
Homilie op de 15e reguliere zondag door het jaar C op 14 juli
‘
Lieve zusters en broeders, het is gemakkelijk om iets uit het hoofd te kennen en met de mond te belijden, maar het in praktijk brengen is een ander verhaal. Ieder van ons kent wel situaties waarvan we achteraf spijt hebben dat we niet gedaan hebben wat we eigenlijk moesten doen op grond van ons geweten. Niet omdat we onverschillig waren of ons alleen door eigenbelang lieten leiden, maar omdat we bepaalde principes of regels gewoon belangrijker vonden om te volgen.
Een treffend voorbeeld geeft Jezus in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Een man door rovers overvallen en beroofd ligt halfdood aan de kant van de weg. Een priester en leviet komen langs het slachtoffer en zien hem liggen, maar vervolgen hun weg naar Jeruzalem. Ze lopen zelfs ‘met een boog om hem heen” benadrukt Jezus. Dan komt een Samaritaan voorbij – in de ogen van de Joden een tweederangsburger – , hij bekommert zich wel over de gewonde man en verzorgt hem liefdevol. De Samaritaan doet wat je ieder mens zou gunnen die er zo beroerd aan toe is. Ja, je zou niets beter kunnen hopen dan dat er iemand is die zo voor jou zorgt, als je in zo’n grote nood bent.
Het is jammer dat het voorbeeld dat Jezus noemt – van die priester en die leviet die in een grote boog om de halfdode man heen lopen – niet altijd goed begrepen wordt. Alsof Jezus orthodoxe gelovigen aanwijst als mensen die door hun aandacht voor traditie, godsdienstige regels en gewoonten of positie blind zouden zijn voor de noden van medemensen. Ook in onze tijd zwelt het koor aan van degenen die godsdienst in het algemeen aanwijzen als bron van onvrijheid, gebrek aan medemenselijkheid en oorzaak van huichelarij. Inderdaad moeten we godsdienst ook kritisch bekijken en misstanden benoemen en verbeteren. Maar godsdienst op zich als bron van kwaad aanwijzen is onterecht en onverdiend. De Samaritaan zou dan in die visie omdat hij tot een gediscrimineerde groep behoorde en als ongelovige werd beschouwd, juist om die reden een goed en gaaf mens zijn die zich van nature ontfermt over een mens in nood.
Maar natuurlijk bedoelt Jezus hier helemaal niet om de wereld te verdelen in twee groepen mensen, de ene die niet deugt, vooral de religieuze mensen, en de mensen die wel deugen omdat ze niet besmet en gehinderd zijn door zoiets als godsdienst. Dit soort groepsdenken is zelfgenoegzaam. Alsof je automatische goed zit als je tot een bepaalde groep behoort. Maar dat is nou juist de houding die Jezus afkeurt. Het gaat niet om de groep waartoe je behoort en de overtuiging die die groep aanhangt. Het gaat erom hoe jij persoonlijk handelt in een bepaalde situatie ten opzichte van iemand die in nood is en afhankelijk van jou.
Waarom liepen de priester en de leviet in de gelijkenis met een boog om de halfdode man heen? Let wel: in de gelijkenis, wat niet wel zeggen dat Jezus bedoelt dat alle priesters en levieten dat in werkelijkheid ook deden. De gelijkenis is een spiegel die hij iedereen voorhoudt.
Volgens de Joodse wet moest iemand die een dode aanraakte, zich eerst ritueel reinigen in een daarvoor bestemd badhuis voor hij zich weer onder de mensen mocht begeven en zijn werk oppakken. Ze waren op weg naar de tempel. Dus zouden ze daar hun dienst niet kunnen verrichtten. Nou, zou je zeggen, die ene keer, maakt dan toch niet uit? Ja, maar priester en levieten – helpers bij de tempeldienst – deden niet elke dag dienst zoals in onze kerk. Ze mochten maar een enkele keer dienst doen als zij of hun afdeling aan de beurt was. De dag van hun leven, zou je kunnen zeggen. Laat je die kans schieten? Het is verre van Jezus om godsdienst in een kwaad daglicht te zetten. Wat hij doet is benadrukken dat van ieder mens persoonlijk soms keuzes worden gevraagd die in je eigen nadeel zijn, maar waardoor je je medemens redt voor wie het van jou afhangt of hij of zij gered wordt. Hoe handel jij als je op weg bent om voor het eerst als spreker op te treden op een prestigieus congres. Je hoort iemand om hulp toepen. Denk je dan niet: ik kan niet te laat komen. Stel je voor. Er is vast wel iemand anders in de buurt die het hulpgroep gehoord heeft. Nogmaals, de vraag is niet: “hoor jij tot de groep die zichzelf vindt deugen en moreel superieur boven anderen? De vraag is: hoe handel jij als een ander jou nodig heeft?’
“Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn van de man die in handen van de rovers is gevallen?” De weggeleerde antwoordde: ”Die hem barmhartigheid betoond heeft”. Jezus zendt hem heen met de woorden “Ga dan en handel gij evenzo”.
Het is altijd weer de uitdaging of we God met hart en ziel liefhebben, en of we onze naaste liefhebben als onszelf in de concrete situatie van ons leven waarin het erop aankomt. We zullen daarin niet altijd slagen. Er zal altijd hier en daar wel een herinnering knagen. Maar dat behoedt ons tenslotte voor zelfgenoegzaamheid en voor gemakkelijk oordelen over anderen als wij hen tekort zien schieten.
We zullen dan ook meer openstaan voor Gods liefde en barmhartigheid voor ons mensen die meer dan eens tekortschieten. Dat geeft ons moed om het toch maar steeds weer te proberen: God van harte liefhebben en de naaste als onszelf. Er zit niet anders op: “Ga dan en doe gij evenzo!” zo zendt Jezus ons het leven in. Of zoals Mozes sprak: “Het Woord is dichtbij u, in uw mond en in uw hart. Gij kunt het volbrengen”. Amen
Martin Los
Schriftlezingen volgens het wereldwijde r.k. lezingenrooster voor zon- en feestdagen
1) Lukas 10:25-37
2) 1e lezing: Deuteronomium 30:10-14
afbeelding: Good Samaritan by Olga Bakhtina 2016 in bezit van Archdiocese of Brisbane