Heiland. Vergeetwoord? Nee toch.

Homilie op de 6e reguliere zondag door het jaar in de kerk van Cothen

Bij de geboorte van Jezus zegt de engel tegen de herders: “Vreest niet, want zie ik verkondig u een grote vreugde die zal zijn voor heel het volk: U is heden een Redder geboren, Christus de Heer in de stad van David”. Die aanduiding Redder is een vertaling van een Grieks woord dat in de Protestantse vertaling van het Nieuwe Testament wordt vertaald met Heiland. Ook in de katholieke traditie is deze titel voor Jezus bekend. Bijvoorbeeld  in het lied voor de Adventstijd “O Heiland open wijd de poort, en daal omlaag, Gods eeuwig Woord, die aller mensen redder zijt, zo lang voorzegd, zo lang verbeid”.
Al rond het jaar 850 verscheen in het Saksisch een omvangrijk gedicht dat het leven van Jezus, zijn lijden en sterven en verrijzenis, navertelt aan de hand van wat de Evangeliën en de traditie ons vertellen. Dat epos heette ‘de Heliand’.  Daar horen we natuurlijk het woordje ‘heel ’in. De Heliand is de heelmaker. Degene die in staat is alles wat mensen markeren, lichamelijk, geestelijk, sociaal, weer heel te maken.
Lang geleden werden artsen heelmeesters genoemd en de studie voor artsen heette heelkunde. Dat wil zeggen dat zij vast konden stellen wat iemand mankeerde en welke ingrepen moesten worden verricht en welke medicijnen moesten worden voorgeschreven. Of waar men terughoudend moest zijn en door ingrepen de niet de situatie van de patiënt erger maakte. Ook hoe een heelmeester door zijn gezag, als een patiënt niet beter kon worden, deze met zijn lot verzoende en troost bood.
Dat Jezus de Heiland wordt genoemd, wordt in het christendom verbonden met zijn kruis en verrijzenis als redding van de mensheid die door de zonde is aangetast. Door het geloof in Jezus als de Heiland worden we nieuwe mensen. Door de unieke behandeling van deze heelmeester worden we door hem aan onszelf teruggegeven als kinderen van God. In die zin is deze arts, Jezus de Heiland, ook een verloskundige.
De Evangelies vertellen alle vier over Jezus, om hem – niet alleen voor toen, maar voor altijd – aan te wijzen als de Heiland der wereld. De Evangelies doen dat op zo’n bijzondere manier dat wij die nu leven en luisteren naar de verhalen over wat Jezus zei en deed, door het geloof direct met hem in aanraking komen, met deze Heelmaker.
Daarom vertellen de Evangelisten hoe Jezus toen hij op aarde leefde, mensen genas, duivels uitdreef, gevangenen bevrijdde. Zoals de genezing van de melaatse die Jezus smeekte om hem te genezen.
We lezen dit jaar uit het Evangelie naar Markus. Vorige week zondag hoorden we dat Jezus met zijn leerlingen naar de synagoge – wij zouden zeggen naar de kerk – ging waar hij iemand die in de war was uit zijn isolement bevrijdde. Daarna ging hij met zijn leerlingen naar het huis van de schoonmoeder van Petrus. Zij bleek koorts te hebben. Onmiddellijk ging hij naar haar toe en pakte haar bij de hand. Ze stond op en vrij van koorts diende zij de aanwezigen. Ze mankeerde niets meer. Ze kon met alle familie en vrienden weer het leven vieren. 
Daarna kwamen vele zieken uit het stadje op hem toe die hij genas. Niet alleen deze zieken en lijdenden werd geheeld, maar daardoor ook de hele gemeenschap. Want waar één iemand lijdt, lijdt heel de omgeving mee. Jezus was dus duidelijk herkenbaar als Heiland, als degene die mensen weer heel maakte en hele gemeenschappen weer perspectief bood.
In het verhaal van vandaag staat Jezus voor een andere opgave 1). Een melaatse is iemand die geen deel uit mag maken van de gemeenschap. Hij moet juist op een afstand blijven. Als Jezus deze mens wil helen en weer de vrijheid wil schenken om onder de mensen te zijn, moet hij contact met de melaatse maken. Dat betekent dat hij dan zelf buiten de gemeenschap komt te staan. Iedereen zal hem mijden, hij, juist degene die instaat is mensen de bevrijden van onheil en hele gemeenschappen kan genezen en herstellen. Toch laat Jezus zich daardoor niet weerhouden. En gelukkig komen kort daarop weer van alle kanten naar deze heelmeester toe. Ze begrijpen omdat Jezus van Godswege komt dat  niets en niemand hem als heelmeester kan en zal verhinderen zijn blijde boodschap te verkondingen, mensen te helen en aan zichzelf terug te geven en iedereen te inspireren door zijn woorden en daden.
Deze Jezus die door zijn Evangelie tot ons spreekt, wekt ons daardoor ook op om ons voor hem open te stellen, en hem volledig te vertrouwen, en om hem na te volgen. Ook in onze tijd en om ons heen zijn mensen slachtoffer van discriminatie door hun afkomst, hun armoede, door dat ze met de vinger worden aangewezen en kampen met eenzaamheid. Omdat ze van alles mankeren, het meest nog aandacht en liefde van medemensen. Jezus, de heelmeester, laat zien dat hij niet bang is dat mensen hem met de vinger nawijzen omdat hij een melaatse genezen, geheeld heeft, die hij herenigd heeft met de gemeenschap van mensen. Laten ook wij niet bang zijn om als door ontferming bewogen mensen die buitengesloten zijn, te helpen. Zo mogen wij de boodschap van vreugde van het Evangelie delen en doorgeven.
Vandaag raakt Jezus ons ook aan door de gave van zijn lichaam en bloed in de eucharistie. We herkennen ons in de ontmoeting van Jezus en de melaatse. We worden door hem in geloof geheeld. We worden gesterkt in de gemeenschap met God. We worden geheeld. We worden hele mensen die zeggen: De Heer is mij Herder. Het zal mij nooit aan iets mankeren 2). Amen

Martin Los. pr

1) Evangelielezing van deze zondag: Marcus 1:40-45
2) Psalm 23

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.