Preek op de 25e zondag door het jaar weekend 22 september 2013 Mariakerk De Meern
Voorgeschreven lezingen uit het r.k. lectionarium voor zon- en feestdagen: 1e lezing Amos 8:4-7 2e lezing I Timotheus 2:1-8 Evangelie: Lucas 16:1-13
Lieve zusters en broeders, de oorzaken van de financiële crisis waarin we ons bevinden, worden steeds vaker en steeds luider herleid tot de menselijke hebzucht die ons in haar greep gekregen had.
Het is een schrale troost voor ons dat hebzucht van alle tijden blijkt te zijn.
Bij de profeet Amos wordt dit heel illustratief aan de kaak gesteld: “Wanneer is de Sabbat voorbij dan kunnen we ons graan uitstallen. Dan verkleinen we de korenmaat, dan verhogen we de prijs en bedreigen we met een vervalste weegschaal”.
Stel je voor dat je met niets anders bezig bent dan hoe je je bezit kunt vergroten. Dat je eigenlijk geen seconde aan iets anders kunt denken. Als je alleen nog maar in gedachten met je “verdienmodel” bezig bent. Dat je zelf op de zondag niet even tijd neemt voor God, voor je familie, vrienden en voor jezelf maar alleen maar bezig bent met materiële zaken en hoe je je bezit kunt vergroten.
Ben je dan al niet in de gevarenzone dat je zelfs op den duur je normen en waarden gaat aanpassen? De korenmaat ongemerkt verkleinen, de prijzen onnodig verhogen, de weegschaal vervalsen. Dat is wat de profeet Amos in zijn tijd aan de orde stelt.
Wij hebben zelf meegemaakt hoe hebzucht bijna een hele samenleving kan verleiden alleen nog maar te denken aan alles in termen van geld en van vergroting van bezit. De bomen groeiden tot in de hemel.
Nu we midden in de financiële crisis zitten ontdekken we tot onze verbijstering steeds meer wat voor onvoorstelbaar kortzichtige en onverantwoorde beslissingen er genomen zijn.
De ogen zijn natuurlijk in de eerste plaats gericht op de hoogste bazen in de financiële wereld en maatschappelijke organisaties. Terecht. Maar vond niet iedereen, u en ik, het mooi om er van mee te profiteren? En hadden we ergens niet een onrustig gevoel van hoe kan dit allemaal?
Hebzucht leidt er toe dat je aan niets anders kunt denken dan aan meer geld en meer bezit ten koste van andere waarden zoals eerlijkheid, trouw, barmhartigheid en dankbaarheid.
Een mens wordt zelf onherkenbaar en lelijk door de hebzucht. Maar ze tast ook de samenleving aan. En “de armen en misdeelden” worden er het grootste slachtoffer van zoals Amos zegt.
Daarom wordt de hebzucht in de traditie van de kerk gerekend tot de zeven hoofdzonden.
Ze tast de persoon zelf aan. Ze tast de rechtvaardige verhoudingen aan. En ze tast de belangrijkste waarden in de samenleving aan.
Laten we bidden dat de crisis die we meemaken ons uit angst voor minder inkomsten niet nog hebzuchtiger maakt.
Laten we eraan werken dat de diepe waarden van het leven die het leven echt de moeite waard maken, opnieuw ontdekt worden.
En dat we ook God weer opnieuw ontdekt wordt als heilig en goed, en als bron van alle waarden.
En dat mensen door liefde en barmhartigheid veel voor elkaar kunnen betekenen.
Het is de taak van de kerk en de gelovigen om hierin een lichtend voorbeeld te zijn.
Het past ons als kerk en volk van God voor het welzijn van alle mensen te bidden zoals Paulus tot Timotheus zegt: “voor alles vraag ik je gebeden, smekingen, voorbeden en dankzeggingen te verrichten voor alle mensen, voor koningen en alle hooggeplaatsten opdat we ongestoord en rustig een in alle opzichten godvruchtig en waardig leven kunnen leiden”
In het Evangelie hoorden we dat Jezus zicht erover verbaast dat juist ook de godsdienstige mensen in zijn tijd nog zo aan hun bezit vastzitten.
Daarom vertelt hij die gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester tegen wie zijn heer zie:”waar hoor ik daar over u? Geef rekenschap van uw beheer. Want ge kunt niet langer rentmeester blijven”
De man wist met slinkse middelen veel vrienden te maken onder de pachters. Als zijn baas hem aan de kant zette, zou hij overal met open armen ontvangen worden.
