Liefdes nalatenschap

Preek op de avond van Witte Donderdag Mariakerk 2021

Lieve broeders en zusters, elke keer als we samenkomen om de eucharistie te vieren, belijden wij de dood en de verrijzenis van onze Heer, het grote mysterie van Pasen. Maar we doen dit heel bijzonder in deze drie dagen van Pasen, Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paaszaterdag. Meer dan ooit beleven we in deze dagen wat we ons hele leven belijden. We gedenken bewust en liefdevol de weg die Jezus gegaan. We vertellen de verhalen van zijn laatste dagen opnieuw en we stellen ons de gebeurtenissen voor ogen door middel van de eeuwenoude rituelen van de kerk die ons vanaf het eerste Pasen zijn overgeleverd. Als we vanavond de eucharistie vieren, zien we Jezus met zijn leerlingen aan het laatste Avondmaal.
Johannes vertelt: Jezus die wist dat zijn uur gekomen was om naar de Vader over te gaan, en die de zijnen in de wereld bemind had, gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe 1). Toen Jezus voor het begin van de maaltijd zijn kleren opschortte en voor ieder van zijn leerlingen neerknielde om hen de voeten te wassen, nam hij dus heel bewust de taak op zich die God, de Vader hem had toevertrouwd: de overwinning op zonde en dood door zijn liefde tot het uiterste toe. De voetwassing was niet alleen een voorbeeld dat Jezus zijn leerlingen gaf, het was zijn liefde zelf die hij hen toevertrouwde. Het was zijn testament dat hij hen toevertrouwde. Een nalatenschap die aan ons is doorgegeven. Wat we vandaag gedenken is niet alleen een voorbeeld, maar in de eerste plaats een geschenk, de oorzaak van ons geloof, de daad die alles in beweging heeft gezet. Het laatste avondmaal is een gave van liefde en een opgave om elkaar lief te hebben.
Door de voeten van zijn leerlingen te wassen, nam Jezus de gestalte van een slaaf aan. En aan het eind  nodigde hij zijn leerlingen voortaan elkaar de voeten te wassen. Boze tongen beweren dat het christelijk geloof eigenlijk mensonwaardig is, omdat het mensen aanzet zichzelf ondergeschikt te maken en hun eigen natuurlijke belang, hun eigen mogelijkheden en talenten te negeren. Een slaafse godsdienst voor ondergeschikte mensen. Slavernij moet niet worden aangemoedigd maar uitgebannen uit de samenleving, zegt men. Allerlei vormen van slavernij, ook in onze tijd, moeten natuurlijk worden opgeheven en tegengegaan. Maar Jezus verheerlijkt niet de slavernij die mensen ondergeschikt en gedienstig maakt. Elkaar dienen, elkaar de voeten wassen, betekent elkaar lief hebben, het beste wat in je is, vrijwillig ten dienste stellen van elkaar. Niet gedwongen of uit angst, maar uit liefde. Zo zullen we zelf het kwade overwinnen door het goede. Zo zullen we laten zijn waar ware vrijheid toe leidt. Niet tot overheersing van de een door de ander, maar dat we samen het leven mooi maken. Zij die ons een slaafs geloof verwijten en een sta-in-de-weg van mensen in hun ontwikkeling, kunnen beter kijken naar de verslaving om ons heen, niet alleen de verslaving aan genotsmiddelen die verwoestend uit werken, maar ook  de verslaving aan bezit, geld en macht, aan consumptie die allemaal het leven lelijk maken en mensen van elkaar vervreemden.
Jezus heeft ons zichzelf nagelaten in brood en wijn om ons deel te geven aan het leven met God, het eeuwige leven. Laten we daarom de eucharistie met grote liefde vieren en altijd omgeven met respect. Maar laten we de nalatenschap van Jezus, zijn liefde die ons heeft aangeraakt, in ons eigen leven niet veronachtzamen, maar er uit leven in de omgang met elkaar.
Amen

Pastoor Martin Los

  1. Evangelie van Witte Donderdag: Johannes 13:1–15

Zonder verwachting kan het onverwachte zich niet aandienen

Overweging op Palmzondag 28 maart 2021 Mariakerk en Willibrordkerk.

