Preek op de zeven zondag van Pasen 17 mei 2015 in de Mariakerk (30-jarig lustrum Uriel)
voorgeschreven lezingen uit het universele lectionarium voor zon- en feestdag van de r.k. kerk voor deze zondag: 1e lezing Handelingen der apostelen 1:15-26 2e lezing: Ie Brief van Johannes 4:11-16 Evangelie: Johannes 17:11b-19
Feestvierende leden van Uriel, lieve broeders en zusters, het staat er zo eenvoudig en het is ook zo eenvoudig: God is liefde. Wie in de liefde woont, woont in God en God is bij haar en bij hem.
Over God moet je niet te veel praten en nog minder discussiëren. Om het een beetje prikkelend te zeggen: God moet je doen. Ik bedoel natuurlijk: Als je iets met God hebt, laat dat dan zien door een liefdevolle levenshouding want “God is liefde”. Als christenen lijken we soms op die toeschouwers die in een vol stadion of voor de tv naar voetbal zitten te kijken en denken dat ze zelf deelnemen aan de wedstrijd. Zulke supporters zijn snel teleurgesteld als het niet gaat zoals zij willen. Ze oordelen ook snel over spelers en trainer. Ze raken in conflict met elkaar.
Zo kunnen we de mond vol hebben over God, geloof en kerk, en toch ergens aan de kant blijven staan.
Misschien schrikken we terug om het speelveld van Gods liefde te betreden omdat we denken dat we zelf onvoldoende in staat zijn lief te hebben. Bedenk dan dat de liefde bij God begint. Hij ís liefde. Onvoorwaardelijke liefde.
Wij hoeven niet volmaakt te zijn om het met zijn liefde te wagen. Met alle onze zwakheden en tekortkomingen mogen we het met zíjn liefde wagen. Als we dat doen “wonen” we in de liefde en dan “wónen we in God”.
Misschien weten we zelf moeilijk woorden te vinden voor God, of over ons geloof. Dat betekent helemaal niet dat we niet geloven. We mogen met Hem vertrouwd zijn als de grond onder onze voeten, het dak boven onze hoofden, de deur door wie we in en uitgaan. Maar dan moet je wel jezelf aan zijn liefde toevertrouwen. En dan groeit de liefde van God in ons, want God is bij ons. Heel gewoon.
Waar begin je dan? Bij Jezus zegt Johannes: Als iemand erkent dat Jezus de Zoon van God is, woont God in haar/hem en woont hij/zij in God.
Jezus is de uitgestoken hand van Gods liefde. Grijp die hand aan en je bent meteen in de intimiteit van God. In die intimiteit van God zijn we nooit alleen. Want God heeft allen lief.
Dus als we het wagen met zijn liefde komen we in een huis dat we met velen delen. “Nooit heeft iemand God gezien” zegt Johannes “maar wanneer wij elkaar liefhebben, woont God in ons”. Jezus brengt ons samen in het huis van God, de kerk. En Jezus bidt voordat hij het offer van zijn leven gaat brengen aan het kruis: “bewaar hen die u mij gegeven hebt in uw naam opdat ze allen één mogen zijn”.
Wanneer wij elkaar als zusters en broeders liefhebben, dan is dat de diepste wens van Jezus. Hij verheugt zich erover. Dus is het voor ons, als gelovigen, ook een opdracht om de eenheid te bewaren.
Maar om de eenheid te bewaren, moet je die eenheid toch ook kennen en beleven? Beleven als een gemeenschap van liefde. En daar zit nou net een probleem.
Vroeger vielen kerkelijk leven en maatschappelijk leven samen. Sinds de bromfiets en de auto, de telefoon en nu het mobiel, de t.v. en computer is het leven veel individualistischer geworden. Ik bedoel dat niet negatief. Iedereen kan veel meer zijn eigen keuzen maken. Maar deze moderne manier van samenleven is als een tsunamie over ons kerkelijk leven heengekomen.
