Toen hun vader plotseling was overleden, vroegen zijn drie zonen zich af hoe ze hem een passende begrafenis konden geven.
Hun vader was vertrouwd met de riten van de kerk. Misschien had hij in zijn jeugd zelfs wel enige tijd op het seminarie gezeten. Dus het stond vast dat er een requiemmis gehouden zou worden in de parochiekerk.
Voor hen was de kerk niet meer dan een niet onplezierige herinnering uit hun kindertijd. Maar ze gunden “die ouwe” een uitvaart met latijn en wierook. Ze hoopten deepdown ook nog een vleugje van de hypnotiserende mystiek op te snuiven die zo bij hun vader hoorde.
Andere wensen ten aanzien van het afscheid in de kerk hadden ze niet. Eén van hen zou een kort woordje houden. Ongeveer op de manier van Olie B. Bommel die vaak tegen Tom Poes zei: “Mijn goede vader zei altijd”. Aan alles was te merken dat de jonge mannen trots op hun vader waren. Hij was waarschijnlijk een goede sparringpartner voor hen geweest op weg naar de volwassenheid. Ik stel me voor dat hij hen een stevig tegenwicht geboden had en tegelijk ruimte had gegeven.
Ze hadden eigenlijk maar één verzoek: “We willen zelf onze vader begraven.”
“Geen probleem” zei ik “Normaal plaatst de beheerder van onze begraafplaats een hydraulische lift op het graf. Tijdens de begrafenis wordt de kist daarop gezet. Op mijn teken laat de uitvaartleider de kist zakken. Maar jullie kunnen natuurlijk ook de kist met touwen laten zakken. Bespreek het verder met de uitvaart ondernemer. Die regelt dat dan wel”.
“Er komt in absoluut geen lift aan te pas als onze vader begraven wordt” antwoordde de meest bespraakte van de drie. Het verschil in reactiesnelheid was eigenlijk niet meer dan een neuslengte bij de finish van een atletiekwedstrijd. In de loop van het gesprek was het steeds een verrassing wie van hen het eerst het woord nam.
“Het idee dat pa in zijn graf wordt gelegd zonder een spatje inspanning van ons” zei de andere zoon met minachting op zijn gezicht.
We laten hem eigenhandig aan touwen zakken” zei de derde alsof hij een knoop doorhakte.
Aan hun gezichten was te zien dat ze als het ware nog eenmaal het gewicht van hun vader in volle zwaarte wilden voelen als ze de kist neerlieten.
“Die ouwe” met wie ze zoveel gestoeid hadden, gaven ze niet uit handen aan vreemden. Ze hadden nog op zijn rug paardje gereden. Hij had in het spel met zijn kinderen hen opgetild en gedragen. Later toen ze opgroeiden had hij hen intellectueel gedragen en weerstand geboden. Ze wilden nog een laatste keer zijn gewicht ten opzichte van zichzelf bepalen en eren.
“Dat is dan afgesproken” zei ik in de verwachting dat het gesprek naar een einde toeging.
“Maar we willen ook onze vader zelf begraven!” vervolgden ze onverstoorbaar.
“Wat bedoelen jullie?”
“ Als we de kist hebben neergelaten, willen we de kuil dichten met de berg aarde die naast het graf ligt”.
“Dat heb ik eigenlijk nooit eerder meegemaakt” zei ik belangstellend. En ik voegde er zonder aarzeling spontaan aan toe: “Maar als jullie dat willen moet er, vind ik, een mogelijkheid voor zijn. Ik neem wel contact op met de beheerder van onze begraafplaats”
“Maar hoe stellen jullie je dat praktisch voor?” vervolgde ik “Jullie hebben de kist aan touwen laten zakken. Er staan dan zo’n honderd aanwezigen rondom jullie. Dat dichten van de kuil gaat zeker een half uur duren. Het lijkt me niet prettig voor je moeder en de andere aanwezigen zo lang daar te moeten staan. Bovendien komen de eerste scheppen zand met een luide plof op de kist. Dat kan een aanslag zijn op het gevoel van mensen met teerdere zielen dan die van jullie”.
