Homilie op de 24e zondag door het jaar in het weekend van 12/13 september 2015 Mariakerk

Voorgeschreven Schriftlezingen uit het universele r.k. lectionarium voor zon- en feestdagen: 1 lezing Jesaja 50:5-9a; 2e lezing: Jakobus 2:14-18; Evangelie: Marcus 8:27-35

Lieve zusters en broeders, we beseffen het niet altijd, maar het was een beslissend moment voor de hele mensheid dat uit de mond van een mens voor het eerst die woorden klonken: “U bent de Christus”.
Sindsdien is er geen moment in de geschiedenis geweest dat deze belijdenis van Petrus verstomd is.
Geen macht ter wereld heeft christenen zoals ze later genoemd werden, de mond kunnen snoeren.
De eerste drie eeuwen van het christendom hadden de christenen geen kerken. Ze werden vervolgd en gedood. Het geloof groeide alleen maar tegen alle verdrukking in.
Maar ook de onverschilligheid en ontrouw onder christenen zelf heeft nooit het vuur gedoofd dat overal in de harten van mensen brandt die Jezus hebben leren kennen als de Christus. En dat zal ook nooit gebeuren.

Wat niet wil zeggen dat we af en toe niet ons hart vasthouden. Soms lijkt het dat het christendom om ons heen als en vis op het droge naar adem lijkt te happen.
Wie bekruipt niet een gevoel van moedeloosheid bij tijd en wijle. En daarin schuilt altijd de verleiding om het bijltje erbij neer te gooien.

Een goede remedie tegen moedeloosheid en twijfel is een bedevaart naar een belangrijke heilige plaats voor ons, christenen. Degenen onder ons die niet als toerist op doorreis in Lourdes zijn geweest, maar met een bedevaart, hebben allemaal gemerkt hoe inspirerend het is om daar gelovigen in grote getale uit heel Europa en van over de hele wereld te ontmoeten.
Je hoort hetzelfde van degenen die in Medjugorge geweest zijn. Of in andere bedevaartsplaatsen.

audientie2015Zelfs was ik twee weken geleden met een groep pelgrims en zangers in Rome. Allemaal waren ze diep onder de indruk van de tienduizenden mensen die op het Pietersplein op zondag aanwezig waren bij het Angelus om 12.00uur en bij de openbare audiëntie op woensdagmorgen.
Ik merkte aan de deelnemers uit mijn groep dat ze getroffen waren door de vitaliteit en de vreugde bij zo’n grote menigte.
Hun geloof kreeg een nieuwe impuls. En ze keerden met nieuwe moed terug naar ons eigen land, naar de parochies die te kampen hebben met terugloop van bewuste gelovigen en met sluiting van kerken.

Denk ook aan de Wereldjongerendagen die in de zomer van volgend jaar in Polen gehouden worden. Jonge mensen die aan vorige Wereldjongerendagen hebben deelgenomen zijn vrijwel allemaal blijvend aangestoken met liefde voor Jezus en voor de kerk, en zijn ook als ze ouder worden actief in gebed en geloof.
We hopen dat er dit jaar een groep jongeren uit onze parochie naar de Wereldjongerendagen in Polen gaan. Er hebben zich al een paar aangemeld. We gaan deelname de komende tijd actief stimuleren.

Want het is nodig dat de geloofsgemeenschappen in ons land opnieuw bezield worden door mensen met een lange adem. Die voor anderen een baken zijn. Die de sprakeloosheid waarin de kerk in ons land verkeert, doorbreken.
Het is nodig dat we durven getuigen van ons geloof in Christus zoals eens voor het eerst bij monde van Petrus.
Daar is voor allereerst voor nodig dat we juist vertrouwen op Jezus als de Christus. Want hij heeft belooft: “Zie, ik ben met jullie tot de voleinding van de wereld”.

