Preek op het Hoogfeest van het allerheiligst Sacrament op zondag 7 juni 2015 in de Mariakerk in De Meern en 6 juni Wilibrordkerk Vleuten (samen Leidsche Rijn)
Schriftlezingen voor deze feestdag uit het universele lectionarium van de r.k.:
1e lezing Exodus24:3-8 2e lezing Hebreeën 9:11-15 Evangelie: Markus 14:12-26
Lieve zusters en broeders, elk jaar vieren we met onze verjaardag onze geboortedag. Samen met anderen die ons lief zijn, staan we dankbaar stil bij het feit dat ons het leven geschonken is. Elke dag hebben we eigenlijk reden om ons daarvan dankbaar bewust te zijn. En als het goed is doen we dat ook. Maar vaak zijn we te druk om er echt bij stil te staan. En we willen het dan ook graag samen met de anderen doen die een bijzondere plaats innemen in ons leven. Daarom die speciale viering van de geboortedag eenmaal per jaar.
Zo is het ook met dit feest van het Allerheiligst sacrament. We hebben hier in onze kerk het grote voorrecht dat we elke zaterdagavond en zondag de eucharistie mogen vieren. En ook door de week is er bijna elke dag een H. Mis in de kerk of in één van de verzorgingshuizen. Dat is gezien de situatie van de kerk in ons land heel uitzonderlijk.
Juist als het zo bijzonder en toch gewoon is om de eucharistie te vieren is het goed om er bij stil te staan hoe bijzonder de eucharistie is en hoe bijzonder het is elke keer dat wij haar mogen vieren.
In de eucharistie vieren we het verbond van God met zijn volk en van Jezus Christus en zijn kerk. Dit verbond komt in de plaats van het Oude Verbond waar het boek Exodus over spreekt, zoals we hoorden, een verbond dat gepaard ging met bloed van stieren dat over het volk werd gesprenkeld.
Een verbond wil zeggen dat twee partners elkaar trouw blijven wat er ook gebeurt. Nu gaat het in het verbond van God met zijn volk om twee ongelijke en onvergelijkbare partijen. God en mensen. Maar dat maakt dit verbond juist zo bijzonder. God belooft trouw aan zijn volk hoewel hij weet dat het volk zwak en kwetsbaar en klein is.
In het nieuwe verbond dat met Jezus Christus begint, met zijn offer van liefde aan het kruis voor de zonden der wereld, is dat niet anders.
Ook nu zijn er twee ongelijke partijen. De geschiedenis laat zien hoe we als christenen afdwaalden. We verloren het Evangelie uit het oog. we raakten met elkaar in strijd. Toch is de kerk blijven bestaan. Dankzij de trouw van Christus die gezegd heeft bij zijn hemelvaart: Zie, ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding der wereld.
Dat verbond mogen we elke keer voor ogen zien, als we de eucharistie vieren. Want de heilige Mis is geen fraai door mensen bedacht ritueel. Het is door Christus zelf ingesteld.
We hebben zoeven de instelling ervan gehoord in het Evangelie van Markus. De eucharistie is teken van de trouw van Christus aan zijn kerk en daardoor aan de mensheid.
Maar het is niet alleen een teken, het is ook de werkelijkheid van zijn trouw zelf. Het is namelijk de tegenwoordigheid van Christus die we vieren. Niets minder dan dat.
Daarvoor is geloof nodig. Maar we vieren de eucharistie toch ook als gelovige mensen? Door het geloof dat Jezus zelf in ons gewekt heeft, zien we Christus zelf als de werkelijk voorganger in ons midden. Hij is het die het brood breekt en zichzelf aan ons uitdeelt met de woorden: “Dit is mijn lichaam”.
Mensen die geen idee van Jezus hebben, zullen zeggen: “hoe kan een stukje brood nou Jezus zelf zijn?” Heel begrijpelijk. Maar voor ons is het de levende Heer zelf die zegt: “Dit is mijn lichaam”.
Daarom is het voor ons, gelovigen, zo. Omdat Hij het zegt. Brood verandert niet door een magische formule in vlees. Het verandert alleen door het woord van de Heer zelf.
De instellingswoorden van Jezus worden voorafgegaan door de oplegging van de handen van de priester over brood en wijn. Dat betekent dat de heilige Geest afgeroepen wordt over brood en wijn.
Diezelfde handen zijn onszelf opgelegd bij onze doop en ons vormsel. Daarbij werd de heilige Geest over ons afgeroepen: “Kom heilige Geest, daal op ons neer!”
Diezelfde handen worden ook opgelegd over brood en wijn onder aanroeping van de heilige Geest.
Dat betekent dit: alleen als we ons in geloof bewust zijn dat ons de handen zijn opgelegd, zullen verstaan wat daarna gebeurt, en zullen verstaan wat de Heer zegt: “Dit is mijn lichaam”.
De handoplegging die we ontvangen hebben, maakt dat we aangesloten zijn op het krachtstation van de heilige Geest, de kerk. Zoals de lamp aangaat of de stofzuiger het doet, zodra we de elektriciteit inschakelen, zo zijn we door de handoplegging aangesloten op de heilige Geest.
Door de heilige Geest zien we aan het altaar niet meer de persoon van de priester, maar we zien in hem als volk van God Christus die in ons midden is. Dat geldt ook voor de priester zelf. Hij doet als het ware een stapje naar achteren. Hij leent zijn plaats, zijn gestalte, zijn stem aan de Heer die zegt: “Dit is mijn lichaam”.
Zo komt Christus zijn verbond met ons na. Zo bevestigt hij elke keer zijn belofte: zie Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld! Zo houdt Christus zelf zijn kerk in stand door het geschenk van de eucharistie aan zijn kerk.
Laten we haar daarom altijd met grote toewijding en geloof vieren. Laten we met het grootste respect met de eucharistie omgaan. Laat het elke keer zijn alsof we de eucharistie voor de eerste keer vieren.
Dan zullen we ook persoonlijk ervaren dat Christus zelf in ons midden is die ons zelf en zijn goddelijk leven aan ons uitdeelt, en dat hij ons allen met elkaar verbindt op een manier zoals alleen Hij kan.
Laat dat ons allen steeds vervullen van verwondering, dankbaarheid en grote vreugde. Dan gaan we gesterkt het dagelijks leven weer in om daar de liefde van God handen en voeten te geven
Dan mogen we zelf tot zegen van onze medemensen te zijn. Want de eucharistie is bedoeld tot zegen van alle mensen en heel de aarde. Vandaar de sacramentsprocessies op vele plaatsen vandaag of afgelopen donderdag.
Maar we zijn ook zelf persoonlijk allemaal getuigen van Christus’ werkelijke tegenwoordigheid in de wereld door ons eigen leven dat gevoed is door de eucharistie. Want dat doen we niet alleen voor ons zelf, maar ook tot zegen van onze omgeving. Amen
(c) Pastoor Martin Los
Het is een feest van het Offer van Zijn Liefde maar zo voelt
het ook voor mij. Het is zo’n grote genade om mij met Hem te verenigen
dat ik daarvoor nooit genoeg kan danken.