Geen Pinksteren zonder Pasen en omgekeerd

Homilie op het Hoogfeest van Pinksteren 19 mei 2024 Houten

We kennen allemaal de uitdrukking “Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen”. Men bedoelt daarmee iets dat onwaarschijnlijk, ja onmogelijk zal plaatsvinden. Maar laat dit nu precies wel het geval zijn als het om Pasen en Pinksteren zelf gaat. Want die vallen echt met elkaar samen. Weliswaar hebben we er vijftig dagen, zeven maar zeven weken, voor nodig om dit te begrijpen, maar dat is precies het voortschrijdende inzicht dat de Heilige Geest ons vanaf Pasen tot Pinksteren schenkt.
Het liturgische leesrooster van onze kerk helpt ons daarbij, want het Evangelie van deze Pinksterzondag verplaatst ons opnieuw naar de eerste Paasdag. “In de avond van de eerste dag van de week kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: vrede zij u” 1). Bij het zien van hem zijn de leerlingen vol vreugde. Laten we dat vooral niet over het hoofd zien, zijn verschijning vervult hen helemaal, ze staan in vuur en vlam. Hun hele leven verandert. Van angst en treurnis, in vreugde en vrijheid. Dan zegt de verrezen Heer voor de tweede maal: “vrede zij u. Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik u. En na deze woorden blies hij over hen en zei: ontvangt de Heilige Geest”. De verrijzenis en de verschijning van Jezus aan zijn leerlingen is dus onmiddellijk gekoppeld aan het bestaan en de werkzaamheid van de Heilige Geest, de ervaring van de Heilige Geest en de gave van de Heilige Geest. Er is geen Pasen zonder Pinksteren en geen Pinksteren zonder Pasen. Wanneer wij geloven in Jezus als de Levende mogen we als direct gevolg delen in de Heilige Geest. Sterker  nog “Niemand kan zeggen Jezus is de Heer dan door de Heilige Geest” zegt de apostel Paulus 2).
Hoewel we nog in deze wereld zijn krijgen we al deel aan het leven vanuit de verrijzenis, het leven van Jezus door de Heilige Geest. Het houdt in dat we zijn opgenomen in de gemeenschap van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Jezus blaast over zijn leerlingen, hij stort zijn adem over hen uit. Zoals aan het begin van de schepping God zijn Geest blies over de mens en hen tot leven wekte, zo geeft Jezus ons deel aan een nieuwe schepping. We halen diep adem. Alle benauwdheid, alle beklemming is weg. Er is een nieuw begin. Vreugde, vrijheid, vrede. Pasen en Pinksteren vallen op één dag. Een schone lei.
Vandaar dat Jezus zegt: “Ontvangt de Heilige Geest. Wiens zonden gij vergeeft die zijn ze vergeven, en wie gij ze niet vergeeft die zijn ze niet vergeven”. De eerste gave van de Geest is de vergeving van zonden. Daarmee mag de kerk aan het werk. Want dat is haar zending in en aan de wereld: “de vergeving van zonden”. De onderbreking en verbreking van de kettingreactie van het kwade, de opheffing van de eindeloze oorzaak en gevolg van het kwade. De kwijtschelding van de menselijke schuld. Dat is de taak van de kerk en de evangelieverkondiging.
Dat is volstrekt nieuw als we bedenken dat God alléén zonden vergeven kan. Als Jezus dus zijn leerlingen opdracht geeft de zonden te vergeven, dan doet hij iets wat menselijkerwijs onmogelijk werd beschouwd. In die zin heeft staat het met de vergeving van zonden net als met Pasen en Pinksteren die op één dag vallen. Menselijkerwijs onmogelijk, maar mogelijk bij God. Het is precies waarom de mensen in de tijd van Jezus hem betichten van godslastering – een doodzonde in de ogen van de meesten – omdat hij mensen zonden vergaf, iets waartoe volgens zijn tegenstanders alleen God in staat was en bevoegd was. Die beschuldiging van godslastering bracht hem aan het kruis. Zo stierf hijzelf als een zondaar om onze zonden. Maar zijn verrijzenis sprak hem vrij en bevestigde dat hij de rechtvaardige was, de Zoon van God. Jezus geeft dus de kerk de opdracht om hetzelfde te doen wat hij had gedaan en waarom hij veroordeeld was: zonden vergeven. In de kracht van de Heilige Geest. Een nieuwe schepping, een nieuw begin.
Het is deze boodschap en opdracht die de leerlingen in vuur en vlam zette. Het is deze boodschap die mensen in Jeruzalem naar de bovenzaal waar de leerlingen bijeen waren, deed stromen. Het is dit evangelie dat mensen uit alle landen, rassen en talen, ieder in de eigen taal te verstaan kregen. Door de zondenvergeving verzoent God de wereld met zich. Het is een nieuw begin. Alle mensen worden één. De on-heilige geest, de geest van de wereld, ook wel aangeduid als ‘duivel’ – afgeleid van diabolos wat betekent die ‘scheiding brengt” drijft een wig tussen alles en iedereen. De heilige Geest maakt één en heelt wat gebroken is. De vergeving van zonden is dus geen bijzaak, maar hoofdzaak in het taken pakket van de kerk naar buiten en naar binnen toe. De blijde boodschap dat het kwade, de verdeeldheid, de onenigheid, niet het laatste woord heeft, is de bevrijding die de kerk mag verkondigen en voorleven aan de hele wereld. Daar waait de Geest van God die herbouwt wat is vernield. Wij mogen daar zelf getuige van zijn door onze onderlinge liefde, door ieder onze eigen rol op te pakken in het geheel van de geloofsgemeenschap. Door elkaar te respecteren in ieders anders zijn. Eenheid in verscheidenheid. Pasen en Pinksteren op één dag. Niet één dag, maar alle dagen, elke dag opnieuw. Daarom belijden wij met hart en ziel: Ik geloof in de Heilige geest, de vergeving van zonden, de verrijzenis van het lichaam en het eeuw leven. Amen

