Homilie op de 4e zondag door het jaar C-cyclus

in de H. Willibrordkerk te Vleuten op zaterdag 2 en zondag 3 februari 2013
evangelielezing: Lukas 4:21-30

Lieve zusters en broeders, overal waar Jezus komt gebeuren wonderlijke dingen. Zieken worden genezen. Lammen staan op. Blinden worden ziende. Mensen hangen aan zijn lippen om de nieuwe inspirerende boodschap die hij verkondigt.
Maar in zijn geboorteplaats Nazaret stuit hij als het ware op een muur.

Jezus wordt als eregast gevraagd om in de vertrouwde synagoge van zijn vaderstad de Schriftlezing te doen en een stichtelijk woord te spreken.
Dat was in die tijd gebruikelijk. Wij hebben vaste lectoren. Maar in die tijd was het in de synagoge gebruikelijk dat een gast de voorlezing deed. Die deed ook een kort stichtelijk woordje. Op die manier hoorde men ook weer eens een ander geluid.

Ze reiken Jezus de boekrol van Jesaja aan. Dat is iets anders dan een boek dat je kunt doorbladeren tot je een geschikte tekst vindt. Een boekrol bestaat eigenlijk uit twee opgerolde uiteinden. De voorlezer leest verder waar de boekrol openligt en de vorige lezer gebleven is.
Als Jezus de boekrol opent, treft hij daar de woorden aan: “De geest des Heren is op mij. Omdat hij mij gezalfd heeft.  Hij heeft mij gezonden om aan armen de blijde boodschap te verkondigen”.
Dat is precies een van de teksten uit de Bijbel die vertellen hoe de ware dienaar van God eruit ziet en wat hij doet. Al die dingen doet Jezus. Hij heeft ze gedaan in de omliggende plaatsen. Daarom zegt Jezus: “heden is dit Schriftwoord in uw oren vervuld”.

Allemaal zijn ze verbaasd. Want dit is toch de zoon van de timmerman uit het dorp? Deze jongeman is toch in hun midden opgegroeid. Hoe kan het dan dat hij zo anders is dan zij? Ze zijn verwonderd.
Maar niet als mensen die geraakt worden en openstaan voor de boodschap en de werking van Jezus zoals op alle andere plaatsen. Ze zijn verbaasd omdat hij anders is dan zij. Ze kunnen dat niet plaatsen. Hun verwondering slaat om in ergernis en afgunst.

Jezus begrijpt hun ongeloof. Hij analyseert het voor ze. Hij legt het hun op humorvolle wijze uit door naar allerlei schrifteksten te verwijzen waar juist buitenstaanders de boodschapper van God beter begrijpen dan Gods volk zelf.
Maar bij ieder woord dat Jezus zegt neemt hun verontwaardiging toe. Uiteindelijk zetten ze hem zelfs de kerk uit. Nazaret is tegen rotsige heuvels gebouwd.
Ze zouden hem zelfs de afgrond in hebben geduwd als Jezus niet kalm en met gezag dwars door de menigte heen terug was gelopen.

Waar wij ons over verbazen is dat de emoties zo hevig en zo hoog konden oplopen. Oké, dat de mensen in Nazareth niet in Jezus geloofden, is misschien onbegrijpelijk. Maar waarom ging de ergernis zo ver dat ze hem bijna vermoorden? Ze hadden toch met respect naar hem als een gast kunnen luisteren en daarna gewoon hun gang kunnen gaan?
Diezelfde vraag doet zich voor als we denken aan de laatste dagen van Jezus. Waarom riep zijn optreden zo’n enorme weerstand op. Hij deed alleen maar  goeds. En toch roepen de mensen:  “aan het kruis met hem”.

We zien ook in onze tijd dat emoties hoog op kunnen laaien zodra godsdienst in het geding is. Sommige mensen slaan zelf volledig door en beweren dat religie de grootste bron van conflicten is in de wereld.
En de pijn en emotie die zo’n gemakkelijk oordeel oproept bij gelovigen, is op zichzelf dan weer bewijs dat emoties gemakkelijk kunnen opspelen zodra geloof in diskrediet wordt gebracht.
In onze eigen moderne Westerse wereld zien ook hoe snel emoties oplopen. Bijvoorbeeld als de paus iets zegt. Zonder dat men kennis genomen heeft van wat hij werkelijk gezegd heeft, neemt verontwaardiging bezit van velen. De aantijgingen en soms verwensingen gaan als een bliksemschicht over het Internet heen.  Krantencolumns staan er vol van.

