Homilie op de 4e Paaszondag 2015 Mariakerk

kinderschoenen

Preek op de Vierde zondag in de Paastijd 25  april 2015 in de Mariakerk te De Meern (Roepingenzondag)

voorgeschreven lezingen uit het universele r.k. lectionarium voor deze zondag: 1e lezing Handelingen der Apostelen 4:912 2e lezing: 1e Brief h. apostel Johannes 3:1-2) en Evangelielezing: Johannes 10:11-18

Lieve zusters en broeders, de eerste lezing is in deze 50 dagen van Pasen steeds genomen uit het Boek van de Handelingen de Apostelen. Dat is niet zonder reden. De Handelingen der Apostelen vertellen over de eerste christenen. Alles was voor hen nog nieuw. Wat ze verkondigden. Wat ze beleefden. Hoe ze met elkaar omgingen. De Kerk stond nog helemaal in de kinderschoenen.

Er zijn nu bijna 2000 jaar voorbijgegaan. De Kerk heeft een hele geschiedenis achter de rug. Dat zou de indruk kunnen wekken dat de Kerk oud is, te oud misschien om het nog lang uit te houden.
In de media in ons land is het al gewoonte om alleen nog in de verleden tijd over de kerk te spreken als iets van vroeger. Maar in zekere zin staat de kerk nog steeds in de kinderschoenen. Ze is niet oud en versleten. Ze heeft nog een heel leven voor zich. We hebben alle reden om vol hoop te zijn.

De krimp in de kerk in ons land, en in het hele christendom, is treurig. Maar dat mag voor ons geen reden om bij de pakken neer te zitten. Het is eerder teken van een nieuw begin dan van het einde.
De apostelen en de eerste christenen hadden helemaal nog niets. Ze stonden nog echt aan het begin. Maar dat was voor hen geen reden te denken: de wereld het Evangelie verkondigen is onbegonnen werk. Nee, ze hadden hun angst en onwennigheid afgelegd. Ze begonnen de blijde boodschap te verkondigen ondanks alle mogelijke gevaren.
Want ze wisten: we staan er niet alleen voor. De Heer staat achter ons. Sterker nog. Hij gaat al voor ons uit als de Goede Herder. In zeker zin staat de kerk altijd in de kinderschoenen, omdat de wereld waarin ze staat telkens anders is. Er zijn geen pasklare antwoorden. Er zijn alleen uitdagingen. In elke tijd opnieuw.

Petrus stond als voorman van de jonge kerk als beklaagde voor de Joodse raad omdat hij een zieke man genezen had in de naam van Jezus.
Nog niet lang geleden had Petrus uit angst zijn meester verloochend toen die gevangen genomen was en aan het kruis stierf. We hoorden nu Petrus moedig voor Jezus uitkomen. Hij zei tegen zijn aanklagers en rechters: Als wij vandaag ter verantwoording geroepen worden voor een weldaad aan een arme en gebrekkige man waardoor deze genezen is, dan moet u allen weten dat dit gebeurd is in de naam van Jezus”.

Hoe is het mogelijk denk je dan dat de eerste christenen aangeklaagd werd omdat ze iemand genezen hadden. Welke wet kan zoiets verbieden. Geen enkele toch? Maar als u het bedbadbroodoverleg hebt gevolgd, dan krab je toch achter je oren. Hoe lang zal het nog duren voordat in ons land mensen voor de rechter moeten verschijnen omdat ze uitgeprocedeerde asielzoekers te eten hebben gegeven. Welke wet kan verbieden dat je iemand die van honger dreigt te bezwijken een helpende hand geeft. Wetten zijn er om misdaden tegen te gaan. Maar als eten geven aan een arme drommel strafbaar wordt, wrijf je je ogen uit.
Toch is dat waar het dezer dagen omgaat:   Mag je mensen verbieden anderen te helpen? Als christenen kunnen we ook in het beklaagdenbankje komen want we moeten God meer gehoorzamen dan mensen. En barmhartigheid gaat boven alles.

Het is maar een voorbeeld van dat we steeds voor nieuwe uitdagingen staan als christenen en mensen van goede wil in deze wereld. Ook in onze tijd staat de kerk in de kinderschoenen. Ze heeft nog een heel leven voor zich. Want ze heeft de Levende voor zich, Jezus Christus, die gestorven en verrezen is. Hij is de goede Herder die zijn schapen roept.

GoedeHerder2015Ons geloof, heel de kerk begint niet bij onszelf. Ze begint bij de Heer die ons roept. Hij gaat voor ons uit.  Hij brengt ons samen als zijn kudde. Hij schenkt ons ook aan elkaar. We mogen elkaar steunen in het geloof. We mogen het vieren en beleven als we samenkomen. Delen in elkaars vreugde en verdriet. Elkaar enthousiasmeren door elkaar te vertellen over ons persoonlijke geloofservaringen. Want Jezus heeft gezegd: waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn, ben ikzelf in hun midden.
Zo mogen we voor elkaar beeld zijn van de Goede Herder Als kudde van de goede Herder zijn we geen los zand. Geen kruiwagen met kikkers. We vormen tezamen een gemeenschap, een lichaam.

Een gemeenschap kan niet zonder leiding, zoals een lichaam niet zonder hoofd kan. Vanuit ons allen die geroepen zijn, roept de Heer sommigen tot het priesterschap en diaconaat om de dienst van de leiding op zich te nemen. Op een bijzondere manier mogen zij Christus, de Heer, present stellen door de sacramentsbediening en de verkondiging.

Priesterstudenten getuigen dit weekend overal van hun roeping. Morgen zal fra Jaider Chantre Sanchez die hier vorige jaar stage heeft gelopen, vertellen over zijn roeping tot het priesterschap en het religieuze leven. Priester studenten trekken erop uit om ons allen als gelovigen te bemoedigen en te enthousiasmeren. Om ons gebed te vragen. En ook dat we zelf mogelijke geschikte kandidaten die we kennen, wijzen op deze mogelijke levensvervulling.

Laten we niet klagen over het gebrek aan priesters en laten we niet klagen over het gebrek aan gelovigen. Laten we doen wat we zelf kunnen. En laten we het met vreugde doen. Laten we het als een voortecht beschouwen dat de Heer ieder van ons roept in deze tijd. Echt, de kerk staat niet op haar laatste benen. Ze staat telkens opnieuw in de kinderschoenen. Want de Heer zelf gaat voor ons uit als de Levende. Amen

© Pastoor Martin Los

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.