De waarheid doen is leven in het licht.

Preek op de 4e zondag in de Veertigdagentijd 11 maart 2018 in Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, als er één tekst is die het hele Evangelie samenvat, ja de hele Heilige Schrift, en ook ons hele geloof, dan is het wel deze: “Zozeer heeft God de wereld liefgehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven opdat ieder die in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben” 1).
Deze woorden van Jezus zelf, in een nachtelijk gesprek met Nikodemus, zou elke christen uit zijn hoofd moeten kennen. Nikodemus behoorde tot de Farizeeën. Een hele conservatieve religieuze partij die sterke nadruk legde op precies navolgen van godsdienstige wetten en ontelbare daarvan afgeleide regels. Door deze nadruk op uiterlijke regels hielden ze een systeem in stand van beoordelen en veroordelen van mensen, en dus van rangen en standen. Jezus hield hen steeds voor dat ze daarmee eigenlijk de godsdienst verduisterden. Hij liet hen zien dat echte godsdienst mensen blij moet maken en dat ze uit vrije wil het goede gaan doen. Niet uit angst voor straf of uitsluiting, maar omdat ze God ontdekt hebben als hun liefdevolle genadige Vader in de hemel.
Vanwege die boodschap wantrouwden de Farizeeën Jezus. Ze zagen hem als een gevaar. Iemand die de culturele normen en waarden ondermijnde. Volgens hen ging hij op een ontoelaatbare wijze op de stoel van God zitten.
Maar bij Nikodemus was een lichtje gaan branden, een verlangen ontstaan. Hij was geraakt door Jezus. Hij was alleen bang om daar voor uit te komen, bang voor zijn vrienden, dat ze hem uit de partij zouden zetten en voortaan met de nek aankijken. Daarom zocht hij in het donker van de avond Jezus op. Heel fijntjes legt Jezus Nikodemus uit dat de man op een beslissend moment in zijn leven is aangekomen..
Hij is nu nog heimelijk naar Jezus toegekomen, in het donker, maar als Nikodemus echt in Jezus ‘het licht ziet dat in de wereld gekomen is’ dan kan hij niet anders, dan Jezus als de waarheid omarmen en zelf in het licht van de waarheid leven: “ieder die slechte dingen doet, heeft een afschuw van het licht want dan ziet iedereen waar hij me bezig is, maar wie de waarheid doet, gaat naar het licht”
Dus als Nikodemus echt ontdekt heeft dat Jezus door God gezonden is, ja zelfs de Zoon van God is, dan kan hij niet meer terug. En als straks zijn vrienden en partijgenoten Jezus aan het kruis laten slaan dan zal Nikodemus in Jezus niet de godslasteraar en misdadiger zien zoals zijn vrienden, maar het medicijn dat de wereld nodig heeft om weer Gods liefde met hart en ziel te ervaren. Denk maar, legt Jezus hem uit, aan de koperen slang op een paal die Mozes in de woestijn aan de mensen voorhield. Iedereen die opkeek naar die slang werd genezen van een dodelijke kwaal die was uitgebroken. Zo geneest Jezus ons door zijn kruis van de macht van het kwade en dood. Het enige wat we hoeven te doen, is zijn kruis voor ogen houden. Dwaasheid in de ogen van de wereld, een ergernis in de ogen van velen, maar het is de wijsheid en de barmhartigheid van God.
Hij schenkt ons daardoor een nieuw leven. Leven in het licht. “God die rijk is aan barmhartigheid heeft wegens de grote liefde waarmee Hij ons heeft liefgehad ons met Christus ten leven gewekt’ 2) schrijft Paulus aan de gelovigen in Efese.
Geloven is dat we dat medicijn, geheel gratis medicijn, aanvaarden als voldoende voor ons en voor alle mensen.
Geloven is ook dat we ons dan durven verbinden met Jezus. We moeten niet uit angst voor wat anderen denken, ons verlangen de mond snoeren. Wie leeft in het licht, zegt Jezus, heeft niets te vrezen. Alleen mensen die verkeerde dingen doen, zijn bang voor het licht, omdat ze iets te verbergen hebben. Maar als je eerlijk verlangt als een kind van God te leven in het licht van Jezus hoef je niet bang te zijn. Daar hoef je niet voor in je schulp terug te kruipen. Dan verlang je alleen maar meer en meer spontaan het goede te doen.
Beoordeel en veroordeel elkaar niet. Daar heb je helemaal geen tijd voor als je ziet wat je allemaal zelf kunt betekenen voor je medemens die hulp nodig heeft, en de kansen die het leven biedt.  Er komt zoveel energie en hartelijkheid vrij als we niet meer hoeven te denken aan zonde en schuld. Door het kruis ligt dat achter ons. Heb veel meer oog voor Gods genade. We zijn vrijgemaakt voor een nieuw leven. Een leven in het licht van de waarheid.
Is het u opgevallen dat Jezus over de waarheid spreekt, niet als iets abstracts? Iets waarover je eindeloos kunt discussiëren en waarom je elkaar kunt demoniseren. “Ieder die de waarheid dóet, gaat naar het licht” zegt Jezus aan het einde van het gesprek met Nikodemus. Echte waarheid is iets dat je doet. Het mag gezien mag worden. Jíj mag gezien worden! Dat je een echt mens blijkt uit wat je doet en hoe je leeft. Geen perfecte mensen, maar echte mensen. Of zoals Paulus zegt in zijn brief: “Gods werk zijn wij, geschapen in Christus Jezus, om in ons leven de goede daden te realiseren die God voor ons al bereid heeft’.1)  In het ware licht zie je zoveel meer en kun je zoveel meer doen. Laten we aan de slag gaan. Amen

