
Het Levende Brood
“Ik ben het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet zal hij leven in eeuwigheid” zegt Jezus 1). Dit is het mysterie van het geloof dat we in elke eucharistie vieren en verkondigen als we na de instellingswoorden zeggen: ‘Heer, Jezus wij verkondigen uw dood en wij belijden tot gij wederkeert, dat gij verrezen zijt”. We nuttigen niet alleen het lichaam van Christus, maar wij verkondigen daardoor als volk van God ook zijn verrijzenis en wederkomst. Daarmee is de eucharistie duidelijk een profetische maaltijd is. Zij is het teken dat verwijst naar het koninkrijk van God dat komt en naar de verrijzenis: “Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet zal hij leven in eeuwigheid”.
In de eucharistische maaltijd en de communie ontvangen we in geloof dit levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Jezus voedt ons met zichzelf. Hij schenkt ons niet alleen de Blijde Boodschap, Hij schenkt ons niet alleen zijn leer. Hij schenkt ons ook zijn leven, zijn goddelijk leven. Die niet van elkaar los te maken zijn. Hij schenkt ons de levende gemeenschap met hem: “neemt en eet hiervan, want dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt”. Dat is een zaak van geloof. Daarom antwoordt degene die ter communie gaat met “Amen” Dat is “ik geloof”.
In de loop van de tijd is er helaas veel verwarring, onenigheid en zelfs strijd geweest over de vraag in hoeverre brood en wijn werkelijk lichaam en bloed zijn van Christus in de eucharistie. De Joodse tijdgenoten van Jezus vroegen zich al verwonderd of geërgerd af zoals we hoorden: “Hoe kan hij ons zijn vlees te eten geven”. We zijn toch geen kannibalen? Nee, absoluut niet. Maar de werkelijke tegenwoordigheid van Jezus in brood en wijn is ons als gelovigen bijzonder lief en kostbaar. Ja, daar staat of valt ons geloof en de kerk mee omdat hijzelf het zegt.; “Dit is mijn lichaam”. Om dit te benadrukken viert de kerk dit feest van Sacramentsdag sinds ongeveer de 13e eeuw. De reden was dat in die tijd steeds meer discussie ontstond over het hoe van de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in brood en wijn. Daardoor rees twijfel en kwam er onenigheid
Natuurlijk was elke Witte Donderdag de gedachtenis van de instelling van de Eucharistie. En dat is het nog steeds. Toen zei Jezus immers: “Blijft dit doen om Mij te gedenken”. Daardoor begrepen de apostelen dat het Laatste Avondmaal niet een eenmalige gebeurtenis was, maar dat ze zo telkens moesten samenkomen en handelen. Dat heeft de kerk dan ook vanaf die dag elke zondag gedaan tot op de dag van vandaag. Ze dankten God, braken het brood en deelden de wijn. Deze traditie heeft ook de apostel Paulus ontvangen. Hij was zelf niet aanwezig bij de instelling van de eucharistie. Hij kwam pas later tot geloof. Maar niet minder krachtig beleed hij in zijn brieven zoals we hoorden: “geeft niet het brood dat wij breken gemeenschap met het lichaam van Christus? En hij voegt er meteen aan toe: omdat het brood één is, vormen wij alleen één lichaam want allen hebben wij deel aan het ene brood” 2).
Paulus laat dus zien dat er een direct verband is tussen het lichaam van Christus dat wij ontvangen in de communie en de geloofsgemeenschap van de kerk dat ook lichaam van Christus genoemd wordt. De Heilige Augustinus brengt het zo onder woorden: door de communie worden we steeds meer het lichaam van Christus dat we zijn.
Dat Christus werkelijk tegenwoordig was in brood en wijn daar was eeuwenlang geen discussie over. Totdat in de Middeleeuwen behoefte ontstond onder theologen om die tegenwoordigheid nauwkeurig te definiëren aan de hand van de wetenschappelijke concepten van die tijd. Men wilde op die manier het geloof in de werkelijke tegenwoordigheid van de Heer in brood en wijn beschermen.
Vanaf die tijd ontstond verschil van opvatting over hoe Christus tegenwoordig is. Het was de tijd van de Reformatie waarin verschillen werden uitvergroot in plaats van overbrugd. Met name in Protestante kerken koos men ervoor de woorden van Jezus zo uit te leggen: “Dit betekent mijn lichaam”. Dat is iets anders dan werkelijke tegenwoordigheid. Gelukkig is er in onze tijd een groeiende overeenstemming onder de verschillende kerken.
In onze Rooms-katholieke kerk is door theoloog Joseph Ratzinger (de latere paus Benedictus XVI) betoogt dat ons geloof niet afhankelijk gemaakt mag worden van filosofische begrippen die toen in de Middeleeuwen bruikbaar waren om het geloof in de werkelijke tegenwoordigheid te beschermen, maar die nu niet meer begrepen worden en het alleen maar moeilijker maken. Hij benadrukt het profetische teken karakter van de eucharistie.
Wij hoeven immers niet te geloven in theorieën, want de werkelijkheid zelf daar gaat het om. En die ligt voor het geloof open en bloot voor ons door de woorden van Jezus zelf: “Dit is mijn lichaam” en “Ik ben het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald”
Tegelijk is weer veel meer oog gekomen het feit dat de Christus niet alleen in het brood zelf tegenwoordig is, maar in hele eucharistische maaltijd. Jezus zegt immers: “Blijft dit doen om mij te gedenken”. “Dit” is niet het brood alleen, maar de hele handeling. Christus zelf is de priester die aan het altaar het brood breekt en de offeraar die zijn leven als dankoffer van God brengt. “Ik ben het Levende Brood dat uit de hemel is neergedaald.
Naast dat Bijbels inzicht zien we in onze tijd groeiende toenadering tussen de kerken doordat ook de traditionele protestantse kerken steeds meer openstaan voor de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de viering van het laatste avondmaal. Het opent misschien de weg naar de gezamenlijke viering van de maaltijd van de Heer. Het zou de verhoring van de gebeden om de eenheid van de christenen een stuk dichterbij brengen, verhoring ook en vooral van het gebed van Jezus die bad: Vader, ik bidt u dat zij allen één zijn.Sacramentsdag is in het leven geroepen om door verering van het Allerheiligst Sacrament het geloof in de werkelijke tegenwoordigheid van de Heer te beschermen en versterken. Niet om mensen buiten te sluiten, maar om tot zegen te zijn van iedereen. De beste wijze om dat te doen is zelf de eucharistie en de communie elke keer met groot respect en liefde tot God te vieren en uit liefde voor Hem die ons gezegd heeft: “blijft dit doen om mij te gedenken”. Laten wij dat doen met groot verlangen om te groeien in gemeenschap met Christus en met elkaar tot zegen van onszelf, tot zegen van de kerk, tot zegen van heel de wereld. Amen
Martin Los
1) Evangelielezing tijdens de eucharistie op het Hoogfeest van het Heilig Sacrament: Johannes 6:51-58
2) tweede lezing: I Korintiërs 10:16-17