De littekens van Pasen

Preek op de 2e zondag in de Paastijd 29 april 2019 Mariakerk en Willibrordkerk

‘Zalig zij die niet gezien en toch geloofd hebben” 1)
Lieve zusters en broeders, vorige week vierden we in onze parochie met grote vreugde de verrijzenis van onze Heer Jezus Christus. De kerk was telkens vol.. Maar in de loop van 1e Paasdag gleed er een kille schaduw over het Paasfeest Toen we thuis kwamen hoorden we het afschuwelijke nieuws dat door aanslagen op kerken in Sri Lanka en hotels met toeristen vele honderden doden gevallen waren. Slachtoffers waren christelijke families die net als wij die morgen naar de kerk waren gegaan om Paasfeest te vieren. Uitgerekend met Pasen. Dat was geen toeval. De aanslagen waren zorgvuldig voorbereid. Ze werden bewust met Pasen uitgevoerd. Niet alleen omdat volle kerken en gemakkelijke prooi zijn, maar ook om christenen in het hart van het geloof te treffen: de verrijzenis en het eeuwige leven. Het motief voor deze aanslagen is angst, haat en wraak te stichten. Maar de eigenlijke satanische boodschap achter de aanslagen is: een God die niet voorkomt dat het bloed van gelovigen op het moment van de grootste feestvreugde vloeit  over de vloer van het heiligdom, is een weerloze God die het vertrouwen niet waard is. Het is een waardeloos geloof.
We zijn nu een week later weer bijeen. Ons bewust van wat er gebeurd is. We hebben niet ons geloof verloren. En de vreugde van Pasen ook niet. Maar we voelen ook afschuw, boosheid, verdriet, machteloosheid. En ook vrees voor wat ons mogelijk nog te wachten staat.
Nu vieren we de áfsluiting van het Paasfeest. De apostel Thomas speelt een hoofdrol.
Toen de apostelen op het éérste Paasfeest in Jeruzalem bijeen waren, was Thomas er niet bij. We weten niet waarom niet. De zondag daarop – vandaag dus – was hij er wel bij. Hij heeft van de andere leerlingen gehoord dat ze “de Heer gezien hebben”. Opmerkelijk is zijn reactie: ‘Als ik in zijn handen niet het teken van de spijkers zie en ze eigenhandig aanraak, zal ik zeker niet geloven”. Thomas weet dat zijn Heer aan het kruis gestorven is. Dat hij geleden heeft en is bespot.
Als de Jezus die aan hen verschenen is, geen littekens vertoont, dan moet het wel een spookverschijning of een bedrieger zijn. Waarom hecht Thomas zo aan het zien van littekens? Want zou het niet veel mooier zijn als Jezus bij zijn opstanding er volkomen gaaf uit zou zien? In de heerlijkheid van God waarin Jezus is binnengegaan – en waar wij eens zelf ook hopen te zijn – is toch geen plaats voor littekens, voor herinneringen aan kwaad, onrecht, en lijden?
Ja, maar gaafheid is in het rijk van God iets anders dan ongeschonden lichamelijke schoonheid. Alsof we in de hemel allemaal als fotomodellen zijn. Het gaat niet om het esthetisch ideale lichaam, maar om het verheerlijkte lichaam. Het is de gaafheid van het vertrouwen in God, de gaafheid van de onschuld die we ongeschonden bewaard hebben door alle tegenslag en lijden heen.. Dat we mogen stralen als kinderen van God, kinderen van het licht.
Thomas weet dat Jezus volkomen onschuldig was; dat hij geen zonden heeft gedaan; dat hij de Zoon van God is. De littekens zijn niet in de eerste plaats bewijs van het ónrecht dat hem is aangedaan. De littekens zijn bewijs van het grote geduld waarmee Jezus het onrecht verdrágen heeft. Hij is de eerste martelaar, dat wil zeggen de eerste en voornaamste die met zijn bloed, met zijn leven, getuigenis heeft afgelegd van de grootheid en barmhartigheid van God. Daarmee heeft hij het kwade en de dood overwonnen. Zo kan hij de bron van vergeving worden voor allen die berouw hebben. Gods liefde is groter en sterker dan het kwade in de wereld,
Wanneer Thomas de littekens ziet en voelt van de vijf wonden van Jezus roept hij uit: “mijn Heer en mijn God”. Het is waar, de Heer is verrezen. Hij heeft het kwade en de zonden van de wereld gedragen, met goddelijke kracht, om zo te laten zien dat het kwade geen monopolie heeft en niet het laatste woord over ons leven en deze wereld. Dat vieren wij met Pasen.
Thomas had gelijk. Maar nu moet hij het nog in eigen leven gaan waarmaken. Door zelf de boodschap van Gods liefde en verzoening te verkondigen. Door geen kwaad met kwaad te vergelden. Door liever onrecht te verdragen dan zelf te doen. ‘Weest niet langer ongelovig, maar gelovig” zegt Jezus tegen hem.
Lieve zusters en broeders, Thomas, is net als de andere apostelen, de wereld ingetrokken en uiteindelijk als martelaar gestorven. Weet u waar Thomas uiteindelijk terecht is gekomen? In India. Hij heeft daar het geloof gebracht. De katholieken in Sri Lanka zien in hem de stichter van de kerk in India. De christenen daar horen vandaag hetzelfde Evangelie als wij vandaag. Wij zijn met hen verbonden en wij bidden dat zij sterk mogen blijven in hun geloof dat Gods barmhartigheid krachtiger is dan het kwade in de wereld. En we bidden hij de onschuldige slachtoffers van de aanslagen liefdevol zal opnemen in zijn rijk.
Maar ook van ons wordt de inspanning gevraagd, dat wij het kwade beteugelen. Heel concreet, doordat we niet onschuldige mensen en groepen verantwoordelijk houden en de schuld geven. We weten inmiddels dat een Islamitische splintergroepering, verwant aan IS achter de aanslagen zit. We mogen daar niet alle moslims en hun geloof op aankijken. Argwaan en haat zaaien is precies de bedoeling van terroristen, of het nu in een moskee zoals in Christchurch, of in een kerk, of in een synagoge zoals gisteren in Pittsburg. Laten we geen gehoor geven aan stemmen die mensen van verschillende religies en culturen tegen elkaar opzetten. Dat is juist de bedoeling van terroristen.. Zouden wij hen dan daarin een handje helpen? Het komt er juist nu op aan dat wij elkaar te respecteren en proberen te begrijpen. Samen moeten we sterk staan tegen over het kwade. We moeten ons niet elkaar laten drijven. Dat is precies wat Satan wil:  een wig drijven tussen God en mensen en tussen mensen onderling. Het is ons Paasgeloof dat zich daar tegen verzet. Aan het kruis is de Satan overwonnen. Dat is de reden van onze vreugde met Pasen. Een vreugde die ons niet kan worden afgenomen.
Jezus feliciteert ons als we net als Thomas de verrezen Heer omhelzen met zijn littekens: ‘Zalig zij die niet gezien en toch geloofd hebben”

