Preek op de 4e zondag door het jaar in het weekend van 30 januari (Mariakerk) en 1 februari 2015 (Willibrordkerk) in de parochie Licht van Christus
Schriftlezingen uit het voorgeschreven universel r.k. leesrooster: 1e lezing Deutronomium18:15-20 2e lezing I Korinthiërs 7:32-35 Evangelie: Marcus 1:21-28
Lieve zusters en broeders, het kost ons niet zoveel moeite om ons te verplaatsen in het Evangelie van deze zondag. Net als wij vandaag hier in de kerk waren de mensen in hun synagoge bijeen. En zoals wij naar de woorden uit de Heilige Schrift hebben geluisterd, hadden ook zij de voorlezing uit de Heilige Schrift gehoord en beaamd met Psalmen en acclamaties. Ook toen volgde er daarna een soort preek. Door de eigen rabbijn die aan de synagoge verbonden was. Of als er een rabbijn ergens anders vandaan te gast was, nodigde men die uit om te spreken. Zo eerde men de gast. En men vond het ook prettig om eens een ander geluid te horen. Zo werd Jezus als gast uitnodigd om iets tot de aanwezigen te zeggen.
Wat was en is de bedoeling van de preek? Dat de verzamelde gemeente zich er van bewust is dat God niet alleen tot de mensen spreekt in het verleden, door de woorden die opgetekend staan in de Heilige Schrift.
God is niet als het ware opgesloten in de Bijbel. Diezélfde God spreekt nog steeds tot ons. Ook in onze tijd. In onze situatie.
Wanneer wij verlangen dat de preek actueel is, dan is dat volkomen terecht. Alleen wat is actueel? *).
Wij verstaan daaronder meestal dat er eigentijdse voorbeelden worden gebruikt in de preek. Of dat er hedendaagse maatschappelijke vraagstukken worden aangekaart. Daar is niets mis mee. Maar dan lijkt het er soms toch op dat we het woord van God eigenlijk al wel kennen – als iets uit het verleden – alleen we vinden het prettig als het in een modern jasje wordt gestoken. Omdat het luisteren naar de preek anders een sleur wordt. Of we hopen dat de jongere generatie zich ook aangesproken voelt. Of niet kerkelijke mensen.
Maar dat God hier en nu tot ons spreekt, gaat verder. Soms gebeurt het in een preek dat plotseling alles helder voor ons wordt. Dat er een troost en kalmte over ons komt. Dat we ons tot in het diepst van onszelf begrepen voelen door God. Dat we ons bemind voelen. Dat we op de een of andere manier een verandering hebben doorgemaakt. Vaak kunnen we jaren later nog vertellen op welk moment dat was dat God ons als het ware bij de kraag greep.

Ruine van de grote synagoge in Kaparnaum waarin Jezus de aanwezigen verbaasde door zijn leer met gezag (Marcus 1)
Dat gebeurde daar ook in Kafarnaum met velen tegelijk: “De mensen waren buiten zichzelf van verbazing over zijn leer want hij onderrichte hen niet als de schriftgeleerden maar als iemand die gezag heeft”. Jezus sprak daar in de synagoge zó tot de mensen dat God zelf voor hun gevoel op dat moment tot hen sprak door Jezus. Dat gevoel hadden ze niet omdat Jezus betere, eigentijdsere, voorbeelden gebruikte dan andere rabbijnen. Niet omdat hij populaire taal sprak.
Er was een fundamenteel verschil. Wat Jezus zei was volstrekt transparant. Woorden uit de bijbel kwamen in zijn mond tot leven alsof ze niet in een ver verleden gesproken waren, maar nu, rechtstreek tot hen. En ze raakten hen in hun hart. De woorden van Jezus vervulden hen van blijdschap en ze gaven hen nieuwe moed.
Wij, predikanten, kunnen natuurlijk nooit Jezus evenaren. Ons past wat dat betreft grote bescheidenheid. Het mooiste wat wíj die mogen preken, mogen hopen is dat we onszelf volkomen dienstbaar maken aan het evangelie, aan Jezus Christus. Dat moet het diepste verlangen van elke predikant zijn Het is ook mijn diepste verlangen.
Dat de hoorders door de woorden van de predikant heen de Heer zelf tot hen horen spreken. Niet zozeer door zijn welsprekendheid, niet door bevestiging van kerkelijke standpunten, maar door onze eigen worsteling om het Woord van God te verstaan.
