eerste plaats aan zichzelf. Het is een vreugde voor haar om haar nicht te helpen. Elisabeth is natuurlijk stomverbaasd dat ze haar nichtje plotseling voor zich ziet staan. Wie heeft haar verteld dat ze een kind verwacht? Het kan geen toeval zijn dat Maria – juist nu ze in haar laatste maanden is – bij haar komt om te helpen. Ze ziet daar een aanwijzing in dat God zelf voor haar zorgt.
“Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte sprong het kind van vreugde op in mijn schoot’.
Op bepaalde momenten in ons leven vindt een betekenisvolle ontmoeting plaats met een ander mens. In die ontmoeting lijkt het alsof de dingen op zijn plaats vallen. Alsof die ander op ons pad geplaatst is door God om ons iets duidelijk te maken over onszelf, over de weg die we moeten gaan.
Zo’n ontmoeting vergeten we nooit meer. Ze bemoedigt ons steeds weer. Ze inspireert ons steeds weer.
Elisabeth verwonderde zich over het bezoek en de spontane dienstbaarheid van Maria. Daardoor mocht zij als eerste mens de uitroep doen dat Maria de moeder van de Heer zou worden.
Laten wij ook ons niet afsluiten voor de ander die ons pad kruist, maar laten we openstaan voor elkaar. Hartelijk voor elkaar zijn. Mogelijk zijn we als mensen allemaal een boodschap aan elkaar. Een boodschap van God. Als christenen hebben we zeker een boodschap voor elkaar en voor heel de wereld. Als we niet buiten onze schoenen lopen alsof we de waarheid in pacht hebben, maar als we de ander willen dienen, gaat de boodschap al voor ons uit en opent de deur naar de harten van onze medemensen, net zo goed als zij een boodschap van God aan ons kunnen zijn. Amen

Martin Los
1) Evangelie van de 4e Adventszondag jaar B: Lukas 1:39-45

Hoogmoed als gebrek aan respect. Mijn preek van deze zondag

Preek op de 30ste gewone zondag door het jaar in de Willibrordkerk en Mariakerk in het weekend van 22 en 23 oktober 2016

