Preek op de 4e zondag in de Paastijd op 10 en 11 mei 2014 in de kerk van O.L.V. ten Hemelopneming De Meern
bij het Evangelie van de Zondag volgens het wereldwijde lectionarium van de r.k. kerk: Johannes 10:1-10
Lieve zusters en broeders, “Ik ben gekomen opdat zij leven zouden bezitten en wel in overvloed” zegt Christus. We hebben die woorden zo-even gehoord.
Ik wil graag nog even met u bij die woorden stil staan. Want we hebben die woorden gehoord, maar hebben we ze wel echt gehóórd?
In onze wereld horen we de hele dag zoveel woorden via radio en televisie. Er komt langs allerlei wegen zo’n vloed van woorden ons leven binnen dat ze ons niet meer raken. Vergelijk het met water. Je kunt langs een beekje lopen. Je hoort het geluid van het stromende water. Je kijkt af en toe even terwijl je verder loop. Een eindeloze stroom.
Het voelt al heen anders als je je hand in dat koele water steekt. En het voelt nog heel anders als je wat water uit de beek schept en ervan drinkt. Dan voel je het door je hele lijf. Dan voel je het van binnen.
“Ik ben gekomen opdat zij leven zouden bezitten en wel in overvloed”
Deze woorden moeten we niet aan ons voorbij laten trekken, maar we moeten ze als water uit een beek opscheppen. We moeten ze drinken en onze dorst lessen.
We proeven in deze woorden zoveel liefde. We proeven in de woorden de mateloze gulheid van God.
Die mateloze gulheid nodigt ons uit om niet buiten te blijven staan, maar om naar binnen te komen.
Daarom zegt Christus: “Ik ben de deur. Als iemand door deze deur binnengaat, zal hij veilig zijn. Hij zal in en uitgaan en weide vinden”.
Gods gulheid kan niet zonder een gebaar van ónze kant. Dat we ingaan op zijn gulheid. Dat we niet buiten blijven staan. We moeten naar binnengaan. De deur doorgaan.
Welke deur? Die deur is Jezus Christus die zijn leven geeft uit liefde voor de mensen.
Die gulheid van God staat al aan het begin van ons leven. We krijgen het leven zomaar. Zonder dat we er iets voor gedaan hebben. Het grootste geschenk dat we ontvangen, is het leven zelf. We staan er vandaag speciaal bij stil op deze moederdag. Omdat we allemaal uit een moeder geboren zijn. We hebben allemaal ons leven uit onze moeder ontvangen. Zij is voor ons de deur naar het leven geweest.
Dat we léven is een dagelijkse bron van verwondering en dankbaarheid. Zelfs als we mopperen, wéten we dat we dat alleen maar kunnen, ómdat we leven.
Een ziekenverzorgende uit een verzorgingshuis hier in de buurt monterde de bewoners elke dag weer op. Als ze een appartement binnenkwam, en de bewoner klaagde, zei ze laconiek: “u klaagt. Mooi, dus u leeft nog!” Het werkte.
De bejaarden zagen haar altijd graag komen. Ze wekte hun lust naar het leven op voor de rest van de dag ondanks de ongemakken die er zeker wel waren.
Het ongelofelijke en mooiste avontuur dat er is, het avontuur van het leven, hebben we gratis ontvangen. Ook al worden we getroffen door tegenslagen, we hadden het leven niet willen missen. Natuurlijk wel de klappen en de pijn en het verdriet, maar niet het leven zelf.
We kunnen er niet om heen dat mensen toch soms het leven teruggeven. Ook in mijn pastoraat ben ik er verscheidene tegengekomen. Ik denk met groot respect aan hen. Ze bedankten nooit voor het leven omdat ze hun leven zelf niet de moeite waard vonden. Integendeel, het deed hen verschrikkelijk veel pijn het leven vaarwel te zeggen. Juist omdat ze er gevoelsmatig chronisch geen deel aan hadden, zoals de andere mensen. Een onverdraaglijke pijn.
God is de gulle géver van ons leven. Maar als je het leven gekregen hebt, zoals wij allen, weet je dan wat leven is.
“Jazeker” zeggen we: “wij weten uit eigen ervaring wat leven is”.
Maar weten we dan ook wat Christus bedoelt, als hij zegt: “Ik ben gekomen opdat zij leven zouden hebben en wel in overvloed”?
Wat is dat léven waarover Hij spreekt. En wat is dat leven in óvervloed?
Misschien zijn we allemaal geneigd om te denken aan een soort Zwitserleven. Geen zorgen, geen druk, alleen maar zon en eindeloze stranden.
Maar dat is het niet. “Leven in overvloed” is leven waarover het kwade en de dood niet het laatste woord hebben. Leven waarvan God niet alleen de gulle gever aan het begin is, maar waarvan God ook de voltooiing is. Leven waarover de liefde van God het laatste woord heeft.
Kennen we dat leven?
Niet uit onszelf. Zoals we ook het leven zelf niet uit onszelf hebben. Het is een geschenk. Zo moeten we de voltooiing van ons leven ook overlaten. Overlaten aan God.
Hij neemt het leven niet van ons af. Hij maakt het nieuw. Maar dat ervaren we pas als we op zijn uitnodiging ingaan wanneer we de deur die Christus is binnengaan, en steeds binnengaan.
Christus nodigt ons uit om niet alleen het leven te waarderen zoals we het kennen. Maar ook om het te ontvangen zoals we het nog níet kennen. Dat we niet afwachten, maar de deur door gaan. De deur die Christus zelf is. De deur van het geloof. Dat we dagelijks opnieuw geboren worden door de heilige Geest.
Geloven in een leven dat we nog niet kennen, maar waar we dagelijks in mogen groeien.
Omdat we het leven in zijn volheid nog niet kennen, roept God ons telkens tot leven.
We zijn ervaringsdeskundigen als het om het leven gaat. Zeker als het om ons eigen leven gaat. Dat kent niemand beter dan wijzelf.
En toch. We kennen het leven nog niet zoals God het bedoeld heeft. . Daarom komt Jezus op ons toe als de Goede Herder die zegt: “Ik ben de deur”. En “Ik ben gekomen opdat zij leven zouden hebben, leven in overvloed”.
Dat is geen informatie. Die woorden bevatten het leven zelf. Het is het leven zelf dat ons uitnodigt om toe te tasten.Het is de gulheid van God die niet alleen aan het begin staat, maar ook aan het einde. Een einde dat geen einde is, maar volheid. De voltooiing van ons leven in Gods liefde.
Amen
Pastoor Martin Los