Het was al over zevenen in de avond. De eerste vrienden van onze club zouden al in de Brazzerie Abrona zijn voor onze maandelijkse ontmoeting.
Op Twitter zag ik meldingen van mensen die stonden te wachten op de rook die uit de Sixtijnse kapel zou opstijgen. Tegen het eind van de middag hadden de kardinalen weer hun stem uitgebracht. Zou het ditmaal witte rook zijn?
De meeste tweets gingen die middag over de zeemeeuw die op het kapje van de schootsteen was gaan zitten. De grappen die erover gemaakt werden, waren meestal flauw.
Bijvoorbeeld dat de duif toch symbool is van de heilige Geest in niet de zeemeeuw.
Uit balorigheid voegde ik er zelf een tweet aan toe: “Een #seagull op de schoorsteen? Heb ik iets gemist? #Earthflight is toch een programma van de #EO?”
Ik zette nog een keer de televisie die ik een paar minuten daarvoor had afgezet, aan. Maar op Ned1, 2 of 3 geen enkel beeld van het plein voor de Sint Pieter met de wachtende journalisten, cameramensen en gelovigen.
Ik had nog niet eerder tijdens dit conclaaf een voorgevoel gehad dat er iets stond te gebeuren. Maar vreemd genoeg nu wel.
Er was geen aanwijzing dat vanavond al de beslissing zou vallen.
Had kardinaal Simonis niet in de aanloop gezegd dat conclaaf “misschien wel vijf dagen” kon duren?
De meeste Vaticaan-watchers en katholieken hoopten op een snelle verkiezing, maar weinigen rekenden er echt op.
Des te vreemder was het dat ik moeite had om de t.v. en de computer uit te zetten.
Alsof ik een voorgevoel had dat precies wanneer ik onderweg zou zijn naar de club, de witte rook zou verschijnen.
Ondanks de vrieskou zou ik vanavond op de fiets gaan. Onlangs had ik die tweedehands gekocht. Het moest er toch van komen dat ik wat vaker de fiets neem.
Volgens de fysiotherapeut kan mijn rechterknie wel wat extra beweging gebruiken.
Maar op de fiets had ik geen autoradio om het laatste nieuws te horen.
Met een vreemd gevoel deed ik de pastoriedeur achter mij dicht. Alsof ik spijbelde.
Ik bad nog even een schietgebedje tot de heilige Geest om een goede opvolger van Petrus.
Toen stapte ik wat weemoedig op de fiets en reed door de vrieskou naar de club.
Halverwege verscheen er plotseling een vlucht ganzen boven mij vanachter een groep hoge bomen langs de Leidsche Rijn op de grens van de Balije. Het was niet ver van de plek waar het Romeinse schip in de klei gevonden is.
Ik keek op vanwege het geluid dat ze maakten. Het waren er precies zeven.
Drie vlogen een metertje of twee voor de andere vier uit. Ze vlogen in noordoostelijke richting.
Vier is het getal van het aardse en tijdelijke, drie van het hemelse en eeuwige, samen zeven, het getal van “het is genoeg, meer is niet nodig”.
“Waarom precies op dat moment zeven ganzen in de richting van de oorsprong van het licht?”ging het door mij heen
“Nee”dacht ik bij mezelf “ga nou niet bijgelovig zitten doen”.
Uit mijn gymnasiumtijd herinnerde ik me hoe we als leerlingen ons bij het lezen van de klassieke Latijnse teksten ons verwonderden over het feit dat de Romeinen aan de vlucht van vogels veel betekenis hechten. “Wat waren die Romeinen toch bijgelovig!” dachten we
Overheden lieten hun beslissingen vaak afhangen van de richting die vogels uitvlogen.
De zeven ganzen bepaalden dus op twee manieren mijn gedachten bij Rome.
Bij het klassieke Rome met haar beëdigde voorspellers die van de beweging van vogels in de lucht de toekomstverwachtingen aflazen.
En bij het actuele Rome waar het conclaaf mogelijk in een beslissende fase was.
Wonderlijk hoe snel gedachten kunnen gaan. Als in vogelvlucht. Van het oude Rome naar het Rome van nu: de eeuwige stad
“Het zal toch niet waar zijn” dacht ik “dat ik aan deze zeven ganzen zou kunnen aflezen dat er witte rook te zien is, en dat we een nieuwe paus hebben”?
Dan was mijn voorgevoel juist geweest, toen ik nog thuis was en iets me tegenhield om te vertrekken. Vreemd, zo’n onverklaarbaar voorgevoel.
Een paar minuten later deed ik mijn fiets op slot voor de voormalige boerderij. Ik hing mijn jas in de garderobe aan de kapstok. Daarna liep ik door de Brazzerie met een opgewonden gevoel. Ik groette in het voorbijgaan het personeel achter de bar.
Toen ik de serre naderde, riep één van de aanwezige leden van de club me toe: “Martin, je hebt een nieuwe baas!”
Anderen hielden hun mobieltje voor me: “kijk, witte rook!”
De één na de ander feliciteerde me met de nieuwe paus al was zijn naam nog onbekend was.
Ik was blij met zoveel oprecht medeleven, zeker omdat de club bestaat uit mensen met allemaal verschillende overtuigingen.
Het deed me goed dat de vrienden spontaan mijn gevoelens deelden van blijdschap dat de periode van de “sede vacante”voorbij was.
Toch moest ik steeds denken aan de vlucht van de zeven wilde ganzen.
Hoe was het mogelijk dat ik thuis moeite had om weg te gaan uit vrees dat ik iets zou gaan missen? En hoe kon het dat de vlucht van zeven ganzen voor mij betekende dat er een mogelijk een nieuwe paus gekozen was?
Iemand die mij later vraagt: “waar was jij toen de witte rook uit de schoorsteen kwam bij de verkiezing van paus Franciscus op 13 maart 2013?” die krijgt hij dit mysterieuze antwoord:
“Het was koud. Ik reed moederziel alleen op de fiets langs de Leidsche Rijn en zag plotseling een vlucht van zeven ganzen boven in de lucht”.
Ik zal er een knipoog bij geven. Want voor mij waren die zeven ganzen in de lucht op weg naar het Noordoosten, de oorsprong van het licht, toch ook een soort knipoog van de heilige Geest. Of niet soms?
(c) Martin Los