Verlangens eerstgeboortrecht

Preek op de 2e Adventszondag 2019 7 en 8 december in Mariakerk en Willibrordkerk

‘Dan zal de hele aarde vervuld zijn met liefde tot God zoals de zee bedolven is onder water’ 1).
Lieve zusters en broeders, de weken voor Kerstmis kenmerken zich door een bijzondere sfeer. De lichtjes in het donker vertellen hun eigen verhaal. Ze wekken ons verlangen naar het mysterie van God. Het feest van de geboorte van Christus klopt op de deur van ons hart om binnengelaten te worden. Dat kan alleen, als er bij ons een verlangen leeft naar God. Omdat we soms niet meer weten wat dat verlangen is, moet het gewekt worden.
Ik denk dat de beste manier om opnieuw naar God te verlangen, is dat we tot de ontdekking komen dat God allang naar ons verlangt.
Misschien dat iemand nu bij zichzelf denkt: ‘Als God naar ons mensen verlangt, dan is hij niet volmaakt. Want verlangen duidt op een gebrek. Je mist iets. Maar God kent geen gebreken’.
Als verlangen zou voorkomen uit gebrek, dan zou dat kloppen. Maar wie verlangt een ander gelukkig te maken, voelt geen gebrek maar overvloed. Die ziet alleen maar kansen en mogelijkheden.
God verlangt naar de mensen, naar u en mij, uit liefde. Heel zijn schepping komt voort uit zijn liefde. Hij houdt het in stand door zijn liefde. Hij heeft het verlangen ook zelf in alles gelegd zodat de schepping vruchtbaar is en het leven in al zijn rijkdom en diversiteit wordt doorgegeven. In de ogen van de moderne mensen die wij zijn, gehoorzaamt alles in de wereld en het heelal aan wetten, aan natuurwetten. Maar dat is de ene kant van het verhaal. Zonder het verlangen in de schepping zouden wetten niets kunnen. Dode letters. Waar leven is, is verlangen. Waar verlangen is, is leven. Verlangen heeft het eerstgeboorterecht. En elk verlangen verwijst naar Gods verlangen naar de schepping en de omgang met de mens.
Gods verlangen naar de mens vraagt om beantwoord te worden in ons verlangen naar Hem.
Daarom zond God in de tijd van Israël zijn profeten om zijn volk op te wekken zich om te keren naar Hem. Ook de profeten zijn bewijs van Gods vurig verlangen. God wekt zijn volk op naar Hem te verlangen door dat prachtige visioen van de Messias die zal komen “In die dagen zal een twijg ontspruiten aan de stronk van Isai, een scheut aan zijn wortels zal vruchten dragen. De geest van de Heer zal op Hem rusten….” 1) Een twijg zal ontspruiten, een scheut zal vruchten dragen. Het is de taal van groei en bloei, een taal van verlangen. “Dan huist de wolf bij het lam….de zuigeling speelt bij het hol van de adder”. Wat betekent dit anders dan dat als de Messias komt en alles tot bloei komt, de tegenstellingen worden overbrugd. Als de mens terugkeert tot God en Gods verlangen beantwoord met zijn verlangen, wordt de grootste tegenstelling overbrugd: die tussen God en de mens die zich van God had afgekeerd. Daardoor was de zonde en de dood, als scheiding tussen God en mensen in de wereld gekomen. Maar als die tegenstelling door de komst van de Messias wordt overbrugd, zijn tegenstellingen geen tegenstelling meer. De zuigeling speelt bij het hol van de slang. De berin graast naast de koe. De tegenstelling, het anders zijn, blijft, maar ze verrijken elkaar. Ze worden vruchtbaar. Ze versterken het verlangen in plaats van de afbraak en de vernietiging. Ook in de gemeenschap die we mogen zijn rondom dit visioen, rondom Christus.
Waar verlangen is, is een visioen. En waar een visioen is, is verlangen. God schenkt ons dit visioen om ons van zijn verlangen te vervullen. De profetieën zijn van blijvende waarde. Ze blijven van kracht, niet alleen voor de tijd van Israël, maar ook voor ons nu
“Wat eertijds opgeschreven werd, werd opgetekend tot onze lering, opdat wij door de volharding en de vertroosting die wij putten uit de Schrift, in hoop zouden leven” 2) De hoop die in ons is gewekt, is de vlam die in ons is ontstoken door Gods verlangen naar ons. Waar hoop is op een wereld van God, daar steekt ons verlangen naar God de kop op. De hoop op een wereld waarin tegenstellingen geen haat en verderf betekenen, maar verrijking en vruchtbaar leven, die hoop is Gods klop op de deur van de wereld, en de vlam in ons hart.
Johannes de Doper riep als laatste van de profeten voor de komst van de Messias Jezus, mensen op tot ommekeer. Ook hij was een uiting van Gods diepe verlangen naar de mens. Johannes mocht de mensen hartstochtelijk wakker schudden, om weer echt te gaan verlangen naar God en vanuit Gods liefde te leven. Maar in al zijn hevigheid was hij alleen nog maar als water dat reinigde. Het echte vuur moest nog komen: ‘na mij komt Hij die sterker is dan ik. Hij zal u dopen met vuur en heilige geest”3)
Als we ons hart openen voor Jezus als de beloofde Messias, houd hij het verlangen in ons brandend als een vuur dat niet meer dooft. Dan wordt in ons al werkelijkheid het visioen van Jesaja ons vertelt: ‘Dan zal de hele aarde vervuld zijn met liefde tot God zoals de zee bedolven is onder water’ 1) Niemand die dit verlangen van God en mensen nog doven kan. Amen

Pastoor Martin Los

1) 1e lezing Jesaja 11:1-10
2) 2e lezing: Romeinen 15:4-9
3) Evangelielezing: Mattheus 3:1-12





Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.