Martin Los, p

kerk in de kinderschoenen

Homilie op de 6e zondag van Pasen 5 mei 2024 Houten

In de zeven weken tussen Pasen en Pinksteren leest de kerk alle dagen, ook op de zondagen,  uit het Boek van de Handelingen der Apostelen. Zo horen we elk jaar opnieuw over de gebeurtenissen uit het leven van de apostelen en de eerste christenen en het verloop van de verkondiging van het Evangelie in de wereld . De kerk stond om zo te zeggen nog in de kinderschoenen. Er waren nog geen kerkgebouwen, geen theologische opleidingen, geen uitgebreide rituelen, geen missalen. Alles moest nog ontdekt en uitgevonden worden. Toch zaten ze niet met de handen in het haar. Ze beleefden allereerst heel veel vreugde aan het geloof in de verrezen Heer. Het gemis aan een gestroomlijnde organisatie, aan een uitgekristalliseerde leer, aan nauw omschreven ambten, werd ruimschoots vergoed doordat zij in alles en overal vertrouwden op de aanwezigheid van Jezus die beloofd had: “waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn daar ben ik in hun midden”. In het bijzonder vertrouwden ze op de Heilige Geest die Jezus hen beloofd had. Die zou hen alles leren en hen alles te binnen brengen wat ze nodig hadden om het Evangelie te verkondigen en handen en voeten te geven in de wereld. Het gebrek dat de gelovigen van het eerste uur voelden was veeleer hun rijkdom, omdat ze in alles de werking en de troost van de Heilige Geest spontaan en onmiddellijk ervoeren.
Wij die twee duizend jaar later leven kunnen veel van hen leren.
Want wij hebben nu niet minder de Heilige Geest nodig dan de gelovigen uit de tijd dat de kerk nog in de kinderschoenen stond. De omstandigheden zijn totaal veranderd. Het geloof is niet vanzelfsprekend meer. De rijke traditie lijkt veeleer een last dan een lust. Schandalen hebben de geloofwaardigheid aan getast. We zien eigenlijk alleen nog maar moeilijkheden en verlies. Alsof we op een doodlopende weg zijn. Maar dat is toch niet in overeenstemming met de belofte dat de Heilige Geest ons als zijn kudde zou leiden. Hij leidt ons in de ruimte, in de vrijheid, in de toekomst. Geen doodlopende weg.
De eerste eeuwen ging ook alles niet van een leien dakje. In de lezing uit de Handelingen op deze zondag horen we over een hele moeilijke, schijnbaar onoplosbare situatie 1). Een zekere Cornelius, een niet-Jood, ontmoet Petrus. In die ontmoeting blijkt deze Cornelius ook tot geloof gekomen. Iedereen rond Petrus bleek stomverbaasd. De eerste christenen waren allemaal Joods. Zij gingen er daarom vanzelfsprekend vanuit dat iedere heiden die Jezus zou belijden als de Christus, eerst Jood moest worden en zich moest laten besnijden en zich heel de Joodse traditie moest eigen maken. Dat was in feite voor volwassenen een onmogelijke opgave. Maar het was ook in strijd met het wezen van het christelijk geloof. Dat zegt: het geloof in Jezus alleen rechtvaardigt. Niet traditie of voorrechten. Petrus en de Joods gelovigen ervoeren zelf dat Cornelius de gave van de Heilige Geest had