We hebben soms het idee tussen wrakstukken te zitten van het verleden. Hoe komen we deze crisis te boven? Hoe kunnen we kerk zijn in een moderne samenleving? Hoe kunnen we de huidige situatie als een nieuw kans zien? Hoe kunnen we elkaar versterken in het geloof? Hoe de liefde van God samen beleven?
Daar is voor nodig dat je niet alleen op zondag medegelovigen ontmoet, maar ook door de week een band hebt met elkaar in het gewone alledaagse leven. Dat je gekend wordt, en bemind, gemist wordt als je even uit beeld bent.
Nu kun je nooit een concrete band hebben met alle medegelovigen. Dat is ook niet nodig. Maar je kunt er toch wel aan werken dat je in het dagelijks bestaan mensen kent en ontmoet die met jou het geloof in Gods liefde delen. In de familie en kennissenkring. Op het schoolplein. In verenigingen en in acties die je samen doet. De sociale media op internet zijn ook een goed middel.
Deze week vertelde iemand mij dat een collega die ze al jaren kende, op haar toe kwam die zei: “ik zag op Facebook dat je katholiek bent en dat je iets in de kerk doet” en hij vervolgde: “ik ook” en hij haalde onder de boord van zijn shirt een kruisje aan een kettinkje tevoorschijn. Op al die wijze kun je de kerk als huis van God ook individueel beleven door de week in onze moderne wereld. En het is een voorrecht om dat ook met velen ’s zondags te beleven en te vieren als dat mogelijk is.
Ons koor en combo Uriel is een mooi voorbeeld van zo’n concrete club waarin mannen en vrouwen hun geloof delen. Niet zo zeer door over het geloof te praten, maar om ervan te zingen, en ook lief en leed met elkaar te delen.
Bij de voorbereiding van deze lustrumviering mocht ik een gesprek hebben met een afvaardiging van het koor.
We zagen in dankbaarheid terug op dertig jaar koor, we spraken over de pit die ook in het heden in het koor zit, en we dachten vol hoop en vertrouwen na over de toekomst.
Wat naar voren kwam was dat het koor de leden hielp om hun geloof uit te zingen. En dat ze daar ook echt behoefte aan hebben. Voor zichzelf en als boodschap aan de hele wereld.
In je eentje lukt je dat niet zo. De woorden blijven in je keel steken. Ze klinken al gauw te groot, te verheven. Maar samen lukt het. Zoals de muis die naast de olifant over de houten brug liep en zei: “wat stampen we, hè?”
Samen zing je gemakkelijker dan alleen. Het koor is dan de “olifant” en het individuele lid de “muis”
Ook bleek uit het gesprek dat je gemakkelijker in de kerk blijft, ook als je kritiek hebt, als je je toch thuis voelt in een groep. Daar praat je niet over elkaar maar met elkaar. De kerk is niet alleen het grote instituut, maar ook de beleving met mensen om je heen.
We zijn als parochie trots op Uriel. Een club jonge mensen, gelovig, maar ook zoekend, die midden in het moderne leven staan, en toch de band met geloof en kerk behouden.
Een mooie manier om te beleven wat we hoorden: niemand heeft ooit God gezien, maar als we elkaar liefhebben woont God in ons.
We hopen nog lang van jullie zang en muziek in onze kerk te mogen genieten. We hopen dat jullie een uitdaging voor ons allemaal zijn om in deze moderne tijd te geloven en kerk te zijn.
Niet met het gezicht vol heimwee naar het verleden, maar met open vizier naar de toekomst. Want de toekomst is van God. De naam van het koor Uriel betekent “God is mijn licht!” Dat licht schijnt niet achter ons, maar voor ons uit. Amen.
(c) Pastoor Martin Los
Wat een mooie preek en het is ook zo, geloven is meer dan alleen maar
ja en amen zeggen in de kerk. Geloven is een werkwoord waar je mee aan
de slag moet zoveel je kunt.
Wat mooooi.
Zo ontroerend wat u over Uriël Schrift.
Het raakt mij aan.
Dank pastoor Los.