En is dat niet op ons allen als christenen van toepassing? We hopen toch allemaal dat Jezus Christus door ons als gelovigen en door zijn kerk tot de mensen spreekt. Niet doordat we het zelf allemaal zo goed weten, maar doordat we zelf zoekend en tastend in elke situatie opnieuw proberen ons vertrouwen in de Heer handen en voeten te geven. Want Jezus spreekt ook in onze eigen tijd en tot de wereld van nu. Hij spreekt even heilzaam als toen, even transparant naar God toe als toen en in alle voorbij eeuwen, even verheugend en nieuw. Waar Jezus spreekt, ook nu, gebeurt er iets. Alsof dingen helder worden, eenvoudig, liefelijk, mooi, gaaf, één.
Maar als alles aan het licht komt, is er ook weerstand. Want er zijn zaken die liever niet aan het licht komen. Alles wat het daglicht niet verdraagt. Dat wat mensen tot slaaf maakt. Dat wat tweedracht zaait.
In de synagoge is op dat moment een mens die door een kwade macht in zijn greep wordt gehouden. Deze boze geest verzet zich tegen de heilzame kracht die van Jezus uitgaat. Die macht verzet zich eerst: “Jezus van Nazareth, bent u gekomen om ons in het verderf te storten?”
Maar ook die boze geest moet zich neerleggen bij de heilzame kracht en de liefdevolle werking die van Jezus uitgaat.
Jezus versterkt niet alleen het goede in ons. Hij is ook meester over het kwade, over de kwade machten die een mens in zijn greep kunnen hebben.
Soms is die gekwelde mens zelf eigenlijk nog het meest kwetsbaar. Zoals een leerling in de klas die gepest wordt. Het kind doet schuw en reageert niet normaal. Daardoor dreigt iedereen zich van hem af te keren. Maar in werkelijkheid is het de klas die niet deugt.
Zo zijn misschien wel de mensen die in onze ogen gestoord zijn, teken dat onze maatschappij zelf niet gezond is en aan allerlei kwalen lijdt.
We moeten niet gek opkijken dat overal waar Jezus’ woord helder klinkt, niet alleen mensen geraakt worden door de eenvoud, de transparantie en het gezag dat van Hem uitgaat. Ook tegenkrachten komen uit hun duistere schuilhoeken om te protesteren. Maar ook die moeten uiteindelijk hun meerdere erkennen in Jezus in wie God zelf tot ons spreekt.
Hij maakt mensen gaaf. Hij herstelt ook de gemeenschap van mensen. Gods woord is geen dode letter. Hij spreekt tot ons hier en nu. Dát is de werkelijke actualiteit van het spreken van God.” Allen stonden zo verbaasd dat ze onder elkaar zeiden: wat betekent dit toch? Een nieuwe leer met gezag! Hij geeft bevel aan onreine geesten en ze gehoorzamen hem”.
Als het goed is, leeft er altijd wel iets van diezelfde verbazing en verwachting en vreugde in ons op het moment dat we bespeuren dat God werkelijk aanwezig is als de levende God die tot de mensen spreekt door Jezus Christus. Zoals ook nu. God spreekt ook nu tot ons. Daar hoeven we niet aan te twijfelen. Natuurlijk beleven we de tegenwoordigheid van de Heer niet in elke eucharistie en in elke preek.
Omdat we met onze gedachten er niet bij zijn, vanwege zorgen die ons in beslag nemen. Of omdat we ons onvoldoende persoonlijk voorbereid hebben en de ontmoeting met Christus in de Mis een soort tussendoortje is. Of omdat we afgeleid worden *).
Maar dan is het een hele troost dat Christus niet zegt: “ik hou maar op met spreken want er luistert toch niemand”. Hij spreekt vandaag evenzeer tot ons als toen. De vraag is niet of God spreekt maar veelmeer of wij op de goede manier luisteren. Amen
© Martin Los, pr.
*) tijdens de preek vanmorgen gedroeg iemand in de goed bezette kerk zich verdacht. De kosteres die poolshoogte ging nemen werd agressief benaderd. Vandaar dat de aanwezigen even afgeleid werden door de onrust. Ook in die zin leek de dienst in de synagoge in het Evangelieverhaal.