Lieve zusters en broeders, “Bij God is geen aanzien des persoons”*) hoorden we. Hij gaat niet op het uiterlijk af. God kent het hart van ieder mens. Gelukkig is er Één die ons bemint en kent en begrijpt nog beter dan wijzelf.
Wíj kunnen níet in het hart van de ander kijken. Toch doen we vaak alsof. Wanneer we oordelen over anderen. Het lijkt dan alsof we precies weten wat de ander voelt en denkt, wat zijn motieven en diepste intenties zijn. Die kennen we natuurlijk niet. Zelfs mensen die elkaar goed kennen en liefhebben, kunnen nog behoorlijk de plank misslaan als ze denken de gedachten van de ander te kennen en de ander verwijten maken. Daarom is het nodig dat we respect voor elkaar hebben. Gewoon omdat we niet in het hart van een ander mens kunnen kijken. Helaas ontbreekt het vaak aan respect tussen mensen, tussen bevolkingsgroepen en in het publieke debat van twitter tot de Tweede Kamer.
trotsalseenpauwHet tegendeel van respect is minachting of hoogmoed. In zijn nieuwste boek noemt de Belgische psychiater Dirk de Wachter hoogmoed als één van de kenmerken van de hedendaagse mens. Hij vindt dat een zeer zorgelijke situatie.
Inderdaad menen we steeds meer dat wij precies weten wat de ander denkt en beweegt – meestal niet veel goeds in onze ogen – terwijl omgekeerd vinden we dat de ander óns volkomen verkeerd begrijp en dat vinden dan weer schandelijk. In huwelijken leidt dit tot scheiding, in partijen tot scheuring, in samenlevingen tot rellen, en in de wereld tot oplopende spanningen. En in de kerk tot tweedracht en verlies van geloofwaardigheid en aantrekkingskracht.
Het is de hoogste tijd om deze trend om te buigen. Te beginnen bij onszelf. Nu is hoogmoed niet iets van deze tijd alleen. Jezus merkt op dat sommige mensen hun neus ophaalden voor anderen omdat ze vonden dat ze zelf veel beter waren.
Jezus vertelt een prikkelende gelijkenis: “Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden. De één een Farizeeër en de ander een tollenaar”***). We horen dat de eerste het volstrekt vanzelfsprekend vindt dat hij in de tempel is. Hij dankt God dat hij niet is als de rest van de mensen, of als die tollenaar daar. God mag eigenlijk blij met hem zijn. Heel anders de tollenaar. Hij blijft achteraan staan, kijkt naar de grond, klopt zich op de borst als een Mea Culpa en bad: God, wees mij zondaar genadig. We voelen allemaal aan hoe lelijk het zelfvoldane gedrag van de Farizeeer is. En hoe sympathiek de berouwvolle houding van de tollenaar.
Voor alle duidelijkheid. Jezus stelt hier niet dat Farizeeen – de religieuze elite – per definitie hoogmoedig zijn, en dat corrupte figuren zoals tollenaars in wezen allemaal kwetsbare sympathieke mensen waren. Het gaat hem om de veelvoorkomende waan dat als je iets beter kunt, dat je ook als mens beter bent. Hoogmoed is lelijk. Het is aanleiding tot op de ander neerkijken, veroordelen, discriminatie. Dat mag tussen mensen niet gebeuren want ieder mens is gemaakt naar Gods beeld. Hoogmoed is altijd misplaatst. Maar als hoogmoed binnensluipt in het hart van godsdienstige mensen, dan is dat nog erger. Godsdienst leert je nederig van hart te zijn. Daarom is het zo erg en zo schadelijk als geloof en godsdienst gebruikt worden om anderen te veroordelen en buiten te sluiten. Geloof en godsdienst moeten juist plaatsen zijn waar we elkaar leren respecteren als mensen, waar de ene mens niet beter is dan de andere. Zelf beter leven betekent nog niet dat je beter bént. Ons chrístelijk geloof en de kerk bestaan bij de gratie van Gods barmhartigheid. Dat moet onszelf bemoedigen. En dat moet ook uitgangspunt voor ons leven met anderen zijn. “Wie anderen bijstaat wordt welwillend ontvangen (door God), en zijn gebed verheft zich tot de wolken toe” horen we in de 1e lezing.
Wanneer we als kerk of als gelovigen denken dat God eigenlijk blij met ons mag zijn, en dat de anderen blij mogen zijn met ons, omdat wij zo goed zijn, voelen we de liefde niet, de liefde van God die ons heelt en verfrist en tot nieuwe mensen maakt zoals liefde altijd doet.
Lieve zusters en broeders, de wereld kunnen we zo een-twee-drie niet veranderen – maar we kunnen wel leren de ander te respecteren en te waarderen. In plaats van veroordelen kunnen we ons wel verwonderen.
Mag je dan niet blij zijn dat je een geloof hebt, en mag je niet overtuigd zijn dat jouw overtuiging goed en waardevol is?  Jazeker. We hebben mensen nodig in onze tijd die een goede overtuiging hebben en stevig in hun schoenen staan. Maar dat mag geen reden zijn om de ander die een andere overtuiging heeft – en in onze ogen misschien onjuist – te minachten of aan de goede intenties van de ander te twijfelen. Zelfs wanneer we zeer van mening verschillen, is het nodig dat we respectvol met elkaar omgaan.
De vrijheid van meningsuiting is in onze dagen het onderwerp van gesprek. Ze is buitengewoon belangrijk. Ze heeft met de persoonlijke vrijheid te maken. Dat ieder mens zijn zegje moet kunnen doen. En de vrijheid van meningsuiting is ook onontbeerlijk voor een open en gezonde samenleving. Die kan niet zonder meningsverschillen en kritiek. Zakelijk mogen er harde noten gekraakt worden. Maar altijd met respect voor de ander. Liefst ook met humor. En ook met relativering niet van je waarden maar van jezelf.
Laten we kijken naar Christus zelf, de waarheid in eigen persoon, Gods eigen Zoon. Het tégendeel van een hoogmoedige. Eerder de nederige, zachtmoedige van hart. Gods barmhartigheid ten voeten uit. De redder van de wereld die ons ook nu niet in de steek zal laten. Laten we altijd op Hem vertrouwen. Net als Paulus die zegt: ”de Heer heeft mij terzijde gestaan en mij kracht gegeven”**). Amen

(c) Pastoor Martin Los *) 1e lezing: Jezus Sirach 35:12-14,16-18 **) 2e lezing: 2 Timotheus 4:6-8,16-18 ***) Evangelie: Lucas 18:9-14