Onlangs is een boekje in Nederland verschenen onder de titel “Religiestress”. Het woord Religiestress was zelfs even genomineerd in de top vijf van nieuwe Nederlandse woorden van het afgelopen jaar.
Het boek gaat over de hevige emoties die spelen in onze tijd rond godsdienst en geloof.
Nu niet tussen mensen van verschillende geloven en kerken zoals vroeger. Nee, de emoties en de pijn zijn nu voelbaar tussen gelovigen en mensen voor wie geloof totaal geen rol meer speelt.
Het komt tot uiting rond zaken als besnijdenis, ritueel slachten, de weigerambtenaar, de koopzondag, het kruisje dat iemand in een openbare functie draagt. Steeds lijken niet meer rustige verstandelijke overwegingen een rol te spelen, maar emoties die gesprek en overleg onmogelijk lijken te maken.
Je stuit er ook op in zo’n geval als waarin de gemeenteraad van Den Haag besloot dat in een kerk geen stembureau meer zou mogen zijn: “want mensen zouden daardoor afgeschrikt worden”.

Enerzijds zien we een heersende maatschappelijke stroming die alle godsdienstige uitingen uit het openbare leven tot de laatste punt en komma wil verwijderen. Aan de andere kant zien we gelovigen die telkens als door een speld getroffen reageren op elk stukje godsdienstige cultuur dat geen stand kan houden.
Het boek “Religiestress” toont aan dat de overgevoeligheid aan beide kanten zeer waarschijnlijk voortkomt uit onverwerkte pijn die bij beide partijen zit.

De schrijver vergelijkt het met een echtpaar dat door een scheiding uit elkaar gaat. Elke stap die de andere partij doet wordt met argus ogen gevolgd en wordt als pijnlijk en bedreigend voor de eigen beleving ervaren. Pas als men werkelijk geaccepteerd heet, dat de scheiding definitief is, en dat er ook een leven na de scheiding is, kan men weer beter met elkaar omgaan en zelfs de goede dingen in elkaar benoemen.
Als moderne mensen die afscheid van geloof hebben genomen, echt helemaal los van hun verleden zouden zijn, zouden ze in geloof en in het bijzonder het christendom ook veel meer de goede dingen kunnen zien. Omgekeerd als we als gelovigen beter zouden accepteren dat mensen geloof en God vaarwel zeggen, en dat je geloof nooit kunt opdringen omdat geloof met liefde voor God en met vrijheid van geweten te maken heeft, dan zullen we de niet religieuze mensen beter accepteren en niet alles wat zij doen als afbraak zien van wat ons lief is.

Religiestress is van alle tijden. Het verhaal van Jezus in Nazareth laat zien hoe hoog die stress kan oplopen. Het is goed als we in onze tijd juist als gelovige mensen niet meedoen met die stress. Jezus deed er ook niet aan mee. Hij ging niet met geweld tegen de menigte in. Hij riep niet zijn potige leerlingen te hulp. Hij liet de menigte zo ver gaan als hijzelf toeliet. Toen lieet hij zijn gezag en overwicht over al die emoties en stress blijken door dwars tegen de stroom heen terug te lopen. En niemand die hem kan tegenhouden. Men stond verbaasd over zijn kalmte en gezag.

Laten wij als gelovige christen ons geloof niet tot voorwerp van strijd en stress maken. Natuurlijk ervaren we soms pijn om onbegrip en verlies van wat ons lief is. Maar ons christelijk geloof is liefde tot God en liefde tot Jezus. Die liefde vraagt ons om niet onbegrip met onbegrip te lijf te gaan. Het is de opdracht van Jezus aan ons om  voor hen die ons niet begrijpen en soms pijn doen, te bidden. Dat is de ware godsdienst die van ons, christenen, gevraagd wordt.
En als we zo handelen zullen we ook ervaren hoe dicht we bij Jezus staan. Hij liet zich niet meeslepen, maar liep kalm door de menigte heen. Niet om te bewijzen hoe superieur hij was. Maar om zijn zending te kunnen voortzetten: de verkondiging van Gods liefde en de komst van Gods koninkrijk. Amen

(c) Martin Los

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.