homilie op het hoogfeest van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming De Meern 15/16 augustus 2015

Preek op het Hoogfeest van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming  15/16 augustus 2015 in de Mariakerk De Meern

Voorgeschreven lezingen voor dit feest uit het universele lectionarium van de r.k. kerk: 1e lezing Openbaring van Johannes 11:19a 12:1-6a, 10 2e lezing: I Corinthiërs 15:20-26 Evangelie: Lukas 1:39-56

Lieve zusters en broeders, we vieren over drie maanden het 75-jarige jubileum van deze Mariakerk. Officieel heet ze kerk van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming. Zo genoemd naar de gelijknamige parochie van OudenRijn die veel ouder is, en die in 2004 opging in de parochie Licht van Christus die nu geheel Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern omvat. Een gebied van meer dan 80.00 inwoners.

Toen deze kerk gebouwd werd, hier op deze plaats, stond ze geheel in het weiland. Er stonden aan deze kant van de rivier alleen boerderijen en wat winkeltjes en woonhuizen aan de Rijksstraatweg en de Meerndijk.
Deze plek hier was uitgekozen omdat door de rivier vroeger, eeuwen voor ze gekanaliseerd werd, een zandplaat was gevormd. Deze stroomrug ingeklemd in de rivierklei vormt de solide basis voor onze kerk, die heipalen overbodig maakte. Een slimme en goedkope oplossing.

Een kerk in het weiland. Met een forse brede toren. Nog helemaal zonder de lindebomen die haar nu vele jaren omringen. Dat vroeg om een boegbeeld. De Utrechtse kunstenaar Leo Jungblut die ook de andere beelden gemaakt heeft, ontwierp een kolossaal beeld van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming. Direct na de oorlog werd het beeld voor op de kerk bevestigd. Dit beeld is ontleend aan het visioen van Johannes (1e lezing) van de vrouw die bekleed is met de zon en de maan aan haar voeten. Ze vertrapt het monster. Een stralenkrans van sterren om haar hoofd.

OLVtenHemelopnmingWe kunnen ons voorstellen wat een indruk de aanblik van dit beeld op de omgeving gehad moet hebben toen de kerk alleen in het weiland stond. De lindebomen rond de kerk en het kerkhof zorgen voor een markant dorpsgezicht, maar ik betrap me erop dat ik het jammer vind dat de bomen ook voor de ingang van de kerk zijn geplaatst. Zo komt het beeld van Onze Lieve Vrouw nauwelijks meer tot haar recht. Je moet als je onder de bomen door bent en de kerk wil binnengaan echt omhoog kijken om Onze Lieve Vrouw in al haar glorie te zien.

Want wat is zo kenmerkend voor het beeld? Dat Maria de handen ten hemel heft. Als een biddende gestalte. Een mens die de handen biddend naar God toe opheft, en tegelijk lijkt ze ons allen die de ogen naar haar opheffen te zegenen.
Daar wil ik graag met u even bij stil staan om dit feest nog beter te begrijpen. Want we mogen zelf ook de vreugde ervaren die Maria voelde toen zij de moeder van onze Verlosser mocht worden. Een aanstekelijke vreugde zoals blijkt uit de ontmoeting met Elisabeth, haar nicht. Een vreugde die de kerk elke dag viert en voedt in het avondgebed als de Lofzang van Maria wordt gezongen (Evangelie).
De Maria voorop de toren van onze kerk hier, bidt, maar lijkt tegelijk te zegenen. Wat wilde Leo Jungblut daarmee zeggen?