Ik wil graag besluiten met iets wat mij zeer ontroerde. Afgelopen dinsdag ontving ik een boodschap van de voorzitter van het bestuur van de Moskee in Leidsche Rijn. Met de bos bloemen die hier staat.

Beste Martin,

Het verschrikkelijke nieuws uit Sri Lanka heeft ons allen diep geraakt. Verschrikkelijk! Wij realiseren ons dat dit in jullie Kerk een heel grote impact moet hebben en waarschijnlijk voor onrust heeft gezorgd.
Woorden schieten te kort, het is een afschuwelijke daad.
Wij leven met jullie mee. Wij wensen jou en alle Kerken-betrokkenen veel sterkte toe.

Hartelijke groet, Abdelkader el Yandouzi
Namens ICCLR

Ik heb per ommegaande onze Moslim broeders en zusters oprecht bedankt namens de parochie en de andere kerken. Dat is de geest van Pasen en van de Heer die zegt: ‘vrede zij u!’ Amen

Pastoor Martin Los

1) Evangelielezing voor Beloken Pasen volgens het universele r.k. leesrooster voor zon- en feestdagen: Johannes 20:19-31

Geen identiteit zonder littekens.

Preek op de 2e zondag van Pasen, Beloken Pasen, Zondag van de goddelijke Barmhartigheid 8 april 2018

‘Zalig zij die niet gezien en toch geloofd hebben’. Lieve zusters en broeders. Ieder van ons kent deze uitspraak van Jezus. Het is een soort cliché geworden. Op het gevaar af dat we niet meer de betekenis en de kracht van de woorden gewaar worden. Dat is zeker niet de bedoeling van onze Heer. Want Hij wil ieder die het maar horen wil met die felicitatie – want dat is het natuurlijk – een hart onder de riem steken. Als wij die gelukkigen zijn zou het toch jammer zijn wanneer we dat niet beseften. Een cadeau moet je wel uitpakken.

‘Zalig zij niet gezien en toch geloofd hebben’. De aanleiding was dat de apostel Thomas niet bij de andere leerlingen was toen de verrezen Heer aan hen verscheen. Toen zij hem ervan vertelden zei hij: ‘Als ik in zijn handen niet het litteken van de spijkers zie en mijn vingers erin kan steken en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven’. Thomas twijfelt niet zozeer of zijn medeleerlingen een verschijning hebben gezien. Maar dat kan ook een spook geweest zijn of een collectieve hallucinatie. Om zeker te weten dat het de Heer was, wil hij de bewijzen zien dat het Jezus is de aan het kruis geslagen en gestorven is.