We gedenken op deze Palmzondag de ontmoeting van Jezus en Jeruzalem, zijn stad. De menigte roept: “gezegend degene die komt in de naam van de Heer”. Wie in deze tijd op het vliegveld van Tel Aviv landt en voet op Israëlische bodem zet, ziet daar boven de poort tot de grote hal nog steeds die woorden: “Gezegend degene die komen”(Baroech haboiem). Dat betekent ‘hartelijke welkom’. Een echte ontmoeting kan alleen maar plaats vinden als degene die op bezoek komt, echt welkom is. Als men voor die ander openstaat, en In die ander geen bedreiging maar een belofte ziet. Belofte of bedreiging, dat is de vraag. Zien we Christus als belofte of als bedreiging?
De menigte heet Jezus spontaan welkom. Mantels worden op de weg gelegd en palmtakken om als het ware de rode loper uit te leggen voor een nieuwe koning. Maar een ander soort koning dan ze verwachten. Hij komt niet te paard met een zwaard in zijn schede, maar op een ezel. Ooit heeft een profeet wel voorzegd dat eens een koning zou komen op een veulen. Maar wie had dat ooit serieus genomen? Een dode letter toch? Niet dus!Hier gebeurt het. De ontmoeting gaat heel anders dan verwacht. Verwachten we als God zijn beloften gaat vervullen dat er werkelijkheid iets gaat veranderen? Durven we de verwarring aan? Waar niet uit verwachting geleefd wordt, kan het onverwachte zich niet aandienen.
De ontmoeting van Jezus en zijn stad – de stad waarover zovele profetieën zijn uitgesproken, de stad die zo luid bezongen is door de eeuwen – die ontmoeting verloopt uiteindelijk heel anders. Jezus wordt uitgefloten, uitgestoten en uitgesloten. De poorten die in de Psalmen en oude rituelen worden opgeroepen wagenwijd open te gaan voor de koning in heerlijkheid, zijn door de kruisiging met een luide klap dichtgegooid. Máár…. een ontmoeting bestaat uit twee partijen. Jeruzalem heeft de deur in het slot gegooid. En wat doet Jezus, die welkom geheten is als degene die komt in de Naam van de Heer? Wat doet Jezus? Hij keert zich niet af, schudt niet het stof van zijn voeten. Hij omhelst met zijn gekruisigde armen zijn stad. Hij kromt zich onder haar lot. Hij neemt zijn lijden op zich. Liever aan het kruis gestorven voor de zonde van de mensen, dan alleen zijn heerlijkheid binnengegaan. Het is Jezus’ solidariteit, het is zijn liefde voor de wereld die groter is dan het kwade, groter dan de onmenselijkheid, groter dan de lelijkheid, groter dan de dood. Hij geeft de wereld hoop, in het bijzonder allen die lijden omdat ook zij zich niet neerleggen bij het kwade en het onrecht. De verrijzenis van Jezus die de overwinning van het kruis toont, stoot ons aan met de kracht van de hoop. We vieren met Pasen dat God alle hoop die de wereld had laten varen, terug schenkt. We durven weer vol verwachting te leven door Jezus ons vertrouwen te schenken en voor hem open te staan. Waar geen verwachting is alleen verleden, herinnering, teleurstelling, schaamte, wrok. Waar geen verwachting is, krijgt het onverwachte geen kans. Laten we daarom leven van de hoop. Misschien hebben we ook wel ergens een ezel klaar staan in de vorm van ons eigen moeizame bestaan en de lasten die wijzelf dragen. Laten we het afstaan aan onze Heer die ons niet tot last wil zijn, maar gaarne onze lasten op zich neemt. Hosanna, gezegend hij die komt in de naam van de Heer.
Amen

Martin Los, pastoor
Op Palmzondag wordt het Evangelie van de intocht van Jezus in Jeruzalem gelezen (Marcus 11:1-10) en in de Mis die erop volgt het Passieverhaal (Marcus 15:1-39)