Traditie als erfenis in vrijheid

Preek op de 22e zondag door het jaar 29 augustus 2021 Mariakerk en Willibrordkerk
https://youtu.be/QXKJpPM8sUA

“Jullie laten het gebod van God varen en houdt vast aan de overlevering van mensen”
Lieve zusters en broeders, onze gedachten gaan uit – ook als we in de kerk bijeen zijn om te bidden – naar de smadelijke aftocht van de Westerse bondgenoten, waaronder ook Nederland uit Afghanistan, de brute terreuraanslagen en het lot van de gehele bevolking. Wat voor boodschap hebben we in zo’n situatie aan woorden uit een heel andere tijd, toen het volk Israël in de woestijn rondtrok en leefde in het vooruitzicht van het beloofde land 1)? Of wat zegt ons een discussie – zoals in de Evangelielezing van deze zondag – van Jezus met Farizeeën en Schriftgeleerden over traditie en traditionele normen en waarden 2)?
Op het eerste gezicht lijkt er weinig of geen verband tussen onze actuele situatie en de Schriftlezingen. Maar bij nader inzien vinden we misschien toch enige aanknopingspunten tussen toen en nu.
Het volk Israël stond op het punt het land Kanaän binnen te trekken. God had een verbond met hun vaderen gesloten. Mozes zegt, nu hun nakomelingen een heel volk geworden zijn: ‘luister dan Israël naar de voorschriften en bepalingen die ik u leer en handel daarnaar. Dan zult ge leven en bezit gaan nemen van het land dat de Heer, de God van uw vaderen u schikt”. Traditie is dus kennelijk nodig om een nieuwe toekomst binnen te trekken. Wat ik jammer en lastig vind, is dat onze vertalers ervoor gekozen hebben het Hebreeuwse woord hier te vertalen met ‘in bezit nemen’. Daar beluisteren we iets gewelddadigs in: “bezetten”, maar de oorspronkelijke betekenis is “beërven”, dus “het land beërven” als een nalatenschap. Het volk mag de toekomst als een soort erfenis ontvangen wanneer het zich houdt aan de overgeleverde voorschriften en bepalingen.
Traditie, overlevering, verbindt verleden en toekomst in het heden aan elkaar. Het heden zijn wijzelf die leven in de tijd. Het verleden is voorbij, de toekomst is er nog niet. De overlevering verbindt generaties aan elkaar die leven vanuit het zelfde toekomst perspectief, maar steeds in een nieuwe situatie. Het verleden is niet iets dat helemaal achter de rug is. Het is een schatkamer vol wijsheid die een nieuwe generatie ter beschikking staat om de weg van een hoopvolle toekomst binnen te gaan en allerlei uitdagingen aan te gaan en beproevingen te kunnen overwinnen.
Een traditie kan een keurslijf worden als ze doel in zichzelf wordt. Uiterlijkheden worden dan belangrijker dan de oorspronkelijke bedoeling van traditie, namelijk de rijkdom van het verleden ter beschikking stellen van een nieuwe generatie. Voor je het weet gaat het dan niet meer om een levende traditie maar om macht. Dat zien we in de discussie van de Schriftgeleerden en Farizeen die als heersende partij Jezus voorhouden dat hij zijn leerlingen tot de orde