
Homilie op de 3e zondag van Pasen in de H. Suitbertus in Tiel
In deze weken na Pasen leest de Kerk de evangeliegedeelten die de verschijningen van Jezus na zijn verrijzenis verhalen. Wat opvalt is dat ze ieder iets bijzonders vertellen over de wijze waarop Jezus door zijn verrijzenis zijn leerlingen nabij is, in hun midden is, en achter hen staat.
Op de Paasmorgen vinden Maria Magdalena en door haar gealarmeerd, Johannes en Petrus, dat het graf leeg is. Op zich is dat geen bewijs dat Jezus is verrezen. Maria Magdalena meent dat dieven het lichaam van hun meester gestolen hebben. Als Johannes en Petrus het lege graf betreden kunnen ze niet anders dan getuigen dat het graf inderdaad leeg is. Dat is geen bewijs dat Jezus verrezen is, maar wel een belangrijke voorwaarde. Een getuigenis van twee mannen die onafhankelijk van elkaar hetzelfde vaststellen, maakt dat een zaak wettelijk vaststaat. Het is waar. Het graf waas leeg. Vervolgens verschijnt Jezus aan Maria Magdalena die eerst meent dat hij de hovenier was. Dus de verschijning op zich is ook nog niet doorslaggevend. Want als geen van de mensen die Jezus van nabij kennen, hem herkennen, heeft zijn verrijzenis geen enkel effect, geen enkele zin. Jezus zou ten hemel opgevaren zijn zonder dat er een spoor van hem zou zijn achtergebleven. Zijn offer uit liefde voor de mensheid zou te vergeefs zijn geweest.
Maar de verrezen heer spreekt Maria Magdalena aan. “Maria”. Hij zoekt contact. Hij roept haar naam. En dááraan herkent ze hem. Zijn stem, zijn intiatief, toont haar dat hij niet door dieven ontvreemd is. Hij is verrezen. En hoe?! Ze herkent hem nu onmiddellijk. Dat is ook voor ons belangrijk. We ontmoeten de Levende Heer niet door hem te zoeken in wat we zien, maar door de luisteren naar zijn stem. Zijn stem die tot ons klinkt en ons aanspreekt in het Evangelie.
Vorige week luisterden we naar het verhaal dat Jezus ondanks dat de deuren gesloten waren uit vrees voor de mensen, in hun midden kwam staan. Hij zei: “vrede zij u!’ en toonde hun zijn handen en zijn zijde. Ze herkenden hem aan zijn wonden.
Zo vertelde Jezus hen dat hij geen fantastische superheld was, een idool, maar de mens die uit liefde voor de mensheid aan het kruis gestorven was. In zijn verrezen lichaam waren die wonden zichtbaar en zouden dat altijd blijven als herkenningstekens, als zijn identiteit, als zijn heerlijkheid. Met de bedoeling dat ook wij ons niet zouden schamen voor littekens die we opgelopen hebben door hem na te volgen. Denk naar aan de martelaren.
Thomas die er eerst niet bij was, had gezegd: “als ik zijn wonden niet aanraak en voel met mijn handen zal ik zeker niet geloven”. Toen ze weer bij elkaar waren nodigde Jezus Thomas uit om zijn wonden aan te raken. Dus niet alleen te zien, maar aan te raken, te vóelen. Dat de opgestane heer geen idool was, maar waarachtig mens, die geleden heeft, die ons lijden, onze pijn, ons verdriet kent, mogen wij voelen door zijn wonden aan te raken met onze verwondingen. Zo raakt hij ons aan om ons te troosten met zijn hemelse troost. Soms is de twijfel, twijfel als die van een Thomas, voorwaarde om dieper door te dringen in het geheim van Jezus die ons overal en altijd juist troostend nabij is en wil zijn.
In het Evangelieverhaal van deze zondag verschijn Jezus opnieuw in hun midden. Als de leerlingen daar ondersteboven van zijn, stelt Jezus hen gerust en toont zijn handen en voeten. “Ik ben het zelf” zegt hij. Een spook heeft geen vlees en beenderen zoals ik”. En vervolgens vraagt Jezus hen iets te eten. Niet omdat hij nog honger zou hebben. Nee, Dit keer gaat het er niet zo zeer om hoe wij Jezus kunnen herkennen als de Levende in ons midden die tastbaar in de gemeenschap aanwezigi wil zijn en die we om zo te zeggen met onze handen kunnen voelen, ja met heel ons leven, ook met zijn leed en pijn. Hier gaat het erom dat Jezus één is met ons. Niet denkbeeldig, maar werkelijk zoals in de eucharistie. Wij bieden hem in brood en wijn onze vergankelijke gaven aan. Hij eet en deelt ze met ons, en schenkt ons zijn eeuwig leven daarvoor in de plaats.
Twee volgelingen, Kleopas en zijn metgezel hebben, zo vertelt Lukas, Jezus ontmoet toen ze onderweg waren naar hun dorp Emmaus, bedroefd om wat er in Jeruzalem met hun meester gebeurd was.
Omdat het avond geworden is, nodigen ze hun vreemde reisgenoot mee in huis voor de maaltijd. Dan zo staat er “herkennen ze hem aan het breken van het brood”. Hier weer die herkenning maar nu door een gebaar – de breking van het brood – dat alleen Jezus kan weten en tonen. Ze ‘herkennen hem aan het breken van het brood’. Dus waren ze er bij toen hij bij het laatste avondmaal het brood brak. Anders konden ze hem niet herinneren aan dat gebaar. Het beeld uit de traditie van Jezus temidden van de twaalf apostelen zoals we dat kennen van talloze afbeeldingen, onder andere van Leonardo da Vinci lijkt dus niet historisch niet helemaal te kloppen. De verrezen Heer verschijnt niet alleen aan de twaalf apostelen. de basis van de hiërarchie. maar ook aan twee gewone leerlingen zoals wij allen, die hem ook herkennen aan dat gebaar van het Laatste Avondmaal . Dat betekent dat de kerk niet alleen bestaat uit de apostelen en hun opvolgers, de ambtsdragers. Ook de ervaring en het getuigenis van alle gedoopten telt mee. De Geest waait waarheen hij wil. Jezus, de verrezen Heer, leeft in de kerk, maar hij is tegelijk groter van de kerk als instituut. Daarom is het noodzakelijk en goed dat ambtsdragers en gewone gelovigen in gesprek zijn met elkaar en naar elkaar luisteren. Zoals in het Synodale proces.
De verschijningen van de verrezen Heer zijn dus eigenlijk bedoeld om ons allen te leren hoe hij bij ons is. Ook na zijn ten hemelopneming is hij bij ons, door zijn stem, door zijn troost, door zijn gemeenschap met ons en door zijn woord en doordat de Wet en de profeten over hem spreken zoals hij zij leerlingen leert. Daarom komen we als gemeenschap ook elke zondag samen.
Deze Paastijd is bedoeld dat we opnieuw openstaan voor de wijzen waarop de verrezen Heer tastbaar in ons midden is om met ons mee te gaan en een levende kerk te zijn. Dat is ons geloof. Daarvan getuigen wij. Amen
Martin Los, pr
Evangelie van deze 3e zondag in de Paastijd: Lucas 24:35-48