Maar er zijn ook andere wegen om ons geloof van nieuw elan te voorzien. De apostel Jacobus zegt: “wat baat het een mens te beweren dat hij geloof heeft als hij geen daden kan laten zien”.
Juist door concreet met geloof aan de slag te gaan wordt ons geloof versterkt. Elke keer opnieuw.
Wanneer we zeggen dat we geloven, maar er gaan dagen voorbij zonder dat we even tot God bidden, dan zal het geloof wegkwijnen. Als spieren niet gebruikt worden, verslappen ze en kunnen steeds minder. Zo is het ook als we ons geloof niet in gedrag omzetten.
Wanneer we zeggen dat we in Jezus Christus geloven, maar we nodigen hem niet uit om in ons eigen hart te wonen, zal de liefde tot hem bekoelen. En onze kennis van hem zal gaandeweg afnemen.
En het geloof in Jezus als de Christus zal ook steeds versterkt en vernieuwd worden als we heel concreet iets voor anderen doen de gebrek lijden of in nood zijn.

Natuurlijk is het ook een algemene menselijk opdracht om mensen in nood te helpen. In deze dagen wordt op iedereen een appel gedaan om iets over te hebben voor de vluchtelingen die aan onze poorten staan.
Maar voor ons, christenen, is zorg voor de naaste in nood, daadwerkelijk bewijs van ons geloof in Christus.
Want of het nu die vluchteling van ver is, of onze buurvrouw in de straat, of de bewoners van een gezinsvervangend tehuis in de wijk, in allemaal mogen we Christus zelf herkennen.
De Heer die gezegd heeft: “wat je aan de minste der mensen gedaan hebt, heb je aan mij gedaan”.
Wanneer we ons inzetten voor onze naaste – en dat kan ook die hulpbehoevende moeder of vader van ons zijn die ons nodig heeft – dan zullen we daarin voldoening vinden, omdat we zichtbaar en concreet iets kunnen doen.

Als we zeggen in Christus te geloven, en we doen niets concreets voor onze naaste terwijl het wel tot onze mogelijkheden behoort, dan zal ons geloof zelf daardoor verzwakken en krachteloos worden en doven.
Daarom is het van levensbelang voor ons geloof en voor ons als kerk dat we concreet me de zorg voor de mensen die gebrek lijden bezig zijn.
Niet voor niets zijn we in 2014 begonnen met de inzameling voor de Voedselbank. Om ook in de liturgie duidelijk te maken dat geloof niet zonder daden kan. Het is maar een voorbeeld. Maar willen we ons geloofsgemeenschappen overleven, dan zullen we oog moeten hebben voor de mensen die het moeilijk hebben.

Naast een helder getuigenis van ons geloof in Christus dat gestimuleerd kan worden door bedevaarten, jongerendagen, gebedsgroepen, hebben we even hard nodig dat Christus zichtbaar wordt in de zorg om mensen die gebrek lijden.
Dat getuigenis aan de ene kant en die daadwerkelijk hulp aan mensen in nood aan de andere kant, moet elkaar aanvullen en verrijken.

Lieve broeders en zusters, er is geen enkele reden om te wanhopen aan de toekomst van geloof en kerk in onze streken.
In de eerste plaats niet omdat Jezus zelf heeft gezegd: Ik ben met jullie zolang de wereld bestaat.
Maar verder omdat we zelf kunnen werken aan ons geloof en daardoor ook aanstekelijk zijn voor anderen.
Het begin altijd bij onszelf zoals toen bij Petrus’ belijdenis: “U bent de Christus”.

Hoe minder we ons geloof als een voorrecht koesteren, hoe meer het ons door de handen zal glippen.
Maar hoe meer we vanuit het geloof zelf leven, hoe sterker zullen we de gloed ervaren. Want als we een levend geloof hebben, al is het soms met twijfel, dan zullen we overtuigd zijn dat niets ons kan scheiden van de liefde van God die in Jezus Christus is. Nu niet en nooit niet. Amen

(c) Pastoor Martin Los

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.