ontvangen. Wat de gave van het geloof betreft was er tussen de heiden die tot geloof kwam en de Joden die het geloof hadden aangenomen geen enkel verschil. Konden ze dan het verzoek van de heidenen om gedoopt te worden en lid van de gemeenschap te worden, weigeren? Was dar niet onbarmhartig Iedereen kon toch zelf nu zien dat het geloof alle verschillen tussen Joden en de andere mensen ophief? Iedereen kon toch zelf zien dat God zonder aanzien des persoons handelde, horen we Petrus zeggen.
De vroeg christelijke kerk stond op het punt een doodlopende weg in te slaan als de apostelen vastgehouden hadden aan de traditie dat iedereen eerst  zich moest laten besnijden om christen te worden. Ze zou beperkt gebleven zijn tot een Joodse afscheiding een voetnoot in de geschiedeneis.
Eigenlijk is hier des sprake van een correctie, een bekering van de toenmalige kerk onder leiding van de Heilige Geest. Dit voorbeeld wordt door Paus Franciscus in het synodaal proces gebruikt om de vraag te stellen: tegen welke moeilijkheden in de kerk en de verkondiging van het Evangelie lopen wij in onze tijd op die onoverkomelijk lijken? Hoe kunnen we onder leiding van de Heilige Geest problemen als vruchtbare uitdagingen gaan zien. Hoe krijgen we elkaar daarin mee als christenen over de heel wereld. Hoe voorkomen we dat ongeduld of wantrouwen scheidingen veroorzaken in plaats van de eenheid en de liefde bevorderen? In het geval van Petrus en de oergemeente aan de ene kant en de niet besneden gelovigen begon de doorbraak met luisteren naar elkaar, luisteren naar de Heilige Geest.
We moeten ons steeds oefenen in luisteren. Onbevooroordeeld. Vol vertrouwen. Stil worden. De oren spitsen. Samen open staan voor de Heilige Geest. Niet bang zijn dat vernieuwingen en veranderingen de kerk alleen schade kunnen doen en dat daarom alles moet blijven zoals het altijd geweest. Het wil ook niet zeggen dat iets vroeger verkeerd was, maar dat de kerk onderweg is.
Luisteren naar de Heilige Geest zal ons helpen. Hij is een geest van liefde. Liefde tot Jezus, liefde tot elkaar. Daar begint het mee. In de tijd van de apostelen en ook in onze tijd. “vrienden, laten we elkaar liefhebben, want de liefde komt van God. Iedereen die liefheeft, is een kind van God en kent God” schrijft Johannes in zijn brie 2). En Jezus zegt: “Zoals de Vader mij heeft liefgehad, zo heb ik u liefgehad. Blijf in mijn liefde”. :Niet gij hebt mij uitgekozen maar ik u en ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voor te brengen die blijvend zijn” 3)
Deze opdracht tot liefhebben geldt niet alleen de leiding maar ook de hele geloofsgemeenschap van alle gedoopten. Die liefde is niet alleen een opdracht maar allereerst een geschenk. Een geschenk waarvoor we allemaal als gedoopten medeverantwoordelijk zijn door die liefde te delen en vruchtbaar te laten zijn.

Martin Los pr.

1) 1e lezing van de eucharistie op de 6e Paaszondag: Handelingen: 10:25-26, 34-35,44-48
2) 2e lezing: ! Johannes 4:7-10
3) Evangelielezing: Johannes 15:9-17