Hervorming vieren wekt verlangen naar herstel van eenheid. Mijn bijdrage aan oecumene.nl b.g.v 500jaar Reformatie

Hervorming vieren wekt verlangen naar herstel van eenheid

Los100
Op 31 oktober 2016 was paus Franciscus in Lund in Zweden. Samen met de Lutherse aartsbisschop Munib Younan, voorzitter van de Lutherse Wereldfederatie, ging hij daar voor in een gezamenlijke gebedsdienst bij gelegenheid van de opening van de viering van 500 jaar Reformatie. Algemeen wordt de actie van Martin Luther, aan de vooravond van Allerheiligen 1517, toen hij zijn 95 stellingen op de deur van de kapel in Wittenberg bevestigde, gezien als het begin van de Reformatie. Om dat feit en de gevolgen te gedenken is een heel jaar uitgetrokken op weg naar 31 oktober 2017.

lees hier het hele artikel bit.ly/2mAsgNF

homilie op het Hoogfeest van Allerheiligen

Homilie op het Hoogfeest van Allerheiligen op dinsdag 1 november 2016 in de Mariakerk te De Meern

Gisteren, 31 oktober, was het Hervormingsdag. Het is volgend jaar vijfhonderd jaar geleden dat de augustijner monnik Maarten Luther zijn 95 stellingen ter hervorming van de kerk op de deur spijkerde van de kapel in Wittenberg. Ik kan me voorstellen dat een geïnteresseerde zich afvraagt: “Waarom op 31 oktober?” Dat is een datum die op zich niet zo veel zegt. Nee, de 31 oktober niet, maar wel de volgende dag: 1 november. Want dan viert de kerk het feest dat wij ook vandaag vieren. Een groot feest, want we vieren dat God allen die tijdens hun leven vertrouwd hebben op Jezus Christus en allen voor wie hij zijn leven gegeven heeft, bekend en onbekend, verzameld heeft in zijn rijk in de hemel, op het feest van de overwinning op de zonde, het kwade en de dood.
In de tijd van Luther was dit feest minstens zo populair als Kerstmis. Dat betekende volle kerken. Wilde je iets bekend maken zoals Luther met zijn stellingen, dan was er geen beter moment om dat te doen dan de vooravond van Allerheiligen. De drommen mensen die naar de kerk kwamen konden allemaal kennis nemen van de stellingen. Er was nog geen radio, tv of internet.
Luther spijkerde zijn stellingen niet op de kerkdeur tegen de kerk en zeker niet tegen de gemeenschap van de heiligen, maar voor de hervorming van de kerk. Een update van de kerk zouden we dat vandaag noemen. Zoals bijvoorbeeld later het IIe Vaticaanse Concilie.
Onze paus Franciscus de eerste was gisteren in Zweden in Lund met de hoogte vertegenwoordigers van de Lutherse kerken om samen te bidden om verzoening en toenadering. We hebben dezelfde gebedsdienst gisterenavond gevierd in onze parochie in de Torenpleinkerk samen met protestanten.
Een extra aansporing om die eenheid te zoeken, ligt natuurlijk in het geloof dat we allen in Christus één zijn als ranken aan de ene wijnstok die Hij is. En in het geloof dat die eenheid gevierd wordt in de hemel met alle heiligen, dat wil zeggen, allen gelovigen die ons zijn voorgegaan.
Op aarde kunnen verschillen en tegenstellingen zijn, die soms als breuk worden ervaren en het soms ook zijn. Maar in de toekomstige heerlijkheid van God is dat verleden tijd. Als je weet dat je straks elkaar ontmoet in het gezelschap van de Heer en van al zijn heiligen, dan heeft dat invloed op de wijze waarop we hier op aarde in de tijd met elkaar omgaan als christenen en als leden van verschillende kerken.
Dat geldt ook van onze omgang met elkaar in huwelijk, gezin en familie. Wanneer je beseft dat je samen op weg bent als man en vrouw, al leden van een gezin, als broers en zussen, naar de bekroning van dit aardse leven in de hemel bij God, is dat dan niet een krachtig medicijn tegen alles wat de eenheid hier op aarde in dit concrete leven kan bedreigen? We zijn allemaal pelgrims op weg. Geloof in de hemel betekent elk moment aandrang voelen elkaar te vergeven, om elkaar te ondersteunen, om conflicten op te lossen.
todos-os-santos-2016“Zalig de vredestichters” zegt onze Heer “want zij zullen kinderen van God genoemd worden” **). Laten we bij “vredestichters’ niet alleen denken aan politici op wie wat dit betreft ook een grote verantwoordelijkheid rust. Dan moeten we ook denken aan de omgang met elkaar in huwelijk, gezin en familie en in de eigen geloofsgemeenschap en tussen de kerken. We kunnen om zo te zeggen onze Heer niet ruziënd en vechtend onder ogen komen. En dat hoeft ook niet, want het kruis en de verrijzenis van Jezus geven ons allen kracht om te werken aan verzoening en eenheid, om verdraagzaam te zijn, om elkaar lasten te dragen in plaats van te vergroten.
De hemel is geen oord voor perfecte mensen, maar voor zwakke mensen die hun toevlucht gezocht hebben bij Jezus; die hun kleren gewassen hebben in zijn bloed. We mogen er op vertrouwen dat we ooit met velen mogen zien dat verdeeldheid en hardheid van hart niet het laatste woord hebben.
De vredestichters blijken met velen te zijn. Een menigte die niemand tellen kan. Honderdvierenveertigduizend *) is geen beperkt getal zoals misschien voor oningewijden lijkt. Honderdvierenveertigduizend is het getal twaalf, van de apostelen en de stammen van Israel, het getal van hemel en aarde tezamen, God die onder de mensen woont, maal twaalf. Dus in het kwadraat, keer 1000, wat in de Bijbel “ontelbaar” betekent.
We voelen ons als vredestichters en als mensen die het wagen met het kruis van onze Heer misschien wel eens in de minderheid. Maar op het feest van Allerheiligen vieren we dat we met ontelbare verbonden zijn door die ene Heer.
Ze staan om ons heen. We zijn bij de heiligen thuis. Niet alleen vandaag, maar elke dag. Ze staan op de uitkijk. Ze vuren ons aan vol te houden. Weg cynisme dat het allemaal toch niks uitmaakt. Weg negativisme dat alleen maar hindernissen en problemen en donkerwolken ziet.
Er is alle reden te hoop. Moge die hoop ons geloof versterken. En laten we bovenal de liefde van God samen vieren en beleven in de kerk en met elkaar want in de liefde is het rijk van God al onder ons. Als een vooruitgeschoven post van de hemel. Amen

(c) Pastoor Martin Los
Schriftlezingen voor dit hoogfeest volgens het universele r.k. lectionarium voor zon en feestdagen. *) 1e lezing: Openbaring 7:2-4,9-14;  **) Evangelie Mattheus 5`:1-12