We eren als gelovigen Maria als onze moeder. Als moeder van onze Heer, maar ook als moeder van ons allen in het geloof. Zij is zelf een kind van God, maar ze verzamelt ook al Gods kinderen in één huisgezin van God. Doordat ze ons steeds weer leidt tot haar Zoon Jezus Christus. Daardoor verbindt ze ons allen met elkaar als echte broeders en zusters. Die bijzondere liefde tussen broeders en zusters wordt philadelphia genoemd. Natuurlijk genegenheid tussen kinderen uit één gezin.
Als we dat beseffen, dan moet er wel een sfeer van liefde en zorg en verdraagzaamheid zijn in de geloofsgemeenschap. Als moeder staat zij daarvoor garant.
Wanneer we geen acht meer op Maria, onze moeder slaan, dan kunnen onenigheid en conflicten de overhand krijgen. Of juist onverschilligheid, omdat we van elkaar vervreemden en elkaar niets meer te zeggen hebben.
Met Maria voor ogen voelen we aan dat we elkaar tot vreugde moeten zijn. We zijn kostbaar in haar ogen. Dus moeten we kostbaar in elkaars ogen zijn. Haar Zoon heeft haar aan ons gegeven om de liefde van God in de kerk te ervaren als onderlinge unieke band. Zo mogen we de woorden van Jezus aan het kruis verstaan, toen Maria en Johannes, zijn geliefde leerling aan zijn voeten stonden: “Vrouw, zie uw zoon” en “zoon, zie uw moeder”. Dat was niet alleen een stukje mantelzorg dat geregeld werd. Op dat moment werd Maria als een mantel aan de hele kerk geschonken, een mantel van liefde.

Als we dat goed tot ons door laten dringen, begrijpen we pas goed wat voor een zegen Maria is voor ons allen, en niet alleen voor ons, maar voor alle mensen.
Laten we daarom onophoudelijk Maria aanroepen en zeggen: “Moeder Maria help ons door uw voorspraak om elkaar lief te hebben en een liefdevolle gemeenschap te zijn. Want hoe zouden we anders uw zegen ervaren, en hoe zouden we anders zelf tot zegen van de wereld om ons heen kunnen zijn. Roep ons door uw voorbeeld, uw geloof, uw zachtheid, uw zuiverheid steeds tot de orde als we als christenen niet als broeders en zusters met elkaar omgaan”.

Maria is naar lichaam en ziel ten hemel opgenomen. Als een echte moeder die onlosmakelijk met haar kinderen verbonden is, staat zij met haar hele leven in de hemel voor God om voor haar kinderen te bidden.
We nemen hier in de kerk vaak afscheid van medegelovigen. Zij staan voorin de kerk opgebaard. Met de voeten naar het altaar, met het gezicht naar God. Als een biddend mens. Vaak nemen we ook afscheid van moeders die voor hun kinderen hebben gezorgd, maar ook gebeden, ook en vooral toen de kinderen uit gevlogen waren.
nodig de aanwezigen dan op om deze moeder nu te zien als iemand die met haar hele leven in de hemel voor God staat, en vraagt: “God, wilt u alles wat ik uit liefde voor mijn gezin en medemensen gedaan heb, blijvend ten goede laten komen aan hen!”
Dat gebed is daar niet meer omgeven door zorg en spanning zoals hier op aarde, maar puur uit vreugde. Zo heeft onze moeder Maria de ereplaats in de hemel. Haar handen opgeheven als een voorspraak voor ons allen. Tegelijk is zij zo tot zegen van heel de kerk, van ons als haar kinderen, en van alle mensen.

Haar in gebed opgeheven handen zijn dus tegelijk zegenende handen. Zegenende handen van Maria, die als moeder onze voorgangster is.
Dat heeft Leo Jungblut die het beeld voorop onze kerk gemaakt, heel goed begrepen en verbeeld. Maar het moet niet bij een beeld blijven. Laten we het moederschap van Maria zelf uitbeelden door onderlinge liefde, tederheid en begrip en medeleven. Dan mag onze gemeenschap ook zelf tot zegen zijn door haar geloof, haar gebed, haar liefde. Bidden we daarom: “Lieve Heer Jezus, u hebt ons Maria als moeder geschonken. Geef dat wij door haar U steeds beter leren kennen. Wij mogen vandaa feestelijke vieren dat u haar bij u in de hemel hebt opgenomen. Moge haar moederlijke voorspraak bij u en moge haar zegen ons geleiden op onze levensweg naar het Huis van God, onze hemelse Vader. En mogen we daardoor zelf tot zegen zijn zoals u ons in uw liefde hebt bedoeld, U die leeft in eeuwigheid. Amen”.

(c) Pastoor Martin Los