Preek op de 7e zondag van Pasen 13 mei 2018 Mariakerk en Willibrordkerk
‘Opdat zij één mogen zijn, zoals wij’ 1)
Lieve zusters en broeders, Jezus bad tot God, de Vader, voordat hij zijn lijden op zich nam en zijn leven ging geven voor de wereld, dat zijn volgelingen één zouden zijn.
Na zijn Hemelvaart bleven de leerlingen alleen achter. Zouden ze niet uit elkaar vallen? Zouden ze niet gaan strijden wie onder hen het meest te vertellen had? Hoe gemakkelijk vallen gemeenschappen niet uit elkaar door conflicten en menselijk onvermogen. Godsdienstige gemeenschappen niet uitgesloten.
Tot nu toe was Jezus zelf de bindende factor geweest. Hij had twaalf leerlingen uitgekozen. Ze waren als groep bij elkaar gebleven. Als ‘de twaalf’. Dat was heel bijzonder.
Het getal twaalf was niet zomaar een aantal. Het zinspeelde op de twaalf stammen van Israël, het volk van God waarin Hij woonde. Een nieuw volk van God verzamelde Jezus om zich heen. Met de keuze van zijn twaalf apostelen had Jezus grote verwachtingen gewekt. Twaalf is op zich al een bijzonder getal omdat het bestaat uit drie maal vier. Drie staat voor het hemelse, het goddelijke en vier voor het aardse, het menselijke. Twaalf staat dus voor God die woont te midden van zijn volk. Een goddelijke eenheid van mensen.
Jezus gebed tot de Vader om eenheid toont zijn vurige verlangen dat ook na het offer van zijn leven aan het kruis zijn volgelingen één zouden zijn. Ja, juist door het offer van zijn leven uit liefde voor zijn volgelingen en voor allen die in hem zouden geloven.
Dat is heel belangrijk voor ons en voor heel de kerk als we spreken over eenheid. Want er zijn vele vormen van eenheid. Een dictatuur is ook een eenheid omdat alle kritiek in de kiem gesmoord wordt. Maar echte eenheid kan nooit op gespannen voet met vrijheid staan. En uniformiteit is ook een eenheid, maar dat gaat ten koste van de diversiteit en alle persoonlijke talenten. Is dat wat Jezus onder de eenheid verstaat waarvoor Hij bidt?
“Heilige Vader, bewaar in uw naam hen die Gij mij gegeven hebt, opdat zij één mogen zijn’. Hij voegt er aan toe: ‘zoals wij’. God is de liefdevolle eenheid waarin de drie personen, Vader, Zoon en Heilige Geest, in volkomen vrijheid elkaar in liefde zijn toegewijd.
Het is deze eenheid in volledige vrijheid die Jezus zijn volgelingen – het nieuwe Godsvolk – toewenst. Het is de eenheid van de goddelijke liefde.
Na zijn Hemelvaart vullen de leerlingen de opengevallen plaats van Judas in. Zij hebben begrepen dat het twaalftal hersteld moet worden. Door gebed en loting uit een tweetal. Mattias 2) wordt verkozen. Het twaalftal is weer gered. Geen onderlinge strijd van partijen. Eenvoudigweg een gebed en het lot om menselijke willekeur of streven naar macht uit te sluiten.
Zo hoort het in de kerk toe te gaan. Geen eenheid zonder dat Jezus zelf centraal staat. Geen eenheid zonder dat de liefde van God daarin voelbaar en zichtbaar is. Hoe vaak vergeten we dat in de kerk. Terwijl het daar juist om zou moeten gaan.
Ik verbaas me telkens weer er over hoe hard we in de kerk over elkaar kunnen oordelen. We moeten daar nooit genoegen mee nemen. Maar natuurlijk niet door met gelijke munt terug te betalen en even hard te oordelen zoals ook vaak gebeurt.
“God is liefde” schrijft Johannes “wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem’ . Het is deze eenheid waarvan Jezus tot de Vader bidt dat zijn volgelingen en zijn kerk die zouden mogen beleven. Het is deze wijze waarop God de kerk leidt en bewaart als zijn volk.
Meningsverschillen zullen er altijd in de kerk zijn. Doordat er verschillende belangen spelen. Doordat we als mensen allemaal verschillend zijn. Doordat we zaken vanuit een verschillend gezichtspunt bekijken. Doordat we vaak ook beperkt zijn in onze kennis. Daarom is de liefde zo belangrijk en respect voor de ander. Een liefde die begint bij het geloof in Jezus, in God de Vader, en in de Heilige Geest.
Dan zullen ook conflicten overwonnen kunnen worden. Op zo’n manier dat de eenheid erdoor gesterkt wordt. Want conflicten zijn geen teken dat de boel uit elkaar gaat vallen, maar dat er een stap voorwaarts gezet moet worden.
Laten we allemaal als mensen die oprecht verlangen als kinderen van God te leven de eenheid in de kerk bewaren door elkaar lief te hebben. Zoals Johannes ons aanbeveelt: “Vrienden, nooit heeft iemand God gezien, maar als wij elkaar liefhebben, woont God in ons en is zijn liefde in ons volmaakt geworden’ 3)
We hebben daarbij ook een enorme steun en een geweldig voorbeeld voor ogen. Dat is Maria. We staan in deze meimaand bijzonder stil bij haar betekenis voor ons als gelovigen en voor heel de kerk. Een van haar namen is: moeder van alle gelovigen, moeder van de kerk. Als we haar voor ogen houden, dan kunnen we elkaar niet buitensluiten of krenken.
Laten we niet vergeten dat Johannes die zo aanstekelijk over de liefde van God spreekt, dezelfde was die Maria bij zich nam, toen Jezus vanaf het kruis zei: ‘Zoon, zie uw moeder’. Als wij zoals Johannes Maria bij ons in huis nemen, zal de liefde van God er bloeien. Amen
pastoor Martin Los
1) Evangelie van deze zondag: Johannes 17:11-19
2) 1 lezing: Handelingen der apostelen 1:15-26
3) 2e lezing: I Johannes 4:11-16
Dank voor je mooie preek, Martin. Amen.