Ik zag aan hun gezichten dat ik door de situatie beeldend te beschrijven erin geslaagd was hen in gedachten mee te nemen naar het moment van de begrafenis.
Plotseling zagen ze zichzelf in hun nette pak dat ze voor die ene keer zouden dragen. Elk met een grote schop in de hand. Ze voelden het zweet al van hun voorhoofd druipen. Het was augustus. En al die tijd zouden de ogen van familie en vrienden op hen en hun inspanningen rusten.
Ze keken enigszins teleurgesteld. Niet door mijn woorden, maar door wat hun eigen waarneming hen vertelde.
Ik glimlachte van binnen een klein beetje omdat deze drie jonge mannen die zich door niets lieten weerhouden, nu toch even weifelden hoe het verder moest.
Maar voor geen goud had ik hen de mogelijkheid willen ontnemen om met grote schoppen en luide ploffen zand de kist van hun vader langzaam aan hun oog te onttrekken.
Elke schep zand die ze in de kuil wierpen zou het verhaal vertellen van hun jeugd. Elke schep zand die hun spieren op de proef zou stellen, zou hen laten voelen hoe ze met hem als kind gestoeid hadden als mannen onder elkaar, tot hun spieren pijn deden. En hoe ze later hun krachten met hem gemeten hadden in verhitte debatten. Het had hen gemaakt tot de mannen die ze nu waren. Geen fysieke krachtpatsers, maar wel intellectuele mannetjesputters.
“Ik stel voor, dat we na de begrafenis allemaal naar het restaurant gaan waar de receptie wordt gehouden. Met jullie moeder nemen jullie de condoleances in ontvangst. Je eet even een broodje. Dan vertrekken jullie via de achterdeur naar de begraafplaats. Daar dichten jullie dan zelf het graf.
Mijn voorstel werd dankbaar aanvaard. Ze gingen opgelucht weg. Ik genoot inwendig van de onschuldige samenzwering die we hadden afgesproken.
Meteen belde ik de beheerder op. Ik legde hem uit wat de bedoeling was. Ik kende hem als een man met een open geest. Maar bij dit vooruitzicht van drie jonge mannen die alleen gelaten op het kerkhof een grafkuil gingen dichten, begon hij toch te sputteren: “ik weet niet of ik daarmee akkoord kan gaan. Er lopen misschien andere bezoekers over de begraafplaats. Wat voor indruk moet dat op hen maken!”
“Ach, de jonge mannen zullen dat echt wel een beetje waardig doen”zei ik “en op dat uur is het meestal stil op de begraafplaats. Het is dan siësta. Trouwens, ik kan me niet voorstellen dat iemand van zijn stuk raakt als ze die jongens aan het werk zien”,
“Goed dan. Maar het moet geen gewoonte worden, hoor!”
“Zo’n vaart zal dat niet lopen, hoor. Het is een heel bijzonder stel. Net de drie musketiers. Die kom je niet elke dag tegen”.
De dag van de begrafenis brak aan. Het was een prachtige zonnige dag.
De requiemmis verliep sereen en stijlvol. Ook het woordje van de zoons met liefde en milde humor gebracht paste daar geheel in.
Tijdens de begrafenis lieten ze als harde werkers de kist aan touwen neer, terwijl de uitvaartleider werkeloos toekeek.
Na het slotgebed gingen alle aanwezigen naar het restaurant. Ik zelf ging ook mee om een kopje koffie te drinken en een praatje te maken met familie en vrienden van de gestorvene. Het waren boeiende gesprekken want de overledene was een bijzonder mens geweest. Na verloop van tijd nam ik afscheid van zijn vrouw. Het was me ontgaan dat de drie jonge mannen er tussen uit geslopen waren.