Is het niet vreemd dat Thomas die voorwaarde stelt? Bij een Heer die verrezen is met een verheerlijkt lichaam stellen we ons toch een volmaakt lichaam voor? Hopen we niet ooit zelf alle handicaps en gebreken achter ons te laten wanneer we de poort van de hemel mogen binnengaan? Daar is toch geen plek voor littekens die een herinnering zijn aan pijn, aan lijden, aan vervolging?
Inderdaad is in het eeuwige leven geen sprake van verdriet, pijn, handicaps, vervolging. Maar zonder de zichtbare herinnering daaraan zouden we niet weten wie we waren en wat we betekend hebben, juist daar waar we het moeilijk hadden.
Thomas was een realist. Als je aan de verrezen Heer niet kunt zien dat hij geleden heeft, weet je niet dat hij het is. Want in het lijden van Jezus uit liefde voor de wereld, voor de zonde van de mensen, blijkt zijn diepste betekenis. De dood van Jezus aan het kruis was niet een betreurenswaardig incident, maar de daad van goddelijke barmhartigheid waar alles om draait.

We moeten blij zijn met Thomas. Hij houdt ons bij de les. Want als het lijden van Jezus leidt tot de heerlijkheid, dan is er ook hoop voor allen die lijden onder onrecht en vervolging. Dan is er ook hoop voor ons, als wij om onze inzet voor gerechtigheid en waarheid, tegenwerking of erger ondervinden. Dat laat niet altijd littekens achter op ons lichaam. Maar des te meer op onze ziel. Ook waar we zelf kleerscheuren hebben opgelopen door verkeerde beslissingen. Oh, al die verwonde zielen. Paus Franciscus heeft met grote bewogenheid en inzicht de kerk een veldhospitaal in oorlogstijd genoemd. In een veldhospitaal worden de gewonden binnengedragen, kleeft aan de kleding van de dokters en verpleegkundigen bloed. De kerk zou zich moeten richten op de ontelbare gewonden zielen. Dat is de taak van de kerk. Niet het eigen tuintje bijharken. Er is belangrijker, heilzamer werk aan de winkel.
‘Zalig zij die niet gezien en toch geloofd hebben’. Het is een gelukwens – een hart onder de riem – van Jezus aan allen die lijden en toch volhouden, en aan allen die zich voor hen inzetten en solidair zijn met hun broeders en zusters in nood.

Misschien gaat nu bij u net als bij mij een lichtje branden. Deze zaligspreking van Jezus bij zijn verschijning als gekruisigde én verrezen Heer roept herinneringen op aan de zaligsprekingen waarmee Jezus zijn optreden in Galilea begon. Zijn eerste woorden waren: “Zalig der armen van geest, want aan hen behoort het rijk der hemelen. Zalig de treurenden want zij zullen getroost worden. Zalig die vervolgd worden om Mijnentwil, want zij zullen het rijk van God erven. Verheugt u en juicht want groot is uw loon in de hemel”.
‘Verheugt u en juicht’ – Gaudete et excultate – hé, dat is de titel van de nieuwe encycliek van paus Franciscus die vandaag gepubliceerd wordt: over een heilig leven in deze moderne wereld. Ik denk dat het niet gaat over de kerk als keurig aangeharkte tuin, maar over het veldhospitaal met gewonden in oorlogstijd.

Wie zijn die armen van geest? Dat zijn degenen die niet meetellen. Zij zíen niets. Neem, de harde werkers in de sociale werkplaatsen. Ze krijgen niet eens pensioen. Maar zie eens hoe zij in alle eenvoud vertrouwen op begrip en barmhartigheid.
Wie zijn die treurenden? Degenen die verlies lijden. Verlies van een geliefde, van een vaderland, van eer. Zij zíen niet. Het is soms pikdonker. Ze zoeken tastend hun weg. Aan de hand van de hoop die wonderlijk genoeg in hen is.
Nu begrijpen we “Zalig zij die niet gezien en toch geloofd hebben”. Het gaat om hen die lijden en toch volhouden en vertrouwen. En op hen die solidair met hen zijn, hart voor hen hebben.
Daarom gingen de eerste christenen zo met elkaar om als we hoorden in de Handelingen: “er was geen enkele noodlijdende onder hen omdat allen die landerijen of huizen bezaten ze verkochten’ ten behoeve van de armen. Ze beschouwden het als een voorrecht dat zij zo degenen die gebrek leden, konden eren. Zij herkenden in hun lijdende broeders en zusters Christus zelf die zich door zijn kruis verenigd heeft met allen die lijden. Misschien bezitten wij zelf geen grote rijkdom, maar dan toch kunnen we de ander eren met aandacht en zorg en respect.
‘Vrienden, schrijft Johannes ‘willen wij God liefhebben en zijn geboden onderhouden, dan moeten we ook Gods kinderen liefhebben. Dat is onze maatstaf’. Uit die houding blijkt of wijzelf niet gezien maar toch geloofd hebben.
Geloof is oog hebben voor de goddelijke barmhartigheid die Hij ons in Christus, onze gestorven verrezen Heer, bewijst en die wij ook elkaar mogen bewijzen. Amen.
Niet zien en toch geloven, is dat niet de betekenis van Pasen? Ja, zalig Pasen. Amen

(c) Pastoor Martin Los
aan de hand van de lezingen in de Eucharistie van deze zondag:
1e lezing: Handelingen 4:32-35
2e lezing: 1e Brief Johannes 5:1-6
Evangelie: Johannes 20:19-31