Om half tien is het bij de bakker altijd druk. Iedereen is bang dat als je later in de morgen komt, het brood op is. Niet het gewone brood, maar het bruine meergranenbrood en alle variaties daarvan. Schaarste is de prikkel voor de economie zal de bakker denken.
Mensen die in de rij staan, zien ook je andere waren uitgestald. De kans is groot dat ze ergens zin krijgen. Dan gaan ze niet alleen naar huis met het broodnodige brood, maar ook met een zakje gevulde koeken of een kleine taart.
En je hebt een keer je winkel gezellig vol. Mensen in de rij maken een praatje met elkaar. Ook iets dat schaars is. Dus niet alleen de economie, maar ook de samenleving is gebaat bij deze dagelijks terugkerende drukte. Iemand die even een ander mens gesproken heeft, voelt zich een ander mens. De mens leeft immers niet alleen van brood alleen.
“Waar is Hennie?!” klonk plotseling een stem. Iedereen keek om. Zelfs het personeel keek even op. Dat wil wat zeggen. Want achter de toonbank kijkt men op dit drukke uur gewoonlijk alleen maar op om te zeggen “anders nog iets? ”of “wie is de volgende?”
In de deuropening stond een vrouw van ongeveer veertig jaar. In een alarmerend rode jurk. Aan iedere arm hing een grote tas met allerlei soorten doosjes. Op haar iets te hoge hakken maakte ze een wankele indruk. Ze had duidelijk werk gemaakt van haar uiterlijk. Alleen onderstreepte de mascara nu niet haar vrouwelijke charme, maar de schrik op haar gezicht. Bij een blik in paniek past geen enkele make-up.
Ze deed nog een paar stappen naar voren om als het ware haar kreet kracht bij te zetten.
Wie was deze vrouw die duidelijk uit haar evenwicht was gebracht door een ontdekking die ze had gedaan. Welke ontdekking? En wie was Hennie? Haar echtgenoot die die nacht niet was thuis gekomen na een avondje stappen met zijn vriend, de bakker? Was Hennie haar Pekineesje dat op een onbewaakt ogenblik naar buiten was geglipt? Nee, want dan was ze door iedereen onmiddellijk herkend als iemand uit de buurt. Deze vrouw bevond zich duidelijk voor de eerste keer in deze winkel, voor de eerste keer in dit dorp. Ze maakt een verdwaalde indruk.
Van achter de toonbank sprak de oudste van het driekoppige vrouwelijke personeel onbewogen: “Hennie? Die is hier niet meer! Al twee jaar niet meer”. Alle klanten schudden hun hoofd alsof de wind even langs de bloemen van het akkerklokje streek. Ze schudden het hoofd naar de vrouw en ze schudden het hoofd naar elkaar.
Langzamerhand drong het tot hen door dat de vrouw daar in de deuropening van een kouwe kermis was thuisgekomen. Want “Hennie” is de naam van de parfumerie even verderop op het winkelplein. En “Hennie”was niet alleen de naam van de zaak, maar ook de naam van de eigenaresse.
“Hennie”was al twee jaar terug met haar parfumeriezaak en drogisterij verhuisd naar het prachtige winkelcentrum in de grote nieuwbouwwijk een paar kilometer verder op. Het pand had een poosje leeg gestaan. Daarna had een nieuwe drogist korte tijd zijn geluk beproefd. Nu was er een computerzaak gevestigd.
De vrouw liet eindelijk de tassen op de grond zakken. Ze keek niet begrijpend naar de de gezichten in de winkel die haar nu vol begrip aanstaarden.
De hulp achter de toonbank vervolgde op nuchtere toon: “Ze zit op het nieuwe winkelcentrum. Nee, daar zat ze. Ze zit daar nu niet meer want ze heeft haar zaak verkocht”.
Inmiddels hadden de klanten de tijd gekregen om in te schatten wie die vrouw was en wat ze deed. Een gezicht als een levende reclame voor cosmetische artikelen. Twee zakken vol pakjes die veel leken op doosjes met eau de toilette. Ze was vertegenwoordigster van een firma in parfumerieën. Dat was het. Accountmanager heet dat nu. En het was bijna Sinterklaas!
Men had met haar te doen. Sommigen vroegen zich wel af hoe de vrouw zo achter de feiten aan kon lopen.
Maar de meesten voelden zichzelf een beetje triest worden. Want inderdaad, de kreet “Waar was Hennie?” herinnerde hen allemaal aan de goede oude tijd dat het winkelcentrum nog bruiste van bezoekers. Er waren meer ondernemers vertrokken. Zouden er nog meer volgen? Een paar winkels stonden leeg. Wat zou er van hun winkelcentrum overblijven?
De bakker zou wel blijven. En elke dag zou om half tien de winkel vol klanten staan die bang waren dat anders het meergranen volkorenbrood op was. Een winkel vol mensen, maar met mensen die allemaal verdwaald of verweesd leken te zijn. Vreemden in hun eigen dorp: met op hun gezicht die verschrikte vraag: “Waar is Hennie?”
Ik schrok wakker uit mijn angstige droom. Ik keek in de spiegel en dacht. “mijn haar moet nou toch echt geknipt worden. Ik moet nodig naar Eric. Gelukkig is die er nog!”
© Martin Los