moet roepen omdat zij zich niet houden aan de traditie van de voorvaderen doordat zij de rituele vingerwassing voor het eten achterwege laten. Traditie kan conflicten oproepen. Die kunnen voor aanpassing en vernieuwing zorgen als mensen met elkaar erover in gesprek gaan en naar elkaar luisteren. Jezus houdt zijn tegenstanders voor dat zij met hun nadruk op uiterlijke traditie vergeten waar het werkelijk omgaat: dat je hart rein is. Want jaloersheid, hebzucht, ontucht, verdwijnen niet door rituele wassingen van vingers en kannen en kruiken, maar door het hart te bekeren.
We zien in landen als Afghanistan een groot conflict over de traditie. Daar moeten we niet van opkijken bij snelle maatschappelijke veranderingen. Daar moet een volk te tijd voor krijgen. Maar dat kan natuurlijk alleen in vrijheid geschieden. Laten we hopen en bidden en door vreedzame hulp dat de goede krachten het zullen winnen en niet degenen die van traditie een machtsmiddel maken om anderen te onderdrukken.
Met goede bedoelingen hebben Westerse landen geprobeerd van een land als Afghanistan een land naar Westers model te maken. Want wij zijn trots op onze democratie en levensstandaard. We pochten op onze traditie van vrijheid en gelijkheid. Maar wat doen we vaak als we onze manier van leven en onze cultuur vergelijken met anderen? We brengen onze sterke punten naar voren en we benadrukken de zwakke punten van de anderen. Zo zetten we ook de westerse traditie af tegen die van landen als Afghanistan. En omgekeerd. Het is een beproefd middel in een strijd over beschaving en cultuur. Maar we moeten ook eerlijk naar onze eigen zwakke punten kijken. We benadrukken terecht vrijheid en gelijkheid van iedereen, ondanks geslacht, afkomst, of rijkdom. Maar tegelijk voelen heel veel mensen zich eenzaam, jongeren en ouderen. Zorg voor elkaar besteden we steeds meer uit aan robotten en allerlei technologische voorzieningen. Is dat de toekomst die wij volkeren voorhouden waarvan wij vinden dat ze een culturele achterstand hebben? Dromen we daar zelf van? Zijn wij echt het beloofde land? En als we kijken naar onze Westerse traditie, is het niet diep treurig dat we het Evangelie en de rijkdom van het christelijk geloof in zo korte tijd achter ons hebben gelaten en het van ons af te schudden. In plaats van als rijkdom te beschouwen en eruit te putten voor een toekomst die echt een erfenis is, een nalatenschap van de generaties voor ons die door schade en schande wijs geworden zijn.
Maken we echt mee dat andere volkeren zeggen zoals Mozes zijn volk voorhoudt: “Dat machtige volk is wijs en verstandig . Is er soms een andere natie aan wie hun goden zo nabij zijn als de Heer onze God nabij is zo vaak wij hem aanroepen”? vragen wij ons af of ook op ons van toepassing het woord van Jezus: “Jullie laten het gebod van God varen en houdt vast aan de overlevering van mensen”  Het gaat om de zuiverheid van hart. Dan zullen we God zien