(c) Pastoor Martin Los
Schriftlezingen voor deze 4e zondag in de Vastentijd (r.k. lectionarium)
1) 1e lezing: Efeziërs 2:4-10
2) Evangelie: Johannes 3:14-21
Afbeelding: Study for Nicodemus Visiting Jesus, 1899 – Henry Ossawa Tanner

Homilie op het Feest van Kruisverheffing 14 september 2014 Mariakerk

kruisverheffing2014helena

Preek op het feest van Kruisverheffing
13 en 14 september 2014 Mariakerk De Meern

Schriftlezingen voor de Mis op dit feest volgens het wereld lectionarium van de r.k. kerk.
1e lezing: Numeri 21:4-9; 2e lezing: Filippenzen 2:6-11; Evangelie: Johannes 13:17

 

Lieve zusters en broeders, tranen van ontroering vloeiden over de wangen van keizerin Helena toen het kruis van onze Heer Jezus na eeuwen omhoog werd geheven op de berg Golgotha in Jeruzalem.
Drie eeuwen was het verborgen geweest. Drie eeuwen waarin de christenen waren vervolgd. Ze hadden geen kerken mogen bouwen. Ze waren tweederangsburgers geweest in het Romeinse rijk.
Maar nu na meer dan drie eeuwen was de keizer zelf christen geworden. In navolging van keizerin Helena.
Nu na zo’n lange tijd mochten de christenen eindelijk kerken gaan bouwen op de graven van de martelaren. Eindelijk mochten gelovigen nu de heilige plaatsen gaan bezoeken. De meest heilige plaats was voor hen de plek waar Jezus gestorven was aan het kruis. Het hout werd gevonden en opgericht. Het was een moment van grote ontroering en van grote vreugde voor Helena, voor allen die het meemaakten, en voor heel de christenheid.
Dat moment is in het collectieve geheugen van de kerk ingegrift. En sindsdien viert de kerk op deze dag het feest van Kruisverheffing.

We kunnen ons de ontroering van het moment nog veel beter voorstellen als we bedenken dat het kruis nog nergens afgebeeld was. Kruisbeelden boven de deur, hangertjes om de hals. Het was tot dan toe verboden geweest om het kruis zichtbaar te maken. Niemand was ook op de gedachte gekomen.
Voor de Romeinen was een kruis een schandelijk beeld zoals bij ons een strop. En de christenen mochten er niet voor uitkomen.

Dat was voor hen heel schrijnend omdat het kruis waaraan Jezus zijn leven offerde uit liefde voor de wereld, het medicijn is tegen de zonde en tegen het kwade.
Want dát is het hart van de christelijke boodschap: ieder die met zijn ogen opziet naar de gekruisigde Jezus wordt genezen van alle zonde. Ieder die zijn oog opheft naar Jezus aan het kruis, krijgt deel aan het eeuwige leven, aan het leven van God.
Dát en niets anders is het Evangelie.
Zo beleefden christenen het zelf. Het kruis mochten ze zich wel innerlijk voorstellen en ze mochten er in het geheim over praten, maar ze mochten het niet tonen. Nooit. Nergens. Hartverscheurend. Ze mochten het alleen maar voorleven door in de voetstappen van Jezus hun kruis op zich te nemen, het kruis van vervolging en discriminatie.
En nu voor het eerst werd het kruis zichtbaar gemaakt en omhoog geheven en nog wel op de plek waar Jezus gekruisigd was.