“Toen redeneerde de rentmeester bij zichzelf: wat zal ik doen nu mijn heer mij mijn rentmeesterschap afneemt? Spitten kan ik niet en voor bedelen schaam ik mij. Ik weet wat ik ga doen opdat ik na mijn ontslag onderdak vindt”
Natuurlijk stelt Jezus niet dit slinkse gedrag op zich als voorbeeld voor ons. Want het is duidelijk dat zo’n gedrag een hele samenleving corrupt maakt.
Nee, Jezus bedoelt dit: als een slecht en onbetrouwbaar iemand zoveel vrienden kan maken met behulp van geld en bezit, hoeveel meer zouden dan mensen kunnen doen die weten dat er meer in het leven is dan geld en bezit, voor wie bezit niet de hoogte waarde is, die niet leiden aan hebzucht..
Geld of bezit hoeft geen obsessie te worden. Hebzucht is niet de enige optie tegenover aardse goederen. Je kunt het ook ten goede gebruiken.
Want de vraag is natuurlijk: hebben we werkelijk zoveel voor onszelf nodig. Met geld en goederen kun je ook mensen helpen die niets hebben. Je zou met geld zoveel goede dingen kunnen doen.
Wanneer je de armen die niets hebben, van jouw rijkdom schenkt, maak je hen gelukkig. En het schenkt jezelf grote vreugde.
Zij kunnen nu niets terug doen. Wees blij dat ze niks terug kunnen doen. “Maak u vrienden door middel van de onrechtvaardige mammon opdat zij wanneer die u komt te ontvallen – u in de eeuwige tenten opnemen” zegt Jezus als hij de gelijkenis verteld heeft
Mensen die alleen aan zichzelf denken zoals de rentmeester, gebruiken geld om vrienden te maken voor even.
Maar mensen die weten dat bezit niet het hoogste goed is, zouden moeten weten dat je eeuwige vrienden kunt maken door de armen te ondersteunen.
We weten van de eerste christenen dat ze hun bezit niet langer beschouwden als iets van zichzelf. Ze gebruikten het om de behoeftigen te ondersteunen.
Er is vaak beweerd dat de eerste christenen een soort communisten waren die al hun bezittingen deelden. Maar dat is niet juist. In het communisme vervalt alle bezit aan de staat. En alle persoonlijke initiatief verdwijnt. En de staat verdeelt alles.
In de praktijk zorgt dat voor een enorme bureaucratie van ambtenaren die vooral rijk worden.
Bij de eerste christenen was het niet zo dat persoonlijk bezit werd afgeschaft. Maar dat persoonlijke bezit gebruikte men om elkaar te ondersteunen en de zwakkeren gelukkig te maken. Men schiep er vreugde in als men met zijn bezit anderen direct kon helpen.
Het is die geest die een enorme ondersteuning was voor de boodschap van het Evangelie van Jezus Christus.
Als het geloof alleen bestaat uit mooie liturgie en mooie ideeën, maar het blijkt niet uit daden van liefde en barmhartigheid, dan bezit het geen aantrekkingskracht. En de vreugde ontbreekt.
Er ligt nu een grote kans door de crisis om zelf persoonlijk weer mensen in nood te ondersteunen. Ze wonen misschien naast ons in de straat. Ze zijn misschien lied van onze eigen familie.
We kunnen hen helpen met geld, maar ook met iets van onze tijd te geven.
Er zijn plannen om in 2014 als de parochie Licht van Christus haar jubileum viert, elke maand één zondag een inzameling te houden tijdens de eucharistie voor de Voedselbank en vergelijkbare instellingen
Er valt zoveel nood te lenigen. Gewoon belangeloos anderen helpen met wat we zelf niet nodig hebben. Wat mooi als we zo ook mensen winnen voor Jezus Christus en voor het eeuwige geluk. Wat mooi als we daardoor vrienden maken in de hemel. Het wordt tijd dat we afscheid nemen van de hebzucht en van de angst niet genoeg te hebben. Het is tijd om de vreugde te gaan proeven van Gods kinderen voor wie bezit niet de hoogste waarde is, maar God zelf en zijn rijk.
Zullen we daar allemaal eens over na denken de komende tijd?
© Pastoor Martin Los
Hebzucht staat niet in mijn woordenboek,
Ik heb niks maar toch kom ik ook niks te kort,
Geld heb ik niet en toch heb ik genoeg om weg te geven
Ik geef dan ook wat ik kan als, als ik denk dat het niet meer gaat geef ik toch nog een klein beetje meer …
En als ik dan echt niks meer heb.. dan kan en blijf ik nog altijd mijn glimlach en liefde weg geven 🙂