(c) Martin Los
schriftlezingen tijdens de Mis op de 22e zondag jaar B:
1) Evangelie: Marcus 7:1-8,14-15,21-23
2) 1e lezing: Deuteronomium4:1-2, 6-8

rijk zijn voor God ware vrijheid

Preek op de 18e zondag door het jaar op zondag 4 augustus 2019 in de Mariakerk en Willibrordkerk

‘Wacht u voor alle hebzucht, want geen enkel bezit kan uw leven veilig stellen’
1)
Lieve zusters en broeders, stel dat wij een grote menigte vormden, en Jezus kwam voorbij, wat zouden we Hem dan spontaan vragen? Ervan uitgaande dat dit de kans van je leven is. De man in het Evangelieverhaal weet het wel. Hij ziet zijn kans schoon. Er is één ding dat hem hoog zit: hij is het niet eens met het erfdeel dat zijn broer ontvangen heeft: “Jezus, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij deelt”. Maar is dat nou echt een vraag die je zou stellen als je de unieke kans had de Heer te ontmoeten? Zou je dan niet veeleer vragen: Heer, wilt u mij helpen een goed mens te worden. Of: wilt u mij helpen echt gelukkig te worden? Of: wilt u mij helpen Gods liefde te leren kennen?
Of in het geval van de man uit het Evangelie die jaloers is op zijn broer: “Heer, ik heb zo’n last van jaloezie. Ik kan aan niets anders denken dan dat mijn broer meer geërfd heeft dan ik. Wilt u mij verlossen van die steek in mijn hart, zodat ik weer verder kan met mijn leven?”
We laten soms de kans voorbij gaan als een patient die aan de dokter vraagt de symptomen te bestrijden, maar niet de ziekte zelf.
Omdat de man die jaloers is op zijn broer zo blind is voor zijn eigen situatie, dat hij het zelf niet in de gaten heeft. Daarom schudt Jezus hem wakker: “Pas op en wacht u voor alle hebzucht want geen enkel bezit – hoe overvloedig ook – kan uw leven veilig stellen”.
Als een echte heelmeester van onze zielen legt Jezus de oorzaak van ’s mans kwaal bloot. “Beste man, je denkt dat als je dat deel van de erfenis van je broer, te pakken krijgt, dat je dan gelukkig zult zijn omdat je je dan geen zorgen meer hoeft te maken over je leven en dat je het er goed van kunt nemen. Nou dan vergis je je’.
Nu Jezus de ziel van de man heeft bloot gelegd, richt hij zich als een dokter die tegelijk college geeft aan de co-assistenten die om de patiënt heen staan, allemaal ook mensen met hun eigen valkuilen. Hij vertelt hen de gelijkenis van de rijke man die we zo-even gehoord hebben. Over de man die denkt zijn schaapjes op het droge te hebben en zelfvoldaan gaat slapen. Maar voor de morgen aanbreekt, is zijn leven voorbij. Wat heeft hij dan met al zij in spanning verworven? Niets.
De omstanders herinneren zich op dat moment misschien de woorden van het boek Prediker die wij zoeven hoorden in de 1e lezing: “Wat heeft een mens tenslotte aan al zij geploeter en de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt?” 2)
Jezus houdt de jaloerse man en alle omstanders voor: “zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is bij God”.
De vraag moet niet zijn: “Hoe wordt ik rijk? Hoe wordt ik beroemd? Hoe wordt ik machtig?  Hoe wordt ik iemand die de rest te slim af is?”. Maar: “hoe wordt ik een gelukkig mens, een mens die in vrede leeft met zichzelf, met anderen voor zover het van jou afhangt, een mens die het leven als geschenk van God ervaart en Gods genade heeft leren kennen?” Dan leef je pas echt. Dan hoef je niet bang te zijn dat dit leven ooit van je afgenomen wordt. Want je weet: niets kan mij scheiden van God en van zijn liefde.
Paulus noemt in zijn brief onder wat hij noemt “immorele praktijken”: “hebzucht die gelijk staat aan afgoderij”.3) Met “afgoderij” bedoelt hij dat we bezit zo op een voetstuk zetten dat we ons hele leven eraan wijden en dus slaaf worden. We zijn niet dan meer vrij in ons doen en laten. Wat zijn de symptomen? We zien ieder mens als concurrent. We zien de arme als iemand die maar beter zijn best had moeten doen. De vluchteling als profiteur. En we vergeten dat de gaven die ons gegeven zijn, ons de kans geven om anderen te helpen en te ondersteunen. Maar juist als we onze gaven en talenten inzetten voor anderen lijken we op God.
Jezus gunt ieder mens rijk te zijn voor God. Dat is de ware vrijheid. Dat is de vrijheid van Gods kinderen. Laten we daarom zo omgaan met onze aardse bezittingen, met onze talenten en kansen dat ons oog altijd gericht blijft op het hemelse. Als christenen halen we niet onze neus op voor het aardse. Het geeft ons juist een unieke kans om God te dienen en ons medemensen mee te verheugen. Zo mogen we er met volle teugen van genieten.

Martin Los

1) Evangelielezing: Lucas 12:13-21
2) 1e lezing: Prediker 1:2 en 2:21-23
3) 2e lezing: Brief van Paulus aan de christenen van Colosse: 3:1-5,9-11