Nú kunnen we ons de tranen van vreugde, de vele eeuwen opgespaarde tranen van vreugde voorstellen.
Sindsdien werd het kruis overal zichtbaar. Het verkondigde aan iedereen de genade en vrede die God schenkt aan ieder die in de gekruisigde gelooft als de poort naar God, naar het rijk van God, naar het leven zoals God het in zijn liefde bedoeld heeft.
Tot op de dag van vandaag verkondigt het kruis overal de verlossing, het geluk dat God de mens wil schenken door het geloof in zijn Zoon

Maar hoe kan dat dan, vragen wij ons? Hoe kan dat kruis, afzichtelijk als het is, onze redding zijn? We willen dat graag analyseren en verklaren. Maar dat kan juist niet. Het is het geheim van God, van de liefde van God.
Als wij de wijsheid en de kracht van het kruis konden analyseren en verklaren, dan zouden we wijzer zijn dan God. Dan hadden we het zelf kunnen bedenken. Maar de redding door het kruis is de volstrekte unieke wijsheid van God.
Als wij opzien naar het kwaad dat aan een onschuldig mens is aangedaan, aan Jezus, dan geneest God ons van de macht die het kwade over ons heeft.
Dan stroomt door onze tranen een licht ons leven binnen. Dan worden we getroost in alle lijden en gebrek. Dan hebben we deel aan het eeuwige leven.

Dat was toen zo en dat is nu zo. Als ons geloof niet meer gebaseerd is op het kruis verliest het zijn kracht. Dan hebben we ook de wereld niets meer te bieden.
Want de wereld om ons heen kan alles bedenken, maar niet het kruis als redmiddel. Want dat is in de ogen van ieder weldenkend mens absurd.
Toch is dat het goddelijk medicijn dat voor geen geld te koop is, maar het wordt aan iedereen gratis aangeboden
Dat kruis helpt ons om te gaan met onze eigen onvolkomenheden en fouten en teleurstellingen. Het helpt ons ons eigen lijden te dragen.

Maar het kruis maakt ook dat we als christenen onze ogen niet sluiten voor het lijden in de wereld.
Omdat het kruis van onze Heer ons kracht en uitzicht geeft, voelen we ons, als het goed is aangetrokken, tot de zwakkeren in de samenleving.
De armen, de gebrekkigen, de jongeren die een thuis missen, de ouderen die aan hun lot worden overgelaten.
Paus Franciscus grijpt elke gelegenheid aan om te zeggen dat de armen de rijkdom van de kerk zijn, dat de gebrekkigen het sieraad van de kerk zijn.
Waar we als kerk en als gelovigen oog hebben voor de concrete nood van mensen, daar zal ook de kerk bloeien. Niet stoffig en doods, maar vitaal en jong.
En dan gaat het niet alleen of in de eerste plaats hierom dat wij met onze rijkdom en overvloed en middelen de armen en gebrekkigen kunnen helpen. Dat we blij kunnen zijn dat we hen kunnen helpen. Dat we daarin zelf een beetje op God mogen lijken die aan alle schepselen geeft wat ze nodig hebben.

Natuurlijk is hulp belangrijk, maar, zegt de paus, de armen betekenen veel meer voor de kerk. Het gaat vooral om de ontmoeting met de arme en gebrekkige, omdat we in hun het gezicht van de gekruisigde Heer tegenkomen.
Dat kan je werkeloze buurman of buurvrouw zijn. Dat kunnen ouderen om je heen zijn die afhankelijk en gebrekkig worden. Vorige week alleen al kreeg ik vier maal bericht dat een oudere zwaar was gevallen. Drie met een gebroken heup. Eén met een gebroken kaak. Ouder worden betekent kwetsbaar en afhankelijk worden.
Maar we mogen de ouderen niet als een last zien. Ze zijn een kans om God te ontmoeten die ons in de ander aankijkt.
Zulke ontmoetingen maken de kerk weer levend en jeugdig en aanstekelijk.

Drie eeuwen na Christus werd het kruis gevonden en opgericht. Sindsdien heeft het nergens ontbroken aan kerken en kruisen.
Nu is het misschien de tijd om opnieuw het kruis te vinden en op te richten. Doordat we de armen en gebrekkigen, de verlatenen en eenzamen op de eerste plaats stellen en een ereplaats geven.

“Heer Jezus. U haalde uw neus niet op voor het kruis. U gaf u zelf als medicijn en redmiddel voor de hele wereld om allen Gods liefde mee te delen. Geef dat wij ook in onze tijd weer onze ogen leren opslaan naar u, onze gekruisigde Heer.
Open onze ogen ook voor het gebrek van onze naaste om nog meer één te worden met U en Gods liefde nog dieper te verstaan”. Amen

(c) Martin Los, pastoor