Op weg terug naar de pastorie kwam ik bij het kerkhof. Ik hoorde van verre al hun uitgelaten stemmen. Toen ik dichterbij kwam, zag ik hen aan het werk. Hun jasjes hadden ze uitgetrokken, hun stropdas afgedaan, hun overhemd boven losgeknoopt en hun mouwen opgestroopt.
Ze waren bijna klaar. Het graf was gedicht. Hun grote schoppen hadden aan de kant geworpen.
Met zijn drieeen dansten ze op het graf van hun vader. Want toen ze al het zand in het graf hadden geschept, had zich een heuvel gevormd. Door de kist die in het graf is neergelaten, blijft er immers minstens een kubieke meter zand over.
Al dansend probeerden ze nog zoveel mogelijk grond de kuil in te stampen.
Terwijl ze zo op en neer sprongen waren ze helemaal buiten zichzelf. Hun stemmen gingen ongemerkt over in gejuich. Het had nog het meest weg van jodelen wat ze deden. Alleen kaatste er geen echo van de bergen terug, maar vormden ze zelf de echo van elkaar.
Zo dansten en sprongen ze op het graf van hun vader. Niet omdat ze blij waren dat de man onder de zoden lag. Ze waren apetrots op hem.
Ze hadden door deze eigenhandige begrafenis hun relatie met hun vader met de inspanning van hun hele lichaam opgeslagen in hun wezen.
Ze jubelden het uit als kinderen die iets kostbaars buit gemaakt hebben. Het was adembenemend.
Ik zorgde ervoor, om hen niet de storen, dat ze mij niet zagen. Wat hier te zien was, was niet voor andere ogen bestemd. Het was een heilig moment.
Terwijl ze zo dansten op het graf leken hun voeten even de aarde niet meer te raken. De zwaarte was van hen afgevallen. Ze voelden de intense lichtheid van het bestaan en dansten als eendagsvliegen in het zonlicht.
Het leek erop dat hun vader die nu in de zorgeloze hemel boven was, hen beloonde voor hun inspanning en hen optilde zoals in hun kindertijd wanneer hij eindelijk thuis kwam van zijn werk.
© Martin Los
Hartverwarmend , dank voor het delen
Dit verhaal brengt me terug bij de begrafenis van mijn moeder
Precies zo is het bij ons gegaan.
We hadden dit van tevoren met haar besproken en ze genoot bij voorbaat van het idee , dat wij haar zouden ‘ toedekken ‘ met een warm liefdevol dekentje van Aandacht Mijn vader vond het maar niks , wilde niet over de dood praten Mijn moeder gaf een knipoog en suggereerde dat er genoeg mensen bij pa binnen zouden blijven op dat moment.
Tijdens de koffietafel na de begrafenis glipten een paar van haar kinderen en kleinkinderen samenzweerderig de pastorie uit en haalden de meegebrachte scheppen en zelfs een paar tuinoverals en klompen uit onze auto’s.
Onbeschrijfelijk hoe Goed het voelde om met elkaar pratend , tranen op de wangen en tegelijkertijd lachend , op de de maat van lievelingsliedjes van onze moeder en oma zingend onze krachten te bundelen en het graf vol te gooien met zand , veel zand.Een héél warm dekentje !
Wij allen voelden zó dat we onze fantastische moeder en oma in dit ritueel met elkaar aan het eren waren. En dát verdiende ze echt !
Toen we bezweet , sommigen met her en der spoortjes zand , voldaan weer binnen kwamen in de zaal , waar mijn vader en vele gasten waren , riep de kleinzoon van 7 ( die heel verdrietig aan het snikken was tijdens de uitvaartmis ) enthousiast naar alle aanwezigen : ” Zó gaaf joh…Ik mocht meehelpen oma Ria toe te dekken en nu heeft ze het lekker warm ”
Ik heb meteen laten weten dat het een groot kado voor mij zou zijn als dit op mijn begrafenis ook mag gebeuren .